De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

3.8.1 Vissen ‘De vis wordt duur betaald’. ‘Boter bij de vis’. ‘Zich als een vis in het water voelen’. ‘Het is vlees noch vis’. 2 Zout water Schol Makreel.

Verwante presentaties


Presentatie over: "3.8.1 Vissen ‘De vis wordt duur betaald’. ‘Boter bij de vis’. ‘Zich als een vis in het water voelen’. ‘Het is vlees noch vis’. 2 Zout water Schol Makreel."— Transcript van de presentatie:

1 3.8.1 Vissen ‘De vis wordt duur betaald’. ‘Boter bij de vis’. ‘Zich als een vis in het water voelen’. ‘Het is vlees noch vis’. 2 Zout water Schol Makreel Hondshaai Haring Kabeljouw Schar Tong Kleine pieterman Bot Alle informatie in dit deel komt van Voor de uitleg w.b. de nummers op de afbeeldingen moet je naar deze site.

2

3 Schol Platvis met de ogen op de rechterzijde. Langs de Nederlandse kust algemeen. Leeft op zandige of gemengde bodems, van de kust tot een diepte van 200 meter. Paait van januari tot april op een diepte van meter. De eieren en larven zweven vrij in het water en worden door de stroming meegevoerd naar de kust en de estuaria in. De larven gaan bij een lengte van mm. naar de bodem. Naarmate de jonge schol groeit trekt hij naar steeds dieper water. Eet schelpdieren, wormen en kreeftachtigen.

4 Makreel Noord-Atlantische Oceaan. Langs de Nederlandse kust algemeen. Paait in juni en juli bij een temperatuur van 11-14°C, waarbij het vrouwtje eieren nabij het wateroppervlak legt. De jonge makrelen bereiken aan het eind van het eerste levensjaar een lengte van 20 cm (‘paapjes’). Makrelen hebben geen zwemblaas en moeten voortdurend blijven zwemmen om zuurstofrijk water langs de kieuwen te laten stromen. Makreel eet dierlijk plankton en kleine vis. Lekkerste van alle vissen volgens meneer Vlugt.

5 Hondshaai Voor de mens ongevaarlijk! Kijk bij het voedsel van deze haai! Noordoost-Atlantische Oceaan en Noordzee. Langs Nederlandse kust niet algemeen. Leeft meestal nabij zandige of zachte bodems op een diepte van meter. De eieren worden inwendig bevrucht. Het vrouwtje legt in het voorjaar ongeveer 20 eieren, die aan zeewier of rotsen worden gehecht. De relatief grote eikapsels (foto rechts boven) spoelen veelal leeg aan op het strand. Eet weekdieren, schaaldieren, wormen, kleine vissen.

6 Haring Noordelijk halfrond, Noordzee en Oostzee. Talrijk langs Nederlandse kust, juvenielen (zgn. ‘bliek’) ook in de estuaria. Leeft vrijzwemmend in scholen tot een diepte van 200 meter. Paait op grindbanken. Haringen zijn geslachtsrijp bij een leeftijd van minimaal drie jaar en een lengte van ongeveer 24 cm. Haringlarven trekken in het voorjaar in grote hoeveelheden de Waddenzee binnen. Dierlijk plankton, met name roeipootkreeftjes =>

7 Kabeljauw Wateren van de Noord-Atlantische Oceaan. Langs de Nederlandse kust algemeen. Paait van januari tot april bij een temperatuur van ongeveer 5°C en tot een diepte van 200 meter. Jonge kabeljauw leeft de eerste paar maanden vrij zwemmend en daarna bij de bodem. Kabeljauw is een alleseter, maar jonge dieren eten vooral kreeftachtigen en volwassen dieren vooral vis.

8 Schar Platvis met de ogen op de rechterzijde. Langs de Nederlandse kust algemeen. Leeft op zandige en modderbodems, op een diepte van meter. Paait van december tot maart op een diepte van meer dan 20 m. De eieren en larven leven vrij zwevend in het water. Jonge schar gaat bij een lengte van ongeveer 14 mm. naar de bodem. Eet voornamelijk wormen en kreeftachtigen, maar ook weekdieren en stekelhuidigen.

9 Tong Platvis met ogen op de rechterzijde en een ronde snuit die voor de bek uitsteekt. Langs de Nederlandse kust algemeen, jonge dieren ook tot in de getijdenzone. Nachtjager, die leeft op modderige of zandige bodems tot een diepte van 60 meter. Paait van april tot juni dicht onder de kust op een diepte van 20 meter. Tijdens de paaitrek naar de kust zwemt tong ’s nachts soms vlak onder het wateroppervlak. De eieren en larven leven vrij zwevend in het water. Bij een lengte van mm. gaat jonge tong naar de bodem. Eet wormen, weekdieren en kleine kreeftachtigen.

10 Kleine pieterman Oost-Atlantische Oceaan. Langs de Nederlandse kust vrij algemeen. Korte eerste, geheel zwarte rugvin met harde, scherpe (en giftige!) stekels. Kan met deze giftige stekels pijnlijke wonden veroorzaken bij mensen, die onbehandeld tot amputatie kunnen leiden. Het (eiwit)gif kan het best worden geneutraliseerd door zo snel mogelijk heet water over de wond te gieten. Komt voor op zandbodems vanaf de getijdenzone tot een diepte van 30 meter. Ligt overdag tot de ogen ingegraven in het zand in afwachting van passerende prooien. Is ’s nachts actiever. Paait in de zomer. Eet vooral op de bodem levende kreeftachtigen.

11 Bot Platvis met de ogen doorgaans op de rechterzijde, maar soms ook op de linkerzijde. Langs de Nederlandse kust en in de estuaria algemeen, jonge exemplaren ook in het IJsselmeer en in laaglandrivieren. Komt voor van de getijdenzone tot een diepte van 50 meter, maar heeft buiten de paaitijd een voorkeur voor ondiep water. Vanuit de estuaria trekt jonge bot de rivieren op, maar voor de voortplanting trekt de bot naar volle zee om van februari tot mei te paaien op diepten van meer dan 20 meter. Eet kleine kreeftachtigen, wormen, en schelpdieren. In brak en zoet water ook larven van insecten.


Download ppt "3.8.1 Vissen ‘De vis wordt duur betaald’. ‘Boter bij de vis’. ‘Zich als een vis in het water voelen’. ‘Het is vlees noch vis’. 2 Zout water Schol Makreel."

Verwante presentaties


Ads door Google