De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Meervoudige Negatie en Iconiciteit Ludovic De Cuypere, Johan van der Auwera en Klaas Willems BKL/CLB - Taaldag 2005.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Meervoudige Negatie en Iconiciteit Ludovic De Cuypere, Johan van der Auwera en Klaas Willems BKL/CLB - Taaldag 2005."— Transcript van de presentatie:

1 Meervoudige Negatie en Iconiciteit Ludovic De Cuypere, Johan van der Auwera en Klaas Willems BKL/CLB - Taaldag 2005

2 Meervoudige Negatie 1. Je ne chante pas

3 Meervoudige Negatie 1. Je ne chante pas NEG1 NEG2

4 Meervoudige Negatie 1. Je ne chante pas NEG1 NEG2 2. I don’t see nothing

5 Meervoudige Negatie 1. Je ne chante pas NEG1 NEG2 2. I don’t see nothing NEG1 NEG2

6 Meervoudige Negatie 1. Je ne chante pas NEG1 NEG2 2. I don’t see nothing NEG1 NEG2

7 Formele Strategieën Araona (Tacanan; Bolivia) (Pitman 1980:60) Dizi pi-ba-ma road NEG-see-NEG ‘(S)he didn’t see the road’ French Je ne chante pas ‘I don’t sing’ Huallaga Quechua (Quechuan; Peru) (Weber 1989:335) Mana rura-shka-:-chu not do-PERF-1-NEG ‘I did not do it’ VRIJ

8 Formele Strategieën Araona (Tacanan; Bolivia) (Pitman 1980:60) Dizi pi-ba-ma road NEG-see-NEG ‘(S)he didn’t see the road French Je ne chante pas ‘I don’t sing’ Huallaga Quechua (Quechuan; Peru) (Weber 1989:335) Mana rura-shka-:-chu not do-PERF-1-NEG ‘I did not do it’ VRIJ GEBONDEN

9 Formele Strategieën Araona (Tacanan; Bolivia) (Pitman 1980:60) Dizi pi-ba-ma road NEG-see-NEG ‘(S)he didn’t see the road’ French Je ne chante pas ‘I don’t sing’ Huallaga Quechua (Quechuan; Peru) (Weber 1989:335) Mana rura-shka-:-chu not do-PERF-1-NEG ‘I did not do it’ VRIJ GEBONDEN COMBINATIE

10 Dahl (1979)

11 Honda (1996)

12 Miestamo (2003)

13 (De Cuypere, van der Auwera en Willems)

14 150+ talen

15

16 Centraal Africa

17 Papua New Guinea - Vanuatu

18 Meervoudige Negatie (ne...pas) 1.wereldwijd fenomeen 2.komt voor in verschillende taalfamilies 3.frequent verschijnsel (?) 4. niet zeldzaam Typologisch

19 Meervoudige Negatie (ne...pas) 1.wereldwijd fenomeen 2.komt voor in verschillende taalfamilies 3.frequent verschijnsel (?) 4. niet zeldzaam Typologisch Iconiciteit betrokken?

20 Jespersen’s Cycle 1.jeo ne di(Oud Frans) 2.je ne dis pas(Modern Standaard Frans) 3.je dis pas(Modern Gesproken Frans) ‘Ik zeg niet’

21 Jespersen’s Cycle 1.jeo ne di 2.je ne dis (pas) 3.je ne dis pas 4.je (ne) dis pas 5.je dis pas ‘ik zeg niet’ 1. negator wordt versterkt 2. de versterker verbleekt en wordt deel van de MN 3. de originele negator verliest terrein

22 Jespersen’s Cycle 1. ne dico 2. ne oenum dico 3. non dico

23 Jespersen’s Cycle 1. ne dico 2. ne oenum dico 3. non dico  zelfde proces (versterking)  ander resultaat (NEG absorptie)  geen meervoudige negatie

24 Jespersen’s Cycle 1.jeo ne di 2.je ne dis (pas) 3.je ne dis pas 4.je (ne) dis pas 5.je dis pas

25 Jespersen’s Cycle 1.jeo ne di 2.je ne dis (pas) 3.je ne dis pas 4.je (ne) dis pas 5.je dis pas je ne marche un pas ‘ik ga niet een stap verder’

26 ne + V Beweging + (un) pas ne + V +(pas)

27 ne + V Beweging + (un) pas ne + V +(pas) Object/NEG2 NEG2

28 NEG1 < NEG1 + NEG2

29 versterking qua vorm = versterking qua inhoud NEG1 < NEG1 + NEG2

30 Diagrammatische iconiciteit versterking qua vorm = versterking qua inhoud NEG1 < NEG1 + NEG2

31 1.jeo ne di 2.je ne dis (pas) 3.je ne dis pas 4.je (ne) dis pas 5.je dis pas Diagrammatische Iconiciteit 1 > 2: versterking = iconisch

32 1.jeo ne di 2.je ne dis (pas) 3.je ne dis pas 4.je (ne) dis pas 5.je dis pas Diagrammatische Iconiciteit 1 > 2: versterking = iconisch 2 > 3: reanalyse = symbolisch

33 Versterking van Negatie 1. Waarom moet een negator worden versterkt? 2. Zijn er andere bronnen voor NEG2?

34 1.Waarom moet een NEG versterkt worden? 1.1 Vormelijk: NEG1 wordt zwak 1.2 [T]he addition serves to make the negative more impressive as being more vivid or picturesque. (Jespersen 1917:15) 1.3 ne...pas als “Discordantiel... Forclusif”

35 1.1 Vormelijk: NEG1 wordt zwak  een ander element in de zin wordt benadrukt (Jespersen 1917:4)  contrast Hij is niet GROOT (hij is klein)

36 1.1 Vormelijk: NEG1 wordt zwak  danger of becoming unrecognizable (Bernini & Ramat 1996:30) OE menn ne cunnon [mεn:ə kun:õ] men NEG know ‘the men didn’t know’

37 1.1 Vormelijk: NEG1 wordt zwak  danger of becoming unrecognizable (Bernini & Ramat 1996:30) OE menn ne cunnon [mεn:ə kun:õ] men NEG know ‘the men didn’t know’

38 1.1 Vormelijk: NEG1 wordt zwak  danger of becoming unrecognizable (Bernini & Ramat 1996:30) OE menn ne cunnon [mεn:ə kun:õ] men NEG know ‘the men didn’t know’ onwaarschijnlijk voor andere talen

39 1.2 Om de negatie imposanter te maken  the chief use of a negative sentence being to contradict and to point a contrast (Jespersen 1917:5)  Givón (2001:370) (1)A: What’s new? B: My wife is pregnant. A: Congratulations! (2) A: What’s new? B: My wife isn’t pregnant. A: Gee, was she supposed to be?

40 1.2 Om de negatie imposanter te maken  the chief use of a negative sentence being to contradict and to point a contrast (Jespersen 1917:5)  Givón (2001:370) (1)A: What’s new? B: My wife is pregnant. A: Congratulations! (2) A: What’s new? B: My wife isn’t pregnant. A: Gee, was she supposed to be? negatie corrigeert een affirmatieve (presuppositie)

41 1.3 Discordantiel... Forclusif Alfred ne chante pas Damourette & Pichon (1930)

42 1.3 Discordantiel... Forclusif Alfred ne chante pas D bereidt NEG voor breekt de affirmatief ~ non-factual marker Damourette & Pichon (1930)

43 1.3 Discordantiel... Forclusif Alfred ne chante pas D bereidt NEG voor breekt de affirmatief ~ non-factual marker Damourette & Pichon (1930) ~ Je crains qu’il ne vienne

44 1.3 Discordantiel... Forclusif Alfred ne chante pas DF bereidt NEG voor breekt de affirmatief ~ non-factual marker realiseert NEG volgt altijd D Damourette & Pichon (1930)

45 1.3 Discordantiel... Forclusif Jespersen’s cycle 1.jeo ne di 2.je ne dis (pas) 3.je ne dis pas 4.je (ne) dis pas 5.je dis pas 1.ne is NEG 2.ne = D/ te zwak v. NEG 3. NEG = D + F 4. F gezien als drager NEG 5. pas is NEG

46 1.3 Discordantiel... Forclusif Jespersen’s cycle 1.jeo ne di 2.je ne dis (pas) 3.je ne dis pas 4.je (ne) dis pas 5.je dis pas 1.ne is NEG 2.ne = D/ te zwak v. NEG 3. NEG = D + F 4. F gezien als drager NEG 5. pas is NEG nooit NEG1 + NEG2!

47 1.3 Discordantiel... Forclusif Kahrel (1996:78) Quechua Maŋarayi Babungo NEG + NON-FACTUAL Navaho Arabisch

48 1.3 Discordantiel... Forclusif Kahrel (1996:78) Quechua Maŋarayi Babungo NEG + NON-FACTUAL Navaho Arabisch = D + F

49 1.3 Discordantiel... Forclusif Kahrel (1996:78) Quechua Maŋarayi Babungo NEG + NON-FACTUAL Navaho Arabisch = D + F

50 1.3 Discordantiel... Forclusif Kahrel (1996:78) Quechua Maŋarayi Babungo NEG + NON-FACTUAL Navaho Arabisch = D + F

51 1.jeo ne di 2.je ne dis (pas) 3.je ne dis pas 4.je (ne) dis pas 5.je dis pas 2. Andere bronnen NEG2? 1 > 2: versterking = iconisch 2 > 3: reanalyse = symbolisch

52 1.jeo ne di 2.je ne dis (pas) 3.je ne dis pas 4.je (ne) dis pas 5.je dis pas 2. Andere bronnen NEG2? ‘minimale eenheid’  OF. pas, mie, point, goutte, mot, chose, rien. (Mörhen 1980)

53 1.jeo ne di 2.je ne dis (pas) 3.je ne dis pas 4.je (ne) dis pas 5.je dis pas 2. Andere bronnen NEG2? ‘minimale eenheid’  OF. pas, mie, point, goutte, mot, chose, rien. (Mörhen 1980) Andere mogelijkheden?

54 2. Andere bronnen NEG2? 2.1 Taalcontact 2.2 Sentence Final Negation 2.3 Reanalyse

55 2.1 Taalcontact Aikhenvald (2002:134) Tariana (Arawakan; Brazil) ne ma-na-kade-mha. NEG NEG-want-NEG-PRES.NONVIS Tucano (Tucanoan; Brazil) neê ia-tí-sa NEG want-NEG-PRES.NONVIS.nonthird.p ‘(I) do not want anything at all’

56 2.1 Taalcontact Aikhenvald (2002:134) Tariana (Arawakan; Brazil) ne ma-na-kade-mha. NEG NEG-want-NEG-PRES.NONVIS Tucano (Tucanoan; Brazil) neê ia-tí-sa NEG want-NEG-PRES.NONVIS.nonthird.p ‘(I) do not want anything at all’

57 2.1 Taalcontact Aikhenvald (2002:134) Tariana (Arawakan; Brazil) ne ma-na-kade-mha. NEG NEG-want-NEG-PRES.NONVIS Tucano (Tucanoan; Brazil) neê ia-tí-sa NEG want-NEG-PRES.NONVIS.nonthird.p ‘(I) do not want anything at all’ zeldzaam

58 2.2 Sentence Final Negation Braziliaans Portugees (Indo-European; Brazil) (Bernini & Ramat 1996:74) Ele não sabe que o pai chegou. Não! he NEG knows that the father arrived. No! Ele não sabe que o pai chegou, nao! he NEG knows that the father arrived, no! Ele não sabe que o pai chegou não! he NEG knows that the father arrived NEG! ‘He doesn’t know that his father arrived’

59 2.2 Sentence Final Negation 1. s [...NEG V...] s [NO] 2. s [...NEG V...(][)NO] 3. s [...NEG V...NEG] Braziliaans Portugees (Indo-European; Brazil) (Bernini & Ramat 1996:74)

60 2.2 Sentence Final Negation 1. s [...NEG V...] s [NO]emfase! 2. s [...NEG V...(][)NO] 3. s [...NEG V...NEG] Braziliaans Portugees (Indo-European; Brazil) (Bernini & Ramat 1996:74)

61 2.2 Sentence Final Negation 1. s [...NEG V...] s [NO] emfase! 2. s [...NEG V...(][)NO]reanalyse 3. s [...NEG V...NEG] Braziliaans Portugees (Indo-European; Brazil) (Bernini & Ramat 1996:74) Jespersen’s cycle

62 2.3 Reanalyse 1.NEG V 2.NEG1 V (NEG2) 3.NEG1 V NEG2 ‘Minimale Eenheid’ Taalcontact NEG1 Andere? Jespersen’s Cycle

63 2.3 Reanalyse Paamese (Austronesian; Vanuatu) (Crowley 1982, in: Miestamo 2003: ) ro-longe-tei. NEG-3SG.R.hear-PART/NEG ‘He did not hear him.’

64 2.3 Reanalyse Paamese (Austronesian; Vanuatu) (Crowley 1982, in: Miestamo 2003: ) ro-longe-tei. NEG-3SG.R.hear-PART/NEG ‘He did not hear him.’ NEG2 < partitief

65 2.3 Reanalyse Awa Pit (Barbacoan; Colombia) (Curnow 1997:332) Santos-na shi i-ma-y. Santos-Top NEG go-NEG-Nonlocut ‘Santos didn’t go.’

66 2.3 Reanalyse Awa Pit (Barbacoan; Colombia) (Curnow 1997:332) Santos-na shi i-ma-y. Santos-Top NEG go-NEG-Nonlocut ‘Santos didn’t go.’ NEG2 < aspect marker (voltooiing)

67 2.3 Reanalyse 2. NEG1 V X 3. NEG1 V NEG2 Partitief Aspect Andere?

68 SymmetrischAsymmetrisch NEGATION ConstructioneelParadigmatisch Miestamo (2003)

69 SymmetrischAsymmetrisch NEGATION ConstructioneelParadigmatisch Nederlands a. Hij komt b. Hij komt niet Miestamo (2003)

70 Constructioneel Jaqaru (Aymaran; Peru) (Hardman 2000:102, 106) a.ill-w-ima-wa see-PST-1.2-PK ‘I saw you.’ b.ill-w-ima-txi see-PST-1.2-NEG/Q ‘Did I see you?’ c.isha-w ill-w-ima-txi NEG-PK see-PST-1.2-NEG/Q ‘I didn’t see you.’

71 Constructioneel Jaqaru (Aymaran; Peru) (Hardman 2000:102, 106) a.ill-w-ima-wa see-PST-1.2-PK ‘I saw you.’ b.ill-w-ima-txi see-PST-1.2-NEG/Q ‘Did I see you?’ c.isha-w ill-w-ima-txi NEG-PK see-PST-1.2-NEG/Q ‘I didn’t see you.’ NEG structuur = AFF structuur + NEG + X

72 Paradigmatisch Maung (Australian; Australia) (Capell & Hinch 1970:67) a.ŋi-wan-udba 1SG.3-FUT-put ‘I shall put.’ b.ni-ubda-ji 1SG.3-put-IRR.NONPST ‘I can put.’ c.marig ni-ubda-ji NEG 1SG.3-put-IRR.NONPST ‘I do/shall not put.’

73 Paradigmatisch Maung (Australian; Australia) (Capell & Hinch 1970:67) a.ŋi-wan-udba 1SG.3-FUT-put ‘I shall put.’ b.ni-ubda-ji 1SG.3-put-IRR.NONPST ‘I can put.’ c. marig ni-ubda-ji NEG 1SG.3-put-IRR.NONPST ‘I do/shall not put.’ AffirmatiefNegatief X X Y

74 4 soorten asymmetrie 1. Finiete Element Engels a.John sees Mary b.John does not see Mary FE

75 4 soorten asymmetrie 2. Markeren “reality status” Maung (Australian; Australia) (Capell & Hinch 1970:67, in: Miestamo 2003:314) a.ŋi-wan-udba 1SG.3-FUT-put ‘I shall put.’ b.marig ni-ubda-ji NEG 1SG.3-put-IRR.NONPST ‘I do/shall not put.’

76 4 soorten asymmetrie 3. Markeren van Emfase Abipon (Mataco-Guaicuru; Argentina) (Najlis 1966:38,124, in: Miestamo 2003:95) a.cig-at i-aRai-k-am NEG-EMPH 3-know-OBJ-FUT ‘(S)he will not know [it]’

77 4 soorten asymmetrie 4. Andere Gramm. Categorieën Kiowa (Kiowa Tanoan; USA) (Watkins 1984:214, in: Miestamo 2003:293) a.hón mát h òn Ø-cą́’n-ô’ k h i’dêl-gò’ NEG girl3SG-arrive.PFV-NEG yesterday ‘The girl hasn’t come since yesterday.’

78 2.3 Reanalyse 1. NEGV X Finiet el., emf., TAM, interr., irrealis.

79 2.3 Reanalyse 1. NEGV X 2. NEGV NEG/X Finiet el., emf., TAM, interr., irrealis. TAM, interr., irr., emf., part.  Imonda, Jaqaru, Quechua

80 2.3 Reanalyse 1. NEGV X 2. NEGV NEG/X 3. NEG1V NEG2 Finiet el., emf., TAM, interr., irrealis. TAM, interr., irr., emf., part.  Imonda, Jaqaru, Quechua TAM, interr., irr., emf., part.  Awa Pit, Aymara, Lewo

81 2.3 Reanalyse 1. NEGV X 2. NEGV NEG/X 3. NEG1V NEG2 Versterking?

82 Miestamo (2003:169) Asymmetrie > Analogie tussen Vorm en Functie A/Fin: “negatives code stative situations” A/NonReal: “negation belongs to the realm of the non-realized” A/Emph: “the need for reinforcement in negation” A/Cat: “many aspects of the negated content are known to the speakers” (temporal aspects, participants)

83 Versterking? Miestamo (2003:169) Asymmetrie > Analogie tussen Vorm en Functie A/Fin: “negatives code stative situations” A/NonReal: “negation belongs to the realm of the non-realized” A/Emph: “the need for reinforcement in negation” A/Cat: “many aspects of the negated content are known to the speakers” (temporal aspects, participants)

84 Versterking? Miestamo (2003:169) Asymmetrie > Analogie tussen Vorm en Functie A/Fin: “negatives code stative situations” A/NonReal: “negation belongs to the realm of the non-realized” A/Emph: “the need for reinforcement in negation” A/Cat: “many aspects of the negated content are known to the speakers” (temporal aspects, participants)

85 Versterking? A/NonReal: “negation belongs to the realm of the non-realized” (Jaqaru) isha-w ill-w-ima-txi NEG-PK see-PST-1.2-NEG/Q ‘I didn’t see you.’

86 Versterking? A/NonReal: “negation belongs to the realm of the non-realized” (Jaqaru) isha-w ill-w-ima-txi NEG-PK see-PST-1.2-NEG/Q ‘I didn’t see you.’ Combinatie van interrogatief en indefinitief komt vaker voor: Wat zeg je? Hij zegt maar wat. NEG/Q mogelijk versterkend

87 Versterking? A/Cat: “many aspects of the negated content are known to the speakers” (temporal aspects, participants) (Paamese) ro-longe-tei. NEG-3SG.R.hear-PART/NEG ‘He did not hear him.’

88 Versterking? A/Cat: “many aspects of the negated content are known to the speakers” (temporal aspects, participants) (Paamese) ro-longe-tei. NEG-3SG.R.hear-PART/NEG ‘He did not hear him.’ Partitief heeft de betekenis ‘kleine hoeveelheid’ gemeen met bv. pas, point, iets. NEG/Part. mogelijk versterkend

89 2.3 Reanalyse 1. NEGV X 2. NEGV NEG/X 3. NEG1V NEG2 Versterking?  In veel gevallen, in alle?

90 Conclusie  Niet zeldzaam  Iconiciteit kan een motiverende factor zijn  JC - Versterking van vorm en inhoud  Andere bronnen NEG2: - Taalcontact - Sentence Final Negation - Extra ‘markers’ in Asymm. Neg.  Altijd versterking (?)

91  


Download ppt "Meervoudige Negatie en Iconiciteit Ludovic De Cuypere, Johan van der Auwera en Klaas Willems BKL/CLB - Taaldag 2005."

Verwante presentaties


Ads door Google