De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Aardrijkskunde Blok 4. Aantal lessen nog te gaan… 13.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Aardrijkskunde Blok 4. Aantal lessen nog te gaan… 13."— Transcript van de presentatie:

1 Aardrijkskunde Blok 4

2 Aantal lessen nog te gaan… 13

3 Wat gaan komend blok doen?  De aspirant student kan economische sectoren en hun verspreiding en kenmerken beschrijven  De student kan het proces van globalisering en de gevolgen voor verschillende gebieden toelichten  De student kan aan de hand van een kaartbeeld van Nederland en de wereld belangrijke economische gebieden aangeven  De student kan kenmerken van meer en minder ontwikkelde gebieden en de situatie van bewoners in die gebieden beschrijven en verklaren  De student kan de verschillende soorten grenzen beschrijven  De student kan de relatie tussen grenzen en identiteit verklaren

4 Vandaag  In tweetallen ga je nogmaals te toets maken, maar nu met boek en internet.  Net zo lang tot alle antwoorden goed zijn… en je begrijpt waarom het antwoord goed is.  Van grondstof tot consument

5 Vandaag  De aspirant student kan economische sectoren en hun verspreiding en kenmerken beschrijven  Landbouw, drainage, irrigatie, kunstmest, bosbouw, mijnbouw, visserij, industrie, textielindustrie, metaalindustrie, high-tech industrie, dienstverlening, toerisme, informele sector, import, export, grondstof, recycling, halffabricaat, eindproduct, arbeid, kennis, kapitaal, afzetmarkt, afstand (relatieve afstand, absolute afstand) delfstof, infrastructuur, BNP

6 Economische sectoren

7 Primaire sector  Landbouw  Veeteelt  Bosbouw  Visserij  Akkerbouw  Mijnbouw

8 Secundaire sector= industrie

9 Tertiaire sector = diensteverlening en transport

10 Quartaire sector  Dienstverlening zonder winstoogmerk

11 Verband tussen welvaart (BNP) en economische sectoren

12 Informele sector

13 (wereldwijde) handel  Import -> Invoeren van producten  Wat importeert Nederland?  Export -> uitvoeren van producten  Wat exporteert Nederland?  Grondstof  halffabricaat  eindproduct  Recycling  Delfstoffen: ijzerets, steenkool, aardolie, aardgas

14 Afstand  Relatieve afstand & Absolute afstand  Relatieve afstand is de afstand gemeten in moeite (geld en tijd)  Absolute afstand is de afstand in kilometers.  Aanleg van Panamakanaal of het Suez kanaal heeft de relatieve Afstand aanzienlijk verkleind

15 Infrastructuur

16

17 Globalisering

18  De ontwikkeling waarbij bedrijven op het gebied van productie, afzet en communicatie steeds meer op internationaal niveau opereren.  Aantal vragen:  Welke voorwaardes zijn er nodig voor globalisering?  Hoe zie jij globalisering terug in het dagelijks leven?  Wat vind je van globalisering?

19 De reis van de spijkerbroek

20 Of die van Nutella

21 Kolonies (eerste vorm van globalisering)

22 transport

23 Digitale aansluitingen

24 Belangrijkste voorwaardes  Economisch voorwaarde  Landen moeten geld hebben om om zich heen te kijken  Technologische voorwaarde  Men moet in staat zijn om in afzienbare tijd ergens heen te reizen/contact te leggen  Politiek

25 Omvang van buitenlandse handel

26 Schaalvoordelen  Massaproductie  Schaalvoordelen: de productiekosten per product worden lager  Grotere afzetmarkt  Multinational Multinational

27 Voorbeeld: Toyota

28 Global shift  maakindustrie uit West-Europa en Noord-Amerika is verplaatst naar andere landen, vooral naar Azië. In die landen is het arbeidsloon laag en zijn ook andere randvoorwaarden, denk aan belastingen of (milieu)vergunningen, vaak gunstiger voor bedrijven. Deze verschuiving van economische activiteiten wordt wel de global shift genoemd.

29 Ruimtelijke spreiding industriële productiviteit in 2009

30 MC Donaldization

31 Herkenbaar over de hele wereld

32 Ruilvoet  Ruilvoet =  Prijspeil exportgoederen versus prijspeil importgoederen  Ruilvoetverslechtering=  Je kunt minder producten importeren terwijl je er nog evenveel exporteert

33 Europese export Waarom heeft Nederland zo’n hoge export? Dit komt door de haven van Rotterdam. Heel veel goederen komen in Rotterdam binnen worden bewerkt en daarna verder vervoerd

34 Blauwe Banaan Gebied in Europa Waar veel economische activiteit plaats vindt Zoals: ruhrgebied, haven van Rotterdam, Antwerpen. Londen maar ook noord Italie is een belangrijk gebied

35 Arm en Rijk

36 Jouw eigen beeld  Wat denk jij dat de vijf armste landen op de wereld zijn?  Wat denk jij dat de vijf rijkste* landen op de wereld zijn?  *arm en rijk gemeten in BNP per inwoner  BNP = Bruto nationaal product = alle inkomens bij van alle inwoners bij elkaar op tellen  https://www.cia.gov/library/publications/the-world- factbook/rankorder/2004rank.html?countryname=Chad&countrycode=cd®ionCo de=afr&rank=186#cd

37 In beeld

38 De wereld in BNP Waarom is het BNP niet een goed middel om welvaart te meten?

39  Je neemt de koopkracht niet mee  Hoe zelfvoorzienend je bent wordt niet meegenomen  Zegt niets over sociale ongelijkheid  Zegt niets over regionale ongelijkheid  Neemt de informele sector niet mee  Alternatief: VN welvaartsindex Nadelen meten in BNP

40 Sociale en regionale ongelijkheid

41 VN welzijnsindex Analfabetisme Levensverwachting Eiwitconsumptie

42

43 De armoedegrens  $1,25 per dag volgens de wereldbank  1,2 miljard mensen (in 1990: 2 miljard)  Landen hanteren ook eigen armoedegrens

44 Noord/Zuid verdeling

45 Centrum/periferie

46 Opdracht  Teken op de wereldkaart zelf de noord zuid verdeling en geef op de kaart de volgende landen aan:  Australië  Japan  India  Brazilië  Indonesië  Kenia  Saoedi Arabië  Rusland  Finland

47 Centrum – periferie

48 Hoe….

49

50 Hoe…  Welk verband zit er tussen rijkdom en bevolkingsopbouw?

51 Verklaring:

52 Urbanisatiecijfer (VERSIMPELD)  Hoe rijker het land hoe meer mensen in de stad wonen = Hoog urbanisatiecijfer  Hoe rijker het land hoe minder hard de steden groeien = laag urbanisatie tempo  Hoe armer hoe meer mensen er op het platteland wonen = laag urbanisatiecijfer  Hoe armer hoe meer mensen er naar de stad toe trekken = hoog urbanisatietempo

53

54 Verwerkingsopdracht  Bedenk twee landen, een rijk land en arm land  Maak bij deze landen:  Een kaartje van je land  Een inschatting van een realistisch BNP  Een bevolkingsgrafiek  Een verdeling van de economische sectoren  Een bevolkingsdichtheid kaartje

55 Grenzen en conflicten Waarom lopen de grenzen zoals ze lopen?

56 Natuurlijke grenzen & onnatuurlijke grenzen

57 Natuurlijke grenzen  Zeeën/oceanen  Rivieren  Gebergte  Moerassen  Woestijnen  Doel deze herkennen op een kaart

58 Kunstmatige grenzen

59 bestuurlijke/politieke grenzen

60 Opdracht  Geef met blauw de natuurlijke grenzen aan  Geeft met rood de niet natuurlijke grenzen aan

61 Hoeveel volken zijn er eigenlijk en hoeveel landen?

62

63 De koerden verspreid over verschillende staten

64

65  Aan het werk: opdrachten

66 Volgende week  Toetsmoment van alles wat tot nu toe hebben gehad


Download ppt "Aardrijkskunde Blok 4. Aantal lessen nog te gaan… 13."

Verwante presentaties


Ads door Google