De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Doelmatig beleid Legitiem overheidsbeleid = beleid dat antwoord geeft op bepaalde behoeften die zich in de maatschappij manifesteren Dit antwoord moet.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Doelmatig beleid Legitiem overheidsbeleid = beleid dat antwoord geeft op bepaalde behoeften die zich in de maatschappij manifesteren Dit antwoord moet."— Transcript van de presentatie:

1 Doelmatig beleid Legitiem overheidsbeleid = beleid dat antwoord geeft op bepaalde behoeften die zich in de maatschappij manifesteren Dit antwoord moet doelmatig zijn Doelmatig beleid = –Effectief beleid –Efficiënt beleid –Kosteneffectief beleid

2 Effectief beleid Effectief beleid = beleid dat leidt tot het gewenste gevolg of beleidseffect Voor het bereiken van dit effect moeten activiteiten en middelen worden ingezet ; deze geclusterde inzet is het beleidsinstrument Effectiviteit = de mate waarin via de ingezette beleidsinstrumenten de gewenste effecten gerealiseerd worden.

3 Effectief beleid Effectiviteit valt aldus uiteen in twee aspecten : –Doelbereiking : het bereiken van het gewenste effect –Causaliteit : het bereiken van dit effect dankzij de inzet van het beleidsinstrument Kennen doelbereiking vereist drie voorwaarden : –Formulering duidelijke effect gerichte doelstellingen –Formulering indicatoren die de grootheid van het effect weergeven –Een meting of zinvolle schatting voor en na de beleidsuitvoering

4 Effectief beleid Vergt het volgen van een bepaalde procedure : –Behoeftenbepaling, via een ‘omgevingsanalyse’ en diagnose –Bepaling algemene beleidsdoelstellingen –Bepaling operationele beleidsdoelstellingen –Bepaling middelen (‘inputs’) tot realisatie van bepaalde activiteiten en prestaties (‘outputs’)die moeten leiden tot de gewenste effecten

5 Effectief beleid Effectiviteit betekent niet per definitie dat de behoeften beantwoord worden De mate waarin behoeften beantwoord worden hangt samen met –de kwaliteit van de behoeftenbepaling –de mate waarin doelstellingen correct geformuleerd zijn –de mate waarin de doelgroepen goed omschreven zijn –de samenwerking binnen de beleidsnetwerken die instaan voor de beleidsuitvoering

6 Behoeftenbepaling Historisch : behoeftebepaling vanuit de discrepantie feitelijke situatie-maatschappelijk gewenste situatie, cfr bijv ‘volksverheffing’  ‘behoefte’ en ‘doelbepaling’ zijn in deze benadering conceptueel op elkaar betrokken  Welzijnsbeleid = ondersteuning agogische interventies die mensen leren hun (objectieve) bestaansbehoefte te interpreteren naar (subjectieve) leerbehoeften

7 Behoeftenbepaling = sleutelconcept in welzijnsbeleid, tegelijk weinig eenduidig concept Vragen : –betekenis behoeftebegrip, en relatie tot andere begrippen als bijv. recht en verdienste ? –kenbaarheid behoeften ? (empirische status) –hiërarchie in behoeften ?

8 Behoeftenbepaling Historisch : overwegend prescriptieve behoeften, d.w.z. normatief bepaald, op basis van een beoordeling van de situatie door personen extern aan de situatiebetrokkenen. Actueel : evolutie naar ‘onderhandelde’ behoeften : behoeftenbepaling niet enkel op basis van vaststelling, maar tegelijk ook resultaat van interpretatie en beoordeling in een participatief opgezette procedure, bijv. via sociaal leerproces, delphi-onderzoek…

9 Behoeftenbepaling Gronemeyer : –‘behoefte’ verwijst naar goederen die ‘schaars’ gemaakt zijn –‘schaarste’ is een kenmerk van macht : de mogelijkheid ‘schaarste’ te scheppen –‘behoeften’ ontstaan in een situatie van afhankelijkheid : iemand heeft iets nodig wat iemand anders kan inwilligen  Schaarste schept behoeften en behoeften scheppen schaarste

10 Behoeftenbepaling Tegenover ‘behoefte’ als ‘schaarste’ zijn verschillende houdingen mogelijk –Strijd om schaarse goederen –Uitbreiding aanbod goederen (meer van hetzelfde) –Kwaliteitsverbetering bestaande aanbod (verhogen gebruikswaarde schaarse goederen) –Ontwikkelen ‘tegenbehoeften’ (cfr Illich) –Negeren van schaarste : leven met vermogens

11 Behoeftenbepaling Leven met vermogens : mensen zijn niet behoeftig als de eigen vermogens zo kunnen worden ontwikkeld dat de nagestreefde doeleinden eigenstandig kunnen worden verwerkelijkt  Onderscheid  ‘kwantitatieve behoeften’ : behoeften verbonden met macht en schaarste  ‘kwalitatieve behoeften’ : behoeften die mensen vrijmaken en de eigen vaardigheden en vermogens ondersteunen

12 Behoefte als begrip in het welzijnsbeleid Politiek begrip bij uitstek : verwijzing naar behoefte is een algemeen aanvaarde en effectieve manier om aanspraken te maken t.a.v. het politieke systeem ‘spoedeisend begrip’ om menselijke rechten uit te drukken Drie benaderingen : –Behoefte als strategie –Behoefte als welzijnsnood –Behoeften als menselijke basisbehoeften

13 Behoefte als strategie Behoefte = – strategie tot verkrijgen van welbepaalde goederen en/of diensten, –die waarneembaar zijn –in de vorm van een koopkrachtige vraag op de markt of –in de vorm van een gepolitiseerde eis

14 Behoefte als strategie Behoefte : – Verwijzing naar wat ‘nodig’, ‘nuttig’ is én naar tekort  Onderscheid naar modi van tekortbeleving :  Vaag ontberen : weinig expliciet, geen duidelijk beeld van het tekort waarover het gaat  Nood : duidelijk herkende en vrij specifieke situatie, zonder dat er een denkbare oplossing aan gegeven wordt  Concrete behoefte : nood waar een concrete oplossing voor wordt gegeven  Werkzame behoefte : concrete behoefte waarvoor minstens geprobeerd wordt een oplossing te vinden

15 Behoefte als strategie Basisvraag : wie t.a.v. wie, wanneer, op welke wijze en op welke gronden ‘behoeften’ formuleert  Onderscheid  Normatieve, of prescriptieve behoeften  Uitgesproken behoeften  Ervaren, of subjectieve behoeften  Relatieve behoeften

16 Behoefte als strategie Normatieve behoeften : bepaald door derden, bijv. wetenschappers, ambtenaren, welzijnswerkers…, op basis van bijv. behoefteonderzoek, programmatiecriteria, erkenningsdossiers… Uitgesproken behoeften: behoeften die zich hebben omgezet in een vraag naar dienstverlening, en waarneembaar bijv in registratiecijfers, wachtlijsten, bezettingsgraad…

17 Behoefte als strategie Ervaren behoeften : behoeften waarvan de mensen zich bewust zijn en die maatschappelijk zichtbaar gemaakt worden, bijv door enquêtes, vormen van opbouwwerk, zelforganisatie… Relatieve behoeften : behoeften die vergelijkenderwijze worden bepaald, bijv. op basis van de verschillende mate waarin mensen beroep kunnen doen op voorzieningen

18 Behoefte als strategie Gevolgen behoefte als strategie –Behoeftenformulering door (a fortiori zwakkere) bevolkingsgroepen zelf dringt slechts moeizaam door tot politieke agenda, cfr ‘welzijn’ als inzet van politieke strijd –Behoeften worden vooral geformuleerd vanuit ‘zaakwaarnemersstandpunt’ en aldus vanuit het bestaande aanbod, dat aangepast en/of uitgebreid moet worden,cfr eerst ‘ experiment’, dan ‘reguliere’ erkenning, cfr ‘alternatieve hulpverlening’…

19 Behoefte als strategie Historisch : behoeftebepaling én rangordening behoeften vanuit heersende elites (geven aan hen die niet hebben)  Welzijnsbeleid = beleid ter verdeling van de mogelijkheid tot behoeftenbevrediging Actueel : paradigmawissel naar ‘sociale rechten’ (recht op ontvangen van wie niet heeft)  Welzijnsbeleid = beleid van ‘behoefte-interpretatie’

20 Behoefte als strategie Gevolg ‘welzijnsbeleid als beleid van behoefte- interpretatie ’ –Proliferatie behoefteclaims en grote competitie voor de middelen –Ervaring van een gebrek aan omvattend politiek referentiekader van waaruit een rangordening van behoeften kan bepaald worden  Debat « herijking » verzorgingsstaat

21 Behoefte als ‘welzijnsnood’ Behoeftenbepaling op basis van een toetsing van een concrete situatie aan een ‘welzijnsstandaard’ (bijv een armoedenorm, of een sociale integratienorm) Bijv. vergelijking situatie migranten met situatie autochtonen leidt tot vaststelling dat het gaat om een ‘achtergestelde groep’ Behoefte als welzijnsnood  nood aan een ‘integratiebeleid’

22 Behoefte als ‘welzijnsnood’ Deze behoeftenbepaling (i.c. nood aan ‘integratiebeleid’) –Gaat voorbij aan bestaan concurrentiële welzijnsdefinities –Gaat voorbij aan mogelijks wisselende samenstelling ‘welzijnsbegrip’ naargelang de historische en maatschappelijke context –Herleidt de diverse dimensies van het welzijnsbegrip tot éénzelfde maatstaf

23 Behoefte als ‘welzijnsnood’ Toegepast op voorbeeld migranten : –Niet alle migranten behoren tot ‘achtergestelde groep’ en bovendien : aanwezigheid migranten is niet enkel een ‘probleem’ maar ook een kans tot ‘interculturalisering’ (cfr bestaan concurrentiële welzijnsdefinities) –Betoog over ‘migrantenproblematiek’ wordt gekenmerkt door verschillende invalshoeken naargelang historische context :

24 Behoefte als ‘welzijnsnood’ Fase tijdelijke arbeidskrachten, cfr gastarbeiders Fase discussie politiek en juridisch statuut, cfr vreemdelingen Fase discussie ‘culturele eigenheid’, cfr migranten Fase discussie ‘sociaal-economische achterstelling’, cfr ‘etnische minderheid’ Actuele begrip ‘migranten’ verwijst naar deze uiteenlopende werkelijkheden, cfr. Onvolkomen rechtspositie migranten; schoolse achterstand; racistische reacties; tewerkstellingsproblematiek

25 Behoefte als ‘welzijnsnood’ Aan elk van deze uiteenlopende werkelijkheden beantwoordt een verschillende soort welzijnsbeleid –Gastarbeiders : arbeidsplaatsgebonden beleid –Vreemdelingen : categoriaal beleid, gericht op grotere toegankelijkheid voorzieningen –Migranten & etnische minderheden : algemeen welzijnsbeleid gericht op grotere kansengelijkheid

26 Behoefte als ‘welzijnsnood’ Diverse dimensies welzijnsbegrip : –Welzijn als burgerrecht, cfr sociale grondrechten –Welzijn als integratiemechanisme, cfr ‘welzijnsrechten’ als solidariteitsmechanisme in de samenleving –Welzijn als mogelijkheid tot behoeftenbevrediging, cfr behoefte als strategie –Welzijn als het particuliere en collectieve goedbevinden van de burger, cfr behoefte als menselijke basisbehoefte

27 Behoefte als ‘welzijnsnood’ Situatie migranten, vergeleken met diverse dimensies welzijnsbegrip : –Sociale rechten gaan bij migranten vooraf aan politieke rechten –Bij migranten werken aantal integratiemechanismen waardoor een aantal welzijnsbehoeften ontsnappen aan de nood institutionele vormen aan te nemen –‘behoeftenbevrediging’ migranten wordt gedwarsboomd door processen van wederzijds wantrouwen en xenofobie

28 Behoefte als ‘welzijnsnood’  Nood aan ‘integratiebeleid’ moet gecorrigeerd worden tot ‘nood aan integrerend beleid’, i.c.  Materieel welzijnsbeleid : verbetering levensomstandigheden achtergestelde groepen, inclusief migranten  Cultureel beleid : realisatie algemeen maatschappelijk klimaat minstens gericht op aanvaarding, optimaal op interculturalisering  debat welzijnsbeleid gericht op structurele preventie maatschappelijke uitsluiting ipv op ‘welzijnsnoden’

29 Behoefte als ‘menselijke basisbehoefte’ Criteria behoeftebepaling : –Noodzakelijkheid : niet vervullen behoefte leidt tot fundamentele desintegratie, onafhankelijk van individuele voorkeuren –Universaliteit : veronderstelling dat deze behoeften voor alle individuen gelden, of voor alle mensen in welbepaalde bevolkingsgroepen

30 Behoefte als ‘menselijke basisbehoefte’ Doyal & Gough –Scheiding tussen behoefte als motiverende kracht (‘drive’) en behoefte als universaliseerbaar doel (dwz niet bevreding ervan leidt tot ernstige schade van een welbepaalde en objectieve aard) –Onderscheid basisbehoeften (fysisch overleven en persoonlijke autonomie) en niet-basisbehoeften –Onderscheid behoeften (= waarneembaar en objectief) en wensen (intentioneel en subjectief)

31 Behoefte als ‘menselijke basisbehoefte’ Basisbehoeften : –Fysieke gezondheid = vermijden van ernstige ziekte –Persoonlijke autonomie = Begrip hebben van zichzelf, de cultuur waarin men leeft en hetgeen van u verwacht wordt in deze cultuur Cognitief en emotioneel vermogen om voor zichzelf keuzes te formuleren en objectieve kansen om naar deze keuzes te handelen Minimaal autonomie van handelen, optimaal een niveau van kritische autonomie, dwz mogelijkheid te volgen regels te bevestigen dan wel te veranderen

32 Behoefte als ‘menselijke basisbehoefte’ Lederer, Galtung et.al. : –‘Behoeften’ zijn te situeren in de interactie van mensen met zichzelf, met anderen en met hun fysieke omgeving –Mensen spelen dus een actieve rol in de bepaling van hun ‘behoeften’  ‘behoeftenbepaling’ is een per definitie participatief gebeuren en omvat materiële en immateriële dimensie

33 Behoefte als ‘menselijke basisbehoefte’ Basisbehoefte = –Verbondenheid met zichzelf Materieel : fysische behoeften Immaterieel : behoefte aan zelfkennis, zelfrespect, ontplooiing, emancipatie, vrijheid –Verbondenheid met anderen Materieel : behoefte aan zintuiglijk contact Immaterieel : behoefte aan veiligheid, samenhorigheid, identiteit, erkenning, respect

34 Behoefte als menselijke ‘basisbehoefte’ Verbondenheid met de omgeving –Materieel : behoefte aan zintuiglijk contact met de fysieke omgeving : lucht, water, bodem, voeding, huisvesting, infrastructuur, natuur en cultuur –Immaterieel : behoefte aan betekenisgeving aan kansen en risico’s; erkenning van en respect voor de bestaansvoorwaarde van het menselijk leven; genieten van de omgeving

35 Behoefte als menselijke ‘basisbehoefte’ Onderscheid tussen –Behoeften –Wensen : doelstellingen, verlangens, afhankelijk van wereldbeeld, cultuur en maatschappelijke ontwikkeling –Bevredigers : middelen om wensen en andere doelstellingen te bereiken (producten, diensten…) –Functies : gebruiksmogelijkheden van het milieu om menselijke behoeften te vervullen

36 Behoefte als menselijke ‘basisbehoefte’ Theorieën over ‘basisbehoeften’ leiden tot model beschrijving maatschappelijke problemen : –Noden  –Wensen  –Bevredigers  –Activiteiten  –Milieudruk  –Milieutoestand  –Gevolgen op de maatschappij.

37 Behoefte als ‘menselijke basisbehoefte’ Welzijnsbeleid = begrenzing activiteiten daar waar ze een negatief gewaardeerde impact veroorzaken  Reflexief denken (ipv ontwerpdenken)  Ontwikkeling ‘welzijnsindicatoren’  Op basis van empirisch onderzoek  In samenspraak met alle betrokkenen Bijv. Gent : « welzijnsbarometer duurzame ontwikkeling »

38 Het in kaart brengen van ‘behoeften’ In kaart brengen ‘behoeften’ = opmaak sociale kaart of ‘omgevingsanalyse’ Sociale kaart = weerspiegeling van de geschiedenis van een territorium Verschillende dimensies : territoriaal, interactioneel, politiek, beleidsmatig Deze verschillende dimensies vormen de contouren voor de opmaak van een sociale kaart

39 Sociale kaart – territoriale dimensie Territorium (regio, gemeente, wijk…) - drager veranderingen - weerspiegelt interacties tussen verschillende maatschappelijke mechanismen en beleidsmaatregelen Deze interacties bepalen de heterogeniteit van het territorium Heterogeniteit uit zich door bijv. verscheidenheid bouwstijlen, aanwezigheid economische activiteiten, verschillende culturen en levensstijlen, de verschillende functies (wonen, werken, verzorging, vrije tijd…) die al dan niet opgenomen worden…

40 Sociale kaart- interactionele dimensie Terrritorium = resultaat van de wisselwerking tussen externe en interne factoren : de ruimte als historische constructie Inzicht in en analyse van ruimte als historische constructie laat toe bepaalde vragen te beantwoorden, bv. waarom groepen in bepaalde wijken geconcentreerd wonen Ruimte is geen gesloten territorium maar wordt extern beïnvloed, bv. politieke keuze (Brussel, Hoofdstad van Europa), bv. economische activiteiten (Antwerpen, de Haven), bv. humane factoren (Gent, Universiteitsstad)

41 Sociale kaart- interactionele dimensie Interne / lokale factoren : Interacties tussen lokale maatschappelijk – ruimtelijke evoluties en beleid invloed van lokaal beleid op bv. contacten tussen sociale groepen, bv. lokalisatie infrastructuur, bv. verpaupering van bepaalde wijken…

42 Sociale kaart – Politieke dimensie Politieke dimensie –Impact politieke beslissingen op fysische en sociale ruimte, bijv impact SIFacties, decentralisatie voorzieningen….

43 Sociale kaart - beleidsdimensie (Kans)armoedebeleid Verantwoordelijkheid van het lokaal beleid Synthese van de diverse dimensies van waaruit een territorium benaderd kan worden Vb : concentratie kansarme groepen in bepaalde wijken is combinatie van verschillende factoren : zwakke positie op arbeidsmarkt  werkloosheid  sociale zekerheidsinkomen  laag inkomen  bestaansonzekerheid  verdringing uit huisvestingsmarkt  zoeken naar andere huisvesting  lage woonkwaliteit  concentratie van groepen met eenzelfde sociaal profiel  …

44 Sociale kaart Centrale doelstelling = algemeen overzicht van ruimtelijke spreiding van sociale groepen met een verhoogd (kans)armoederisico. Definitie, doelstelling(en), modellen Stappen voor de opmaak Afbakening territorium (/a) + motivering Informatieverzameling

45 Definitie en doelstellingen Definitie ‘sociale kaart’ = “ verzameling subjectieve en/of objectieve informatie rond de ontwikkeling van maatschappelijke domeinen en hun ruimtelijke spreiding gedurende een bepaalde periode” Meetinstrument / barometer voor maatschappelijke feiten en tendensen in territoriale eenheid (analyse knelpunten) ~ fragmentering van en ongelijkheden in samenleving ~ ontwerpen van beleidsmaatregelen om ongelijkheden weg te werken cf. residentiële differentiatie, verschillen in inkomen, etniciteit, gezinssamenstelling

46 Modellen demografische + socio-economische variabelen (o.m. werkgelegenheid, inkomen, werkloosheid, gezinssamenstelling, etnische minderheden, onderwijs, huisvestiging, …) verschillen in  afbakening gebruikte territoriale aggregatie  keuze studieterreinen (o.m. leerachterstand onderwijs, aanwezigheid OCMW (bestaansmin.-)cliënteel, criminaliteit, huurprijs, aantal WIGW’s centrale vraag: welke geschikt voor lokaal beleid?

47 Stappen voor de opmaak Kennis van de maatschappelijke positie van sociale groepen (algemeen + groepen met verhoogd kansarmoederisico)  Verkenningstochten ~ ruimtelijke spreiding maatschappelijk ongelijke groepen ~ fragmentering van samenleving  beleid op maat

48 Stappen voor de opmaak Multi-dimensionaal en geïntegreerd kansarmoede- en/of wijkontwikkelingsbeleid (“opentrekken kansarmoedebeleid naar alle aspecten die de participatie van iedereen aan de samenleving kunnen bevorderen”)  multi-dimensionale karakter kansarmoede 4 fasen

49 Verkenningstocht 1 Doelstellingen fixeren o.b.v. signalen van en contact met betrokken (beleids)instanties (resultaat van maatsch. ontw.) Territoria afbakenen (stad, buurt, wijk, gemeente) Welke ruimtelijke aggregatie is het meest geschikt om zo gedetailleerd mogelijk gegevens te verzamelen? - afhankelijk van cijfermateriaal - bestaand cijfermateriaal beïnvloedt keuze van variabelen Gegevens verzamelen rond thema’s (beleidsdomeinen) Methodologie en technische verwerking

50 Verkenningstocht 2 Analyse van gegevens - naargelang ruimtelijke aggregatie, vgl. Vlaamse situatie/gemeentelijk niveau - evt. vergelijken met de algemene situatie van bv. een gewest (Vlaanderen) Aanduiden en kwantificeren van knelpunten per deelterrein Conclusies en bedenkingen Aanduiding beleidsdomeinen (o.m. onderwijs, huisvestiging, werkgelegenheid, gezondheid, welzijn, inkomen, cultuur, inspraak, …)

51 Verkenningstocht 3 Afbakening van de doelgroep(en) (o.m. (langdurige) werklozen, BM-trekkers, bejaarden, jongeren, vrouwen, laaggeschoolden, gehandicapten, migranten, …) Ruimtelijke spreiding van de doelgroepen (o.m. statistische buurt (sector), gemeente, administratieve wijken, bouwblokken, straat, …)  Koppeling drie verkenningstochten in beleidsaanbevelingen / beleidsnota

52 Stap 4: beleid op maat Vertaling in concreet projectplan Vb.: werkloosheidsproblematiek - Belgisch Grondrecht (art. 23 sociale grondrechten) ~ arbeid als sleutel tot de toegang tot de elementaire rechten “deel-hebben” ~ arbeid als sleutel tot de participatie aan het maatschappelijk leven “deel-nemen” - Maatschappelijke context als verklarende factor -Integrale aanpak als mogelijke oplossing

53 Sleutelelement 1: Afbakening territorium / (a) Algemeen: evenwicht tussen detail en overzicht Bruikbare territoriale eenheden: - gemeente als geheel - administratieve (politionele) territoria (administratieve wijken; enkel grote steden) - statistische sectoren ( NIS, buurtnotie: sociale, economische en bouwkundige criteria) - territoriale afbakeningen OCMW-criterium (sociale centra)

54 Afbakening territorium / (a) Toegevoegde waarde afwegen: ~ doelstellingen + beschikbare gegevens + tijdsinvestering Gemeente als geheel voordelen: historisch inzicht; gemakkelijke verwerking en snelle resultaten nadelen: te globaal; weinig mogelijkheden gedetailleerde ruimtelijke spreiding van alle ongelijkheden

55 Afbakening territorium / (a) District / deelgemeente voordelen:  algemeen overzicht per district (cf.verkenningstocht 1);  snelle resultaten met ruimtelijke aanduiding van knelpunten en mogelijkheid tot directe actie;  gemakkelijke interpretatie gegevens nadelen:  te globaal (verlies van informatie)  Geen vergelijking tussen districten mogelijk;

56 Afbakening territorium / (a) Administratieve (politionele) wijk voordelen:  fijne(re) gedetailleerde analyse (cf. verkenningstocht 3)  snelle resultaten met aanduiding knelpunten  gemakkelijke interpretatie gegevens  meer info over sociaal-ruimtelijke ongelijkheden  voor gedetailleerd beleid of urgente acties nadelen:  geringe samenwerking tussen verschillende diensten  Geen vergelijkbare gegevens

57 Afbakening territorium / (a) Statistische buurt voordelen:  fijne(re) gedetailleerde analyse  vergelijkbare gegevens van ruimtelijke eenheden  mogelijkheid ruimtelijke aggregatie maken (o.m. wijk afbakenen)  inzicht in sociaal-ruimtelijk patroon nadelen:  slechts één keer per 10 jaar  variabelen niet opgenomen (o.m. leerachterstand, bestaansmin.)  veel kennis en technische middelen nodig

58 Sleutelelement 2: Informatieverzameling Moeilijkheden: gebrek aan gestandaardiseerde gegevens ngl. territoriale eenheden Meest gebruikte bronnen: ambtelijke statistieken (NIS - volkstelling en registratiesysteem gemeente -, andere databestanden, o.m. OCMW, VDAB, RVA, Rijksdienst voor Pensioen,...) Soort informatie: variabelen (o.m. demografische, werkenden, werkzoekenden, werkgelegenheid, onderwijs, wonen, bestaansminimumtrekkers, bejaarden, risicogroepen, …)

59 Werkseminaries Vraag CAW Artevelde en CAW Visserij: opmaak van een omgevingsanalyse Bestaand materiaal: - vorige omgevingsanalyse ( ) - missie CAW’s en andere documenten - welzijnsbarometer duurzame ontwikkeling Gent

60 Bibliografie deel 2 Baert, H. (1998) Het spel van ‘vormingsbehoeften’ en ‘vormingsnoodzaak’ in het levenslang leren. In J. Kessels, J.W.M.; Schedler, P.E. (red.) KATUS, “andragologie in transformatie”. Boom, Amsterdam Ben Abdeljelil, Y. (1997). Een sociale kaart: een barometer van en een instrument voor een beleid op maat. In M. Bouverne-De Bie & G. Verschelden (Red.). Handleiding voor de opmaak van een geïntegreerd lokaal beleidsplan in het kader van het Sociaal Impulsfonds (pp ). Brussel: Koning Boudewijnstichting.

61 Bibliografie deel 2 Notredame, L. (1995). Behoefte en zorg. Naar een optimale afstemming. Brussel: Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden. Vranken (1992) Welzijn : voorwerp van maatschappelijke en historische dynamiek. In Baert, H. (ed.) De welzijnszorg in de Vlaamse Gemeenschap. Leuven: Garant


Download ppt "Doelmatig beleid Legitiem overheidsbeleid = beleid dat antwoord geeft op bepaalde behoeften die zich in de maatschappij manifesteren Dit antwoord moet."

Verwante presentaties


Ads door Google