De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Lucas 18: 31 – 42. I. Voorbereiden op Pasen. Lucas 18: 31 – 34: 31 Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, en alles.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Lucas 18: 31 – 42. I. Voorbereiden op Pasen. Lucas 18: 31 – 34: 31 Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, en alles."— Transcript van de presentatie:

1

2 Lucas 18: 31 – 42.

3 I. Voorbereiden op Pasen. Lucas 18: 31 – 34: 31 Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, en alles wat door de profeten is geschreven zal men de Mensenzoon laten ondergaan. 32 Want hij zal worden uitgeleverd aan de heidenen en worden bespot en mishandeld en bespuwd. 33 En nadat hij is gegeseld, zal hij worden gedood, maar op de derde dag zal hij opstaan.’ 34 De leerlingen begrepen er niets van. De betekenis van Jezus’ woorden bleef voor hen verborgen, en ze konden maar niet bevatten wat hij had gezegd.

4 II. Geloof, dat redt, terwijl je niets ziet 35 Toen hij in de buurt van Jericho kwam, zat er langs de weg een blinde te bedelen. 36 Toen de blinde een menigte voorbij hoorde komen, vroeg hij wat er gaande was. 37 Ze zeiden tegen hem: ‘Jezus uit Nazaret komt voorbij.’ 38 Daarop riep de blinde: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’ 39 Degenen die voorop liepen, snauwden hem toe dat hij moest zwijgen, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ 40 Jezus bleef staan en zei dat men de blinde bij hem moest brengen. Toen deze voor hem stond, vroeg hij hem: 41 ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Heer, zorg dat ik weer kan zien.’ 42 Jezus zei: ‘Zie weer! Uw geloof heeft u gered.’

5 II. Geloof, dat redt, terwijl je niets ziet A. Bartimeüs. Zijn geloof, terwijl hij niets kan zien.

6 II. Geloof, dat redt, terwijl je niets ziet A. Bartimeüs. 1 e Je kunt horen dat Jezus er aankomt. 36 Toen de blinde een menigte voorbij hoorde komen, vroeg hij wat er gaande was. 37 Ze zeiden tegen hem: ‘Jezus uit Nazaret komt voorbij.’

7 II. Geloof, dat redt, terwijl je niets ziet A. Bartimeüs. 1 e Je kunt horen dat Jezus er aankomt. 2 e Je kunt misschien niet zien, maar wel roepen. 38 Daarop riep de blinde: ‘Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!’

8 II. Geloof, dat redt, terwijl je niets ziet A. Bartimeüs. 1 e Je kunt horen dat Jezus er aankomt. 2 e Je kunt misschien niet zien, maar wel roepen. 3 e Je kunt door je twijfels roepen. 39 Degenen die voorop liepen, snauwden hem toe dat hij moest zwijgen, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ a. des te harder uitroepen! b. niet vooruit lopen op Jezus

9 II. Geloof, dat redt, terwijl je niets ziet A. Bartimeüs. 1 e Je kunt horen dat Jezus er aankomt. 2 e Je kunt misschien niet zien, maar wel roepen. 3 e Je kunt door je twijfels roepen. 4 e Je kunt jouw stap nemen. 40 Jezus bleef staan en zei dat men de blinde bij hem moest brengen. Toen deze voor hem stond, vroeg hij hem: NBG: Jezus nu stond stil en liet hem bij Zich brengen. Toen hij naderbij gekomen was, NB: Jezus blijft staan en gebiedt dat men hem tot hem zal brengen. Als hij naderbij komt vraagt hij hem:

10 II. Geloof, dat redt, terwijl je niets ziet A. Bartimeüs. 1 e Je kunt horen dat Jezus er aankomt. 2 e Je kunt misschien niet zien, maar wel roepen. 3 e Je kunt door je twijfels roepen. 4 e Je kunt jouw stap nemen. 40 Jezus bleef staan en zei dat men de blinde bij hem moest brengen. Toen deze voor hem stond, vroeg hij hem: 41 ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’

11 II. Geloof, dat redt, terwijl je niets ziet A. Bartimeüs 1 e Je kunt horen dat Jezus er aankomt. 2 e Je kunt misschien niet zien, maar wel roepen. 3 e Je kunt door je twijfels roepen. 4 e Je kunt jouw stap nemen. B. Jezus

12 II. Geloof, dat redt, terwijl je niets ziet A. Bartimeüs 1 e Je kunt horen dat Jezus er aankomt. 2 e Je kunt misschien niet zien, maar wel roepen. 3 e Je kunt door je twijfels roepen. 4 e Je kunt jouw stap nemen. B. Jezus 40 Jezus bleef staan

13 II. Geloof, dat redt, terwijl je nets zie Ga mij niet voorbij o Heiland, ga mij niet voorbij. Wijl U and'ren zegent, Heiland, zegen nu ook mij. Jezus, Heiland, ga mij niet voorbij. Wijl U and'ren zegent, Heiland, ga mij niet voorbij.

14 II. Geloof, dat redt, terwijl je nets zie Op uw zoenbloed pleit ik, Heiland, voor des Vaders troon; daar wilt U mijn Midd'laar wezen, hoor mij, U, Gods Zoon. Jezus, Heiland, wees mij nu nabij. Wijl U and'ren zegent, Heiland, ga mij niet voorbij.

15 II. Geloof, dat redt, terwijl je nets zie U bent al mijn troost, o Heiland, ja, mijn troost geheel; in de hemel en op aarde blijft U steeds mijn deel. Jezus, Heiland, wees mij nu nabij. Wijl U and'ren zegent, Heiland, ga mij niet voorbij.


Download ppt "Lucas 18: 31 – 42. I. Voorbereiden op Pasen. Lucas 18: 31 – 34: 31 Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, en alles."

Verwante presentaties


Ads door Google