De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 ribwis1 Toegepaste wiskunde – Differentieren Lesweek 7 Opleiding: Bouwkunde / Civiele techniek Propedeuse, kernprogramma 2e kwartaal IBB.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 ribwis1 Toegepaste wiskunde – Differentieren Lesweek 7 Opleiding: Bouwkunde / Civiele techniek Propedeuse, kernprogramma 2e kwartaal IBB."— Transcript van de presentatie:

1 1 ribwis1 Toegepaste wiskunde – Differentieren Lesweek 7 Opleiding: Bouwkunde / Civiele techniek Propedeuse, kernprogramma 2e kwartaal IBB

2 2 Differentiequotient

3 3 De limiet

4 4 De afgeleide

5 5 Afgeleide en richtingscoefficient P Q y=x 2 y x 1 1 P is met Δx en Δy toegenomen tot Q R x+Δx y+Δy De vergelijking van de hoek van lijn PQ is gelijk aan het differentiecoefficient: Δy/Δx = 2x + Δy dit is dan ook de tan van hoek OPR.

6 6 Afgeleide en richtingscoefficient P Q y=x 2 y x 1 1 x+Δx y+Δy R Vervolgens laten we punt Q tot P naderen, Δx nadert dan nul. Als punt Q in P zijn limiet heeft gevonden (Δx = 0) dan is de hoek van de raaklijn in punt P met coördinaten (1,1) gelijk aan de afgeleide van y = x 2 of wel f ‘ (x) = 2x  2 * 1 = 2 = tan QPR = richtingscoefficient.

7 7 Afgeleide en richtingscoefficient De vergelijking van de raaklijn in punt P is dan: y = ax + b, invullen van de coördinaten van P en de RC geeft dan: 1 = 2 * 1 + b  b = -1 De vergelijking van de raaklijn in P is dan: y = 2x – 1 De afgeleide f’(x) = 2x is dan horizontaal naar rechts getransleerd en daarmee dus een raaklijn in punt P geworden.

8 8 Afgeleide en richtingscoefficient

9 9 De functie van de afgeleide: y = 2x Voor punt (3,9) RC = 2 * 3 = 6 Vergelijking raaklijn: y = ax + b 9 = 6 * 3 – 9  y = 6x - 9

10 10 Afgeleide en richtingscoefficient

11 11 Functieonderzoek met afgeleiden

12 12 Locale extremen en buigpunten Maximum Minimum f’(x)>0f’(x)<0 De functie bezit een extreme waarde op het moment dat de raaklijnen aan de grafiek van de functie horizontaal verlopen. Een extreem zal steeds een maximum of een minimum zijn op een bepaald interval van de functie Een functie f(x) zal voor x = a een locaal extreem hebben, als f’(a) = 0 en f’(x) links en rechts van x = a een verschillend teken hebben

13 13 Locale extremen en buigpunten f’(x) > 0  f is stijgend f’(x) < 0  f is dalend f’(x) = 0  f heeft een horizontale raaklijn in het punt waarvoor geldt x=a De functie zal voor x = a een buigpunt hebben als er geen tekenverwisseling plaats vind. Buigpunt

14 14 Functies en afgeleiden

15 15 Functies en afgeleiden

16 16 Functies en afgeleiden Functie Afgeleide

17 17 Functies en afgeleiden Functie Afgeleide

18 18 Functies en afgeleiden Functie Afgeleide

19 19 Voorbeeld 1 tijd in seconden weg in meters Stel dat onderstaande tabel de afgelegde weg weergeeft van een auto tijdens de eerste 10 seconden na de start. De functie die aan deze tabel ter grondslag ligt zal zijn: f = {(x,y) | y = x^2 en x >=0} Uit de tabel lezen we de gemiddelde snelheden in m/sec af gedurende de eerste 10 seconden. Gedurende de 6e seconde bijvoorbeeld, dus op het interval [5,6] was de gemiddelde snelheid: toename y / toename x = (36 -25) / (6 – 5) = 11 m/s Op interval [5,8] vinden we: toename y / toename x = (64 – 25) / (8 – 5) = 13 m/s

20 20 Voorbeeld 1 Is het aantal seconden onderhevig aan een kleine toename dan zal ook de afgelegde weg y een weinig veranderen. In y = x 2 krijgen we dan: y + ∆y = (x + ∆x) 2 ↔y + ∆y = x 2 + 2x∆x + ∆x 2 ↔ ∆y = x 2 + 2x∆x + ∆x 2 – y ↔ ∆y = x 2 + 2x∆x + ∆x 2 – x 2 ↔ ∆y = 2x∆x + ∆x 2 ↔ ∆y / ∆x = 2x + ∆x Het quotiënt ∆y / ∆x = toename y / toename x, stelt de toename van de gemiddelde snelheid voor. We noemen dit het differentiequotiënt of de gemiddelde toename op het interval [x,x + ∆x].

21 21 Voorbeeld 1 functievoorschrifty=x^2 tijd in secondenx3510 weg in metersy toename in tijddx25 toename in wegdy1675 gemiddelde toename in snelheid opdy/dx = 2x + dx815 interval [x,x + dx] werkelijke snelheidy' = 2x61020 op moment x = a

22 22 Regels voor het differentieren

23 23 Regels voor het differentieren

24 24 Regels voor het differentieren

25 25 Regels voor het differentieren

26 26 Regels voor het differentieren

27 27 Opdracht 1 Bepaal de afgeleide y = 4  y’ = 0 De grafiek verloopt horizontaal. De gemiddelde verandering is dus 0

28 28 Opdracht 2 Bepaal de afgeleide y = 3x  y’= 3 De grafiek is een rechte lijn. De gemiddelde verandering is steeds 3

29 29 Opdracht 3 Bepaal de afgeleide; y = -4 ¾ x  y’ = -4 ¾ De grafiek is een rechte lijn.

30 30 Opdracht 4 Bepaal de afgeleide; y = x 3 De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’ = 3x 2

31 31 Opdracht 5 Bepaal de afgeleide: y = x 2 + 4x De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’ = 2x + 4

32 32 Opdracht 6 Bepaal de afgeleide: y = 1/x 4  y = x -4 De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’ = -4x -5 (regel 2b) of (x 4 * 0 – 1*4x 3 )/(x 4 ) 2 = -4x 3 /x 8  y’= -4x 3 * x -8 = -4x -5 (regel 5)

33 33 Opdracht 7 Bepaal de afgeleide: y = √x 2  y = x 2/3 De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’ = 2/3 x -1/3  2x -1/3 / 3  2 / 3x 1/3  2 / 3√x 3 3

34 34 Opdracht 8 Bepaal de afgeleide: y = 5x 4 De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’ = 5 * 4 * x 3  20x 3

35 35 Opdracht 9 Bepaal de afgeleide: y = - 2 ¼ cos(t) De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’ = - 2 ¼ * - sin(t)  2 ¼ sin(t)

36 36 Opdracht 10 Bepaal de afgeleide: y = t 2 + sin(t) De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’ = 2t + cos(t)

37 37 Opdracht 11 Bepaal de afgeleide: y = 6.25 * √x 3 – x 5 De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’ = 6.25 * 3/5 x -2/5 – 5x 4  y’= (3.75 * x -2/5 / 3) – 5x 4  y’= (3.75 / 3x 2/5 ) – 5x 4  y’= (3.75 / 3√x 2) - 5x 4 5 5

38 38 Opdracht 12 Bepaal de afgeleide: y = x 2 cos(x) De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’= 2xcos(x) + x 2 *-sin(x)  2xcos(x) – x 2 sinx

39 39 Opdracht 13 Bepaal de afgeleide: y = (x 2 + 3)(x-5) De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’= 2x(x-5) + 1(x 2 +3)  y’= 2x 2 – 10x + x  3x 2 – 10x + 3

40 40 Opdracht 15 Bepaal de afgeleide: y = (t 2 + 3) / (t – 5) De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’= (2t(t - 5) – (t 2 + 3) * 1) / (t – 5) 2 y’= 2t 2 – 10t – t / (t – 5) 2 y’= t 2 – 10t - 3 / (t – 5) 2

41 41 Opdracht 17 Bepaal de afgeleide: y = sin(t) / cos(t)  y = tan(t) De gemiddelde verandering is gelijk aan: y’= cos(t)cos(t) – sin(t)(-sin(t)) / cos 2 (t) y’= cos 2 (t) + sin 2 (t) / cos 2 (t)  1 / cos 2 (t)

42 42 Opdracht 18 Bepaal de afgeleide: y = sin(3t + 2) Dit is een samengestelde functie !! Omschrijf deze als: y = sin(u)

43 43 Opdracht 18 - vervolg y = sin(u) y’ = cos(u) u = 3t + 2 u’ = 3 Het produkt van beide afgeleiden: y’ = cos(u) * 3  3cos(3t + 2)

44 44 Opdracht 19 Bepaal de afgeleide: y = (-2s 3 + 5) 10 Dit is een samengestelde functie !! Omschrijf deze als: y = (u) 10

45 45 Opdracht 19 - vervolg u = -2s u’ = -6s 2 y = (u) 10 y’ = 10u 9 Het produkt van beide afgeleiden: y’ = 10u 9 * -6s 2  y’ = -60s 2 * (-2s 3 +5) 9

46 46 Opdracht 20 - vervolg Bepaal het volledig origineel van 0, de extreme waarden en buigpunten van de functie f: f(x) = -x 3 + 3x 2

47 47 Opdracht 20 - uitwerking Volledig orgineel van nul -x 3 + 3x 2 = 0 -x 2 (x – 3) = 0 x = 0 V x = 3 f(0) = 0 f(3) = 0 {0,3}

48 48 Opdracht 20 - uitwerking Locale extremen f ’(x) = -3x 2 + 6x -3x = 0 -3x(x – 2) = 0 x = 0 V x = 2 f(0) = 0 f(2) = 4

49 49 Opdracht 20 - uitwerking Signatuurdiagram f ‘(x) f dalend f stijgend

50 50 Opdracht 20 - uitwerking Tekenoverzicht: -3x(x – 2) = x x f ‘(x) < 0> 0< 0 f daaltstijgtdaalt

51 51 Opdracht 20 - uitwerking tabelxf(x) minimum00 maximum24 nulwaarde00 30 extra punt4 Functie f(x)

52 52 Opdracht 20 - uitwerking

53 53 Opdracht 21 Voor de productielijn moet een bakje gemaakt worden uit een stalen plaat. Deze plaat heeft een oppervlakte van: 20 x 20 cm 2. Hoe hoog moeten nu de opstaande randen van het bakje worden zodat deze een maximum aan inhoud kan bevatten ?

54 54 Opdracht 21 - uitwerking 20

55 55 Opdracht 21 - uitwerking h = x A = (20 – 2x)(20 – 2x)  4x 2 – 80x V = A * h  A * x  4x 3 – 80x x Bepalen van het maximum en minimum V’ = 12x 2 – 160x Toepassing van de ABC-formule -b ± √b 2 – 4ac 2a

56 56 Opdracht 21 - uitwerking x = 10 V x = 3,33 (voorwaarde: x ≤ 10) De f:V(x) heeft een maximum bij x = 3,33 cm De maximuminhoud van het bakje wordt dan: Voor V(3,33) = 592,59 cm 3

57 57 Opdracht 21 - uitwerking V(x) V ‘(x)

58 58 EINDE Docent: M.J.Roos


Download ppt "1 ribwis1 Toegepaste wiskunde – Differentieren Lesweek 7 Opleiding: Bouwkunde / Civiele techniek Propedeuse, kernprogramma 2e kwartaal IBB."

Verwante presentaties


Ads door Google