De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wajigasj – en hij naderde Gerard Wijtsma 22-12-12 Mayaan Yeshua.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wajigasj – en hij naderde Gerard Wijtsma 22-12-12 Mayaan Yeshua."— Transcript van de presentatie:

1 Wajigasj – en hij naderde Gerard Wijtsma Mayaan Yeshua

2 Wajigasj – en hij naderde 22 jaar De broers spraken er niet over En ook Jozef zweeg Gen. 37: jaar jong Gen. 41: jaar oud

3 Context: OPGEVOERDE STRESS Honger in Kanaan Er is graan uit Egypte verzameld door Jozef 10 broers op weg Zij bogen voor hem, neuzen naar de aarde ( hjra Mypa - apaim artzah) Jozef herkende hen: jullie zij sluipvoeters (My lgr - raglaim ) Jozef voert de druk op Een is er niet, de kleine ( Ntqh - hakatan) is bij vader Simon moest achterblijven Het betaalde geld in de zak 2 e reis: Juda staat borg voor Benjamin Jozef huilt Zilveren beker van Jozef Achtervolging Druk opvoeren: waar de beker gevonden wordt die sterft Wajigasj

4 Gen.44:18 hHdvhy vyla sgyv wajigasj elaw jehoedah en naderde Juda tot hem Wajigasj

5 Kdbe an rbdv we dabèr na (smeekbede) avdècha en zei, ik bid, uw slaaf ynda ynzab rbd davar be azné adoni een woord in de oren van mijn heer Kpa rxy lav we al jichar apècha en niet gloeien uw neus hHerfk Vmk yk Kdbeb be avdècha ki kamocha ke faro tegen uw slaaf, want u bent, als farao Gen.44:18 ynda yb rmayv wa jomer bi adoni en sprak, Oh (ach, a.u.b.) mij heer

6 Twee woedende koningen Wajigasj

7 Deut.33: Van Jozef zeide hij: Zijn land zij door de HERE gezegend met de kostelijkste gave des hemels, met de dauw, en met de watervloed die beneden ligt; 14 met de kostelijkste gave, die de zon voortbrengt, en met de kostelijkste gave, die de maan doet uitspruiten; 15 met het uitnemendste der aloude bergen, 16 en met de kostelijkste gave der eeuwige heuvelen, en met de kostelijkste gave van de aarde en haar volheid; met het welbehagen van Hem, die in de braamstruik tegenwoordig was; dat moge komen op het hoofd van Jozef, op de schedel van de uitverkorene onder zijn broeders. 17 De eersteling zijner runderen is zijn trots en diens horens zijn horens van een woudos; daarmee zal hij de volken stoten, alle einden der aarde. Dit zijn de tienduizenden van Efraïm en dit zijn de duizenden van Manasse. Wajigasj

8 Gen.49:9 Een leeuwewelp is Juda; na de roof zijt gij omhoog geklommen, mijn zoon; hij kromt zich, legt zich neder als een leeuw of als een leeuwin; wie durft hem opjagen? Wajigasj

9 Judah Jozef Wajigasj

10 1 Deut.25:1 sgn nagasj Naar voren treden in een rechtzaak “Wanneer twee mannen een geschil hebben en ermee naar de rechter gaan, en in het vonnis wordt de een vrijgesproken en de ander veroordeeld,” 2 Jozua 14:6 sgn nagasj Kalmeren, verzoenen “De Judeeërs nu naderden tot Jozua te Gilgal” 3 2 Sam.10:13 sgn nagasj De strijd aanbinden “13 Daarop bonden Joab en het krijgsvolk dat bij hem was, de strijd aan met de Arameeërs en zij sloegen voor hem op de vlucht. 14 ” Wajigasj

11 1 Deut.25:1 sgn nagasj Naar voren treden in een rechtzaak “Wanneer twee mannen een geschil hebben en ermee naar de rechter gaan, en in het vonnis wordt de een vrijgesproken en de ander veroordeeld,” Juda pleit voor Benjamin Wajigasj

12 2 Jozua 14:6 sgn nagasj Kalmeren, verzoenen “De Judeeërs nu naderden tot Jozua te Gilgal” Juda kalmeert Jozef: ”Wordt niet boos” Spreuken 15:1 “Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend woord wekt de toorn op.”

13 3 2 Sam.10:13 sgn nagasj De strijd aanbinden “13 Daarop bonden Joab en het krijgsvolk dat bij hem was, de strijd aan met de Arameeërs en zij sloegen voor hem op de vlucht.” Wajigasj

14 “18 Je’hoeda trad toe tot hem hij zei: Maar ik, mijn heer laat toch je dienstknecht een woord spreken in de oren van mijn heer laat je snuiven niet gloeien tegen je dienstknecht, ja, zo jij zo Par’o. Kfa rxy lav We al jichar avècha En niet gloeien je neus Wajigasj Gespannen situatie

15 19 Mijn heer vroeg zijn dienstknechten zeggend: 20 Wij zeiden tot mijn heer: Voor ons is een oude vader en een zeer klein kind van ouderdom zijn broer is dood; hij op zichzelf is er als resterende van zijn moeder, zijn vader heeft hem lief. vmal vdvl le vado limo als rest van zijn moeder Rachel JozefBenjamin Wajigasj

16 Vers 22 “Wij hebben nog een oude vader en een jonge broer en zijn broer is dood.” Vers 22 “Wij hebben nog een oude vader en een jonge broer en zijn broer is dood.” Wajigasj Discussie met emotionele lading Jozef Judah Vers 19 “Hebben jullie nog een vader of een broer?” Vers 19 “Hebben jullie nog een vader of een broer?”

17 Vers 22 “De jongen kan zijn vader niet verlaten Verlaat hij zijn vader, die gaat dood.” Vers 22 “De jongen kan zijn vader niet verlaten Verlaat hij zijn vader, die gaat dood.” Wajigasj Discussie met emotionele lading Jozef Judah Vers 21 Jij zei tot je dienstknechten: “Laat hem afdalen naar mij Ik zal mijn oog op hem stellen.” Vers 21 Jij zei tot je dienstknechten: “Laat hem afdalen naar mij Ik zal mijn oog op hem stellen.”

18 Wajigasj Discussie met emotionele lading Jozef Judah Vers 23 “Als jullie kleine broer niet met jullie afdaalt zien jullie mijn aangezicht niet verder.” Vers 23 “Als jullie kleine broer niet met jullie afdaalt zien jullie mijn aangezicht niet verder.” Vers 24 “Wij gingen naar onze vader. Hij wilde onze kleine broer niet meegeven.” Vers 24 “Wij gingen naar onze vader. Hij wilde onze kleine broer niet meegeven.”

19 Gen.44:32 rRenh [a Bbre Kdbe yk Ki avdècha arav et ha na’ar Want uw dienaar/slaaf is borg voor de jongen Wajigasj

20 Gen.45:2 ykbb lq [a N[yv Wa jitèn et qolo bivki En gaf zijn stem in huilen Wajigasj Jozef brak

21 Gen.45:3 ynpm vlhbn yk Ki nivhaloe mi panav (De broers:) Want ontzet/verontrust vanuit zijn aangezicht Wajigasj

22 22 jaar gezwegen 22 jaar het verdriet van vader gezien Afwijzing, onterechte veroordeling, gevangenis, koningschap Hongersnood, stress rond Benjamin, onzekerheid Wajigasj

23 VERZOENING

24 1.Je hart openen Gen. 45:3 Fwvy yna Ani Joseef Ik ben Jozef Wajigasj 2. Eerlijkheid (*Berkowitz) Gen.45:4 Myrjm yta M[rkm rRsa Mkyxa Fwvy yna Ani Joseef achichem asjèr mechartem oti mitzraïm Ik ben Jozef jullie broer die jullie verkochten naar Egypte VERZOENING

25 Wajigasj 3. BEMOEDIGING (*Berkowitz) Gen.45:5 Hhnh y[a M[rkm yk MkRynyeb rxy lLav Vbje[ Lla Hh[ev We atah al tatzvoe we al jichar be’enaj ki mechartem oti henah En nu geen pijn en geen gloeien in uw ogen want jullie verkochten me hierheen VERZOENING

26 Wajigasj VERZOENING

27 HAFTARA - Ezechiël De HEER richtte zich tot mij: 16 ‘Mensenkind, neem een stuk hout en schrijf daarop: “Juda, en de Israëlieten die bij hem horen.” Neem dan nog een stuk hout en schrijf daarop: Jozef – dat is het stuk hout van Efraïm – “en heel het volk van Israël dat met hem verbonden is.” 17 Voeg die twee samen tot één geheel, zodat ze in je hand één stuk hout vormen. 18 En als je volksgenoten je vragen: “Wil je ons vertellen wat je hiermee bedoelt?” 19 zeg dan: “Dit zegt God, de HEER: Ik neem het stuk hout van Jozef – dat van Efraïm dus – en van de stammen van Israël die met hem verbonden zijn, en ik leg dat tegen het stuk hout van Juda aan. Ik maak er één stuk hout van, in mijn hand zullen ze één worden.” 20 De stukken hout waarop je geschreven hebt, moet je duidelijk zichtbaar in je hand houden, 21 en dan zeggen: “Dit zegt God, de HEER: Ik haal de Israëlieten weg bij de volken waar ze terechtgekomen zijn, ik zal ze overal vandaan bijeenbrengen en ze naar hun land laten terugkeren. 22 Ik zal één volk van hen maken in het land en op de bergen van Israël, en één koning zal over hen allen regeren.

28 Judah Jozef Hhdvhy Je-[a yle alaw et etz jehoedah Boven/op bij boom/hout/tak Judah

29 HAFTARA - Ezechiël 37 Niet langer zullen ze uit twee volken bestaan en verdeeld zijn in twee koninkrijken. 23 Ze zullen zich niet meer verontreinigen met hun afgoden en hun afschuwelijke misdaden, ik zal hen van hun zondige ontrouw redden en hen reinigen. Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn. 24 David, mijn dienaar, zal hun koning zijn, en samen zullen ze één herder hebben. Mijn regels zullen ze in acht nemen en volgens mijn wetten zullen ze leven. 25 Ze zullen wonen in het land dat ik aan mijn dienaar Jakob gegeven heb, het land van jullie voorouders. Zij en hun kinderen en de kinderen van hun kinderen zullen daar voor altijd wonen, en mijn dienaar David zal voor altijd hun vorst zijn. 26 Ik sluit met hen een vredesverbond, een verbond dat eeuwig zal duren. Ik zal hun een vaste woonplaats geven en hen talrijk maken; mijn heiligdom zal voor altijd in hun midden staan. 27 Bij hen zal ik wonen; ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. 28 En de volken zullen beseffen dat ik, de HEER, Israël heilig doordat mijn heiligdom voor altijd in hun midden is.”’

30 Judah Jozef Hhdvhy Je-[a yle alaw et etz jehoedah Boven/op bij boom/hout/tak Judah Koning David uit de stam Judah

31 BRIT CHADASJA – Johannes Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen; 12 maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht – en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen – 13 want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte. 14 Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, 15 gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. 16 Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één herder. 17 Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg om het weder te nemen. 18 Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weder te nemen; dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen.


Download ppt "Wajigasj – en hij naderde Gerard Wijtsma 22-12-12 Mayaan Yeshua."

Verwante presentaties


Ads door Google