De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

GASTCOLLEGE DE GRONDWETTELIJKE GRENZEN VAN DE PERSVRIJHEID IN BELGIË, 1831-1914 Bram Delbecke.

Verwante presentaties


Presentatie over: "GASTCOLLEGE DE GRONDWETTELIJKE GRENZEN VAN DE PERSVRIJHEID IN BELGIË, 1831-1914 Bram Delbecke."— Transcript van de presentatie:

1 GASTCOLLEGE DE GRONDWETTELIJKE GRENZEN VAN DE PERSVRIJHEID IN BELGIË, Bram Delbecke

2 Enkele recente perszaken… Maart 2013: Vordering tot schadevergoeding

3 Rb. Mechelen : veroordeeld tot 1 euro schadevergoeding

4 Rb. Hasselt : vordering afgewezen

5 Rb. Brussel : veroordeeld tot en euro schadevergoeding

6 Rb. Hasselt : publicatieverbod in kortgeding, opgeheven na derdenverzet

7 Rb. Antwerpen : publicatieverbod in kortgeding

8 Juni 2006: klacht wegens laster en eerroof …

9 Artikel 150 GW (= voormalig art. 98) De jury wordt ingesteld voor alle criminele zaken, alsmede voor politieke misdrijven en drukpersmisdrijven, [behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn].

10  Ook te vinden op:   Bestand ‘Gastcollege ’

11 Het menu …  Drie centrale onderwerpen: 1. Waarom en hoe persvrijheid in de GW inschrijven? 2. Hoe de grondwettelijke waarborgen in de praktijk omzeilen? A. de jury 3. Hoe de grondwettelijke waarborgen in de praktijk omzeilen? B. het verbod op preventieve maatregelen Merk op: Deze onderwerpen beantwoorden aan de mogelijke vragen die u op het examen gesteld kunnen worden!

12 1. De waarborgen voor de persvrijheid in de Belgische Grondwet (1831)

13 1. De voorgeschiedenis ( ) Klassieke these: reactie tegen ‘Hollands’ regime  Afschaffing jury (1814/1815)  Strenge maar vage perswetten  Repressieve aanpak zuidelijk oppositiepers:  Op aansturen van minister van Justitie Van Maanen  Zowel tegen katholieken als liberalen  Strenge veroordelingen door beroepsrechters Vergeten referentiekader: Frans Restauratieliberalisme (Constant)  Idealisme van jonge generatie francofiele juristen  Persvrijheid als sleutelelement in politieke filosofie:  Spanningsveld tussen ascending en descending theory of power  Noodzaak opdeling burgerlijke samenleving en politieke instellingen  Dubbele rol journalist: controleren en informeren  Filosofie is legitimering voor eigen opwaartse sociale mobiliteit

14 1. Een bekommernis van juristen  Voorloper: besluit Voorlopig Bewind 16 oktober 1830  Wie werkt de bescherming van de vrije pers uitwerken?  Grondwetscommissie: maakt ontwerptekst: Bijna allemaal juristen Spilfiguren: J.-B Nothomb en Paul Devaux (Courrier des Pays-Bas)  In Volksraad: overwegend juristen moeien zich met debatten over persvrijheid  Heel veel mensen met verleden in de oppositiepers: Weten welke de valkuilen en gevaren zijn voor de pers Gebruiken martelaarsaureool om politieke ambities te valoriseren  Werken bescherming op dubbel niveau uit:  Liberaal t.a.v. gebruik van de pers  Liberaal t.a.v. vervolg misbruiken

15 1. De grondwettelijke waarborgen  Art. 14 GW: vrijheid van meningsuiting  Vooral van belang inzake vrijheid van eredienst  Art. 18 GW, lid 1: verbod preventieve maatregelen  Geen censuur, geen borgtocht  Uitzondering: zegelbelasting: onderstreept elitedenken van de grondwetgever  Art. 18, lid 2: getrapte verantwoordelijkheid  Cascade: schrijver, uitgever, drukker, verspreider Uitzondering op gemeen strafrecht Ratio: private censuur vermijden  Oorzaak: debat tijdens VKN over art. 4 besluit 1814: “indien schrijver niet bekend, dan drukker aansprakelijk” Den Haag, Luik: indien wel bekend, dan drukker niet aansprakelijk Brussel, Van Maanen: indien wel bekend, dan blijft drukker aansprakelijk (= rigide toepassing gemeen strafrecht)

16 1. De grondwettelijke waarborgen  Art. 96 GW: debat achter gesloten deuren vereist unanimiteit  Overheidscontrole en publiciteit  Art. 98 GW: persmisdrijven voor de jury  Oude eis restitutie wegens goede ervaringen tijdens Frans regime  Ook voor politieke misdrijven en misdaden  Geen rechtstreekse uiting van volkssoevereiniteit  Ratio:  Jury als ijkpunt van de publieke opinie, met elitaire invulling  Beroepsrechters niet met delicate kwesties belasten  Jury zal onduidelijke strafbepalingen gunstig interpreteren

17 1. De grondwettelijke waarborgen  Art. 139: opdrachtlijstje voor wetgever  Zo snel mogelijk nieuwe wet op de pers en de jury  Volksraad maakt er zelf snel nog werk van  : Jurydecreet: extra waarborg:  Geen voorlopige hechtenis voor perswanbedrijven  : Persdecreet: extra waarborgen  Geen voorlopige hechtenis voor perswanbedrijven  Gunstig bewijsregime voor laster jegens publieke figuren: alle toegelaten gemeenrechtelijke middelen  Speciale plaats voor beschuldigden in rechtszaal  Aanvallen op goede naam en eer (laster en beledigingen):  Klachtmisdrijven  Verzachtende omstandigheden mogelijk  Geen verplichte, maar facultatieve ontzetting uit burgerlijke rechten  Korte verjaartermijnen  Expliciete afschaffing Hollandse perswetten

18 2. De omzeiling van de grondwettelijke waarborgen van de persvrijheid: A. de jurywaarborg

19 2. De volksjury: meer een last dan een lust?  Nadelen van de assisenprocedure:  Complex en langdurig  Afhankelijk van openbaar ministerie (en minister)  Contraproductief effect: geeft ruchtbaarheid aan de bestreden meningsuiting  Wispelturigheid jury-oordeel: heel veel vrijspraken  Zoeken naar pragmatische antwoorden:  Grondwetswijziging is niet haalbaar: Unionisme is snel uitgewerkt Grondwet is sleutelelement van het nationalistisch discours  Daarom een pragmatische aanpak: Restrictieve invulling van het begrip ‘persmisdrijf’ Burgerrechtelijke aansprakelijkheid als flexibel alternatief

20 2. Het persmisdrijf omschreven  Geen formele of materiële omschrijving  Noch in GW, noch in persdecreet, noch in latere wetten  Oorzaak? Liberale motieven: omnis definitio periculosa est Haast van de Volksraad  Drie criteria ontwikkeld door rechtspraak en rechtsleer:  Een schuldige mening  Die gedrukt is  En effectief verspreiding gekend heeft

21 2. Een schuldige mening  Verband met vrijheid van meningsuiting:  Mening: wanneer er geen prima facie misdrijf is, maar indien een beoordeling van de inhoud door de jury nodig is  In rechtspraak groeit onderscheid met de zogenaamde drukkerijmisdrijven: Schending colofonplicht Inbreuk op zegelrecht (tot 1848) Verboden advertenties Valse naamdracht …

22 2. Maar wat is een mening?  Klassieke opvatting: mening sensu stricto als opinie, als persoonlijk standpunt:  Corrolarium vrijheid van meningsuiting (cf. Frankrijk)  Verdediger: Henri Schuermans (Code de la presse)  Prenten en afbeeldingen niet als persmisdrijven beschouwd!  Ommekeer: zaak-Joostens (Cass. 1864): Mening sensu lato, want een gedachte volstaat  Verspreiding onzedige geschriften: persmisdrijven of niet?  Antecedent: zaak-Degeest (Brussel 1856)  Joostens: vervolgd voor correctionele rechtbank Brussel 1864: “geen persmisdrijf, want geen opinie” Advocaat Charles Laurent: invloedrijke bijdrage in La Belgique judiciaire Cass. 1864: “wel persmisdrijf, want beoordeling moraliteit nodig”  Paradox: afbeeldingen blijven niet als persmisdrijf gelden

23 2. Drukwerk en verspreiding  Tweede criterium: inherent aan het persbedrijf: het moet gedrukt zijn  Ontwikkeling van nieuwe druktechnieken in 19 de eeuw  Erkenning door rechtspraak: alles wat leidt tot identieke vermenigvuldiging  Cass. 1981: niet voor audiovisuele media  Cass. 2012: wel voor digitale media (cf. zaak-Belkacem)  Derde criterium: inherent aan het persmisdrijf: het moet effectief verspreid zijn  Reden: contact met publieke opinie vereist  Feitenkwestie

24 2. Een burgerrechtelijk alternatief  1382 BW  Fout-schade-oorzakelijk verband aantonen  Niet gebonden aan beperkingen van strafrechtsbepalingen  Niet voor de jury, maar voor de beroepsrechter  Maar is dat in overeenstemming met GW?  GW zegt er niets over…  Art. 3 Sv. : ook burgerlijke rechter kan burgerlijke vordering uit strafzaak beoordelen

25 2. De aanvaarding in de rechtspraak  Lagere rechtspraak:  Zaak-Deruysscher (Rb. Brussel 1838)  Zaak-Vleminckx (Brussel 1839): context: vete tussen radicaal Bartels en legertopman 1838: assisenproces leidt tot vrijspraak Brussel 1839: 1382 BW is ok en getrapte verantwoordelijkheid werkt door Zaak-Deruysscher (Rb. Brussel 1838)  Daarna algemene aanvaarding in lagere rechtspraak  Cass. 1863: zaak-Rogier  Context: levensbeschouwelijk conflict  Cass. 1863: verwerpt exceptie van onbevoegdheid

26 2. Reacties  Rechtsleer: afwijzende reacties:  Tegen geest GW  Wie? Schuermans, Thonissen  Parlement:  Voor 1863: Regelmatig kritiek op groeiend aantal burgerlijke perszaken 1847: wetsvoorstel-Fleussu burgerlijke vordering moet bij strafvordering en voor assisen  Na 1863: 1864: eerste wetsvoorstel-Thonissen en co Burgerlijke vordering kan, maar voorafgaande strafrechtelijke veroordeling vereist Veel kritiek op onduidelijkheden

27 2. Reacties 1865: tweede wetsvoorstel-Thonissen en co Burgerlijke vordering kan, maar voorafgaande foutverklaring door jury vereist Parlementaire desinteresse: meerdere keren opnieuw ingediend zonder plenaire bespreking 1873: commissie voor hervorming Sv. kraakt het voorstel af Sterft uiteindelijk stille dood Later impliciet erkend door wetgever Geen alleenzetelende rechter (sinds 1924) Verplicht verwittiging van parket (sinds 1937)

28 2. De doorwerking van de waarborgen in de burgerlijke rechtspraak  Getrapte verantwoordelijkheid?  Meteen erkend in zaak-Vleminckx (1839)  Daarna sterk echter omzeild in Belgische rechtspraak  Pas definitief rigoureus erkend door Cassatie in 1996 Probleem: conflict met art. 1384, lid 3 juncto art. 18 WAO (geen discriminatie volgens GW-Hof in 2006)  Niet in audiovisuele media  Bij digitale media enkel plaatser/verspreider van bericht  Korte verjaringstermijnen?  Meteen erkend in burgerlijke rechtspraak

29 2. De doorwerking van de waarborgen in de burgerlijke rechtspraak  Verbod op preventieve maatregelen?  Volgens cassatie lange tijd enkel voor print media  EHRM 2011: voor alle media (ook audiovisueel)  Impact rechtspraak EHRM  Art. 10 EVRM Zeer ruime bescherming: ‘ideas that shock, disturb and confuse’ Onderscheid tussen publieke en niet-publieke figuren Onderscheid tussen feiten en waardeoordelen

30 3. De omzeiling van de grondwettelijke waarborgen van de persvrijheid: B. het verbod op preventieve maatregelen

31 3. Toch preventieve maatregelen?  Verbod van preventieve maatregelen  Lange tijd enkel voor gedrukte media (tot 2011 EHRM: voor alle media)  Daarom op zoek naar alternatief  Context: strijd met interne oppositiebewegingen van liberale Belgische natiestaat creëert informatiehonger:  Beperkt functioneren Belgische politie- en inlichtingendiensten  Alternatief : mogelijkheden gerechtelijk onderzoek  Art. 8 jurydecreet: strafprocesrecht in perszaken ‘comme en matière criminelle’:  Verbod preventieve maatregelen uithollen: Grootschalige toepassing beslagmogelijkheden Lokaal verspreidingsverbod op openbare wet  Getrapte verantwoordelijkheid uithollen: Creatieve toepassing in de praktijk Aarzeling bij uitlokking van misdrijven door middel van pers

32 3. Toch preventieve maatregelen?  Onderzoeksrechter neemt in beslag (art Sv.)  Ganse oplages, administratie, drukpersen… : Impliceert de facto grote hinder voor werking van de pers Ingegeven door informatiehonger van gerecht en overheid Steeds bij publicaties van (linkse) oppositiemilieus Gaat crescendo met succes van de arbeidersbeweging: vb. Catéchisme du Peuple van Defuisseaux (1886) Alternatief voor eigen inlichtingen- en politiediensten werken aanvankelijk mank  Lokt veel kritiek uit: In rechtsleer: Schuermans In het parlement: regelmatig echo’s van kritiek: 1847: wetsvoorstel-Orts: slechts beperkt beslagrecht 1864: wetsvoorstel-Thonissen en co: geen huiszoekingsrecht om identiteit schrijver van een stuk te achterhalen 1893: wetsvoorstel-Janson en co: slechts beperkt beslagrecht

33 3. Toch preventieve maatregelen?  Lokaal verspreidingsverbod op openbare weg  Veel gemeenten eisen voorafgaande toelating Gebaseerd op bevoegdheid openbare ordehandhaving Krantenverkoop, maar vooral pamfletten en brochures Parallel met betogingen en manifestaties  Een schending van de persvrijheid? Lagere rechtspraak: ja Vrij verspreiding logisch corrollarium van persvrijheid Cass. (1879, 1892, 1902) : Nee! Persvrijheid en openbare orde hebben niets met elkaar te maken Wetgevende reactie: voorstel Robert, Janson en Ferron (1892) Verbiedt lokale reglementen die vrije verspreiding geschriften beperken Leidt niet tot wet

34 3. Getrapte verantwoordelijkheid omzeilen in de onderzoeksfase? Colofonplicht en het recht op anonimiteit  Art. 283 Sw. / art. 14 persdecreet / art. 299 Sw.: verplichte vermelding naam en adres van drukker of schrijver  In de praktijk:  Meestal drukkerscoördinaten, veel anonieme artikels  Bij vervolging: drukker neemt alle verantwoordelijkheid op zich  Zorgt voor frustratie: cf. petitie aan parlement (1851)  1854: wetsvoorstel Frère-Orban  Verplichte ondertekening van elk (kranten)artikel  Invloed: Fr. wet-Tinguy (1854)  Kritiek: groeiend risico voor private censuur en autocensuur

35 3. Getrapte verantwoordelijkheid omzeilen in de onderzoeksfase?  1859: zaak-Outendirck:  Anoniem artikel L’Avenir vertelt dat er in Brussel onlusten op komst zijn  Weigert schrijversnaam vrij te geven: veroordeling op grond van art. 80 Sv.  Kritiek: impliceert getrapte verantwoordelijkheid dat één verantwoordelijke genoeg is?  Cass. 1859: geen persmisdrijf, dus geen getrapte verantwoordelijkheid  Discussie Verhaegen-Schuermans:  Verhaegen: getrapte verantwoordelijkheid = één verantwoordelijke volstaat  Schuermans: getrapte verantwoordelijkheid = respecteren van hiërarchische volgorde

36 3. Getrapte verantwoordelijkheid omzeilen in vonnisfase?  Bescherming bronnengeheim? Nee!  Zaak-Lemaire: L’Etoile belge bericht over brutale doodslag op een meisje  Hoofdredacteur Lemaire weigert bronnen vrij te geven: Verschuilt zich achter getrapte verantwoordelijkheid Veroordeeld op grond van art. 80 Sv.  Cass. 1870: verwerpt bronnengeheim, want geen wettelijke grondslag  [pas in 2005 wet op bronnengeheim, na vele decennia van gerechtelijke gedoogpolitiek/willekeur]

37 3. Getrapte verantwoordelijkheid omzeilen in vonnisfase?  Toepassing getrapte verantwoordelijkheid  Problemen door complexiteit persbedrijf Absolutistische strekking: schrijver bekend leidt sowieso tot toepassing cascade Relativistische strekking: in relatie tot functie: cascade slaat enkel op daden die eigen zijn aan functie Geen tegengestelden, maar liggen in elkaars verlengde  Discussiepunt: wat bij uitlokking misdrijf door middel van pers?  1834: zaak-Crickx: Assisen Henegouwen: geen toepassing getrapte verantwoordelijkheid  1859: naar aanleiding van bespreking nieuw Sw.: Parlement: wel toepassing getrapte verantwoordelijkheid

38 4. Besluit  Verregaande garanties in GW  Pragmatische invulling van deze grondwettelijke grenzen in de praktijk:  Waarom toch zoveel lof over Belgische persvrijheid?  Inderdaad ruim ten opzichte van buitenlandse regimes  Maakt deel uit van nationalistisch discours  = ‘Lange schaduw van de grondwetgever’  Lastige erfenis voor 21 ste –eeuws mediarecht !!


Download ppt "GASTCOLLEGE DE GRONDWETTELIJKE GRENZEN VAN DE PERSVRIJHEID IN BELGIË, 1831-1914 Bram Delbecke."

Verwante presentaties


Ads door Google