De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 BREEAM Hoe duurzaamheid van een gebouw meetbaar maken ? Trilogie aan zee Oostende, 2 september 2011 ir. Michaël Dierickx.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 BREEAM Hoe duurzaamheid van een gebouw meetbaar maken ? Trilogie aan zee Oostende, 2 september 2011 ir. Michaël Dierickx."— Transcript van de presentatie:

1 1 BREEAM Hoe duurzaamheid van een gebouw meetbaar maken ? Trilogie aan zee Oostende, 2 september 2011 ir. Michaël Dierickx

2 2 Agenda  BREEAM  Case: Hoofdkwartier Grontmij, Mechelen

3 3 Agenda  BREEAM  Inleiding  BREEAM schemes  Score-systeem  Plan van aanpak  Case: Hoofdkwartier Grontmij, Mechelen

4 4 Inleiding  Definitie  Building Research Establishment’s Environmental Assessment Method  Instrument om duurzaamheid meetbaar te maken  Wereldwijd beschikbaar én vergelijkbaar  gebouwen gecertificeerd  gebouwen geregistreerd  Gebaseerd op Europese wetgeving en normen  Aanpasbaar per land

5 5 Inleiding

6 6  Doelstellingen  Beperken van impact gebouwen op omgeving  Geloofwaardig label, i.o.m. hun ecologische impact  Vraag naar duurzame gebouwen stimuleren  Criteria vastleggen die wetgeving overstijgen  Bewustmaking van/uitdaging voor gebouweigenaars, -gebruikers, ontwerpers en aannemers

7 7 Inleiding  Voordelen voor gebouweigenaar  Waarde van gebouw neemt toe (tot 7,5%)  Vlottere verkoop of verhuur (tot 3,5%)  Vermindering van operationele kosten: onderhoud, … (tot 9,5%)  Commerciële meerwaarde

8 8 Inleiding  Voordelen voor gebouwgebruikers  Verbetering van werkomstandigheden  Toename productiviteit  Kantoren: 2 tot 4% (16%)  Retail: stijging verkoop per m²  Scholen: 10 tot 15% betere resultaten  Vermindering van operationele kosten: energie, …  Commerciële meerwaarde  Bewustmaking

9 9 BREEAM schemes  UK  Nederland  Noorwegen  Spanje  Zweden  International

10 10 BREEAM schemes  International  BREEAM Europe Commercial (nieuwbouw en zware renovaties)  Kantoren  Retail  Industrie  BREEAM International Bespoke (nieuwbouw en zware renovaties)  BREEAM Communities  BREEAM In-Use (bestaande gebouwen)

11 11 BREEAM schemes  International: verantwoordelijkheden (!)  BREEAM New Build  Assessor: Grontmij  Auditor: BRE  BREEAM In-Use  Assessor: opdrachtgever  Auditor: Grontmij

12 12 Score-systeem  Prestatiecriteria - credits  Management (12%)  Comfort en gezondheid (15%)  Energie (19%)  Transport (8%)  Water (6%)  Materiaalgebruik (12,5%)  Afval (7,5%)  Ecologie (10%)  Vervuiling (10%)

13 13 Score-systeem  Globale score  Minimum prestatie-eisen  Bonuspunten voor innovatie  Ratings:  <30% UNCLASSIFIED  >30%PASS  >45%GOOD  >55%VERY GOOD  >70%EXCELLENT  >85%OUTSTANDING

14 14 Score-systeem

15 15 Score-systeem

16 16 Plan van aanpak  BREEAM-assessor  Pre-assessment (voorontwerp)  Vereenvoudigde beoordeling  Niet verplicht, wel aanbevolen  Assessment na definitief ontwerp  Volledige beoordeling van ontwerp, incl. bewijsvoering  Interim certificaat  Assessment as-built  Controle van score na DO, incl. bewijsvoering  Finaal certificaat

17 17 Plan van aanpak  Mogelijk extra studiewerk en bewijsvoering  Architectuur  Stabiliteit  Technieken  Omgevingsaanleg  Aannemers  In functie van de beoogde score !  Geen bewijs = geen credit !

18 18 Agenda  BREEAM  Case: Hoofdkwartier Grontmij, Mechelen  Context  Wat is ‘duurzaamheid’?  Sociale aspecten  Economische aspecten  Ecologische aspecten  BREEAM-assessment  BREEAM: lessons learned

19 19 Context  Omzet € 800 miljoen (2009)  Flexibele, dynamische netwerk- organisatie  Genoteerd op de Effectenbeurs Euronext Amsterdam  Jaarlijks projecten  Grontmij - ons profiel  Opgericht in 1915  Advies & engineering  Multidisciplinair  Vooraanstaande Europese speler  Meer dan professionals  Actief in duurzame planning & design, infrastructuur & mobiliteit en water, energie & industrie

20 20 Context  Essentiële criteria bij locatiekeuze:  Verhuurbare oppervlakte  Mobiliteit/bereikbaarheid  Openbaar vervoer (bus/trein)  Parkeergelegenheid  Zichtbaarheid/uitstraling  Toegankelijkheid  Uitbreidbaarheid  AAA locatie

21 21 Context  Essentiële criteria bij locatiekeuze:  Duurzaamheid:  ‘respecting the future’  bedrijfsimago  investeren in know-how  economisch optimum

22 22 Context  Vruchtbare samenwerking tussen studiebureau Grontmij en projectontwikkelaar ViRiX  Multidisciplinair proces: uiteenlopende ontwerpcriteria  Geïntegreerd ontwerp: tijdens alle projectfasen

23 23 Wat is ‘duurzaamheid’?  Streven naar een optimum tussen:  Sociale aspecten  Economische aspecten  Ecologische aspecten

24 24 Sociale aspecten – (1) bereikbaarheid  Motivatie: besparing in tijd én CO 2 -uitstoot nieuwe locatie HQ Mechelen

25 25 Sociale aspecten – (2) comfort  Esthetisch comfort - uitstraling  Thermisch comfort  Luchtkwaliteit  Lichtkwaliteit  Akoestisch comfort

26 26 Sociale aspecten – (2.1) esthetisch comfort

27 27 Sociale aspecten – (2.1) esthetisch comfort

28 28 Sociale aspecten – (2.1) esthetisch comfort

29 29 Sociale aspecten – (2.2) thermisch comfort  Warmte- en koudeafgifte: betonkernactivering  Watervoerende leidingen in draagvloer

30 30  Warmte- en koudeafgifte: betonkernactivering  Lage-temperatuur-verwarming en hoge-temperatuur- koeling Sociale aspecten – (2.2) thermisch comfort

31 31  Warmte- en koudeafgifte: betonkernactivering  Lage-temperatuur-verwarming en hoge-temperatuur- koeling  Dankzij thermische inertie pieken en dalen in warmte- en koelbehoefte opvangen  Energie-overdracht via straling = erg comfortabel  Opgepast voor gesloten verlaagde plafonds! Sociale aspecten – (2.2) thermisch comfort

32 32 Sociale aspecten – (2.3) luchtkwaliteit  Hygiënische ventilatie - debiet aan verse lucht  EPB-wetgeving: 22 m³/h.pers (IDA 3)  ARAB: 30 m³/h.pers (IDA 3)  Kantoor M: 72 m³/h.pers (kantoren, IDA 1) 50 m³/h.pers (vergaderzalen, IDA 2)

33 33 Sociale aspecten – (2.4) lichtkwaliteit  Daglichttoetreding  Daglichtfactor = 3,2 - 3,4 %  A glas /A vloer = 17,5 %

34 34 Sociale aspecten – (2.4) lichtkwaliteit  Daglichttoetreding  Daglichtfactor = 3,2 - 3,4 %  A glas /A vloer = 17,5 %  Verlichtingssterkte LocatieNorm (lux)Kantoor M (lux) Kantoor Vergaderzaal Refter Sanitair

35 35 Sociale aspecten – (2.5) akoestisch comfort  Geluid = lucht-, contact- en installatiegeluid  Geluidabsorptie intern vnl. via:  Baffles en akoestische plafonds  Absorptie op de centrale kern en op de kopse wanden  Tapijt op de vloer  Geluidisolatie extern vnl. via:  Beglazing gevel (ongelijke glasbladdiktes)

36 36 Sociale aspecten – (2.5) akoestisch comfort

37 37 Economische aspecten  Bouwkosten  Besparing ten gevolge van behoud bestaande structuur aanwenden voor duurzame ingrepen  Besparingspotentieel energieverbruik  Kantoor Zaventem (2008) = 22,9 €/m² bouwjaar = 1991  Kantoor Groot-Bijgaarden (2008) = 15,7 €/m² bouwjaar = 2003  Kantoor M (geraamd) = 9,2 €/m²

38 38 Economische aspecten  Premies, subsidies en fiscale optimalisatie  Vermindering onroerende voorheffing energiezuinige gebouwen  E-peil ten hoogste E70: 20%  E-peil ten hoogste E40: 40%  Gedurende 10 jaar!

39 39 Economische aspecten  Premies, subsidies en fiscale optimalisatie  Vermindering onroerende voorheffing energiezuinige gebouwen  Ventilatie met warmteterugwinning: €  Koudewarmteopslagsysteem: €  Snelheidsregelaars: ca €  Hoogrendementsmotoren: ca. 350 €  New-lighting: ca €

40 40 Ecologische aspecten – (1) renovatie  Hergebruik bestaande structuur

41 41 Ecologische aspecten – (1) renovatie  Hergebruik bestaande structuur

42 42 Ecologische aspecten – (1) renovatie  Hergebruik bestaande structuur  Studie uitgevoerd door WTCB:  besparing van m³ gewapend beton en 16,5 ton constructiestaal  besparing van maar liefst ton CO 2  equivalent aan energieverbruik voor verwarming gedurende 50 jaar

43 43 Ecologische aspecten – (1) renovatie  Hergebruik bestaande structuur

44 44 Ecologische aspecten – (2) energie  K-peil  Koudebrugarme detaillering  E-peil

45 45 Ecologische aspecten – (2.1) K-peil  Peil van warmte-isolatie: maat voor de warmte- verliezen doorheen de gebouwschil  EPB-wetgeving: max. K45 Kantoor M: K17

46 46 Ecologische aspecten – (2.1) K-peil  Peil van warmte-isolatie: maat voor de warmte- verliezen doorheen de gebouwschil  EPB-wetgeving: max. K45 Kantoor M: K17  Bouwdelen:  Vloer = 10cm in-situ gespoten PUR  Muur = 9 tot 27cm resolschuim  Hoogrendementsglas met houten raamprofielen  Plat dak = 18cm PUR

47 47 Ecologische aspecten – (2.1) K-peil

48 48 Ecologische aspecten – (2.1) K-peil

49 49 Ecologische aspecten – (2.2) detaillering  Koudebrug = extra (ongeoorloofd) warmteverlies, met risico op condensatie en schimmelvorming  Dakrand

50 50  Vloeraansluiting Ecologische aspecten – (2.2) detaillering

51 51 Ecologische aspecten – (2.3) E-peil  Peil van primair energieverbruik: maat voor het energieverbruik van een gebouw  EPB-wetgeving: max. E100 Kantoor M:E33, excl. PV-panelen E0, incl. PV-panelen

52 52 Ecologische aspecten – (2.3) E-peil  Peil van primair energieverbruik: maat voor het energieverbruik van een gebouw  EPB-wetgeving: max. E100 Kantoor M:E33, excl. PV-panelen E0, incl. PV-panelen  Luchtdichtheid  Lage-energiegebouw: max. 1,5 h -1  Passiefgebouw: max. 0,6 h -1  Kantoor M: 0,99 h -1

53 53 Ecologische aspecten – (2.3) E-peil  Luchtdichtheid

54 54 Ecologische aspecten – (2.3) E-peil  Peil van primair energieverbruik: maat voor het energieverbruik van een gebouw  EPB-wetgeving: max. E100 Kantoor M:E33, excl. PV-panelen E0, incl. PV-panelen  Luchtdichtheid  Zonwerend glas of automatisch regelbare zonwering op ZO-, Z-, ZW- en W-gevels

55 55 Ecologische aspecten – (2.3) E-peil

56 56 Ecologische aspecten – (2.3) E-peil

57 57 Ecologische aspecten – (2.3) E-peil  Verwarming en koeling: warmtepomp met BEO-veld

58 58 Ecologische aspecten – (2.3) E-peil  Verwarming en koeling: warmtepomp met BEO-veld

59 59 Ecologische aspecten – (2.3) E-peil  Mechanische balansventilatie:  WTW door warmtewiel (76%)  Frequentiegestuurde ventilatoren, aangestuurd door CO 2 -detectie

60 60 Ecologische aspecten – (2.3) E-peil  Verlichting:  Energie-efficiënte armaturen: P < 10 W/m² (kantoren)  LED-verlichting in inkomhal en buiten  Aanwezigheidsdetectie  Daglichtregeling

61 61 Ecologische aspecten – (3) water  Herbruik regenwater  Toilet, urinoir  Onderhoud

62 62 Ecologische aspecten – (3) water  Waterbesparende toestellen  Automatische spoeling van urinoirs  WC’s met dubbele toetsbediening  Spaardouchekoppen  Geen onnodige warmwatertappunten

63 63 Ecologische aspecten – (4) materiaalgebruik  Vergelijkende studie van geveloplossingen door WTCB

64 64 BREEAM-assessment  Management

65 65 BREEAM-assessment  Energie

66 66 BREEAM-assessment  Water

67 67 BREEAM-assessment  Innovatie

68 68 BREEAM-assessment  Score  Finale score nog niet gekend  Doelstelling is ‘excellent’

69 69 BREEAM: lessons learned  Gemotiveerde bouwheer is essentieel  Zo vroeg mogelijk BREEAM-assessor bij ontwerp betrekken  Duidelijke afspraken maken (wie-wat-hoe-wanneer)  Bouwheer  Architect  Studiebureau  Aannemer

70 70 BREEAM: lessons learned  Niet steeds noodzakelijk om ingreep door te voeren, soms volstaat haalbaarheidsstudie voor credit  Meerkosten, functie van beoogde score  Studiekost  BRE-fees  BREEAM-assessor  Bijkomend studiewerk  Bouwkost  Administratie en bewijsvoering niet onderschatten

71 71 Bedankt voor jullie aandacht !  Contactgegevens Michaël Dierickx 015/  Meer informatie


Download ppt "1 BREEAM Hoe duurzaamheid van een gebouw meetbaar maken ? Trilogie aan zee Oostende, 2 september 2011 ir. Michaël Dierickx."

Verwante presentaties


Ads door Google