De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wie ben ik en zo ja hoeveel? College 1. Probleemstelling  Twijfel aan de rationaliteit? (Darwin, Marx, Freud)  Twijfel aan de vrije wil?Libet, Damasio)

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wie ben ik en zo ja hoeveel? College 1. Probleemstelling  Twijfel aan de rationaliteit? (Darwin, Marx, Freud)  Twijfel aan de vrije wil?Libet, Damasio)"— Transcript van de presentatie:

1 Wie ben ik en zo ja hoeveel? College 1

2 Probleemstelling  Twijfel aan de rationaliteit? (Darwin, Marx, Freud)  Twijfel aan de vrije wil?Libet, Damasio)  Twijfel aan status van mens? ( De Waal)

3 Terugkerende tegenstellingen  Materialisme - Idealisme  Empirisme – Rationalisme

4  Materialisme en empirisme vinden elkaar in gedachte dat er niets buiten de materie bestaat en dat deze wereld zintuiglijk waarneembaar is (operationaliseerbaar)

5  Rationalisme en idealisme vinden elkaar vaak in de gedachte dat er een richting of een intentie in de loop van de geschiedenis is die vooruitgang biedt of een doel meegeeft

6 Het is niet eenduidig term verlichting  Geloof in de rede =rationalisme (Kant)  Gedachte aan doel en zin in geschiedenis richting redelijker mens= idealisme (encyclopedisten)  Alles is te verklaren uit materie zelf= materialisme (Lamettrie)  Alles komt voort uit zintuigelijke waarneming (Locke, Hume)

7 Kant ( ) vier vragen;  Wat kan ik weten?  Wat moet ik doen?  Wat mag ik hopen?  Wat is de mens?  Prechts invulling op blz 14-15

8 Wat kan ik weten?  Nieuwe vraag die niet gaat over objectiviteit en waarheid maar over grenzen van kennis.  Hoe functioneert mijn brein (nu i.p.v. zintuigen gezien als belangrijkste deel van het kenvermogen)

9 Hst 3 Madrid –Cajal  Cajal kreeg de basisstructuur in beeld. Kartografie van hersenen werd mode.  Pas later zicht op interactie

10 Opbouw hersenen  Hersenstam  autonome processen en ontvanger zintuiglijke indrukken  Tussen hersenen  afweger van indrukken wat gaat er door en met welke prioriteit  Kleine hersenen  beweging,onbewuste cognitie  Grote hersenen  4 kwabben met hun eigen specifieke werking, maar altijd interactie

11 Subject-object verhouding  Tot nu toe dacht men kennis te kunnen vergaren door een object te bekijken.  De rol van het subject zelf daarin staat ter discussie.  Nu bestuderen wij onze hersenen met onze hersenen  dat levert problemen op ( citaat zaterdag 19 juni “de hersenen zijn bedoeld om anderen te begrijpen niet onszelf”)

12 Hst 4 Ulm Descartes  Descartes wil heldere en duidelijke kennis. Op wiskunde gebaseerd. Dus waarneming is aanleiding, maar verstand is de bron van de kennis.  Relatie lichaam (res extensa) en geest (res cogitans) is tot op de dag van vandaag problematisch. Descartes ziet het als onsterfelijke ziel in sterfelijk lichaam. Contact via pijnappelklier)

13 Waaraan twijfelde Descartes niet?  Descartes twijfelde niet aan onsterfelijke ziel die blijft bestaat ook al is er geen lichaam  Twijfelde niet aan God (volgt godsbewijs van Anselmus) en zijn intentie ons goede gedachten te geven  Twijfelde niet aan taal  Twijfelt niet over het ‘zijn’

14 Onderzoeksmethode naar mijn ‘zijn’ (blz 51/52)  Beginnen bij denken  twijfelen  subjectieve en rationele kennis  Beginnen bij waargenomen objecten  natuurwetenschappelijk onderzoek in brein  objectieve empirische kennis  Maar is er obejctiviteit die tot waarheid leidt? Kennis over onszelf met ons brein is geladen door menselijke soort en haar evolutionaire behoeften

15 Er zijn gedachten  Wie denkt daar in mijn hoofd?  Descartes maakt de stap te snel naar ‘ik’ denk  Volgende week kritiek op het idee van het ik (Mach) de problemen die ontstaan doordat wij niet anders kunnen denken over onszelf dan in taal(Wittgenstein)


Download ppt "Wie ben ik en zo ja hoeveel? College 1. Probleemstelling  Twijfel aan de rationaliteit? (Darwin, Marx, Freud)  Twijfel aan de vrije wil?Libet, Damasio)"

Verwante presentaties


Ads door Google