De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

9 November 2010 Apotheker en arts werken aan optimale farmacotherapie: klinische farmacologie Patricia van den Bemt en Teun van Gelder - Erasmus MC.

Verwante presentaties


Presentatie over: "9 November 2010 Apotheker en arts werken aan optimale farmacotherapie: klinische farmacologie Patricia van den Bemt en Teun van Gelder - Erasmus MC."— Transcript van de presentatie:

1 9 November 2010 Apotheker en arts werken aan optimale farmacotherapie: klinische farmacologie Patricia van den Bemt en Teun van Gelder - Erasmus MC

2 Klinische farmacologie Officieel aandachtsgebied binnen de interne geneeskunde. “De internist - klinisch farmacoloog heeft kennis van de algemene farmacologie (PK en PD) en bezit specifieke deskundigheid op een of enkele deelgebieden. Hij is kundig op het gebied van bijwerkingen, interacties en intoxicaties en TDM.”

3 Klinische Farmacologie in Nederland Certificering: Cf 1internisten Cf 2 ziekenhuisapothekers Cf 3overige

4

5

6

7 Core topics of clinical pharmacology  Pharmacotherapy in special populations  Children, pregnancy, elderly  Pharmacogenetics  Adverse drug reactions  Toxicology  Drug interactions  Drug metabolism, pharmacokinetics, therapeutic drug monitoring  Drug development  Teaching

8 in 2010 in Erasmus MC:  Starten van de opleiding Klinische Farmacologie in Erasmus MC  Zowel voor internisten als voor ziekenhuisapothekers, als voor cf3  Polikliniek klinische farmacologie

9 Klinische farmacologie – opleiding / stage arts-assistent:  het verkrijgen van kennis op het gebied van de farmacokinetiek en het toepassen van begrippen als biologische beschikbaarheid, klaring en halfwaardetijd binnen de praktische farmacotherapie  het leren interpreteren van de betekenis van geneesmiddelconcentraties als middel om farmacotherapie te optimaliseren  kennis nemen van de technieken die beschikbaar zijn voor de analyse van geneesmiddelconcentraties in lichaamsvloeistoffen, en van de juiste randvoorwaarden voor het toepassen hiervan  het verwerven van inzicht in het werkingsmechanisme van frequent toegepaste geneesmiddelen en de mogelijkheden van farmacodynamische monitoring van deze geneesmiddelen

10 Klinische farmacologie – opleiding / stage arts ass:  het ontwikkelen van deskundigheid in het opsporen, registreren en evalueren van bijwerkingen van geneesmiddelen  het ontwikkelen van deskundigheid op het gebied van geneesmiddelinteracties, en van de bronnen waar dergelijke informatie kan worden verkregen  het ontwikkelen van deskundigheid in het behandelen van (auto)intoxicaties  het adviseren van collegae ten aanzien van keuze, dosering en toedieningsroute van geneesmiddelen  oriëntatie op de huidige stand van zaken van farmacogenetica  kennis nemen van de verschillende informatiebronnen en –technieken op het gebied van de farmacotherapie ten dienste van de praktiserend arts

11 Wat voegt deze klinisch farmacoloog toe?  Lidmaatschap GeneesmiddelenCommissie, Commissie Dure Geneesmiddelen  Verplichte discipline binnen de Medisch Ethische ToetsingsCommissie  Patient-gebonden activiteiten:  Binnen nefrologie : de klinisch farmacologische pet  Therapeutic drug monitoring, critical dose drugs  Consultatie complexe farmacotherapie  Chemotherapie bij nier- of leverlijden, interacties, bijwerkingen  Vanuit de Apotheek:  Consultatie intoxicaties  Medicatiebewaking  Consultatie farmacogenetica

12 Individualiseren van farmacotherapie 

13

14 Dosering bij nierfunctiestoornissen belang vanuit perspectief HARM onderzoek Patricia van den Bemt

15 resultaten HARM risicofactoren patiënt eigenschappenOR non-compliance (refill rate 1,2) 2,3* verminderde nierfunctie3,1 verminderde cognitie11,9 + afhankelijke woonsituatie 3,0 # Gecorrigeerd voor: *polyfarmacie en verminderde cognitie + polyfarmacie en woonsituatie # polyfarmacie, verminderde cognitie, non-compliance en verminderde nierfunctie

16 nierfunctiestoornissen in HARM  nader onderzocht  patiënten bleken in te delen in 3 groepen:  Groep A: min. 1 kreat bepaald in jaar voor HARM  Groep B: kreat bepaald op dag van HARM opname  Groep C: geen kreat bekend  karakteristieken van elke groep bepaald uit HARM database

17 karakteristieken  rol nierfunctie bij oorzaak HARM  2 onafhankelijke beoordelaars  3 typen:  interactie waarbij nierfunctie een rol speelde  Bijv. ACE-remmer + K-spaarder  dosis  contra-indicatie nierfunctie  monitoring error: voor groep C patiënten indien 1 van bovenstaande typen rol bij HARM

18 resultaten  714 HARM cases, waarvan 70 relatie met nierfunctie  10% van de HARMs; 0,55% van alle opnames  verdeling over ‘mate van monitoring’:  29 groep A (227 totaal)  41 groep B (420 totaal)  0 groep C (67 totaal)  487 geen nierfunctie VOOR opname (waarvan 41 HARM)  meerdere typen problemen per patiënt mogelijk, dus:  29 groep A: 13 IA, 14 dosis, 10 contra-indicatie  41 groep B: 9 IA, 32 dosis, 7 contra-indicatie

19 resultaten  Patiëntkarakteristieken groep A, B, C

20 discussie  informatie over patiënten opgenomen vanwege gm gerelateerd probleem  geen informatie over omvang probleem in de algemene bevolking  klaring geschat; niet exact bekend  Jellife-II  missing data van laboratoria?  MAAR:  wel eerste grote onderzoek dat inzicht geeft in manier van monitoring in eerste lijns patiënten die opgenomen worden vanwege HARM

21 conclusies  slecht gemonitored; ook als het er toe doet  ook in gemonitorde groep relatief veel HARMs mbt nierfunctie  confounder: aantal co-morbiditeiten  kennis?

22 Veel fouten door gebruik geneesmiddelen bij gestoorde nierfunctie  Voorschrijver kent nierfunctie niet  Voorschrijver overschat nierfunctie  Voorschrijver kent geneesmiddel niet  Medicatiebewaking faalt (link tussen lab en geneesmiddel afwezig)

23 Nierfunctie en medicatie  Medicatiebewaking:  Ziekenhuis  Koppelen medicatiebestand met uitslagen klinische chemie  Electronisch voorschrijfsysteem  ErasmusMC : dagelijks uitdraai van GFR < 50 mL/min en risicogeneesmiddel (o.a. NSAIDs, cotrimoxazol, aminoglycosiden, sotalol, allopurinol, digoxine, metformine, …)  Eerste lijn  Toegang huisarts tot lab uitslagen is beperkt  Koppeling medicatie aan nierfunctie ook bij apotheker meestal niet  Zelfredzaamheid!

24 Voorbeelden van geneesmiddelen die worden “bewaakt”  NSAIDs  Aminoglycosiden  Sotalol  Digoxine  Spironolacton  (val)aciclovir, (val)ganciclovir  Cotrimoxazol, nitrofurantoine  Metformine  Allopurinol  …

25 Casus 13 november 2008 (!)  Betreft vrouw 66 jr, opgenomen sinds 12 november 2008 op orthopedie  Reden van opname:  totale heupprothese links (13/11)  Medicatie :  enalapril 2x10 mg  bumetanide 1 mg  indomethacine 3 x 25 mg (start 12/11 tot 26/11)  …  Lab:  08/2006 creat 78, GR 69  08/2008 creat 114, GFR 41  12/11/2008 creat 156, GFR 29

26 Interventies  Indien tijdens de medicatiebewaking door apotheker of klinisch farmacoloog wordt vermoed dat een aanpassing in de voorgeschreven medicatie gewenst is of binnenkort gewenst kan zijn, dan wordt gebeld met de voorschrijver.  Advies wordt tevens vastgelegd in een tab-blad “Geneesmiddeladvies”, zodat in dagen erna duidelijk is waarover reeds contact is geweest met de voorschrijver en welk advies gegeven is.


Download ppt "9 November 2010 Apotheker en arts werken aan optimale farmacotherapie: klinische farmacologie Patricia van den Bemt en Teun van Gelder - Erasmus MC."

Verwante presentaties


Ads door Google