De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Mondeling Nederlands Cursus 3 – Module 1 Dag 1 de les de lessen de juf geeft rekenles aan de kinderen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Mondeling Nederlands Cursus 3 – Module 1 Dag 1 de les de lessen de juf geeft rekenles aan de kinderen."— Transcript van de presentatie:

1

2 Mondeling Nederlands Cursus 3 – Module 1 Dag 1

3 de les de lessen de juf geeft rekenles aan de kinderen.

4 de pestkop de pestkoppen De pestkoppen zijn de jongen gemeen aan het plagen.

5 pesten De jongen wordt altijd gepest op school.

6 de regel de regels Jan steekt zijn vinger op en vraagt: “Juf, mag ik naar de wc?” (de vinger opsteken)

7 de som de sommen 5+3=8 is geen moeilijke som.

8 de sproet de sproeten Dit kindje heeft sproeten op haar gezicht.

9 de taal de talen Spreek jij de Engelse taal ook al?

10 de vlecht de vlechten Het meisje heeft een lange vlecht in het haar.

11 op de lip bijten Je moet niet zo op je lip bijten.

12 opzoeken De jongen gaat in het boek opzoeken waar Europa ligt.

13 proberen probeer het maar eens Probeer eerst de som maar zelf te maken. Als het te moeilijk is kom ik je helpen.

14 vroeger Vroeger moesten de kinderen in de banken blijven zitten. Nu mogen de kinderen fijn spelen in de klas. vroeger nu nu

15 waarom De banaan groeit naar de zon toe omdat hij licht moet hebben om te groeien. Daarom groeit hij krom. omdat/daarom Waarom is een banaan krom?

16 Waarom moet je fruit eten? Omdat fruit eten gezond is. Daarom moet je fruit eten.

17 wat doe jij Nee, ik zal nooit in mijn neus peuteren! nooit

18 wat doe jij Ik kook altijd, iedere dag zelf mijn eten. altijd

19 ik ga Ik ga meestal alleen naar de winkel. meestal …

20 kom eens “Meisje,”zegt de agent” kom jij eens hierheen. Kom eens naar mij toe.” hierheen

21 wat is Het is verkeerd om hard door de straat te rijden. verkeerd

22 Als kinderen iemand pesten kan ik daar heel boos om worden.

23 enkelvoud meervoud de lesde lessen de pestkopde pestkoppen de somde sommen de sproetde sproeten de vlechtde vlechten de regelde regels

24 de blok de blokken Het is leuk om van de blokken een kasteel te bouwen.

25 de cirkel de cirkels De muis staat in het midden van de cirkel. het rondje de rondjes

26 de driehoek de driehoeken De muis staat onder de driehoek.

27 de rechthoek de rechthoeken De muis staat bovenop de rechthoek.

28 het vierkant de vierkanten De muis staat naast het vierkant.

29 het kladblaadje de kladblaadjes Het meisje heeft de som uit gerekend op haar kladblaadje.

30 de liniaal de linialen De juf gaat met de liniaal het vierkant meten.

31 de vorm de vormen Deze vorm draait alle kanten op.

32 ergens bij kunnen Het kindje kan net niet de kastdeur open maken.

33 rond De ronde bal rolt over het gras.

34 enkelvoud meervoud het blokde blokken de driehoekde driehoeken de liniaalde linialen de rechthoekde rechthoeken het vierkantde vierkanten de vormde vormen de cirkelde cirkels het kladblaadjede kladblaadjes

35 de bus de bussen Er stappen veel mensen in de bus.

36 het druppeltje de druppel de druppels Er valt een druppel uit de kraan.

37 de hondenpoep Bah, ik trap, met mijn schoenen, in de hondenpoep!

38 het loket de loketten De mensen kopen aan het loket een kaartje.

39 de modder Wij hebben met modder gespeeld.

40 in de modder vallen Deze man is in de modder gevallen.

41 de plak de plakken Heb jij ook zin in een plakje cake?

42 de speelwei de speelweiden De kinderen van de Taalvijver spelen altijd op de speelwei.

43 bruin worden Het meisje gaat zonnebaden want ze wil bruin worden.

44 giechelen Asha heeft lol ze moet de hele tijd giechelen.

45 in de lach schieten De meisjes horen een leuk grapje daarom schieten zij in de lach.

46 omkleden Na het zwemmen ga je je weer omkleden.

47 schrikken Papa schrikt van de muis.

48 stinken Als iemand gepoept heeft op de wc dan stinkt het daar.

49 wegschieten Met een boog schiet de man de pijl weg.

50 rechts De grijze auto gaat rechtsaf.

51 links De gele auto gaat linksaf.

52 waar ga jij naar toe? Ik ga naar school.

53 aardig Mijn beste vriendin heet Lisa en ik vind haar een aardig meisje.

54 meervoud de busde bussen het loketde loketten de plakde plakken de speelweide speelweiden de vlechtde vlechten het druppeltjede druppels

55 op zijn hurken zitten De jongens gaan op de hurken zitten.

56 samenwerken De meisjes werken goed samen. Ze helpen elkaar met het dragen van de emmer.

57 omheen Om de top heen van de hoge berg ligt sneeuw.

58 vooraan ervoor het midden erachter achteraan

59

60 hierheen Kom maar hierheen Mickey dan ga ik met je mee.

61 insteken De bij gaat zijn neus in de bloem steken

62 ik snap het niet. Juf, kunt u me helpen

63 de breipen de breipennen Oma gaat met de breipennen een nieuwe trui breien. de breinaald de breinaalden

64 breien Hier is oma een sok aan het breien.

65 de draad de draden (wol) Met een wollen draad kan je een warme das breien.

66 het gereedschap Een timmerman heeft veel gereedschap nodig.

67 de hamer de hamers Met een hamer gaat papa de spijker in de muur timmeren.

68 de handenarbeid Juf Ingrid geeft handenarbeid les.

69 knutselen Op school gaan we iedere donderdagmiddag knutselen.

70 het karton De kartonnen doos is helemaal leeg.

71 kleien Van kleien krijg je vieze handen.

72 de lijm Ik plak, met de lijm, 2 papiertjes aan elkaar.

73 lijmen Deze meneer is hout aan het lijmen.

74 de naald de naalden Ik stop de draad door het oog van de naald. oog van de naald

75 naaien Ik kan met naald en draad naaien.

76 de schaar de scharen Met de schaar ga ik de plaatjes uit knippen.

77 de stapel de stapels Dit is een stapel van verschillende stenen

78 de zaag de zagen De timmerman heeft een zaag nodig om te zagen.

79 zagen De timmerman gaat de plank in 2 stukken zagen.

80 de spijker de spijkers Een spijker in de muur slaan.

81 lenen Mag ik even jouw schaar lenen?

82 taalfuncties iets van iemand vragen (lenen): mag ik …………….. van je lenen?

83 taalfuncties om uitleg vragen juf, ik snap het niet? juf, kunt u me helpen?

84 enkelvoud meervoud de breipende breipennen de breinaaldde breinaalden de naaldde naalden de schaarde scharen de zaagde zagen de hamerde hamers de spijkerde spijkers de stapelde stapels


Download ppt "Mondeling Nederlands Cursus 3 – Module 1 Dag 1 de les de lessen de juf geeft rekenles aan de kinderen."

Verwante presentaties


Ads door Google