De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Module ribCTH Construeren van een Tennishal Spantconstructies. Week 14 Studiejaar 2006 - 2007 Studiepunten 3 ECTS Bouwkunde / Civiele techniek.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Module ribCTH Construeren van een Tennishal Spantconstructies. Week 14 Studiejaar 2006 - 2007 Studiepunten 3 ECTS Bouwkunde / Civiele techniek."— Transcript van de presentatie:

1 1 Module ribCTH Construeren van een Tennishal Spantconstructies. Week 14 Studiejaar Studiepunten 3 ECTS Bouwkunde / Civiele techniek

2 2 Knikconstructie 10 kN 3 m 5 m A

3 3 Knikconstructie Som vd momenten tov A = * 5 + MA = 0 MA = 30 kN Som vd verticale krachten = 0 10 – Fv = 0 Fv = 10 kN

4 4 Knikonstructie 10 kN 3 m 5 m A30 kNm CB

5 5 Knikconstructie 10 kN 3 m 5 m A D - LIJN

6 6 Knikconstructie 3 m 5 m A N - LIJN 10 kN

7 7 Knikconstructie 30 kNm 3 m 5 m A M _ LIJN 30 kNm CB

8 8 Knikconstructie 30 kNm 3 m 5 m A M _ LIJN 30 kNm CB

9 9 Knikconstructie Vervorming staven Volgens de gereduceerde momentenvlak E = kN/m2 I = 8,1 * 10^-7 EI van IPE80 = 168,21 Staaf AB Opp. Momentenlijn = 30 * 5 = /EI = 150/168,2 = 0,89 rad

10 10 Knikconstructie Hoekverdraaiing in B: Hoekverdraaiing in A – gereduc. Momentvlak 0 – 0,89 = -0,89 rad Hor.verplaatsing knoop B = hor.verplaatsing C 0,89 * 2,5 = 2,2 m

11 11 Knikconstructie Zakking in C 150/EI * /EI * 1/3*3 = 0,89 * 3 + 0,27 * 2 = 3,2 m Hoekverdraaiing in C 150/EI + 45/EI = 195/EI = 195/168,21=1,16 rad

12 12 Knikconstructie Met Vergeet_mij_nietjes Zakking in C Zakking = F*L^3 / 3EI Zakking = 10*3^3 / 3EI = 0,54 (VMN2) Hoekverdraaiing in B ML/EI = 30*5/EI = 0,89 rad (VMN1) Zakking = 0,89 * 3 = 2,67 Totale zakking in C 2,67 + 0,54 = 3,2 m

13 13 Knikconstructie De maximale zakking in C mag niet meer bedragen dan 0,004L = 12 mm. De berekening met IPE80 voldoet hier dus niet aan (zakking is 3200 mm) We moeten dus een profiel kiezen die deze vervorming wel kan verdragen. 150/EI*3 + 45/EI*2 = 0, /EI = 2.57*10^-6 / I = 0,012 I = * 10^4 mm^4 Uit tabel: IPE400  I = 23130*10^4 mm^4

14 14 Knikconstructie Berekening op sterkte Vloeispanning staal = 235 N/mm2 Weerstandsmoment van IPE400 is: 1160*10^3 mm^3 Materiaalspanning = M/W /1160*10^3 = 25,9 N/mm2 UC = 25,9/235 < 1  Akkoord

15 15 Geknikte constructie met puntlast Gegeven: E = 2,1 * 10 8 kN/m2 σ b = 235 * 10 3 kN/m2 ω max = 0,003 * L Tabel IPE-profielen

16 16 Geknikte constructie met puntlast Gevraagd: De verticale reactiekracht in A De horizontale reactiekrachten in A en B Teken de D-lijn van de geknikte constructie Teken de N-lijn van de geknikte constructie Teken de M-lijn van de geknikte constructie

17 17 Geknikte constructie met puntlast Uitwerking: ∑ Fv =0 -FAv + 2,8 kN = 0 FAv = -2,8 kN ∑ M t.o.v B = 0 -2,8 * 4 + 2,8 * 2 + FAh * 7 = 0 FAh = 0,8 kN ∑ Fh = 0 0,8 + FBh = 0 FBh = -0,8 kN

18

19 19 Geknikte constructie met puntlast FAv = 2,8 kN F’Ah = sin 45 * 2,8 F’Ah = 2 kN F’Av = cos 45 * 2,8 F’Av = 2 kN De ontbinding van de puntlast op staaf 01 is gelijk aan die in punt A maar tegengesteld gericht. FAh = 0,81 kN F’’Ah = cos 45 * 0,81 F’’Ah = 0,57 kN F’’Av = sin 45 * 0,81 F’’Av = 0,57 kN De ontbinding van de horizontale kracht in punt B is gelijk aan die in punt A maar tegengesteld gericht.

20 20 Geknikte constructie met puntlast STAAF 2

21 21 Geknikte constructie met puntlast STAAF 1

22 22 Geknikte constructie met puntlast FCv = -F’Av + F’’AvFCh = F’Ah + F’’Ah FCv = ,57FCh = 2 + 0,57 FCv = - 1,43 kNFCh = 2,57 kN F’Bv = -0,57 kN F’Bh = 0,57 kN

23 23 Geknikte constructie met puntlast E F Momenten staaf 01

24 24 Geknikte constructie met puntlast Uit de gelijkvormigheid van de driehoeken volgt: 2,43 : (2,83 – X) = 1,62 : X 4,06X = 4,61 X = 1,13 m Momenten t.o.v E -2,43 + (1,43 * 1,69) = 0 kNm Momenten t.o.v F -2,43 + (1,43 * 2,83) = 1,617 kNm Het maximum veldmoment is:1,617 kNm

25 25 Geknikte constructie met puntlast

26 26 RAAMWERK 8 m 5 m q = 10 kN/m

27 27 RAAMWERK 8 m 5 m q = 10 kN/m 3EI EI A BC D

28 28 RAAMWERK 8 m 5 m q = 10 kN/m 3EI EI A B C D MBMB MCMC

29 29 RAAMWERK Momenten in B en C oplossen met de VERGEET_MIJ_NIETJES Hoekverdraaiing BA = BC Hoekverdraaiing CD = CB

30 30 RAAMWERK M B h/3EI = -M B L/3(3EI)- qL 3 /24(3EI)-M C L/6(3EI) Vanwege symmetrie zal moment in C even groot zijn als in B M B L/6(3EI) + qL 3 /24(3EI) + M C L/3(3EI)=-M C h/3EI M B 5/3EI=M B 8/9EI – 10*8 3 /72EI – M B 8/18EI

31 31 RAAMWERK M B (30/ /18 + 8/18) = - 640/9 M B = -640/9 * 18/54 = -23,7 kNm M B =M C = - 23,7 kNm Verticale reactiekrachten Momenten werken elkaar tegen. VB = VC = 1/2qL = 40 kN

32 32 RAAMWERK Moment in E -23, * 4 * 0,5 = 56,3 kNm 27,3 kNm 56,3 kNm 40 kN M-LIJN D-LIJN E

33 33 EINDE Docent: M.J.Roos


Download ppt "1 Module ribCTH Construeren van een Tennishal Spantconstructies. Week 14 Studiejaar 2006 - 2007 Studiepunten 3 ECTS Bouwkunde / Civiele techniek."

Verwante presentaties


Ads door Google