De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Communicatieve Vaardigheden 1 Les 1 N. Kelly. 1.Inleiding: Communicatieve Vaardigheden 1.1 Doelstelling van dit vak: Je verwoordt de theoretische basis.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Communicatieve Vaardigheden 1 Les 1 N. Kelly. 1.Inleiding: Communicatieve Vaardigheden 1.1 Doelstelling van dit vak: Je verwoordt de theoretische basis."— Transcript van de presentatie:

1 Communicatieve Vaardigheden 1 Les 1 N. Kelly

2 1.Inleiding: Communicatieve Vaardigheden 1.1 Doelstelling van dit vak: Je verwoordt de theoretische basis om de communicatie binnen een klasproces te analyseren. Je kan vertellen en voorlezen en bent je daarbij bewust van je eigen mogelijkheden. Je kan je eigen vaardigheden optimaal inzetten en eventuele beperkingen compenseren. Je hanteert een correct Nederlands. Je maakt verslagen waarbij je gebruik maakt van de juiste spelling, correcte grammatica, vlotte stijl en een aangepaste lay-out.

3 Je hebt inzicht in de vaardigheid feedback, waarbij je de spelregels bij het geven en krijgen van feedback beheerst. Langs deze feedback kan je je eigen communicatieve vaardigheden en de vaardigheden van je medestudenten bespreekbaar maken. Je kan kritisch kijken naar je eigen leerproces. Aan de hand van eigen praktijkervaring en door gebruik te maken van de feedback van anderen, formuleer je voor jezelf nieuwe werkpunten en stuur je je eigen leertraject bij. Dit alles is te vinden in je portfolio.

4 1.2 Taalvaardigheidsportfolio Per lesweek vind je een opdracht op Toledo, die telkens tijdens de les toegelicht wordt. Je volgt de instructies van de opdracht en je bewaart je opdracht en/of de verbetering ervan ALTIJD in je portfolio. Je taalvaardigheidsportfolio is een map waarmee je laat zien dat je continu bezig bent met je taal en je taalgebruik, zowel schriftelijk als mondeling. Bij alle oefeningen die je maakt, zowel in als na de les, en evengoed tijdens andere vakken of in je vrije tijd, maak je een groeiproces door. Dit groeiproces moet duidelijk worden in je portfolio. Een jaar lang hou je deze portfolio bij, en de docent kan de map te allen tijde (!) opvragen, nakijken en quoteren.

5 Opdrachten worden tijdens de lessen toegelicht en vervolgens op Toledo geplaatst zodat steeds duidelijk waaruit de portfolio zéker moet bestaan. Deze opdrachten zijn echter het minimum. Laat zien dat je werkt aan je taal, deze permanente evolutie wordt is de basis voor de permanente evaluatie voor dit vak door de docent. Evaluatie Eerste examenkans – eerste examenperiode: Mondeling examen 30% Schriftelijk examen 30% Portfolio 40% Tweede examenkans – derde examenperiode: idem

6 Opdracht 1: Toledo

7 Concreet: Week 38 (17 september) Week 39: Module Basisvaardigheden Week 40: OVI Toolshop: –Lezen en Vertellen: »Beoordelingsfiche

8 Tijdens de verteloefening vul je een beoordelingsfiche in voor 3 studenten. Plaats, tijd, namenlijst wordt meegedeeld

9 Communicatieve Vaardigheden Deel: N. Kelly Les 2

10 TAALACADEMIE Maandag 15 oktober – Donderdag 18 oktober – –In 4.06 en 4.09 = boven in de bibliotheek Mondeling en schriftelijk Vrijblijvend, boeiend en verrijkend

11 Terugkomend op vorige les: Voorlezen en vertellen Ervaringen bij het voorlezen? Andere ervaring bij het vertellen? Wie liever wat en waarom? Video: you-tube hits?

12 Opdracht 2 Je hebt je opname bekeken op Toledo. Vergelijk de evaluatie die je van je medestudenten gekregen hebt met het beeld dat je nu van jezelf hebt. Doe dit met een kritische ingesteldheid. Je beoordelaar is misschien te streng geweest, maar het zou ook kunnen dat jij veel te streng voor jezelf bent. Denk hieraan.

13 Stel nu voor jezelf een nieuwe evaluatiefiche op, waar de nadruk gelegd wordt op die punten die voor jou toepasbaar zijn (wees hierin creatief en streng tegelijkertijd!). Verschillende structuren – vormen van de fiche! Géén twee dezelfde!! Duid voor jezelf je werkpunten aan, dit is erg belangrijk: waar moet je nog aan werken en waar wil je nog aan werken.

14 Deze nieuwe en persoonlijke fiche print je af en breng je mee naar de volgende les. De docente zal je persoonlijke fiche vergelijken met haar beoordeling. Hou ook een print van je persoonlijke fiche in je portfolio bij, naast de kopie van of titelverwijzing van de tekst die je voorgelezen hebt.

15 Tijdens de hierop volgende les krijg je dan individueel feedback over je opname en je prestatie.

16 Terugkomend op vorige les – en verdergaand … 2Taalvaardigheden en taalcompetenties Vaardigheden? Kennis? Attitudes?

17 Taalvaardigheden op een rijtje Na stilgestaan te hebben bij de attitudes, kennis en vaardigheden waar een goed leraar zich bewust van is, gaan we dieper in op de verschillende taal-vaardigheden.

18 1. Luistervaardigheid Luisteren actviteitswerkwoord. Horen waarnemingswerkwoord. Luistervaardigheid ! positieve en open luisterbereidheid, een attitude die essentieel is in het communicatieproces. De spreker en de luisteraar veranderen in een gesprek voortdurend van rol. Een correcte luisterhouding is ook kritisch en aanvoelend: je inleven in iemands gedachtegang, openstaan voor de gevoeligheden bij de spreker(s) of binnen de gespreksgroep. non-verbale communicatie, maar niet alleen de spreker ook de luisteraar doet dit: knikken, inhaken op een bewering, een bepaalde houding ‘tonen’ door lichaamstaal, …

19 2. Spreekvaardigheid “words of the mouth” vs “words of the heart”. Wij articuleren allerlei klanken, voegen ze samen tot woorden en zinnen, en komen zo meestal tot menselijke communicatie, al is een misverstand bij iedereen wel al voorgekomen. Spreekvaardigheid –spreektechnisch deel (fonetiek, fonologie, of klankleer, uitspraakleer, spreektechniek, …) –communicatieve aspect van de spreekvaardigheid (vertellen en voorlezen, en ook je gedrag, hoe je iets over brengt, hoe iets over komt, misverstanden, …). In een ruimer perspectief betekent spreekvaardigheid de correcte, nauwkeurige, soepele en expressieve uiting van gevoelens en gedachten.

20 3. Leesvaardigheid Lezen = ontmoeting met een bredere werkelijkheid. Als creatieve bezigheid zwaar in de verdrukking. Tegelijkertijd is het zo dat het in deze vertechniseerde informatie maatschappij meer dan ooit belangrijk is informatie in de vorm van schrift snel te lezen en te kunnen begrijpen. Er is detaillezen (close reading) en vraaggericht lezen (scannen).

21 De massa geschreven informatie zodanig groot: diagonaal lezen. –Training! –Snel oordelen waar tekst over gaat.Deze leestechniek wordt ook wel skimming genoemd. Het is het in een flits bekijken van informatie, onmiddellijk oordelen wat er belangrijk is en wat niet (hoofd- en bijzaak onderscheiden). Vb lijvige krant in het weekend of een weektijdschrift. Kenmerk van een goede (en getrainde) lezer: kan tekstdoelen onderscheiden, kan objectieve informatie onderscheiden van de mening van de auteur, en kan er als lezer een eigen mening over vormen.

22 4. Schrijfvaardigheid beheersing van een veelheid van componenten die heel nauwkeurig in een "grafische code" zijn omschreven: –woordvorm en spelling –morfologie en vervoeging –interpunctie en syntaxis De steller, schrijver of redacteur moet zich er strikt aan houden. Dan is er ook nog het spreekwoord uit de Oudheid: "Verba volent, scripta manent". Schrijven is het doelmatig en betekenisvol communiceren met taal in haar grafische vorm met een mogelijke lezer: in een eenvoudige, logische en duidelijke bewoording en in een hechte, consistente structuur een boodschap overbrengen, aangepast een en afhankelijk van een bepaalde context, doelstelling, doelgroep.

23 5. Kijkvaardigheid Zoals wij bij het spreken een aantal non- verbale signalen uitzenden moeten wij bij het luisteren ook observeren, visueel waarnemen, zien wat er aan communicatie geboden wordt, en die geboden informatie correct identificeren en interpreteren.

24 Communicatieve Vaardigheden 1 les 3 N. Kelly

25 3. Vertellen en voorlezen in de juiste stem(ming): stemgebruik en uitspraak 3.1 Doelstelling 8: Voorlezen 3.2 Doelstelling 7: Vertellen zie opdracht 1 en opvolging ervan 3.3 … met de juiste stem, … in de juiste stemming: stemgebruik luik achtergrondinformatie luik oefenen en voelen en begrijpen

26 Het is de motor van je communicatieapparaat. Weet het te verzorgen! De stem is tegelijkertijd één van onze uitingsmogelijkheden waar we het minste invloed op hebben. Daarom delen we (onbewust) met onze manier van praten een heleboel over onze psychische gesteldheid mee.

27 Spreken gebeurt niet altijd "vanzelfsprekend". + 50% van de mensen die beroepshalve veel moeten praten (zoals jij later) ondervinden wel eens 'stemlast‘! lichte vermoeidheid na langdurig spreken ernstige organische afwijkingen aan de stembanden (stemknobbels, enz.). Stemproblemen leiden dan ook regelmatig tot perioden van werkonbekwaamheid.

28 Lesgeven is ook "spreken“ niet "zomaar": psychomotorisch vereist het een strakke beheersing van de micromotoriek van het spreken (ademhaling, spierspanning, stemzetting, articulatie,... ) en van de macromotoriek van de algehele houding, de beweging, het gebaar, de gelaatsuitdrukking, kortom de totale communicatie: verbaal, paraverbaal (toon, register,...) en non-verbaal, communicatief geladen gedrag.

29 3.3.1 Spreektechniek ADEMHALING Het is wonderlijk: we spreken dagelijks, maar de meeste sprekers hebben eigenlijk geen flauw idee hoe de stem werkt. Spreken is een harmonisch samenwerken van ademhaling, stemgeving, articulatie en spanning. Zodra één van deze elementen niet correct functioneert, krijg je problemen met je stem.

30 Klinkklaar –Uitspraak en intonatiegids –Met praktische oefeningen, op alle niveau’s –Met CD

31

32 1. neusholte 2. neuskeelholte 3. mondholte 4. keelholte 5. strottenhoofd met luchtpijp 6. borstkas 7. resonantieholten

33 Ademsteun – buikademhaling: oefening berenzit Rechtstaand ook voelen Plofoefening: voel de ex- en implosies…

34 STEMGEVING EN RESONANTIE Oefeningen ademhaling, resonantie

35 Resonantie

36 –Berenzit

37

38 Communicatieve Vaardigheden N. Kelly

39 Taalacademie inzage en feedback: NIET nu donderdag, WEL woensdag 7 november –Tussen en uur, 4.06 bibliotheek. –Lukt dit echt niet: mij.

40 Les 4: Evaluatiefiches: heel erg goed Feedback in les 5 DT-zelfstudie! –Wordt getoetst (nu (informeel) – en op examen) 10 op 10 is de norm Cursus: hst 3 na herfstvakantie Theorie: Nieuwe Spelling! –Deels in de les – aanvullen als zelfstudie !

41 D, T en DT … Vul in – tegenwoordige tijd 1.Vin______ jij ook dat we veel geluk hadden? 2.Het rivierwater stink______. 3.Wat gebeur______ er op straat? 4.Moeder laa______ de koffers in. 5.Weet jij waar zus heen rij______? 6.Oom vertel______ een spannen______ verhaal. 7.Papa vermij______ de ochtendfiles. 8.In onze straat bevin______ zich geen bushalte. 9.De meester beloof______ geen werk te geven. 10.De juf beweer______ dat ze heel goed kan zingen.

42 Vul in – tegenwoordige tijd – verleden tijd als moet 1.Ik dacht dat jullie wel vermoe__en wat we van plan waren. 2.Met een ijzeren staaf had de inbreker een ruit verbrijzel__. 3.Als je met grootvader over zeilschepen praat, wei__ hij geweldig uit over zijn reizen. 4.Pas op, die handelaar overvraag__ altijd. 5.In de zomer van 1971 was alles zo nat, dat zelfs de sleutels in de sloten verroes__en. 6.De gruwelijke misdrijven van de bezetters werden door ieder weldenkend mens verafschuw__. 7.Wie heeft jou vertel__ dat de koning het gedenkteken persoonlijk onthul__? 8.Als hij inlichtingen nodig had, wen__e hij zich altijd tot onze directeur. 9.Er is na WO II veel verander__ in de wereld. 10.Ieder jaar verblij__ mijn oom ons met mooie cadeautjes.

43 Verbeteren… Vul in – tegenwoordige tijd 1.Vind jij ook dat we veel geluk hadden? 2.Het rivierwater stinkt. 3.Wat gebeurt er op straat? 4.Moeder laadt de koffers in. 5.Weet jij waar zus heen rijdt? 6.Oom vertelt een spannend verhaal. 7.Papa vermijdt de ochtendfiles. 8.In onze straat bevindt zich geen bushalte. 9.De meester belooft geen werk te geven. 10.De juf beweert dat DT gemakkelijk is.

44 Vul in – tegenwoordige tijd – verleden tijd als moet 1.Ik dacht dat jullie wel vermoedden wat we van plan waren. 2.Met een ijzeren staaf had de inbreker een ruit verbrijzeld. 3.Als je met grootvader over zeilschepen praat, weidt hij geweldig uit over zijn reizen. 4.Pas op, die handelaar overvraagt altijd. 5.In de zomer van 1971 was alles zo nat, dat zelfs de sleutels in de sloten verroestten. 6.De gruwelijke misdrijven van de bezetters werden door ieder weldenkend mens verafschuwd. 7.Wie heeft jou verteld dat de koning het gedenkteken persoonlijk onthult? 8.Als hij inlichtingen nodig had, wendde hij zich altijd tot onze directeur. 9.Er is na WO II veel veranderd in de wereld. 10.Ieder jaar verblijdt mijn oom ons met mooie cadeautjes.

45 En??? Zie ook: diagnostische test Taalacademie Community Toledo …

46 Terug naar de cursus … –3.3.1 Spreektechniek –3.3.2 Uitspraak (volgende les) –3.3.3 Stemgebruik (volgende les) 4. Spelling – verankerd in doelstelling 2: Beoordelen en toegankelijk maken van teksten

47 13 D: Doelstelling 2: Beoordelen en toegankelijk maken van teksten De leraar maakt in zijn onderwijs veel gebruik van teksten. Hij schat voortdurend in of die geschikt zijn voor zijn leerlingen. Dat betreft kleine teksten (een vraagstelling, opdracht, verhaal, informatieve tekst,…) tot hele methodes/schoolboeken. De leraar kiest voor een gevarieerd aanbod aan bronnenmateriaal, zodat de taal en kennis van de leerlingen op verschillende niveaus worden aangesproken. Ook bij de aanpassingen die de leraar maakt, lopen didactische vaardigheden en taalvaardigheden erg door elkaar. Soms herschrijft de leraar een wat moeilijkere tekst naar een meer leesbaar niveau. De leraar is zich ervan bewust dat er bij het ‘vertalen’ van de inhoud soms fouten of andere onduidelijkheden in de tekst sluipen.

48 Want: De leraar schat de talige en inhoudelijke complexiteit van teksten in, maakt de teksten zo nodig via mondelinge en schriftelijke ingrepen toegankelijk en gebruikt ze binnen zijn onderwijs. Voortdurend observeert hij hoe de teksten overkomen bij de leerlingen. Zo nodig stelt hij ze opnieuw bij.

49 4.1.1 Toegankelijk maken is herschrijven?! Is schrijven! Om een tekst te herschrijven, om te schrijven op zich, heb je taalbeheersing nodig. Een correcte spelling gefundeerd door een beheersing van de grammatica, vormen de bouwstenen, het cement én het voegwerk van je tekst.

50 In vogelvlucht behandelen we de spellingsregels. Denk eraan dat je altijd extra oefeningen aan de docente kunt vragen mocht je dit nodig hebben. Websites! Spellingfolder Weet waar je terecht kunt met vragen:

51 (ook op: ) De Taaltelefoon wordt verzorgd door de cel Taaladvies van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Die cel verleent zowel advies aan de burger als advies aan het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. 3. Groen Boekje online

52 Communicatieve Vaardigheden N. Kelly

53 Syllabus te koop vanaf donderdag. Opdracht 5 te vinden op Toledo (in verband met stemproblemen) –Presentatie –Per 4 of 5 –Kern – bijzaak – voorbeelden kunnen onderscheiden.

54 DT-jawel! 1. Als de planning wor _____ gehaal _____, wor _____ de nieuwe auto in mei geïntroduceer _____. 2. De krant mel _____ dat het niet is gebeur _____. 3. Het vliegtuig lan _____, hoewel het erg mis _____. VT 4. Hij heeft een minister benoem _____, die zich bezighou _____ met de problemen. 5. De club contracteer _____ de nieuwe spits als hij medisch wor _____ goedgekeur _____. 6. Vin _____ jij dat dat geweiger _____ mag worden? 7. Wor _____ je broer de opvolger? 8. Hij geloof _____ dat ik dat aan jou heb beloof _____. 9. Het gerucht versprei _____ zich, dat hij in zijn nieuwe beroep slecht functioneer _____. 10.Ik vin _____dat jij je goed hou _____ in deze situatie.

55 Verbeteren … 10/10 ?!? 1. Als de planning wordt gehaald, wordt de nieuwe auto in mei geïntroduceerd. 2. De krant meldt dat het niet is gebeurd. 3. Het vliegtuig landde, hoewel het gisteren erg mistte. 4. Hij heeft een minister benoemd, die zich bezighoudt … 5. De club contracteert de nieuwe spits als hij medisch wordt goedgekeurd. 6. Vind jij dat dat geweigerd mag worden? 7. Wordt je broer de opvolger? 8. Hij gelooft dat ik dat aan jou heb beloofd. 9. Het gerucht verspreidt zich, dat hij in zijn nieuwe beroep slecht functioneert. (tegenwoordige tijd) 10.Ik vind dat jij je goed houdt in deze situatie.

56 Waar waren we … –3.3.1 Spreektechniek –3.3.2 Uitspraak –3.3.3 Stemgebruik 4. Spelling – verankerd in doelstelling 2: Beoordelen en toegankelijk maken van teksten. Feedback (zelf-)evaluatie Je dient je taak in

57 Feedback (zelf-)evaluatie Zinnen neerleggen Zekeren Dragende stem – hees – stem slaat over Geen assimilatie

58 3.3.1 Spreektechniek Ik herhaal, en kán het niet genoeg herhalen:

59 Juiste ademhaling en goede houding

60 Ademhaligswijzen: a. uitademingsstand b. borstademhaling c. buikademhaling d. gecombineerde ademhaling HERHALING: waarom deden we ‘de berenzit’?

61 Houding:Om ook terwijl je rechtstaat tot een goede stemgeving te komen, gesteund door een goede ademhaling, is een correcte houding noodzakelijk. Bij velen zie je een (lichte) afwijking…

62

63 a. Normale houding: hoofd en romp liggen in elkaars verlengde. Bij het inademen kunnen middenrif (buikwelving) en borstkasspieren zorgen voor ruimte en verwijdering. b. Ronde rug: we zien dat de borstkas voor een deel ingedrukt staat, alsof alle lucht eruit geperst is. Een diepe uitademing is niet meer mogelijk. De buikspieren worden (te) snel slap en een lange ademhaling is uitgesloten. Doordat de romp en het hoofd hangen, zijn noch stemgeving (resonantie) nog pittige articulatie onmogelijk. c. Holle rug: Als de wervelkolom overdreven welft ter hoogte van de lendenen, ontstaat er al gedeeltelijk een holle rug. Zijn ook de borstwervels krom, dan komt het bekken te sterk naar voren en wordt de rug hol. Door deze houding is het voorste deel van de wervelkolom uitgerekt, het achterste deel is verkort en onelastisch. De spieren van de rug en lenden voelen hard en gespannen aan, daarentegen zijn de spieren voor stemgeving en articulatie slap. d. Holronde rug: bij deze afwijking worden beide foutieve houdingen gecombineerd. In zijaanzicht heeft het lichaam de vorm van een vraagteken gekregen. Uiteraard zullen stemgeving en ademhaling hierdoor sterk bemoeilijkt worden.

64 De stembanden in het strottenhoofd 1. Strotklepje 2. Stembanden 3. Luchtpijp

65 Bovenaanzicht van de stembanden 1. epiglottis (strotklepje) 2. stemband 3. glottis (opening tussen de stembanden)

66 Zijaanzicht, achteraanzicht en bovenaanzicht van de stembanden 1. epiglottis (strotklepje) 2. thyroïd (schildkraakbeen) 3. cricoïd (ringkraakbeen) 4. bekkenvormige kraakbeentjes 5. glottis

67 Hier een schema van de standen van de stembanden bij: 1. diep ademhalen 2. rustig ademen 3. zacht fluisteren 4. toneelfluisteren 5. normale stemgeving (met vlug openen en sluiten)

68 Meer oefeningen op stemgeving / resonantie a. In de volgende zinnen de /m/, de /n/ en de /ng/ iets langer aanhouden dan normaal: Ik noem de naam van deze mannen. Kleine Annie mag met mama mee. Na het zwemmen lang zonnebaden. De lange mannen zingen bange gezangen. Jankende klanken van angstige honden beangstigen An. Niemand antwoordde onmiddellijk.

69 b. Zeer zachtjes de /m/ brommen, daarna kalm op verschillende toonhoogten: m-moe, m-moo, m-mo, m-meu, m-miui, m- mie, m-maa (! de klinkers zuiver houden!) c. In vlugger tempo, en daarna in één adem: muu-meu meu-mee, mee-mie, mie-maa, maa-mo, mo-mè, mè-mi, mi-mu, mu-mà d. als a., b. en c. maar dan op /n/.

70 Articulatie Dikwijls wordt slecht verstaanbaar spreken beschouwd als een stoornis in de luidheid van de stem. Een verkeerd gebruikt advies is dan ook "luider spreken". De verstaanbaarheid zal in veel gevallen niet verbeteren. Een goede articulatie betekent echter NIET overdreven mondbewegingen maken en alle slot-ennen nadrukkelijk uitspreken. Duidelijker articuleren betekent dat je de tong, de lippen en de kaak meer gebruikt en dat je meer voor in de mond spreekt.

71 Vóór in de mond spreken wil zeggen dat je: Zoveel mogelijk met de tongpunt articuleert. Denk als tegenstelling aan het lallen van een dronken persoon die zijn tong niet goed kan besturen. Goed gebruik maakt van de lippen: ronden bij klanken zoals o, oe, au, ui, uu. De mond voldoende opendoet, vooral bij klanken als aa, à, è, oog, ij, ui, au. Oefen daarbij geen druk uit op de onderkaak maar laat ze gewoon wat zakken. Trek ook niet de zijkanten van de lippen weg. Vooral bij het uitspreken van de ie en de ee gebruiken heel wat mensen hun mond als een soort spaarpotgleuf. De geproduceerde klank komt dan nogal krampachtig over.

72 Het internationale fonetische alfabet

73

74

75 Waar vormen we de (juiste) klanken? Op deze figuur zie je de uiterste tongstanden voor de klinkerdriehoek. Dit geeft dus aan waar je tong moet komen te liggen wil je de klank mooi en helder uitspreken. Voel je dit?

76 Volledige klinkerdriehoek:

77 3.3.3 Uitspraakoefeningen Om zo goed en duidelijk mogelijk te articuleren moeten lippen, tong, kaak en zacht gehemelte pittig meewerken en moet eraan worden gedacht de klanken zoveel mogelijk vooraan in de mond te willen vormen. Dit betekent dat de lippen duidelijk moeten ronden (bijvoorbeeld voor /o/ en /oe/ of verbreden (bijvoorbeeld bij /e/ en /ie/), dat de kaak wijdopen komt voor /a/, /aa/, dat de tongpunt pittig geplaatst wordt voor /t/, /d/, /n/, /l/, /r/, dat de tong als geheel zo ver mogelijk naar voren wordt gebracht.

78 lipoefeningen De lippen afwisselend stulpen (als bij /oe/) en verbreden (als bij /ee/). Deze oefening met gesloten en daarna met open lippen uitvoeren. Afwisselend de linker- en de rechtermondhoek naar achteren trekken, terwijl de onderkaak onbeweeglijk blijft. Bovenlip optrekken en dan lippen om de tanden heen naar binnen trekken. De volgende rijen uitspreken met sterke articulatiebewegingen: oe - ie - oe - ie - oe - aa - oe - a - oe - aa - oe - a - ie - a - ie - a - ie - oo - ee - oo - ee - oo - ee - ee - aa - uu - aa - ie - oe - aa - ie - oe - aa -

79 tongoefeningen De mond licht openen en de tongpunt van de ene hoek naar de andere bewegen, afwisselend traag en spits. Plaats de tongpunt in het midden van de bovenlip. Glijd naar achteren over de tandenrand, het harde gehemelte en het zachte gehemelte, zo diep mogelijk de mond in. Raak achtereenvolgens met de tongpunt de onderrand van de boven- en dan van de ondersnijtanden aan. Eerst langzaam, dan in vlug tempo op en neer bewegen.

80 gehemelteoefeningen Spreek na elkaar /aa – ang/ uit en voel hoe bij /aa/ het gehemelte optrekt en bij /ang/ op de tong daalt. Voor de spiegel kun je die beweging zien. Spreek afwisselend uit: –baa-maa, bee-mee, bie-mie (met allerhande klinkers), –daa-naa, dee-nee, die-nie, … /b/ en /d/ worden kort en pittig gevormd, /m/ en /n/ lang geresoneerd.

81 Algemene articulatieoefeningen Zie syllabus

82 Communicatieve Vaardigheden N. Kelly

83 Syllabus gekocht? –LET OP DE VERSCHILLENDE HOOFDSTUKKEN! –DE VOLGORDE ERVAN IS NIET BINDEND! –HOOFDSTUK 5 ZELFSTUDIE (opdracht 6) Opdracht 4: terug + maak je de werkwijze bij twijfel eigen!!! –IN portfolio! Opdracht 5: We luisteren erg kritisch

84 Opdracht 6: Zelfstudie hoofdstuk 5 –Je neemt hoofdstuk 5 door in zelfstudie en je maakt een samenvatting van het hele hoofdstuk. De structuur van je samenvatting bepaal je zelf (kernwoorden, mindmap, korte zinnen, …) –Een kopie van deze samenvatting komt in je portfolio te zitten, ik neem aan dat je de originele versie liever in je cursus houdt, zodat je die lustig en vlijtig kan studeren als de tijd er rijp voor is.

85 DT – the D ea T goes on 1.Nadat hij dat plan beraam_ had, wilde hij het ten uitvoer brengen. 2.Je moet je er niet over verwonderen, als men je succes benij_. 3.Op Tanja's verjaardag werd er een mooie film vertoon_. 4.De student verrich_e allerlei karweitjes om zijn studie te betalen. 5.De armoede in de wereld wor_ niet verholpen als men zich zo weinig erom bekommer_. 6.Verleden week lan_en er op Zaventem meer dan honderd vliegtuigen op één dag. 7.Ik neem het je erg kwalijk, dat je me zo onheus bejegen_. 8.Als je zo in het bos ronddool_, is de kans groot dat je verdwaal_. 9.Van het gisteren gestran_e schip zijn alle opvarenden gered. 10.Er kwam een zware bui opzetten, dus haas_en we ons naar huis.

86 Nu wél 10/10… 1.Nadat hij dat plan beraamd had, wilde hij het ten uitvoer brengen. 2.Je moet je er niet over verwonderen, als men je succes benijdt. 3.Op Tanja's verjaardag werd voor de gasten een mooie film vertoond. 4.De student verrichtte allerlei karweitjes om zijn studie te betalen. 5.De armoede in de wereld wordt niet verholpen als men zich er zo weinig om bekommert. 6.Verleden week landden er op Zaventem meer dan honderd vliegtuigen op één dag. 7.Ik neem het je erg kwalijk, dat je me zo onheus bejegent. 8.Als je zo in het bos ronddoolt, is de kans groot dat je verdwaalt. 9.Van het gisteren gestrande schip zijn alle opvarenden gered. 10.Er kwam een zware bui opzetten, dus haastten we ons naar huis.

87 (we springen even over hoofdstuk 5 en 6 en landen in hoofdstuk 7: Spelen met spelling en weven met woorden) De kern van opdracht 4 : Kmo en KMO Hoe verzeker je jezelf van de juiste schrijfwijze?

88 Stap 1: bij twijfel: groene boekje (online):

89 En we zien in de leidraad dat: (stap 2: regel zoeken)

90 VRTtaal.net bevestigt dit… (stap 3: check, check, doublecheck)

91 Maar we zien in andere lessen, en op de site van UNIZO dat: –Artikel van UNIZO (let op de spelling):

92 En …

93 Dus: Mail naar Taaltelefoon

94 en Telefoontje naar Taaltelefoon … »(ongeduld…) UITLEG: –In Van Dale en in Koenen staat kmo opgenomen. Deze woordenboeken zijn erkend door de Nederlandse TaalUnie. Wat er staat is dus per definitie juist. –Maar KMO op site UNIZO? Misschien een juridisch verschil? MAIL NAAR UNIZO MET DEZE VRAAG…

95

96

97 Conclusie (stap 4, na enkele checks…) Weet wat je zoekt, waar je het zoekt, en aan wie je het vraagt… Weet vooral waar te zoeken en waar te vragen. Wees niet tevreden met een eerste-de-beste-antwoord. –Dat is de sleutel tot succes.

98 Weven met woorden: Eerste verkennende stap: bekijk en vergelijk de presentaties Opdracht 5, analyseren van teksten …


Download ppt "Communicatieve Vaardigheden 1 Les 1 N. Kelly. 1.Inleiding: Communicatieve Vaardigheden 1.1 Doelstelling van dit vak: Je verwoordt de theoretische basis."

Verwante presentaties


Ads door Google