De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Elektriciteit 1 Les 9 Gelijkstroomschakelingen. Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen 2-8-2014 - Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 2 1.Elektromotorische.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Elektriciteit 1 Les 9 Gelijkstroomschakelingen. Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen 2-8-2014 - Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 2 1.Elektromotorische."— Transcript van de presentatie:

1 Elektriciteit 1 Les 9 Gelijkstroomschakelingen

2 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 2 1.Elektromotorische kracht (emk) en klemspanning 2.Weerstanden in serie en parallel 3.De wetten van Kirchhoff 4.Spanningsbronnen in serie en parallel; batterijen opladen 5.Schakelingen met weerstanden en condensatoren (RC-schakelingen) 6.Gevaren van elektriciteit 7.(*) Ampèremeters en voltmeters Gelijkstroomschakelingen H o o f d s t u k 26

3 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 3 Gelijkstroomschakelingen H o o f d s t u k 26 SymboolComponent Batterij (EMK) Condensator Weerstand perfecte geleider ( R=0) Schakelaar Aarde of massa Tabel 26.1 Symbolen voor componenten In een schema van een schakeling worden de symbolen uit tabel 26.1 gebruikt.

4 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen Elektromotorische kracht (EMK) en “klemspanning” Er kan maar stroom vloeien in een schakeling als er een bron van elektromotorische kracht aanwezig is.  De spanning tussen de klemmen van zo een bron noemt men de elektromotorische kracht (EMK) of de openklemspanning van de bron.  Het gebruikte symbool is veelal E of V o.  Een “bron van EMK” wordt ook een “perfecte spanningsbron” genoemd omdat de klemspanning niet van de afgeleverde stroom afhangt.

5 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen Elektromotorische kracht (EMK) en “klemspanning”  Een batterij produceert geen constante stroom.  De stroom hangt af van de aangesloten weerstand.  Een batterij produceert wel een nagenoeg constante spanning.  De spanning is niet perfect constant omdat de batterij zelf ook “inwendige” weerstand vertoont. FIGUUR 26.1

6 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen Elektromotorische kracht (EMK) en “klemspanning” Welk verband bestaat er tussen de “klemspanning” V ab en de EMK E van een batterij?  Stel dat de batterij wordt aangesloten op een weerstand R. FIGUUR 26.2 E r R  We passen de wet van Ohm toe op r.  De stroom I vloeit dan conventioneel zoals aangeduid in fig

7 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen Elektromotorische kracht (EMK) en “klemspanning” Welk verband bestaat er tussen de “klemspanning” V ab en de EMK E ?  We tellen de spanningen algebraïsch samen: FIGUUR 26.2 E r R

8 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 8 Voorbeeld 26.1 Batterij met inwendige weerstand 26.1 Elektromotorische kracht (EMK) en “klemspanning” Een weerstand van 65,0  wordt aangesloten op een batterij met een EMK van 12,0 V en een inwendige weerstand van 0,5  (fig. 26.2). Bereken: FIGUUR 26.2 Oplossing (a)de stroom in de schakeling, (b)de klemspanning van de batterij, (c)het vermogen dat in de weerstanden wordt omgezet.

9 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen Weerstanden in serie en parallel Twee of meer weerstanden vormen een serieschakeling indien er dezelfde stroom doorvloeit. Een serieschakeling van weerstanden FIGUUR 26.3

10 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen Weerstanden in serie en parallel De serieschakeling gedraagt zich in haar geheel als een “equivalente” weerstand of een “vervangweerstand”. Een serieschakeling van weerstanden FIGUUR 26.3  De vervangweerstand neemt bij dezelfde aangelegde spanning V dezelfde stroom I op als de serieschakeling.

11 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 11 Een serieschakeling van weerstanden 26.2Weerstanden in serie en parallel Welke waarde neemt de vervangweerstand aan? FIGUUR 26.3 Vervangweerstand

12 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 12 Conceptvoorbeeld Een serieschakeling gedraagt zich als een “spanningsdeler” 26.2Weerstanden in serie en parallel Beschouw twee in serie geschakelde weerstanden R 1 en R 2. (a)Druk de spanning V 1 uit in functie van de totale spanning V en de weerstandswaarden R 1 en R 2. (b)Druk de spanning V 2 uit in functie van de totale spanning V en de weerstandswaarden R 1 en R 2. (c)Bepaal de verhouding V 1 / V 2 uit in functie van de weerstandswaarden R 1 en R 2. Oplossing

13 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen Weerstanden in serie en parallel Twee of meer weerstanden vormen een parallelschakeling indien er dezelfde spanning overstaat. Een parallelschakeling van weerstanden FIGUUR 26.4  Alle weerstanden voelen hier dezelfde bronspanning V.

14 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen Weerstanden in serie en parallel De parallelschakeling gedraagt zich in haar geheel als een “equivalente” weerstand of een “vervangweerstand”. Een parallelschakeling van weerstanden FIGUUR 26.3  De vervangweerstand neemt bij dezelfde aangelegde spanning V dezelfde stroom I op als de parallelschakeling.

15 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 15 Een parallelschakeling van weerstanden 26.2Weerstanden in serie en parallel Welke waarde neemt de vervangweerstand aan? FIGUUR 26.4 Vervangweerstand  In schakeling (a) geldt:  In schakeling (c) geldt:

16 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 16 Conceptvoorbeeld Een parallelschakeling gedraagt zich als een “stroomdeler” 26.2Weerstanden in serie en parallel Beschouw twee in parallel geschakelde weerstanden R 1 en R 2. (a)Bepaal de vervangweerstand R P. (b)Druk de deelstroom I 1 uit in functie van de totale stroom I en de weerstandswaarden R 1 en R 2. (c)Druk de deelstroom I 2 uit in functie van de totale stroom I en de weerstandswaarden R 1 en R 2. (d)Bepaal de verhouding I 1 / I 2 uit in functie van de weerstandswaarden R 1 en R 2. Oplossing

17 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen Weerstanden in serie en parallel Opgave B Je hebt twee weerstanden: één van 10  en één van 15 . Wat is de kleinste en de grootste equivalente weerstand die je met deze twee weerstanden kunt maken? 6  en 25 

18 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 18 Conceptvoorbeeld 26.2 In serie of parallel? 26.2 Weerstanden in serie en parallel De gloeilampen in fig zijn identiek. (a)Welke configuratie levert het meeste licht? (b)Op welke manier denk je dat de koplampen van een auto bekabeld zijn? Laat de verandering van de weerstand van de gloeidraden als gevolg van de stroom buiten beschouwing. FIGUUR 26.6

19 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 19 Conceptvoorbeeld 26.2 Een heldere verrassing 26.2 Weerstanden in serie en parallel Een lamp van 100 W en een lamp van 60 W voor 120 V worden op twee verschillende manieren aangesloten (fig. 26.7) Welke lamp brandt het felst in elk van de gevallen? Laat de verandering van de weerstand van de gloeidraden als gevolg van de stroom buiten beschouwing. FIGUUR 26.7

20 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 20 Voorbeeld 26.4 Schakeling met in serie en parallel geschakelde weerstanden 26.2Weerstanden in serie en parallel Hoeveel stroom wordt onttrokken aan de batterij in figuur 26.8a? Aanpak FIGUUR 26.8 Analyseer de schakeling: zoek een zuivere serie- of parallelcombinatie.

21 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 21 Voorbeeld 26.4 Schakeling met in serie en parallel geschakelde weerstanden 26.2Weerstanden in serie en parallel Hoeveel stroom wordt onttrokken aan de batterij in figuur 26.8a? FIGUUR 26.8 Aanpak Analyseer de schakeling: zoek een zuivere serie- of parallelcombinatie.

22 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 22 Voorbeeld 26.5 Stroom in een vertakking 26.2Weerstanden in serie en parallel Hoe groot is de stroom I 1 door de weerstand van 500  in figuur 26.8a? Aanpak FIGUUR 26.8 Alternatief voor methode uit het boek: herken een “stroomdeler”.

23 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 23 Voorbeeld 26.5 Stroom in een vertakking 26.2Weerstanden in serie en parallel Hoe groot is de stroom I 1 door de weerstand van 500  in figuur 26.8a? Aanpak FIGUUR 26.8 Alternatief voor methode uit het boek: herken een “stroomdeler”.

24 Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 24 Voorbeeld 26.8 Een schakeling analyseren 26.2Weerstanden in serie en parallel Een 9,0 V batterij met een inwendige weerstand r=0,50  is aangesloten op de schakeling in figuur 26.10a. Aanpak FIGUUR Vereenvoudig de schakeling stap voor stap. Reken in omgekeerde volgorde terug om de details te vinden. (a)Hoeveel stroom levert de batterij? (b)Hoe groot is de klemspanning van de batterij? (c)Hoe groot is de stroom in de weerstand van 6,0  ? (d)Controleer de vermogenbalans.


Download ppt "Elektriciteit 1 Les 9 Gelijkstroomschakelingen. Hoofdstuk 26 – Gelijkstroomschakelingen 2-8-2014 - Hoofdstuk 26 -Gelijkstroomschakelingen 2 1.Elektromotorische."

Verwante presentaties


Ads door Google