De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Metafilosofie Metafilosofie is nadenken over de doelen, de methoden en de fundamentele aanspraken (claims) van de filosofie. Dit nadenken komt tot uiting.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Metafilosofie Metafilosofie is nadenken over de doelen, de methoden en de fundamentele aanspraken (claims) van de filosofie. Dit nadenken komt tot uiting."— Transcript van de presentatie:

1 metafilosofie Metafilosofie is nadenken over de doelen, de methoden en de fundamentele aanspraken (claims) van de filosofie. Dit nadenken komt tot uiting in het stellen en beantwoorden van de volgende vragen:  Onder welke voorwaarden is een aanspraak filosofisch (en onder welke niet)?  Onder welke voorwaarden is een filosofische aanspraak betekenisvol, waar of gerechtvaardigd?

2 probleemgebieden Deze vragen hebben twee probleemgebieden opgeleverd. Het eerste is het probleem van de autonomie van filosofische aanspraken ten opzichte van de wetenschappen (en godsdienst voor wie gelovig is; een actueel probleem met name binnen calvinistische geloofsgemeenschappen).

3 probleemgebieden Het tweede probleemgebied betreft de objectiviteit en relativiteit van filosofische aanspraken, dat wil zeggen of (b) filosofische uitspraken analytisch of synthetisch zijn en of ze a priori of a posteriori zijn. (a) de waarheid of onderbouwing van deze aanspraken dezelfde is als in de wetenschappen of dat daarin vooral linguïstische conventies een rol spelen;

4 probleemgebieden Een andere formulering van het tweede probleemgebied is de vraag of filosofische uitspraken noodzakelijk waar of onwaar zijn of dat ze, zoals in de wetenschappen, contingent (mogelijk, toevallig) zijn. Ik kan niet op alle probleemgebieden ingaan.

5 autonomie Onze tijd wordt sterk bepaald door wetenschappelijke kennis, met name die van de natuurwetenschappen. Het is dan ook een terechte vraag of filosofisch denken nog enige reden van bestaan heeft. Immers: als we naar het verleden kijken kunnen we zien dat wat ooit tot de filosofie werd gerekend, inmiddels een zelfstandige wetenschap is geworden. Een van de laatste grote afsplitsingen betrof de psychologie. Bijvoorbeeld Gerard Heymans ( ), de grondlegger van de psychologie in Nederland, was van 1890 tot 1927 hoogleraar in de wijsbegeerte en de psychologie te Groningen. Beide disciplines werden toen nog opgevat als één kennisgebied.

6 sciëntisme Veel filosofen wijzen het sciëntisme af. Alternatieve kennisbronnen zoals common sense, kunst, godsdienst of intuïtie worden door aanhangers van het sciëntisme als onvoldoende of zinloos van de hand gewezen. Sciëntisme is de opvatting dat alleen de (natuur)wetenschappen waardevolle kennis over de wereld kunnen geven en dat filosofie alleen zinvol is als de wetenschappelijke methode wordt gehanteerd.

7 wereldbeeld Het is de vraag of de huidige filosofie aan deze prestaties kan tippen. De moderne wetenschappen hebben ons wereldbeeld ingrijpend veranderd. We hebben, bijvoorbeeld, pas sinds de jaren ‘20 van de vorige eeuw enig zicht op de grootte van het heelal. Het valt niet te ontkennen dat, waar het gaat om kennis van het heel grote tot het zeer kleine, van het verre en nabije verleden, van de bouw en werking van de hersenen, van de psyche en nog veel meer, de wetenschappen grote prestaties hebben verricht.

8 ideeën De menselijke geest bevat, ik gebruik voor het gemak de oude terminologie van de empiristen, ideeën. Veel ideeën betreffen zaken waarvan we uitgaan dat ze in de externe werkelijkheid bestaan. Dit zijn de objecten van de wetenschappen.

9 immanente ideëen Er zijn echter ook ideeën die we niet in de empirie aantreffen, ideeën zoals ‘vrijheid’ of ‘rechtvaardigheid’. Dit zijn de studieobjecten van de filosofie. Daarmee is niet alles gezegd, want veel van die ideeën hebben een indirecte relatie met die werkelijkheid.

10 “onrecht!” Neem ‘rechtvaardigheid’. We spreken van rechtvaardige of onrechtvaardige handelingen. De aanleiding van dat oordeel ligt in veel gevallen in de empirie. Het is niet mogelijk deze onduidelijkheid op te lossen door middel van empirisch onderzoek. Hier ligt een taak voor de filosofie: het onderzoeken van ideeën. Het is niet op voorhand duidelijk of dit oordeel zelf voortkomt uit een niet- empirisch (a priori) idee of dat het voortkomt uit een abstractie van ervaringen die tot morele emoties hebben geleid (a posteriori).

11 weer die evolutie Dit onderzoek wordt tot op de dag van vandaag veelal opgevat alsof ideeën geen relatie hebben met de werkelijkheid. Ik denk dat dat een misvatting is. De menselijke geest is ontstaan in een proces dat werd bepaald door de omstandigheden in de wereld waarbinnen het proto-menselijke organisme zich heeft ontwikkeld.

12 homo symbolicus Echter: de menselijke geest is zodanig geëvolueerd dat de mens in zekere mate afstand kan nemen van wat waargenomen wordt en wat natuurlijk gegeven is. De mens kan abstraheren en symboliseren. Om concreet te zijn: wij kennen en gebruiken algemene begrippen, zoals ‘paard’, ‘mens’ of ‘stoel’ en kunnen die abstracties door middel van symbolen communiceren. Mensen kunnen ook denken met die algemene begrippen, zodat nog abstractere begrippen ontstaan zoals ‘dier’, ‘leven’, ‘materie’ en ‘bestaan’.

13 het Zijn ? In de filosofie komt het voor dat de relatie tussen denken en de empirie erg groot wordt of zelfs verloren gaat. Ik ben van mening dat dat bezwaarlijk kan zijn. Heeft het denken van Heidegger nog enige relatie met de wereld zoals we aannemen dat die is, of is hier sprake van een spinsel van gedachten, begrippen zonder een empirische basis?

14 thymos ? Heeft een boek als Zorn und Zeit. Politisch- psychologischer Versuch (2006) van Peter Sloterdijk, waarin hij zonder aantoonbare wetenschappelijke onderbouwing allerlei meningen verkondigt over problemen in de wereld van nu, daar een draai aan geeft en er een naam aan verbindt (zijn eigen opvatting van het klassieke begrip thymos), wel een serieus te nemen inhoud?

15 de zin van... ? Als ik wat radicaler mag zijn: in de filosofie worden vragen gesteld die in het licht van de huidige wetenschappelijke kennis zinloos zijn. We kunnen deze humane aangelegenheid echter niet toepassen op het universum of de natuur. Wat is de zin van het verschijnsel dat de maan om de aarde draait? Wat is het doel van het verschijnsel ‘leven’? Het is er, meer niet. Daarentegen is de vraag naar de zin die ik aan mijn leven geef, wel zinvol. De vraag ‘waarom er iets is en niet veeleer niets’ is zo’n vraag. Dat geldt ook voor vragen naar ‘de zin van het leven’ of ‘van het bestaan’.

16 serieus nemen Al met al lijkt het mij zeer nuttig—en ik ben niet de enige die dat vindt—dat filosofen zich iets gelegen laten liggen aan wat de wetenschappen ons kunnen leren. In de bijeenkomst over kenleer en wetenschapsfilosofie heb ik, met Ton Derksen, gezegd dat de wetenschappen ons de beste, dat wil zeggen: de meest betrouwbare, kennis geven. In de eerste bijeenkomst over wijsgerige antropologie hebben we gezien dat deze tak van wijsbegeerte zich liet en laat inspireren door kennis die de wetenschap biologie heeft opgeleverd.

17 Wát is filosofie? Ik heb enkele citaten voor u.

18 ander mens De eerste is van Michael Sandel, in zijn eerste college over Justice: Filosofie leert je op een nieuwe manier kijken naar wat je al weet; vanaf een afstand, vervreemdt ons van het bekende. Dit kan niet ongedaan worden gemaakt. Met andere—mijn—woorden: je wordt een ander mens.

19 iedereen kan het Het volgende citaat is van filosoof Jacques Bos, in het radioprogramma Hoe? Zo! van 11 februari 2013 (door mij opgetekend): Filosofie is: onze aannamen onderzoeken, verhelderen van concepten, ondermijnen van zekerheden. Iedereen kan dat, maar filosofen zijn daarin beter getraind.

20 waar hebben we het over? Het laatste citaat is uitgesproken door (een mij verder onbekende) Karin van der Zwan op 21 September 2012 tijdens een symposium over maatschappelijke betrokkenheid: Waar de filosofie echter volgens mij belangrijker en meer gewenst is, is bij de zaken die aan het daadwerkelijke debat voorafgaan. Waar praten we precies over? Wat zitten er voor vooronderstellingen achter deze discussie? Dit zijn de vragen die de filosofie van oudsher gesteld heeft en moet blijven stellen.

21 ik houd het op... Filosofie is rationeel en kritisch onderzoek naar denkinhouden zoals ideeën, begrippen, meningen, hun funderingen, onderlinge betrekkingen en de argumenten die erop berusten. Maar HOE doe je dat?

22 methoden De volgende uitspraak, die ik op het Internet aantrof, biedt weinig hoop op een antwoord: Im Unterschied zu den anderen Wissenschaften gibt es in der Philosophie keine allgemein anerkannte philosophische Methode. Ook al is wat hier staat waar—er bestaat inderdaad niet één algemeen geaccepteerde methode in de filosofie—er is toch wel wat meer over de filosofische methode te zeggen.

23 logica In de eerste plaats zijn de filosofische disciplines formele en informele logica van toepassing op het filosofisch denken, maar dat geldt ook voor het alledaagse en wetenschappelijke denken. Gezien het studieobject van de filosofie, gedachteninhouden (ideeën, concepten, etc.), vallen empirische methoden in de filosofie buiten de boot. Daaruit volgt dat filosofie alleen gebruik kan maken van denkmethoden, zoals analyseren, definiëren en argumenteren.

24 denkgereedschap In de loop van de eeuwen zijn specifieke filosofische denkmethoden ontwikkeld. Paul Wouters heeft acht van die denkmethoden of benaderingswijzen, beschreven in zijn boekje Denkgereedschap 2.0. Een filosofische onderhoudsbeurt (2010). (Ik neem zijn tekst als uitgangspunt, maar heb deze hier en daar aangepast en aangevuld.) Hij noemt die methoden het ‘denkgereedschap’ van de filosoof.

25 wezensdenken Door na te denken kunnen we de kern of het wezen van iets zoeken, met name door het niet-wezenlijke te elimineren. De belangrijkste filosofen die zich van deze methode hebben bediend waren Plato en Aristoteles. Raphael De school van Athene ca detail Dit zoeken wordt gericht op argumenten en begrippen met behulp waarvan we over de wereld denken en waarmee we de wereld beschrijven. Het object, het onderwerp, staat in deze benadering voorop.

26 transcendentale methode Dit gereedschap staat voor het besef dat de mens zijn eigen maten en vormen oplegt aan de dingen. Daarom is het belangrijk te onderzoeken welke ordening dat is. Hier ligt de nadruk op het subject: de mens als auteur van de wereld. Deze methode werd toegepast door Immanuel Kant. De mens neemt de werkelijkheid niet waar zoals die is, maar legt zijn ordening eraan op.

27 dialectiek De dialectische methode is in feite die van het gesprek of de discussie. Een gesprekspartner poneert een mening en een andere stelt daar een mening tegenover. Als de discussie vruchtbaar is, leidt die tot een nieuwe, betere mening waarin zich beide gesprekspartners kunnen vinden. Georg Wilhelm Friedrich Hegel heeft deze methode toegepast. In deze methode staan zowel het subject als het object centraal.

28 fenomenologie Deze methode bestaat uit het onderzoeken van de onmiddellijke ervaringen in het bewustzijn en van het beschrijven van wat daar wordt aangetroffen: de fenomenen. Deze methode is uitgewerkt door Edmund Husserl. Deze methode leent zich vooral voor de filosofie van de geest (met name de bewustzijnsfilosofie).

29 analytische filosofie De analytische filosofie in de strikte betekenis houdt zich bezig met intentionele relaties, die worden teruggebracht tot taalhandelingen. Ludwig Wittgenstein is verbonden met deze stroming. Geven we aan ‘analyse’ een meer algemene betekenis, dan verwijst dit woord naar het ontleden van begrippen in enkele meer eenvoudige begrippen, waardoor het samengestelde begrip wordt uitgelegd

30 hermeneutiek Hermeneutiek is de leer van het begrijpen van teksten; als methode komt hermeneutiek neer op het interpreteren van teksten. Dit gebeurt door het veld van betekenissen waarbinnen de tekst zich bevindt, bloot te leggen. In de loop van de twintigste eeuw werden allerlei andere cultuurverschijnselen object van hermeneutische interpretaties. De grote man van deze methode was de Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer.

31 deconstructie Deconstructie is in de eerste plaats een heel opmerkzame manier van lezen die bepaalde aannames over tekst en taal kritisch onder de loep neemt. Jacques Derrida was de bekendste deconstructivist. Deze methode gaat ervan uit dat betekenis niet te vangen is en niet gereduceerd kan worden tot een enkel model. Teksten (en in het bijzonder literaire) zijn niet te herleiden tot een enkele betekenis, maar zorgen altijd weer voor nieuwe betekenissen.

32 pragmatisme Richard Rorty was een spraakmakend pragmatist. Het pragmatisme legt de nadruk op het verbinden van de praktijk met de theorie. Begrippen en theorieën zijn instrumenten om levensomstandigheden te verbeteren. In de kenleer leidt deze opvattingen ertoe dat de waarheid van een theorie of een wet daarin bestaat dat de theorie of de wet bevestigd wordt in de praktijk. Simplistisch uitgedrukt: wat werkt is waar en—in de ethiek—wat werkt is goed.

33 welke ontbreekt? Ik mis Descartes’ radicale twijfel, die leidde tot de beroemde zin cogito ergo sum, Je pense, donc je suis, ‘ik denk, dus ik besta’ (twijfelen = denken). Het is inmiddels duidelijk dat het zoeken naar een onbetwijfelbaar fundament berust op een illusie, maar de twijfel is een onmisbaar ingrediënt van het filosofisch denken, in de vorm van ‘kritiek’. René Descartes

34 gemeenschappelijk? Zouden deze denkmethoden geen gemeenschappelijke eigenschappen hebben? Ik denk dat rationaliteit en kritiek die eigenschappen zijn.

35 rationaliteit Een van de eigenschappen van alle filosofische methoden is de rationaliteit van het denkproces en de conclusies die daaruit volgen; dit is—hebben we gezien in de bijeenkomst over wetenschapsfilosofie—ook een eigenschap van wetenschappelijke methoden. We kunnen ratio of rede opvatten als een mentaal vermogen; we kunnen ook kijken hoe dit vermogen in de praktijk werkt. Dan blijkt dat rationaliteit betekent dat ieder mentaal ‘normaal’ functionerend mens een redenering moet kunnen volgen en deze zo nodig met even rationele argumenten moet onderschrijven of bestrijden.

36 overtuigend Niemand kan echter het bestaan van de predestinatie op vergelijkbare rationele gronden aantonen, accepteren of afwijzen. Dit is een geloofszaak: je neemt iets aan, zonder dat er voor anderen overtuigende redenen bestaan hetzelfde aan te nemen. (Vandaar dat in godsdienstzaken zo vaak dwang wordt gebruikt.) Hierover is heel veel te zeggen. Ik volsta met een voorbeeld. Iedereen kan het resultaat van het meten van de afstand tussen de Aarde en de planeet Mars op een bepaald moment op goede gronden accepteren of afwijzen. Het is dan nodig de meetmethode te kennen, de werkwijze van de onderzoekers na te gaan en te bekijken hoe hun conclusies tot stand zijn gekomen.

37 kritiek Dit gebeurt in de wetenschappen niet; bijvoorbeeld: wat wetenschappelijkheid is, staat in de wetenschappelijke praktijk niet ter discussie (als dat wel gebeurt is er sprake van wetenschapsfilosofie en niet van wetenschap). Er is nog een ander kenmerk van filosofisch denken, namelijk ‘kritiek’ (in de betekenis van Kants drie Kritieken). Kritiek is fundamenteel denken over alle aspecten van een object van onderzoek, die allemaal ter discussie (kunnen) worden gesteld, met name de impliciete en expliciete vooronderstellingen, ook en met name die van de onderzoeker.

38 filosofie is kritisch en rationeel denken over denkinhouden.

39 cliffhanger Het boven kort behandelde denkgereedschap komt voort uit de geschiedenis van de filosofie. Dit is een soort cliffhanger, want volgend jaar ga ik een aantal prominente filosofen uit het verleden en hun opvattingen bespreken. We zijn aan het eind gekomen van deze serie colleges.

40 Tot volgend jaar?


Download ppt "Metafilosofie Metafilosofie is nadenken over de doelen, de methoden en de fundamentele aanspraken (claims) van de filosofie. Dit nadenken komt tot uiting."

Verwante presentaties


Ads door Google