De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Indicatiestelling Janine van Manen & Piet Rijnierse SCEPTRE Symposium 29 januari 2009, Utrecht.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Indicatiestelling Janine van Manen & Piet Rijnierse SCEPTRE Symposium 29 januari 2009, Utrecht."— Transcript van de presentatie:

1 Indicatiestelling Janine van Manen & Piet Rijnierse SCEPTRE Symposium 29 januari 2009, Utrecht

2 Project Indicatiestelling Resultaten van de conceptmap studie Janine van Manen: VISPD, UvA Anne Goossensen: EUR Roel verheul: UvA

3 Achtergrond  Psychotherapie bij persoonlijkheidsstoornissen (PS) werkt!  Psychotherapie is er in verschillende theoretische kaders (bijv. SFT, MBT) en verschillende doseringen (bijv. klinisch vs. ambulant, lang vs. kort)  Welke psychotherapie is ‘het beste’ voor een specifieke patient?  Weinig onderzoek gedaan naar effectieve indicatiestelling –Richtlijn zijn voor selectie strategieën tijdens de behandeling –Richtlijnen met name voor depressie of afgeleid van andere stoornissen –Multidisciplinaire richtlijn PS is weinig determinerend

4 Achtergrond Multidisciplinaire richtlijn PS  21 mogelijke behandeltrajecten

5 Achtergrond Doel Project Indicatiestelling: Door integratie van klinische en empirische kennis komen tot effectieve beslisregels voor behandelkeuze bij patienten met PS (beslisboom?)

6 Deze presentatie Onderzoeksvraag: welke concepten zijn van belang bij het selecteren van de best passende behandeling bij mensen met PS? Methode: concept mapping

7 Concept Map  Conceptmapping is een methode om een groep experts de verschillende kanten van een complex probleem in kaart te laten brengen –Grafische weergave van de concepten zodat de onderlinge verbanden zichtbaar worden –Wetenschappelijk veel gebruikte methode –Efficiënte werkwijze

8 Experts  20 deelnemende experts –6 wetenschappers, 14 clinici –5 psychiaters, 15 psychologen/psychotherapeuten –gemiddelde werkervaring in behandelaren: 15 jaren

9 Concept Map Focus: welke concepten zijn van belang bij het selecteren van de best passende psychotherapeutische behandeling bij mensen met PS? Stap 1: literatuurstudie naar predictoren van behandeling bij PS Stap 2: input van experts over lijst variabelen  Definitieve lijst met 81 variabelen Stap 3: sorteren van 81 variabelen Stap 4: analyse gegevens Stap 5: interpretatie van de resultaten

10 Concept Map Focus: welke concepten zijn van belang bij het selecteren van de best passende psychotherapeutische behandeling bij mensen met PS? Stap 1: literatuurstudie naar predictoren van behandeling bij PS Stap 2: input van experts over lijst variabelen  Definitieve lijst met 81 variabelen Stap 3: sorteren van 81 variabelen Stap 4: analyse gegevens Stap 5: interpretatie van de resultaten

11 Literatuurstudie  Doel was het vinden van predictoren van behandelresultaat bij PS  Restricties: –Zoekmachines: Psychinfo, Pubmed –Zoektermen: (client treatment matching, treatment planning, patient selection, client characteristics, patient care planning) + (personality disorder*, axis II)  Resultaat: 68 predictoren

12 Resultaat literatuurstudie  Depressie(s) en depressieve klachten  Fobische klachten  Concentratieproblemen  Crisissituatie die om een directe oplossing vraagt (bijv. traumatische situatie)  Acting out  Automutilatie  Suïcide poging(en)  Alcohol misbruik/afhankelijkheid  Aanvallend agressief gedrag  Obsessieve persoonlijkheidstrekken  Heeft het gevoel bijzondere rechten te hebben  Merkwaardige spraak (vaag, wijdlopig, metaforisch, met een overmaat aan details, stereotiep)  Korte psychotische episodes van voorbijgaande aard  Chronisch gevoel van leegte  Zelfdestructieve handelingen  Afwezigheid van angst  Stemmingswisselingen  Impulsiviteit  Simulatie van psychische en psychiatrische symptomen  As II diagnosebepaling volgens de DSM-IV-TR  Aantal persoonlijkheidsstoornissen en aantal persoonlijkheidstrekken  Ernst van de persoonlijkheidspathologie  Aantal jaren dat een patiënt psychiatrische/psychische klachten ondervindt  Identiteitsintegratie: het vermogen tot stabiele, geïntegreerde en positieve zelfrepresentaties n het eigen leven als zinvol beschouwen  Focaliteit: mate waarin de klachten zijn te omschrijven als een specifiek probleemgebied waaruit de meeste klachten voortvloeien  Psychological mindedness: capaciteit om problemen van jezelf en anderen te beschrijven in termen van een intrapsychisch conflict  Kwaliteit van de objectrelatie: verwijst naar een duurzaam patroon van relatievorming, dit patroon kan geplaatst worden op een schaal van primitief-volwassen  Ik-sterkte: de capaciteit om het zelfgevoel te bewaren ondanks psychische pijn, spanningen, veranderingen, conflicten tussen interne impulsen, en de eisen van de omgeving  Gehechtheidstijl  Affect consiousness: mate waarin patiënt zich bewust is van zijn of haar affecten, deze kan verdragen, en benoemen  Neuroticisme: contrasteer emotionele stabiliteit/aanpassing met emotionele labiliteit, meet zowel het niveau van negatieve gevoelens als de neiging om bij tegenslagen als frustratie als stress te reageren met negatieve gevoelens  Inschikkelijkheid: geeft aan in hoeverre patiënt geneigd is in interpersoonlijke conflicten toe te geven, ruzie te vermijden of boosheid te bedwingen  Mate van extraversie: naar buiten gerichte aandacht, energie en oriëntatie  Attributie stijl: het toeschrijven van de oorzaak van gedrag aan interne persoonlijke oorzaken of het toeschrijven van de oorzaak van gedrag aan externe gebeurtenissen in de omgeving

13 Resultaat literatuurstudie  Mate van weerstand: algemene term voor alle mechanismen in een patient die de therapievoortgang belemmeren, maar waarmee pijnlijke gevoelens worden voorkomen (zoals: te laat komen, aandacht verschuiven naar minder belangrijke zaken)  Afweer: mechanisme waarvan de patient gebruik maak ter bescherming tegen angst en om emotionele conflicten of interne of externe stressoren niet tot zich te laten doordringen  Frustratie tolerantie: vermogen om frustraties en tegenslagen te verdragen  Relationeel vermogen: het vermogen tot het aangaan van betekenisvolle en stabiele relaties  Kwaliteit en omvang van het sociale netwerk  Aantrekkelijkheid van de patiënt zodanig dat de intaker met patiënt psychotherapeutisch aan de slag wil  Patient’s vertrouwen in de betrokkenheid en de motieven van de intaker  Er is overeenstemming tussen patient en intaker over de psychische achtergrond van de problemen, het ontstaan en de in stand houdende factoren, en de doelen en werkwijze van de behandeling  Patiënt voelt zich verantwoordelijk voor zijn problemen en heeft een sterke drang om de problemen te overwinnen ondanks een eventueel moeizaam en pijnlijk veranderproces  Patient’s voorkeuren wat betreft de behandeling  Reactie op proefinterventies: positief (toegenomen motivatie, positief affect, uitingen van waardering of overeenstemming) en negatief (intense angst, verwarring, fragmentatie, desorganisatie, primitieve afweermechanismen)  Soort en duur van eerdere behandelingen  Drop-out in eerdere behandelingen  Mate waarin patiënt geprofiteerd heeft van eerdere behandelingen  Herhaaldelijk liegen, valse namen en oplichting  Justitiële status (arrestaties, veroordelingen, lopende zaken)  Overbetrokken houding van ouders in de kindertijd  Ouders zijn gescheiden in kindertijd  Seksueel misbruik in kindertijd  Ouderlijk geweld (fysiek, verbaal) in de kindertijd  Verwaarlozing in de kindertijd  Aanwezigheid van psychische stoornis bij familieleden  Patient heeft op jonge leeftijd zijn/haar ouders/verzorgers verloren of werd ervan gescheiden  Werkstatus (werk is ook zorg voor kinderen, student zijn, vrijwilligerswerk op minimaal parttime basis): stabiliteit en niveau van functioneren  Opleidingsniveau (hoogst afgeronde opleiding)  IQ lager dan 80  Leeftijd  Geslacht  Sociale klasse  Zorg voor kinderen  Beschikbaarheid van de behandelingen  Wachttijd voor behandelingen  Kosten van een bepaalde therapie  Huidig inkomensniveau Frustratietolerantie G eslac ht

14 Concept Map Focus: welke concepten zijn van belang bij het selecteren van de best passende psychotherapeutische behandeling bij mensen met PS? Stap 1: literatuurstudie naar predictoren van behandeling bij PS Stap 2: input van experts over lijst variabelen  Definitieve lijst met 81 variabelen Stap 3: sorteren van 81 variabelen Stap 4: analyse gegevens Stap 5: interpretatie van de resultaten

15 Concept Map Focus: welke concepten zijn van belang bij het selecteren van de best passende psychotherapeutische behandeling bij mensen met PS? Stap 1: literatuurstudie naar predictoren van behandeling bij PS Stap 2: input van experts over lijst variabelen  Definitieve lijst met 81 variabelen Stap 3: sorteren van 81 variabelen Stap 4: analyse gegevens Stap 5: interpretatie van de resultaten

16 Concept Map Focus: welke concepten zijn van belang bij het selecteren van de best passende psychotherapeutische behandeling bij mensen met PS? Stap 1: literatuurstudie naar predictoren van behandeling bij PS Stap 2: input van experts over lijst variabelen  Definitieve lijst met 81 variabelen Stap 3: sorteren van 81 variabelen Stap 4: analyse gegevens Stap 5: interpretatie van de resultaten

17 Analyse gegevens

18

19

20

21 Concept Map Focus: welke concepten zijn van belang bij het selecteren van de best passende psychotherapeutische behandeling bij mensen met PS? Stap 1: literatuurstudie naar predictoren van behandeling bij PS Stap 2: input van experts over lijst variabelen  Definitieve lijst met 81 variabelen Stap 3: sorteren van 81 variabelen Stap 4: analyse gegevens Stap 5: interpretatie van de resultaten

22 Concept map resultaten Ernst PS pathologie Ernst symptomatologie Ego adaptieve vermogens Motivatie en vermogen tot werkrelatie Sociale context Socio demo gegevens Trauma status Complicerende factoren en behandelgeschiedenis

23 Conclusie  Volgens experts zijn 8 factoren van belang wanneer je meest optimale behandeling wil selecteren bij mensen met PS: –Ernst van de PS pathologie –Ernst van de symptomatologie –Egoadaptieve vermogens –Motivatie en vermogen tot werkrelatie –Sociale context –Sociodemografische gegevens –Trauma status –Complicerende factoren en behandelgeschiedenis

24 Vervolg onderzoek  Bronnen voor prototype beslisboom –Interviews: relaties tussen patiënt kenmerken en dosis psychotherapie –Retrospectieve data-analyse : verschillen tussen mensen in verschillende behandelingen –Concept Map: acht factoren die volgens experts van belang zijn tijdens indicatiestellingsproces  prototype beslisboom  Toetsen van het prototype aan de hand van (follow up) data van SCEPTRE

25 INDICATIESTELLING Piet Rijnierse CvP, Mentrum

26 Wetenschap & Kliniek

27 Over de patiënt-karakteristieken Longlist & Shortlist

28 Criteria vs Profiel

29 vs Contact

30 Motivatie en Ambivalentie

31 Indicatiestelling of Filter

32 Onderzoek vs Ervaring/opleiding/intervisie

33 Tijdperk van EBM en DBC vb GAF

34 GAF  Maat van ernst  Uit de DSM  Zeer eenvoudig  Dataverzameling

35 GAF  Richting gevend bij indicatiestelling  Bv Zorgpad - Licht - Matig - Ernstig

36 GAF = 50  Ernst van symptomen  en/of  Mate van disfunctioneren

37 GAF = 50 omvat:  Mensen met ernstige symptomen die uitstekend functioneren.  Mensen met ernstige symptomen die sterk disfunctioneren.  Mensen zonder symptomen die sterk disfunctioneren.

38 Conclusie  Wetenschap en kliniek zijn vooralsnog twee werelden  Zij dienen hand in hand op te trekken  Maar het dreigt dat onder de vlag van EBM veel klinische subtiliteit vermalen wordt.


Download ppt "Indicatiestelling Janine van Manen & Piet Rijnierse SCEPTRE Symposium 29 januari 2009, Utrecht."

Verwante presentaties


Ads door Google