De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Taal en logica Over het gebruik van eerste orde propositie/predikatenlogica voor de analyse van natuurlijke taal.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Taal en logica Over het gebruik van eerste orde propositie/predikatenlogica voor de analyse van natuurlijke taal."— Transcript van de presentatie:

1 Taal en logica Over het gebruik van eerste orde propositie/predikatenlogica voor de analyse van natuurlijke taal

2 Logische Ingrediënten Individuele constanten: a, b, c,.. Individuele variabelen: x,y,z,.. Predikaatconstanten: P(s), R(x,y),.. Connectieven: , , , ,… Kwantoren: , . Let wel: eerste orde logica

3 Wat kun je hiermee? Vertalen  Interpretatie Want: interpretatie van 1e orde logica ligt vast (m.b.t. model, variabele toekenning). B.v. eigennamen Jan kust Marie Kussen(j,m)  K

4 Kwantoren Iedere student leest een boek  x(St(x)  y(Boek(y)  Lezen(x,y))) Niet iedereen is gelukkig  x(Gelukkig(x)) De koningin van Nederland is gelukkig  x (KvN(x)  G(x)   y (KvN(y)  y=x))

5 Anafora Anafoor: uitdrukking die voor zijn interpretatie afhankelijk is van een andere uitdrukking (antecedent). Reflexieven: zichzelf Pronomina: hij/zij

6 Coreferentie en Binding Jan i houdt van zichzelf i. Hv(j,j) Coïndicering = coreferentie Iedereen i houdt van zichzelf i.  x Hv(x,x) Niemand i houdt van zichzelf i.  xHv(x,x) Coïndicering = binding

7 Pronomina Jan i denkt dat hij i/j gelukkig is. Coïndicering = coreferentie Iedereen i denkt dat hij i/j gelukkig is. Coïndicering = binding Syntactische beperkingen op anafora.

8 Principe A Principe A: Een reflexief moet worden gebonden aan een antecedent dat voorkomt in de kleinste zin (S) of NP. Jan i denkt dat Els k van zichzelf *i/k houdt. Iedereen i denkt dat Els k van zichzelf *i/k houdt. Els i denkt dat iedereen k van zichzelf *i/k houdt.

9 Principe B Principe B: een (niet-reflexief) pronomen mag niet worden gebonden aan een antecedent dat voorkomt in de kleinste zin (S) of NP. Jan i houdt van hem *i/k. Iedereen i houdt van hem *i/k.

10 Principe C Principe C: eigennamen kunnen niet worden gebonden. Jan i houdt van Jan ?i/k. Jan i denkt dat Jan ?i/k een genie is.

11 C-commanderen Standaard: antecedent c-commandeert anafoor. C-commanderen: links en hoger in de (syntactische) boom (informeel). C-commanderen: een knoop A c- commandeert een andere knoop B in een boom als de eerste knoop die A domineert ook B domineert.

12 Boomstructuur I A c-commandeert B en omgekeerd   A B

13 Boomstructuur II A c-commandeert B, maar niet omgekeerd (asymmetrie).   A   B

14 Binding en coreferentie Zijn i buurman haat Jan i. Zijn *i/k buurman haat iedereen i. Coreferentie is minder gevoelig voor schending van c-commanderen dan binding. Mogelijk: coreferentie geen syntactische binding in dit soort gevallen.

15 Grenzen.. Wat voor soort natuurlijke taal uitdrukkingen kunnen we niet beschrijven met de middelen van de eerste orde propositie/predikatenlogica?

16 Vertaalproblemen I Implicaturen: wilt u soep of salade? Inclusief of versus exclusief of pq p  incl qp  excl q

17 Vertaalproblemen II Wilt u soep of salade? Nee, ik wil geen soep of salade. pq p  incl qp  excl q  p  incl q  p  excl q

18 Problemen met ‘en’ Jeroen en Jenny zijn getrouwd. Jeroen en Jenny houden van elkaar. Jan mengt rode en gele verf. (NP en NP) VP kan niet worden vertaald als p  q, want en is hier niet distributief. Natuurlijke taalconnectieven passen niet altijd binnen waarheidstafels.

19 Problemen met negatie Als niemand luistert naar niemand vallen er doden in plaats van woorden.  x  y Luisteren(x,y) …. Liever dan  x  y Luisteren(x,y). Compositionaliteit van betekenis? Andere interpretatie voor niemand? Hogere orde analyse?

20 Negative concord Personne n’est venu[Frans] Niemand is gekomen. Je n’ai rien mangé. Ik heb niets gegeten. Personne n’a rien dit. Niemand heeft iets gezegd.

21 1e orde te beperkt I Andere argumenten dan individuele variabelen. Jan denkt dat hij gelukkig is. Denken(j, hij is gelukkig) [propositie] Jenny houdt van schaatsen. Hv(j, Schaatsen) [predikaat] Dit zijn geen wff’s in 1e orde logika!

22 1e orde te beperkt II Predikatie en modificatie Een rode trui, een Nederlandse taalkundige.  x (Taalk(x)  Ned(x)) intersectief Een grote muis/ een snelle motor Niet:  x (Muis(x)  Groot(x)) Maar:  x (Muis(x)  (Gr(Muis))(x) deelverz. Een valse munt, vals spelen, imitatie bont, een porseleinen olifant. Niet:  x (Munt(x)  Vals(x)) intensioneel

23 1e orde te beperkt III 2e orde kwantificatie Jan heeft alle eigenschappen van Sinterklaas.  P (P(s)  P(j)) De meeste studenten zijn tevreden. Niet: variant op  x of  x. Meer dan 80% van de Democraten heeft gestemd op Kerry.

24 Compositionaliteit Principe van Compositionaliteit van betekenis: de betekenis van het geheel is functie van de betekenis van de samenstellende delen, en van de manier waarop ze zijn samengesteld. Natuurlijke taal vereist 2e orde logica. Typenlogica: Montague Grammatica.

25 GQ theorie N en VP denoteren eigenschappen (verzamelingen individuen). NP denoteert verzameling van eigenschappen (verzameling van verzamelingen). VP  NP Det legt relatie tussen twee verzamelingen A en B gegeven door N en VP: Q(A,B).

26 Eigennamen in GQ Jenny is gelukkig. Gelukkig(j) j  G (1e orde) Gelukkig  {P| P(j)} G GQ-theorie j

27 Standaardkwantor I Alle studenten zijn intelligent. Intelligent  Alle studenten Intelligent  {P|  x (St(x)  P(x))} S I S  I

28 Standaardkwantor II Geen student is rijk. Rijk  Geen student. Rijk  {P|  x St(x)  P(x)} S R R  S= 

29 2e orde De meeste studenten zijn gelukkig Gelukkig  de meeste studenten S G |S  G| > |S-G|

30 Relaties Alle studenten zijn intelligent Studenten  Intelligent Geen student is rijk Student  Rijk =  De meeste studenten zijn gelukkig |Student  Gelukkig| > |Student – Gelukkig|.

31 Kwantificatie over andere domeinen Telbaar/niet telbaar onderscheid Telbare nomina: stoel, boek, student,.. Niet telbare nomina: water, olie, zand, liefde, meubilair, …

32 Criteria telbaar Sg/pl: stoel/stoelen, kind-kinderen Indefiniet lidwoord en telwoorden ok: Een mens, twee stoelen, drie kinderen many/few OK: many children, few books. Maateenheden niet ok: *twee kilo stoelen, *twee liter banaan. ‘kale’ NP alleen bij pl: Ik heb *kind/kinderen gezien.

33 Criteria niet-telbaar sg/pl onderscheid verschil in betekenis: zand/#zanden, liefde/liefdes, olie/oliën. Indefiniet en telwoorden niet OK: *een meubilair, *twee zand, *vijf olie Maar: twee water, drie koffie, vijf wijn Ik houd wel van een Californische wijn.

34 Meer criteria.. Much/little OK in Engels: much wine, much oil, little love, little sand. Maateenheden OK: twee kilo zand, twee liter olie. ‘Kale’ NP OK: Ik heb zand gestrooid/olie gelekt.

35 Tellen en meten Kwantificatie over telbare nomina: tellen Kwantificatie over niet-telbare nomina: meten De meeste studenten zijn gelukkig. (grootste aantal) Het meeste water is verontreinigd. (grootste hoeveelheid)

36 Referentie I Cumulatieve referentie (niet-telbaar): Water + water = water Water – water = water Deel van het geheel is van hetzelfde type als het geheel, en som van delen idem.

37 Afbeeldingen Veel telbare nomina komen ook voor in een niet-telbare variant, en andersom. Van niet-telbaar naar telbaar: Afbeelding op standaard hoeveelheid (geen maateenheid nodig): een koffie Afbeelding op ‘subsoorten’: taxinomie. Drie rode wijnen uit Portugal.

38 Verschillen tussen talen Ober, mag ik twee koffie, drie rode wijn en een mineraal water alstublieft. Waiter, can I have two coffees, three red wines and a mineral water, please. NL: impliciete maateenheid. En: alternantie met telbaar nomen.

39 Substanties Afbeelding van telbaar naar niet-telbaar: ‘substantie’ Er zit teveel appel in de salade. There is too much apple in the salad.

40 Object en substantie Verschillende woorden voor object en substantie: boom-hout, varken- varkensvlees. Engels: tree-wood, cow-beef, pig-pork Maar: kip-kip, vis-vis (chicken-chicken).

41 Taal en concept Nomina die verwijzen naar ‘massa’achtige concepten zijn meestal niet-telbaar: zand, olie, water,.. Bij alternantie: niet-telbare woord verwijst naar ‘abstracte’ betekenis, telbare woord naar ‘concrete’.

42 Kennis van de wereld? Telbaar/niet-telbaar niet altijd conceptueel. Twee woorden voor hetzelfde: Meubel-meubels-meubilair. Haar-haren-haar; Cheveu-cheveux-chevelure. Liefde-liefdes, ruimte-ruimtes, advies- adviezen.

43 Classifiers Sommige talen conceptualiseren (bijna) alles als niet-telbaar nomen: Chinees. Classifiers  maateenheden. *Twee vee/ twee stuks vee. Twee cl mens, veel cl boek, etc. Conclusie: concepten + taalkunde.


Download ppt "Taal en logica Over het gebruik van eerste orde propositie/predikatenlogica voor de analyse van natuurlijke taal."

Verwante presentaties


Ads door Google