De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

FILOSOFIE VAN DE 19e EEUW: INTELLECTUELE HELDEN & CRUCIALE KWESTIES.

Verwante presentaties


Presentatie over: "FILOSOFIE VAN DE 19e EEUW: INTELLECTUELE HELDEN & CRUCIALE KWESTIES."— Transcript van de presentatie:

1 FILOSOFIE VAN DE 19e EEUW: INTELLECTUELE HELDEN & CRUCIALE KWESTIES

2 COLLEGES I.Zijn en worden. II.De onweerstaanbaarheid van de wil. III.De kunst van het verleiden. IV.Kapitalisme en vervreemding. V.De strijd voor vrijheid. VI.Nihilisme en vitalisme.

3 IV. KAPITALISME EN VERVREEMDING

4 1.DE ARMOEDE VAN DE FILOSOFIE Waar gaan filosofen de mist in? 2.ARBEID EN KAPITAAL Hoe dient de geschiedenis te worden geïnterpreteerd? 3.THEORIE EN PRAKTIJK Is er een uitweg?

5 1. DE ARMOEDE VAN DE FILOSOFIE

6 KARL MARX KORTE BIOGRAFIE:  Geboren: 5 mei  : gymnasium.  : studeerde rechten, geschiedenis in Bonn en Berlijn.  1841: promotie in de filosofie.  1842: hoofdredacteur van de ‘Rheinische Zeitung’.  1843: stopt als hoofdredacteur en trouwt Jenny von Westphalen.  1844: emigratie naar Parijs.  1845: verbannen uit Parijs en emigratie naar Brussel.  1847: lid van de ‘Bund der Kommunisten’.  1848: na verbanning uit België uitgever van de ‘Neue Rheinische Zeitung’.  1849: emigratie naar London.  1864: oprichting van de International Labour Association (‘Eerste Internationale’).  1879: intens contact met de Duitse arbeidersbeweging.  Gestorven: 4 maart 1883.

7 BELANGRIJKE PUBLICATIES  Zur Kritik der Hegelschen Rechtsphilosophie (1844).  Zur Judenfrage (1844).  Ökonomisch-philosophische Manuskripte (1846).  Deutsche Ideologie (1845).  Manifest der Kommunistischen Partei (1848).  Der achtzehnte Brumaire des Louis Bonaparte (1852).  Zur Kritik der politischen Ökonomie (1867).  Das Kapital (1865).

8 THEORETISCHE PRAKTIJKEN  Waarom is Marx nog steeds de moeite van het lezen waard?  Politieke reden: er is geen tweede filosoof die (terecht of ten onrechte) een inspiratiebron vormde voor zoveel politieke veranderingen.  Theoretische reden: Marx was en is een van de meest belangrijke intellectuele bronnen voor degenen die een kritische theorie van de mondiale samenleving willen ontwikkelen.  Maatschappelijke veranderingen kunnen niet los worden gezien van allerlei theoretische praktijken.  Wie de definitiemacht heeft, bepaalt mede het politieke beleid.

9 FILOSOFIE DIE ERTOE DOET  Marx wil definitiemacht verwerven om zodoende de wereld te verbeteren.  Zijn filosofie heeft een emancipatorisch oogmerk.  Daarom kritiseert hij elke vorm van filosofie die de emancipatie in de weg staat, ook al is die goed bedoeld.  Voorbeeld: tegenover Filosofie van de armoede (1946) van Pierre-Joseph Proudhon ( ) stelt Marx zijn Armoede van de filosofie (1847).  Belangrijkste verwijt van Marx > Proudhon vervalt tot morele verontwaardiging en laat het na om een grondige economische analyse van het kapitalisme te maken.  Bovendien > Marx kritiseert Proudhons nostalgisch verlangen naar de verloren tijd van de ambachtelijke productie ten tijde van de Middeleeuwen.

10 INTELLECTUEL ACHTERGROND  Voor een niet-moralistische filosofie die rekenschap geeft van de huidige stand van de economische analyse, put Marx uit zeer uiteenlopende intellectuele bronnen.  De belangrijkste bronnen zijn: 1. Filosofie van de geschiedenis > de dialectische methode van Georg Friedrich Hegel ( ). 2.Godsdienstfilosofie > het materialisme van Ludwig Feuerbach ( ). 3. Sociale filosofie > utopische denkers als Thomas More ( ), Claude Henir Saint-Simon ( ) en Charles Fourier ( ). 4. Economie > politiek economen als Adam Smith ( ) en David Ricardo ( ).

11 MATERIALISME  Duits idealisme (Fichte, Schelling and Hegel) > ideeën vormen de drijvende kracht in de geschiedenis.  Marx > materiële verhoudingen vormen de drijvende kracht in de geschiedenis.  Materialisme impliceert het bestuderen van de wijze waarop de mens de natuur door de tijd heen heeft bewerkt.  Hierbij dient te worden aangetekend dat de mens tot de natuur moet worden gerekend.

12 2. ARBEID EN KAPITAAL

13 KAPITALISME  Kapitalisme is een omstreden begrip.  Het is een begrip dat wordt gebruikt om daarmee 1) een hele samenleving en 2) een specifieke organisatie van de economie te karakteriseren.  Het meest vruchtbaar is het begrip te reserveren voor een specifieke organisatie van de economie, omdat dat de mogelijkheid geeft te analyseren in hoeverre de economie als deel van de samenleving andere delen penetreert > economisering van de leefwereld.  Kapitalisme > een economisch systeem dat is gebaseerd op het investeren van geld met de verwachting winst te maken.  Kapitaal is geld dat wordt of kan worden geïnvesteerd om er meer geld uit te maken.  In het kapitalisme is de productie gebaseerd op loonarbeid.

14 LOONARBEID  Karl Marx > het centrale conflict in de moderne samenleving is dat tussen de eigenaars van kapitaal (zij die beschikken over de productiemiddelen) en degenen die hun arbeid verkopen tegen loon.  De jure is loonarbeid vrij, maar de facto niet > arbeiders kunnen zelf de keuze maken of en voor wie zij werken, maar kunnen niet (over)leven zonder betaald werk en bezitten niet de mogelijkheid om het productieproces serieus te beïnvloeden en worden ook nog eens onderworpen aan de controle van werkgevers.  Belangrijke vraag: welke ideologieën ondersteunen het kapitalisme?

15 HISTORISCH MATERIALISME  Arbeid als centraal begrip > mens <> natuur.  “Die Arbeit ist zunächst ein Prozess zwischen Mensch und Natur, ein Prozess, bei dem der Mensch seinen Stoffwechsel mit der Natur durch seine eigene Tat vermittelt, regelt und kontrolliert.”  Elke vorm van arbeid is ingebed in de een of andere samenleving > specifieke sociale omstandigheden.  De eigendomsverhoudingen weerspiegelen volgens Marx de klassenverhoudingen.  Historisch materialisme > bestuderen hoe de klassenverhoudingen zich door de tijd heen hebben gewijzigd.

16 GESCHIEDENIS  Historische ontwikkelingen> de dialectische relatie tussen de productiekrachten en de productieverhoudingen.  De motor van de geschiedenis > de ontwikkeling van de productiekrachten.  Productiewijzen > Asiatisch, antiek, feodaal en burgerlijk.  De communistische productiewijze zal de laatste zijn.

17 BASIS EN BOVENBOUW  Volgens Marx determineert de basis de bovenbouw.  Basis > economie.  Bovenbouw > religie, recht, wetenschap, etc.  “Die Produktionsweise des materiellen Lebens bedingt den sozialen, politischen und geistigen Lebensprozess überhaupt. Es ist nicht das Bewusstsein der Menschen, das ihr Sein, sondern umgekehrt ihr gesellschaftliches Sein, das ihr Bewusstsein bestimmt.”

18 GEBRUIKSWAARDE EN RUILWAARDE  Centrale intuitie van Marx > de relatie tussen de waarde van een product en het prijskaartje dat eraan hangt is irrationeel.  Waren > dingen die geproduceerd worden om ze tegen een bepaalde prijs te ruilen op de markt.  Zij hebben zowel een gebruikswaarde als een ruilwaarde (=prijs).  In hoeverre corresponderen beide met elkaar?  Marx probeert in ‘Das Kapital’ deze vraag te beantwoorden door na te gaan hoeveel arbeid in de productie van bepaalde waren zijn geïnvesteerd.

19 ARBEIDSWAARDELEER  De waarde van een waar > bepaald door de hoeveelheid arbeid die wordt vereist om het te maken.  Wanneer waren tegen elkaar geruild worden dan, moeten ze in feite iets gemeen hebben > de arbeid die erin is geïnvesteerd.  In het kapitalisme gaat het echter niet alleen om het ruilen van waren, maar ook om het investeren van kapitaal om er winst mee te maken.  Alleen de uitbuiting van de arbeider maakt dat mogelijk.  De geproduceerde meerwaarde gaat grotendeels in de zakken van de kapitalist.

20 VERVREEMDING  Karl Marx gebruikt Hegels concept vervreemding om diverse fenomenen van het kapitalisme te analyseren.  De harde kern van Marx’ vervreemdingsbegrip wordt uitstekend door Erich Fromm ( ) samengevat > “that man does not experience himself as the acting agent in his grasp of the world, but that the world (nature, others and himself) remains alien to him.”  Marx verbindt vervreemding vooral aan de ver doorgevoerde arbeidsdeling in kapitalisme.

21 VORMEN VAN VERVREEMDING  Marx onderscheidt diverse vormen van vervreemding: 1. Vervreemding van het werk > als gevolg van de arbeidsdeling overziet de arbeider niet het gehele productieproces. 2.Religieuze vervreemding > religie als opium van het volk. 3.Vervreemding van de medemens > misverstanden tussen mensen, waardoor er geen echt contact tussen hen mogelijk is. 4.Politieke vervreemding > mensen voelen zich niet (goed) gerepresenteerd door degenen die hen (zeggen te) vertegenwoordigen.

22 3. THEORIE EN PRAKTIJK

23 EMANCIPATIE  De focus van Marx’ filosofie is emancipatie > een einde maken aan het kapitalisme, omdat het van mensen geknechte en verachte wezens maakt.  “Die Philosophen haben die Welt nur verschieden interpretiert, es kommt drauf an, sie zu verändern.”  Het belang van theoretische praktijken > mensen bevrijden van een vals bewustzijn dat de status quo in stand houdt.  Dat is een kwestie van ideologiekritiek.

24 EEN PRAKTISCHE IMPACT  Marx heeft drie soorten theorieën ontwikkeld, die elk een praktische impact hebben: 1.Een theorie van de uitbuiting > toont de mechanismen die een rol spelen bij uitbuitingsrelaties. 2.Een theorie van de vervreemding > laat vooral zien hoe mensen van elkaar vervreemden. 3.Een theorie van de revolutie > wijst op de manier waarop handeling en structuur op elkaar ingrijpen.

25 HEURISTISTISCHE WAARDE VAN EEN THEORIE  Theorieën hebben volgens Karl Popper ( ) een zoeklichtfunctie.  Heuristiek > de kunst van het vinden.  Positieve heuristiek > wat een bepaalde theorie in het bijzonder goed aan het licht brengt.  Negatieve heuristiek > de blinde vlekken die elke theorie met zich meebrengt.

26 NEGATIEVE HEURISTIEK 1.Economisme > het eenzijdig verklaren van maatschappelijke fenomenen in termen van de economische omstandigheden waarin mensen verkeren. 2.Normatief tekort > de normatieve vooronderstellingen worden niet of nauwelijks gerechtvaardigd. 3.Historisme > het geloof dat de geschiedenis verloopt volgens onveranderlijke wetten.

27 POSITIEVE HEURISTIEK 1. Focus op vervreemding > de relaties tussen mensen worden steeds inhumaner omdat ze door het hyperkapitalisme ontregeld worden. 2. Focus op uitbuiting > het huidige hyperkapitalisme legt mensen nog steeds aan ketens. 3. Focus op emancipatie > de hoop om een einde te maken aan allerlei vormen van onrechtvaardigheid.

28 EEN OPMERKELIJKE SYNTHESE  Kritiek op het kapitalisme > uitbuiting.  Kritiek op het communisme > repressie.  Hyperkapitalisme > uitbuiting en repressie gaan hand in hand.  Voorbeeld > de wijze waarop communistisch China kapitalistische bedrijven mobiliseert voor de censuur van het internet.  Aspecten van het hyperkapitalisme: 1. Nieuwe slavernij. 2. Vervreemding. 3. Consumentisme

29 NIEUWE SLAVERNIJ  De meeste mensen denken dat slavernij is afgeschaft.  Er zijn echter goede redenen om van nieuwe slavernij te spreken.  Beide vormen van slavernij hebben gemeen dat ze zijn gebaseerd op geweld (of de dreiging ermee) en uitbuiting.  Volgens Kevin Bayles zijn er twee eigenschappen van nieuwe slavernij: 1. Slaven zijn ter beschikking (disposable). 2. Slaven zijn goedkoop.  Bijvoorbeeld een slaaf die op het veld werkte en in 1850 omgerekend kostte, kost nu 100 dollar.  Schattingen: 12 miljoen (ILO) en 27 miljoen (Bales).

30 VERVREEMDING  Een van de meest kenmerkende aspecten van het hyperkapitalisme is een ver doorgezette vervreemding.  Veel mensen ervaren de relaties die ze met andere mensen en dingen onderhouden als zijnde vreemd > zij hebben het gevoel dat ze niet doen wat zij in feite willen doen.  Eva Illouz beweert in Cold Intimacies. The Making of Emotional Capitalism (2007) dat vervreemding te wijten is aan de nog steeds dominante romantische gedachte dat liefde niet verenigbaar is met het kille strategische denken dat het kapitalisme van mensen verlangt.

31 CONSUMENTISME  Consumptie > (van Latijn. Consumere = van gebruiken) het gebruiken van waren.  Consumentisme > excessief consumeren.  Volgens Pier Paolo Pasolini is het een nieuwe vorm van totalitairsme.  Het zou wereldwijd tot homogenisering leiden > verdwijnen van culturele verschillen (>McDonaldiseringsthese).  Consumentisme impliceert het manipuleren van consumenten via advertenties, hetgeen tot vervreemding leidt (verveling, depressie, etc.  Tegenbeweging > consuMINderen.

32 AANBEVOLEN LITERATUUR 1. Karl Marx & Friedrich Engels: Manifest der Kommunistischen Partei (1848) [er zijn diverse vertalingen in het Nederlands]. 2. Karl Marx: Das Kapital (1865) [er is een vertaling in het Nederlands]. 3. Charles Ferguson: Inside Job (2010) [DVD].


Download ppt "FILOSOFIE VAN DE 19e EEUW: INTELLECTUELE HELDEN & CRUCIALE KWESTIES."

Verwante presentaties


Ads door Google