De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Electrische stroom 1. Stroomrichting 2.De wet van Ohm. 3.Weerstand van een draad 4.Serieschakeling. 5.Parallelschakeling. 6.Gemengde schakeling. 7.Energie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Electrische stroom 1. Stroomrichting 2.De wet van Ohm. 3.Weerstand van een draad 4.Serieschakeling. 5.Parallelschakeling. 6.Gemengde schakeling. 7.Energie."— Transcript van de presentatie:

1 Electrische stroom 1. Stroomrichting 2.De wet van Ohm. 3.Weerstand van een draad 4.Serieschakeling. 5.Parallelschakeling. 6.Gemengde schakeling. 7.Energie en vermogen. 8.Huisinstallatie

2 De vrije electronen zitten al overal in een metalen draad De vrije electronen zitten al overal in een metalen draad Een spanningsbron pompt deze vrije electronen rond.Een spanningsbron pompt deze vrije electronen rond.

3 + - naar de – pool van de spanningsbron. naar de – pool van de spanningsbron. als achter de weerstand. als achter de weerstand. + pool... even groot.. De stroom I loopt van de De stroom I loopt van de I is voor de weerstand.. I is voor de weerstand.. 1. De stroomrichting De vrije electronen wordenDe vrije electronen worden van de – pool naar de + pool gepompt. van de – pool naar de + pool gepompt. I e

4 Als de schakelaar wordt geopend... Staan METEEN alle elektronen stil De stroomkring nn de lamp gaat uit.

5 U = I.R U = I.R U = spanning in U = spanning in I is de stroomsterkte in I is de stroomsterkte in R is de weerstand in R is de weerstand in Volt (V) Ampère (A) Ohm (  ) 3. De wet van Ohm

6 R hangt af van: De lengte L (in m)De lengte L (in m) De doorsnede A (in mm 2 )De doorsnede A (in mm 2 ) De soortelijke weerstand  (in  mm 2 )De soortelijke weerstand  (in  mm 2 /m) 4. De weerstand R van een draad L A Binas Het verband tussen R en L is.. evenredig Het verband tussen R en A is.. omgekeerd evenredig Als L twee maal groter wordt, wordt R ook twee maal groter! wordt R ook twee maal groter! Als A twee maal groter wordt, wordt R twee maal kleiner! wordt R twee maal kleiner!

7 1. De stroom... Hoofdstroom I bron = I 1 = I 2. Hoofdstroom I bron = I 1 = I De bronspanning... U bron = U 1 + U 2 U bron = U 1 + U 2 3. De vervangingsweerstand R v... R v = R 1 + R 2 R v = R 1 + R 2 Bij serieschakeling geldt: Bij serieschakeling geldt: is overal hetzelfde. wordt verdeeld. + -

8 + - U b = 12 V R 1 = 40  R 2 = 80  Voorbeeld 1: serieschakeling. Voorbeeld 1: serieschakeling. 1a. Bereken de hoofdstroom 1a. Bereken de hoofdstroom 1b. Bereken U 1 en U 2. 1b. Bereken U 1 en U 2.

9 Rv = R1 + R2 = = = = + - U b = 12 V R 1 = 40  R 2 = 80  R v = 120  = 120  Vervang eerst beide weerstanden... Vervang eerst beide weerstanden...

10 Ub = I. Rv  U b = 12 V U b = 12 V + - R v = 120  Weer terug naar de beginschakeling... I = 0,10 A I = 0,10 A12 = I. 120  De hoofdstroom berekenen... De hoofdstroom berekenen...

11 4,0 V de wet van ohm toe. de wet van ohm toe. + - U b = 12 V R 1 = 40  R 2 = 80  I = 0,10 A U 2 = I. R 2 = U 2 = I. R 2 = U 1 = I. R 1 = U 1 = I. R 1 = 0, = 8,0 V 0, = Op elke weerstand passen we nu... Op elke weerstand passen we nu...

12 Ub = U1 + U U b = 12 V R 1 = 40  R 2 = 80  De hoofdstroom Ib = I1 = I2 = 0,10 A 0,10 A 4,0 V 8,0 V 12 V = 4,0 V + 8,0 V De resultaten staan in de schakeling... De resultaten staan in de schakeling...

13 U b = 15 V + - Voorbeeld 2: serieschakeling. Voorbeeld 2: serieschakeling. Je wilt een 6,0 V; 0,50 A fietslampje... aansluiten op een spanning van 15 V.

14 Bereken de vereiste serieweerstand. Bereken de vereiste serieweerstand. Van R 1 kennen we twee gegevens: Van R 1 kennen we twee gegevens: I1 = 0,50 A en.. U b = 15 V + - U1 = 15 – 6,0 = 9,0 V 6,0 V; 0,50 A R1R1R1R1 9,0 V 0,50 A

15 Bereken de vereiste serieweerstand. Bereken de vereiste serieweerstand. Van R 1 kennen we twee gegevens: Van R 1 kennen we twee gegevens: I1 = 0,50 A en.. U b = 15 V + -U1 = 15 – 6,0 = 9,0 V 6,0 V; 0,50 A R1R1R1R1 9,0 V 0,50 A

16 We kunnen nu R 1 berekenen. We kunnen nu R 1 berekenen. R 1 = U 1 /I 1 = R 1 = U 1 /I 1 = 9,0 V 0,50 A 18  9,0/0,50 = V = 18  Nog even UL en I meten... U b = 15 V + - 6,0 V; 0,50 A R1R1R1R1 A

17 1. De spanning over elke weerstand is.. U 1 = U De hoofdstroom wordt.. I = I 1 + I 2 I = I 1 + I 2 3. De vervangingsweerstand R v... Bij parallelschakeling geldt: Bij parallelschakeling geldt:.. hetzelfde... verdeeld.

18 Voorbeeld: Gemengde schakeling. Voorbeeld: Gemengde schakeling. 1. Bereken de hoofdstroom. 2. Bereken de stroom in elke weerstand + - R 1 = 30  R 2 = 60  U b = 12 V R 3 = 40 

19 Eerst R v van de parallelschakeling: Eerst R v van de parallelschakeling: 1/R 1,2 = 1/R 1 + 1/R 2 = 1/R 1,2 = 1/R 1 + 1/R 2 = R 3 = 40  R 2 = 60  R 1 = 30  + - U b = 12 V 1/30 + 1/60 = 0,  R 1,2 = 1/0,050 = R 1,2 = 20 

20 R 3 = 40  R 2 = 60  R 1 = 30  + - U b = 12 V R 1,2 = 20  Nu R v van de serieschakeling: Nu R v van de serieschakeling: R v = R 1,2 + R 3 = R v = R 1,2 + R 3 = = 60  I = 12/60 = 0,20 A U b = I.R v 12 = I. 60 R v = 60  Terug naar de echte schakeling... 0,20 A

21 U 3 = I 3.R 3 = + - R 1 = 30  R 2 = 60  U b = 12 V R 3 = 40  I = 0,20 A 0, = 8,0 V U1 =U1 =U1 =U1 = 12 – 8,0 = 4,0 V 8,0 V 4,0 V I 1 = U 1 /R 1 = 4,0/30 = 0,13 A I 2 = U 2 /R 2 = 4,0/60 = 0,067 A 0,20 A

22 6,0 V fietslampjes op 11,5 V aansluiten:6,0 V fietslampjes op 11,5 V aansluiten: Bereken de serieweerstand R 3 I = I = R 3 = ? 6,0 V; 0,50 A 6,0 V; 0,050 A U b = 11,5 V + - 0,50 + 0,050 = 0,55 A U 3 = U 3 = 11,5 – 6,0 = 5,5 V R 3 = R 3 = U 3 /I = 5,5/0,55 = 10  0,55 A 5,5 V 10 

23 P P is vermogen in I is stroomsterkte in I is stroomsterkte in P = E e /t of E e = P.t P = U.I U U is spanning in Electrische energie E e en vermogen P: P in kW en t in h dan is E e in P in kW en t in h dan is E e in P in W = J/s en t in s dan is E e in P in W = J/s en t in s dan is E e in W = J/s V A kWh J

24 Geg.: Geg.: Bereken de energie en de kosten in € Bereken de energie en de kosten in € Opl.: Opl.: Een kachel van 500 W staat 10 h aan en 1 kWh kost € 0,11. Kosten: Kosten: = 0,500 kW. 10 h = 0,500 kW. 10 h E= 5,0 kWh Energierekening: Energierekening: 5,0. 0,11 = € 0,55 P = 500 W Gevr.: Gevr.: E E e = P.t t = 10 h

25 Einde


Download ppt "Electrische stroom 1. Stroomrichting 2.De wet van Ohm. 3.Weerstand van een draad 4.Serieschakeling. 5.Parallelschakeling. 6.Gemengde schakeling. 7.Energie."

Verwante presentaties


Ads door Google