De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

6. Het concept en de grondvereisten van het huwelijk.

Verwante presentaties


Presentatie over: "6. Het concept en de grondvereisten van het huwelijk."— Transcript van de presentatie:

1 6. Het concept en de grondvereisten van het huwelijk

2 6.1 Het huwelijksconcept

3 3 Algemene inleiding (1) Het Romeinse recht regelde de seksuele relaties tussen een man en een vrouw op heel diverse wijzen. Het han- delde over coniugium, vir et uxor, concubinatus, nuptiae en matrimonium die allen heel specifieke rechtsgevolgen hadden waarvan er in het latere recht soms enkele casuï- stisch werden overgenomen (cfr. L. Waelkens, Civium causa, p : niet te kennen!) Dit was min of meer ook het geval voor het Germaanse huwelijk waarover er maar heel weinig bronnen bestaan Het moderne huwelijk ontstond in het canonieke recht van de 12 de eeuw en werd in de 13 de eeuw door theologen verder uitgewerkt. Vanaf de 16 de eeuw werd het in het wereldlijke burgerlijke recht overgenomen, zij het met loslating van bepaalde kerkelijke prioriteiten

4 4 Algemene inleiding (2)  Om het huwelijksconcept in de verschillende peri- odes te situeren en beter met elkaar te kunnen vergelijken zoeken wij in elke periode een antwoord op de volgende vier vragen : 1° Was het huwelijk een familiale aangelegenheid of een individuele aangelegenheid van de trouwers ? Uitleg ! 2° Was het huwelijk gericht op het behoud/vermeerdering van het vermogen (met daaraan gekoppeld het verkrijgen van kinderen) of op de liefde tussen de partners? Uitleg ! 3° Was het huwelijk een reële, formele of consensuele rechts- handeling? Uitleg ! 4° Was het huwelijk een burgerlijke of kerkelijke instelling? Uitleg !  Het antwoord op deze vier vragen verschilt in de loop van de tijden

5 5 Een familiale of individuele aangelegenheid? Een familiale aangelegenheid : De familie bepaalt met wie men trouwt of er is minstens een familiale toestemming nodig Twee redenen : De familiale vermogensbelangen Bescherming tegen intellectuele onbekwaamheid Individuele aangelegenheid : Partners bepalen zelf met wie ze trouwen Partners streven hun (financieel of ander) geluk na

6 6 Doel van het huwelijk: Vermogensbehoud of liefde? Vermogensbehoud of -verwerving/nageslacht Familiegoederen zorgen voor het overleven van de familie (volgens een bepaalde stand) Kinderen waren daaraan gekoppeld : waren goedkope werkkrachten en zorgden voor een rustige oude dag Gevolgen: invoeren van fysische beletselen (verschil in ge- slacht, leeftijd, impotentie) Liefde tussen de echtgenoten Vermogen speelt geen (belangrijke) rol Het kunnen krijgen van kinderen speelt geen rol (verschil in geslacht en impotentie) niet nodig

7 Een reële, formele, of consensuele rechtshandeling? Bepaalt wat nodig is voor de geldigheid van de rechtshandeling (sanctie is nietigheid) Nodig : Ofwel (één of meer) feitelijkheden Ofwel formaliteiten of vormvereisten Woorden Gebaren Geschrift(en) Ofwel geen realiteiten of formaliteiten zodat con- sensus volstaat

8 8 Een burgerlijke of een kerkelijke instelling? Instelling : de wet en niet de familie of partners bepaalt dwingend de gevolgen van het huwelijk. Contact: partijen bepalen zelf de inhoud Burgerlijke instelling : Burgerlijke overheid bepaalt de regels van het huwelijk, oefent de rechtspraak uit en verleent de dispensaties Burgerlijke belangen organiseren mede het huwelijk (socio- politieke beletselen) Burgerlijke overheid kan huwelijk verbreken Kerkelijke instelling Kerkelijke overheid bepaalt … Kerkelijke beletselen omwille van kerkelijke belangen Huwelijk is sacrament … en daarom onverbreekbaar

9 9 Het Germaanse huwelijksconcept Was een familiale aangelegenheid  Het doel was vermogensbehoud/kinderen  Was een reële rechtshandeling  Was een burgerlijke instelling 

10 10 Een familiale aangelegenheid en Doel : vermogen/kinderen Belang van de onvergankelijke grond in de Ger- maanse tijd Belang van de grond voor de familie Belang van het nageslacht voor de familie Gevolg : de familie besliste over het huwelijk van de kinderen (minder- en meerderjarige) zodat de huwelijkssluiting een sterk familiaal karakter had

11 11 Een reële rechtshandeling(en) Bestond uit drie en later vier fazen Desponsatio : letterlijke, later symbolische aan- koop van de vrouw Dotatio : gift van de (familie) van man aan de vrouw om te overleven (soms ook tegengift van ) Traditio puellae : geslachtelijke inbezitneming van de vrouw door de man Morgengift : schenking van de man aan de vrouw de morgen na de traditio. Ratio?

12 12 Een burgerlijke instelling Was gebaseerd op een contract tussen de families … die de inhoud en de afdwing- baarheid ervan zelf verzekerden Staat noch Kerk kwamen tussen bij het hu- welijk en bepaalden ook zo goed als niets over het huwelijk

13 13 Het oudcanonieke huwelijksconcept ( 12 de -18 de eeuw) Een individuele aangelegenheid van de trouwers  Het doel was het samenleven als man en vrouw en het verkrijgen van kinderen  Kende een evolutie van een reële over een consensuele naar een formele afsluiting  Een kerkelijke instelling 

14 14 Een individuele aangelegenheid De trouwers kozen zelf met wie ze trouwden en hadden hiervoor geen toestemming nodig van hun ouders of voogden … in afwijking van het Germaanse recht en de omgevende culturen! Waarom koos de Kerk hiervoor? Nawerking van de Joodse traditie Verzekeren van de monogamie en bij deze het temperen van de geslachtsdrift

15 15 Het dubbele doel van het huwelijk De theologen en canonisten discussieerden niet zozeer over het doel van het huwelijk dan wel over de gevolgen voor de man en vrouw. Daarbij legden zij vooreerst de nadruk op het feit dat het huwelijk voor hen beiden een levenslange samenwerking en een vereniging van hun lichamen en zielen inhield (Z. Van Espen (1700): socie- tatem perpetuam omnis vitae et individuum usum, corpo- rum et animorum conjunctionem individuam) Het feit dat impotentie een nietigmakend huwelijksbeletsel geeft anderzijds aan dat het huwelijk ook gericht was op het verkrijgen van kinderen (liberorum querendorum cau- sa) Beide doelstellingen schijnen toen even belangrijk geweest te zijn

16 16 Van een reële over een consensuele naar een formele rechtshandeling Van een reële naar een consensuele rechtshandeling  Van een consensuele naar een formele rechtshandeling 

17 17 Van een reële naar een consensuele afsluiting (1) Materialisten, zoals Gratianus, stelden onder invloed van het Germaanse recht dat de geslachtelijke voltrekking (co- pula carnalis) het belangrijkste element van het huwelijk was en maakte daarom een onderscheid tussen : Het matrimonium initiatum (beginhuwelijk) dat alleen berustte op de toestemming van de trouwers en dat de Paus nog kon verbreken omdat het alleen voor de Kerk was afgesloten Het matrimonium ratum (volwaardig huwelijk) dat seksueel be- krachtigd was en daarom voor God was afgesloten en niet door de mens kon verbroken worden Consensualisten, zoals Petrus Lombardus, stelden onder invloed van het Romeinse recht dat de toestemming van de trouwers het belangrijkste element van het huwelijk was en het daarom al vanaf deze toestemming volwaardig (ratum) en onverbreekbaar was

18 18 Van een reële naar een consensuele afsluiting (2) Paus Alexander III (begin 12 de eeuw) koos uiteindelijk voor de opvatting van Lombardus, maar liet (in de Gratiaanse traditie) wel enkele uitzonderingen toe. Zo was er bij gebrek aan consummatie nog een intrede in de religieuze staat mogelijk en kon de Paus een niet-geslachtelijk voltrokken huwelijk nog verbreken wegens een gegronde reden (bijv. impotentie) Dit consensualisme had wel een heel negatief gevolg, na- melijk de praktijk van de clandestiene huwelijken, d.w.z. huwelijken die niet voor juiste pastoor in aanwezigheid van getuigen waren afgesloten. De nadelen van deze huwe- lijken waren : Dat de beletselen werden omzeild Bewijsmoeilijkheden, zowel ten nadele van de trouwers als ten nadele van derden, zoals de kinderen en de schuldeisers van de echtgenoten, wanneer zij het huwelijk moesten bewijzen

19 19 Van een consensuele naar een formele rechtshandeling Het concilie van Trente bepaalde daarom in 1563 dat het huwelijk op straffe van nietigheid moest worden afge- sloten : 1° Voor de pastoor van parochie van één van beide partners.  De pastoor had hierbij slechts een passieve rol: hij moest alleen vaststellen dat de trouwers hun toestemming had- den gegeven en hiervan een akte opstellen. Hierdoor waren nog verrassingshuwelijken mogelijk ! 2° In aanwezigheid van ten minste één getuige (pastoor was zelf een voorname getuige) Die vormvereisten werden later integraal overgenomen in het moderncanonieke recht en het moderne burgerlijke recht, zij het dat zij in dat laatste wel werden gelaïciseerd (zie verder bij de vormvereisten van het huwelijk) Vanaf het Concilie van Trente was het huwelijk derhalve een formeel of plechtig contract

20 20 Kerkelijke instelling omdat het een sacrament was Sacrament was een theologisch begrip en is het best te omschrijven als een “genademiddel Gods” Het feit dat het huwelijk als een sacrament werd opgevat had drie belangrijke juridische gevolgen: De Kerk eiste een exclusieve (wetgevende, rechterlijke en bestuurlijke) bevoegdheid over het huwelijk Het volwaardig huwelijk was voor de mens onverbreekbaar omdat het voor God was afgesloten en hij alleen het der- halve (door de dood) kon verbreken Op basis hiervan voerde de Kerk een aantal zuiver kerkelijke beletselen in, d.w.z. beletselen die niets te maken hebben met het wezen van het huwelijk, maar alleen met het loutere belang van de Kerk. In concreto ging het hier om geestelijke verwantschap, eredienstverschil en geestelijke staat

21 21 Afwijkende huwelijksopvattingen in diezelfde periode ( ) (1) De wereldlijke overheden (landsheerlijke, stedelijke of plattelandsoverheden) aanvaardden dat het kerkelijke huwelijk ook in het wereldlijke recht het enige rechtsgeldi- ge huwelijk was, maar verzetten zich hardnekkig tegen de kerkelijke regel dat een huwelijk van een minderjarige geldig was zonder de toestemming van zijn ouders of voogden. De aan de macht zijnde aristocratie wou immers ten allen prijs een huwelijk van één van zijn kinderen met sociaal en vooral financieel minderwaardige persoon ver- mijden. Omdat de Kerk niet wou tegemoetkomen aan die verzuchting, nam die wereldlijke overheid dan maar zelf (onrechtstreekse) sancties tegen dergelijke huwelijken, maar ook dit bood geen voldoening

22 22 Afwijkende huwelijksopvattingen in diezelfde periode ( ) (2) Bepaalde protestantse kerken, zoals de Lutheranen en de Calvinisten, hadden om te overleven heel hard de steun nodig van de wereldlijke overheid en waren daarom wel bereid om op diens verzuchtingen in te gaan. Zij bepaal- den dat het huwelijk een burgerlijk contract was waarvan de wetgevende, bestuurlijke en rechterlijke bevoegdheid in handen was van wereldlijke overheid. In de landen waar dit protestantisme de hoofdgodsdienst vormde (Noorde- lijke Nederlanden, bepaalde Duitse staten, Denemarken, Zweden) werd het huwelijk voortaan afgesloten voor een burgerlijk ambtenaar (bijv. schepen) en kwamen alle geschillen over het huwelijk voor de gewone wereldlijke rechtbank. De wereldlijke overheid bepaalde er in zijn wet- geving ook dat een minderjarige op straffe van nietigheid niet kon huwen zonder de toestemming van zijn ouders of voogden en maakte een echtscheiding mogelijk

23 Luther Calvijn

24 24 Afwijkende huwelijksopvattingen in diezelfde periode ( ) (3) Onder invloed van dit protestantse recht en de school van het natuurrecht voerde Jozef II in de Oostenrijkse erflanden en in de Zuidelijke Neder- landen in 1784 bij ordonnantie (= wet) een burger- lijk huwelijk in dat het rooms-katholieke huwelijk integraal moest vervangen. Omwille van finan- ciële of andere redenen liet hij de afsluiting van dat huwelijk in handen van de plaatselijke pas- toors die natuurlijk alleen het kerkelijke recht toepasten, zodat ganse opzet mislukte

25 Jozef II

26 26 Het huwelijksconcept vanaf de Franse revolutie Een familiale aangelegenheid tot 21 (later 18 jaar), nadien een individuele zaak Doel : eerder de nadruk op de liefde tussen de partners Formele afsluiting door de ambtenaar van de burgerlijke stand (met een actieve rol) Een burgerlijk contract : GW. Van 1791 bepaal- de: “La loi ne considére le mariage comme un contrat civil”, maar … liet daarnaast het kerkelijk huwelijk bestaan zonder er juridische waarde aan te hechten

27 27 Het huwelijksconcept in het moderncanonieke recht Een individuele aangelegenheid, zoals vroeger: geen toestemming ouders nodig Doel : Kerkelijk wetboek van 1917 : het primaire doeleinde was het verwekken en opvoeden van kinderen; het secundaire de wederzijdse hulpverlening en een heelmiddel voor de zinnelijkheid (canon 1013 § 1) Kerkelijk wetboek van 1983 : beide doeleinden staan nu in theorie op gelijke voet, maar impotentie blijft een nietigmakend huwelijksbeletsel Een formele afsluiting ten overstaan van de pa- stoor (blijft voorname getuige) Een sacrament met alle gevolgen zoals voorheen

28 6. De grondvereisten van het huwelijk

29 29 Grondvereisten van het huwelijk Begrippen ‘grondvereiste’ en ‘beletsel’  Soorten beletselen Dirimerende (nietigmakende) beletselen  Prohibitieve (verbiedende) beletselen 

30 30 Begrippen grondvereiste en beletsel Grondvereiste : feit die moet aanwezig zijn (= positieve grondvereiste) of niet mag aan- wezig zijn (= negatieve grondvereiste) om te kunnen trouwen Beletsel : wanneer er een (positieve of ne- gatieve) grondvereiste niet is vervuld

31 31 Soorten beletselen Dirimerende : leiden tot de nietigverklaring van het huwelijk  Prohibitieve : verbieden het huwelijk, maar wanneer het huwelijk ondanks dit beletsel toch is afgesloten blijft het geldig en krijgen de afsluitende of meewerkende partijen een geldboete 

32 32 Nietigmakende beletselen Vier categorieën De fysische beletselen  De beletselen in verband met de ‘toestem- ming’ Van de partners  Van hun familie  De familiale beletselen  De sociopolitieke beletselen 

33 33 De fysische beletselen Drie beletselen : Verschil in geslacht  Leeftijd  Impotentie  Ratio van alle drie : het nageslacht verze- keren, maar de leeftijd is in moderne recht ook gericht op de geestelijke rijpheid!

34 34 Verschil in geslacht Begrip : alleen man en vrouw kunnen huwen Ratio : verzekeren van het nageslacht Gelding in de tijd : Werd tot 2003 van natuurrechtelijke aard geacht en kwam daarom in geen enkele positiefrechtelijke bepaling voor Vanaf 2003 is thans positiefrechtelijk in ons Bur- gerlijk Wetboek wel bepaald dat het verschil in geslacht geen voorwaarde meer is in Belgische recht (artikel 143 B.W.) Geldt (impliciet) nog altijd in het moderncanonieke recht

35 35 Leeftijd Begrip : bepaald aantal jaren geleefd hebben Evolutie : van 12 voor het meisje en 14 jaar voor de jongen in het Romeinse recht en canonieke recht naar 18 jaar voor beiden in het huidige recht Dubbele ratio : geslachts- en geestelijk bekwaam N.B. Geen enkel rechtssysteem verbood te trouwen op een te hoge leeftijd Organisatie : dispensatie mogelijk door bestuur- lijke overheid (oudcanonieke recht, Jozef II, Code Civil) of gerechtelijke overheid (nu in ons B.W.)

36 36 Impotentie Ingevoerd door het canonieke recht omwille van zijn concept over het huwelijk Begrip : ontbreken of niet behoorlijk werken van de geslachtsorganen Van man en vrouw! Niet hetzelfde als onvruchtbaarheid! Ratio : nageslacht verzekeren Impotentie in de loop van tijden 

37 37 Impotentie in de loop van de tijden Oud-canonieke recht : ja ( indien impotentie voorafgaat aan het huwelijk en blijvend is) Protestantse recht en Jozef II : ja Franse revolutionaire recht : neen C.C. en later burgerlijke recht : neen N.B. Wel echtscheidingsgrond en reden tot betwisting van het vaderschap! Moderncanonieke recht : ja (impotentie voorafgaat aan het huwelijk en blijvend is)

38 38 Grondvereisten in verband met de toestemming In verband met de toestemming van de trouwers Welke afwijkingen met gemeenrecht? In verband met de toestemming van de familie

39 39 Grondvereisten in verband met de toestemming van de trouwers  Toestemming van de trouwers was al nodig in het Romeinse recht  Twee hypothesen : Totaal ontbreken van toestemming  Wilsgebreken 

40 40 Totaal ontbreken van de toestemming van de trouwers Toestemming gegeven door derden (bijv. door de ouders) leidt tot nietigheid Niet het huwelijk met de handschoen! Ook nietigheid bij het niet-bestaan van de toe- stemming van de trouwers door : Krankzinnigheid of aanverwante toestand van één van de trouwers: vrije wil en verstand zijn hier uit- geschakeld! Moderncanonieke recht veel ruimer i.v.m. de psychische onbekwaamheid! Simulatie of veinzing : ander doel nastreven dan huwelijksdoel (cfr. art. 146bis B.W.)

41 41 Wilsgebreken bij de trouwers Begrip en soorten wilsgebreken: lees artikel 1109, 1110, 1111, 1112, 1113, en 1118 B.W. Geweld (art. 146ter B.W.) Fysisch geweld (vis): ja, indien ernstig Moreel geweld (metus = vrees, bedreiging) : ja indien van buiten verwekt en ernstig  Dwaling (art. 180 B.W.) In de persoon (=persoonsverwisseling) : ja  Omtrent de hoedanigheden : soms indien een essentiële hoedanigheid  Bedrog : in beginsel niet, maar soms ook voor bedrog over essentiële hoedanigheid 

42 42 Moreel geweld of bedreiging Algemene voorwaarden : Van buiten verwekt (niet eigen scrupules) Ernstig Tegen trouwer zelf of nabije verwant Uitdrukkelijk bepaald in artikel 146ter B.W. Vrees voor ouders? Aanvankelijk niet Nu wel

43 43 Dwaling in de persoon Is een dwaling omtrent de fysische iden- titeit van een persoon, niet omtrent zijn hoedanigheden Kon in de loop van de tijden steeds wor- den ingeroepen (cfr art B.W.)

44 Dwaling omtrent de hoedanigheden van de partner Begrip hoedanigheden is ruim op te vatten : Vermogensrechtelijke hoedanigheden Morele hoedanigheden : Cfr. Arrest Berton van het Franse Hof van Cassatie op 24 april 1862 : huwelijk met ex-bagnard blijft geldig Fysische hoedanigheden In beginsel niet in te roepen omdat liefde altijd blind is Uitzondering : dwaling omtrent een essentiële hoedanig- heid Bij Jozef II o.a. artikel 26 (zwangerschap van het meisje) In het moderncanonieke recht In het Engelse recht In het moderne Franse burgerlijke recht sinds 1975 Niet in het moderne Belgische recht!

45 45 Bedrog Begrip bedrog en verschil met dwaling: uitleg In beginsel niet in te roepen omdat men altijd wel wat bedrogen wordt en huwelijk geeft voordeel als sacrament Uitzondering : bedrog omtrent een essen- tiële hoedanigheid Bij Jozef II In het moderncanonieke recht

46 46 ‘En cas de mariage, il trompe qui peut’ (Loisel) = men kan inzake huwelijk niet inroepen : Een dwaling inzake hoedanigheden Bedrog

47 47 Familiale toestemming nodig? (1) Romeinse recht: ja van de paterfamilias voor die- genen die alieni juris waren, neen voor diegene die sui juris waren op straffe van nietigheid Germaanse recht : ja en nietigmakend Oudcanonieke recht : ja, maar alleen verbiedend, niet nietigmakend (Cfr. Canon Tametsi van het Concilie van Trente in 1563) Wereldlijke recht (12 de tot 18 de eeuw) : ja, voor minderjarigen, maar alleen onrechtstreekse san- cties  Protestantse recht : ja voor minderjarigen en nietigmakend

48 48 Familiale toestemming nodig? (2) Huwelijksrecht van Jozef II : idem Revolutionair recht : idem De C.C. tot het B.W. : idem en akten van eerbied voor meerderjarigen Moderncanonieke recht : ja, maar slechts verbiedend Engelse recht : voor 1753 verbiedend, na- dien nietigmakend

49 49 Onrechtstreekse sancties in de 12 de -18 de eeuw Geen nietigheid indien geen ouderlijke toestemming en dus alleen onrechtstreekse sancties mogelijk Welke onrechtstreekse sancties ? Strafsancties voor schaking door verleiding: geldboete, verbanning, confiscatie en zelfs doodstraf (Il n’est si bon mariage qu’un corde ne rompe) Burgerlijke sancties: onterving, verlies van huwelijksvermo- gensvoordelen Sancties voor derden : geldboeten Ingevoerd door laatmiddeleeuwse keuren (begrip schaking door verleiding) en later opgenomen in de vorstelijke wet- geving (bijv. Karel V op 4 oktober 1540 en Filips IV op 29 november 1623)

50 50 Familiale beletselen Soorten : Bloedverwantschap  Aanverwantschap  (Geestelijke verwantschap) (Adoptieve verwantschap) Ratio’s ?  In welke mate een beletsel 

51 51 Ratio’s Vermijden van inteelt … geldt alleen bij te nauwe bloedverwantschap Sociopolitieke motieven van Kerk en Staat in de ME en NT Machtsverdelend? Vredestichtend? Libidobedwingend? Welke redenen nu nog ?

52 52 In welke mate een beletsel? Bloedverwantschap in rechte lijn : een constant beletsel  Bloedverwantschap in zijlijn : een steeds verschillende regeling  Aanverwantschap in de rechte lijn : een constant beletsel … tot 2007  Aanverwantschap in zijlijn : een steeds verschillende regeling 

53 Bloedverwantschap in de rechte lijn altijd beletsel E K 1° KK 2° AKK 3° V 1° GV 2° OGV 3° OOGV 4°

54 54 Beletsel bloedverwantschap in de zijlijn in het Romeinse recht Vanaf 3 de eeuw voor Christus: verbod tot en met de 4 de Romeinsrechtelijke graad Einde republiek : verbod tot en met de 3 de Ro- meinsrechtelijke graad en later huwelijk tussen oom en nicht ook mogelijk (Claudius met Agrip- pina) Laatromeinse tijd : opnieuw 4 de Romeinsrechte- lijke graad

55 Beletsel bloedverwantschap in de zijlijn in het oudcanonieke recht vanaf 1215 E K1° KK2° AKK3° V1° GV2° OGV3° OOGV4° B1° N2° AN3° AAN4° O 2° KO 2° AK 3° AAK4° AAAK GO3° X3° P3° Z4° R5° W6° OGO4° L4° U4° X4° M5° Y6° Q7° Tot en met 4 de canonieke graad !

56 Beletsel bloedverwantschap in de zijlijn in het protestantse recht E K1°K1° KK 2 ° AKK 3° V 1° GV 2° OGV 3° OOGV 4° B 2° N 3° AN 4° AAN 5° O 3° KO 4° AK 5° AAK 6° AAAK GO 4° X 5° P 6° Z 7° R 8° W 9° OGO 5° L 6° U 7° X 8° M9°M9° Y 10 ° Q 11 ° Tot en met 3 de Romeinse graad !

57 B eletsel bloedverwantschap in de zijlijn bij Jozef II : een interpretatieprobleem Art. 13 : … in zydelings maegschap ofte in linea collaterali en zal (het huwelyck) niet verder plaetse hebben als tusschen broeder en suster, oom en nigt, moeye en neef en tusschen broeders- en susterskinderen.

58 Beletsel bloedverwantschap in de zijlijn bij Jozef II E K 1° KK 2° AKK 3° V 1° GV 2° OGV 3° OOGV 4° B 2° N 3° AN 4° AAN 5° O 3° KO 4° AK 5° AAK 6° AAAK GO 4° X 5° P 6° Z 7° R 8° W 9° OGO 5° L 6° U 7° X 8° M9°M9° Q 11 ° Y 10 ° Tot en met 3 de Romeinse graad en iets erbij !

59 Beletsel bloedverwantschap in de zijlijn in het revolutionaire recht E K1°K1° KK 2 ° AKK 3 ° V 1° GV 2° OGV 3° OOGV 4° B 2° N 3° AN 4° AAN 5° O 3° KO 4° AK 5° AAK 6° AAAK GO 4° X 5° P 6° Z 7° R8°R8° W 9° OGO 5° L 6° U 7° X 8° M9°M9° Y 10° Q 11 ° Tot en met 2 de Romeinse graad !

60 Beletsel bloedverwantschap in de zijlijn in de C.C. en het B.W. E K 1° KK 2° AKK 3° V 1° GV 2°/2° OGV 3°/3° OOGV 4°/4° B 2° N 3° AN 4° AAN 5° O 3° KO 4° AK 5° AAK 6° AAAK GO 4° X 5° P 6° Z 7° R 8° W 9° OGO 5° L 6° U 7° X 8° M 9°M 9° Y 10° Q 11 ° Tot en met 3 de Romeinse graad Maar dispensatie voor 3 de graad !

61 61 Aanverwantschap als beletsel Aanverwantschap zeer uitgebreid in het oudcanonieke recht  Aanverwantschap nu Evolutie aanverwantschap 

62 62 Aanverwantschap zeer uitgebreid in het canonieke recht … Aanverwantschap door eerste huwelijk, maar ook aanverwantschap door tweede en derde huwelijk tussen schoonfamilies van het eerste, tweede en derde huwelijk Aanverwantschap door buitenhuwelijkse betrekkingen Aanverwantschap door verbroken verlo- ving

63 63 Aanverwantschap nu = alleen aanverwantschap na (eerste) huwelijk Enige die wij historisch behandelen

64 64 Evolutie aanverwantschap Aanverwantschap in de rechte lijn : een constant beletsel … tot 2007  Aanverwantschap in zijlijn : een steeds verschillende regeling met tendens tot uitschakeling 

65 Aanverwantschap in de rechte lijn altijd beletsel tot 2007 Ego SK 1° SKK 2° SAKK 3° SV 1° SGV 2° SOGV 3° SOOGV 4° XEchtgenoot

66 Beletsel aanverwantschap in rechte lijn vanaf 15 mei 2007 SK 1° SKK 2° SAKK 3° SV 1° SGV 2° SOGV 3° SOOGV 4° Echtg Ego X Dispensatie mogelijk!

67 Beletsel aanverwantschap in de zijlijn in het oudcanonieke recht SK 1° SKK 2° SAKK 3° SV 1° SGV 2° SOGV 3° SOOGV 4° SB 1° SN 2° SAN 3° SAAN 4° SO 2° SKO 2° SAK 3° SAAK 4° SAAAK SGO 3° SX 3° SP 3° SZ 4° SR 5° SW /6° SOGO 4° SL 4° SU 4° SX 4° SM5°SM5° Echtg Ego X SC 6 ° SD 7 ° Tot en met 4 de canonieke graad !

68 Beletsel aanverwantschap in de zijlijn in het protestantse recht K1°K1° KK 2 ° AKK 3° V 1° GV 2° OGV 3° OOGV 4° B 2° N 3° AN 4° AAN 5° O 3° KO 4° AK 5° AAK 6° AAAK GO 4° X 5° P 6° Z 7° R 8° W 9° OGO 5° L 6° U 7° X 8° M9°M9° Y 10 ° Q 11 ° Echtg Ego X Tot en met 3 de Romeinse graad !

69 Beletsel aanverwantschap in de zijlijn bij Jozef II (1787) SK 1° SKK 2° SAKK 3° SV 1° SGV 2° SOGV 3° SOOGV 4° SB 2° SN 3° SAN 4° SAAN 5° SO 3° SKO 4° SAK 5° SAAK 6° SAAAK SGO 4° SX 5° SP 6° SZ 7° SR 8° SW 9° SOGO 5° SL 6° SU 7° SX 8° SM9°SM9° Echtg Ego X SC 10 ° SD 11 ° Tot en met 3 de Romeinse graad !

70 Beletsel aanverwantschap in de zijlijn in het revolutionaire recht ( ) SK 1° SKK 2° SAKK 3° SV 1° SGV 2° SOGV 3° SOOGV 4° SB 2° SN 3° SAN 4° SAAN 5° SO 3° SKO 4° SAK 5° SAAK 6° SAAAK SGO 4° SX 5° SP 6° SZ 7° SR 8° SW 9° SOGO 5° SL 6° SU 7° SX 8° SM9°SM9° Echtg Ego X SC 10 ° SD 11 ° Geen beletsel meer in zijlijn

71 Beletsel aanverwantschap in de zijlijn in de Code civil SK 1° SKK 2° SAKK 3° SV 1° SGV 2° SOGV 3° SOOGV 4° SB 2° SB 2° SN 3° SAN 4° SAAN 5° SO 3° SKO 4° SAK 5° SAAK 6° SAAAK SGO 4° SX 5° SP 6° SZ 7° SR 8° SW 9° SOGO 5° SL 6° SU 7° SX 8° SM9°SM9° Echtg Ego X SC 10 ° SD 11 ° Tot en met 2 de Romeinse graad !

72 Beletsel aanverwantschap in de zijlijn in de 20 ste eeuw SK 1° SKK 2° SAKK 3° SV 1° SGV 2° SOGV 3° SOOGV 4° SB 2° SB 2° SN 3° SAN 4° SAAN 5° SO 3° SKO 4° SAK 5° SAAK 6° SAAAK SGO 4° SX 5° SP 6° SZ 7° SR 8° SW 9° SOGO 5° SL 6° SU 7° SX 8° SM9°SM9° Echtg Ego X SC 10 ° SD 11 ° Tot en met 2 de Romeinse graad, maar dispensatie mogelijk !

73 Beletsel aanverwantschap vanaf 2001 SK 1° SKK 2° SAKK 3° SV 1° SGV 2° SOGV 3° SOOGV 4° SB 2° SB 2° SN 3° SAN 4° SAAN 5° SO 3° SKO 4° SAK 5° SAAK 6° SAAAK SGO 4° SX 5° SP 6° SZ 7° SR 8° SW 9° SOGO 5° SL 6° SU 7° SX 8° SM9°SM9° Echtg Ego X SC 10 ° SD 11 ° Geen beletsel meer in zijlijn

74 Beletsel aanverwantschap vanaf 15 mei 2007 SK 1° SKK 2° SAKK 3° SV 1° SGV 2° SOGV 3° SOOGV 4° SB 2° SB 2° SN 3° SAN 4° SAAN 5° SO 3° SKO 4° SAK 5° SAAK 6° SAAAK SGO 4° SX 5° SP 6° SZ 7° SR 8° SW 9° SOGO 5° SL 6° SU 7° SX 8° SM9°SM9° Echtg Ego X SC 10 ° SD 11 °

75 75 Sociopolitieke beletselen De Romeinsrechtelijke beletselen  Toestemming van de leenheer of heer  Toestemming van de militaire overheid  Kerkelijke beletselen  Criminele beletselen 

76 76 Romeinsrechtelijke sociopolitieke beletselen Het Romeinse recht kende een hele reeks socio- politieke beletselen die na de Romeinse tijd allen werden afgeschaft De belangrijkste waren : Slaven konden niet huwen Vrijgeborenen konden niet huwen met vrijgela- tenen Patriciërs konden niet huwen met plebejers tot 445 v. C. Romeinen konden niet huwen met vreemdelingen Militairen konden niet huwen Vestaalse maagden mochten niet huwen

77 77 Toestemming van de leenheer of heer Wanneer een (adellijke) vrouw een leengoed erfde kon zij in de late middeleeuwen niet trouwen zonder de toestemming van de leenheer. Dit hield verband met de militaire verplichtingen die haar echtgenoot dan voor haar moest opnemen Aan de andere kant van de sociale ladder stonden de horigen of laten die als werkkrachten aan een bepaalde grond gebonden waren. Die moesten de toestemming hebben van de heer voor wie zij werkten Omdat de kerk zich keerde tegen die verplichting werd die verplichting meestal omgezet in de verplichting om aan de heer een bepaalde geldsom te betalen voor het verkrijgen van die toelating

78 78 Toestemming van de militaire overheid Dit beletsel werd eerst (opnieuw) ingevoerd door Jozef II en als een nietigmakend belet- sel. Ratio: andere legerstructuur Ook de Franse revolutionairen en Napoleon kenden dit beletsel, zij het dan als een verbiedend beletsel dat bepaald was in het militaire (disciplinaire) recht Dit verbiedend beletsel werd geleidelijk af- geschaft in de loop van de 20 ste eeuw (1975 definitief) en bestaat dus niet meer

79 79 Nietigmakende zuiver kerkelijke beletselen Geestelijke verwantschap (“cognitio spiritualis”) door een analogieredenering. Is weggevallen in moderne burgerlijke en canonieke recht Geestelijke staat : heilige wijding (“ordo sacer”) en een religieuze gelofte (professio religiosa”) hielden een belofte tot maagdelijkheid in omwille van de inzetbaarheid van de clerici Eredienstverschil (“disparitas cultus ”): huwelijk met een niet-christen was verboden omwille van de zuiverheid van geloof. N.B. Het h uwelijk met een niet-katholieke christen was alleen verbiedend !!!

80 80 Criminele beletselen (leiden tot straf) Bigamieverbod : Een constante Ratio : verzekeren van rust en van vrede binnen het gezin Overspel  Schaking van de vrouw 

81 81 Overspel (“crimen”) Begrip : geslachtsgemeenschap door gehuwde persoon (overspelige) met een andere partner dan de huwelijkspartner (medeplichtige aan overspel : nu ook van hetzelfde geslacht!) Juridische problemen : Strafgrond (tot 1987) Strafrechtelijke verschoningsgrond (tot 1997) Echtscheidingsgrond Basis voor de afstamming (overspelig kind) Huwelijksbeletsel  Twee soorten: gewoon overspel en gekwali- ficeerd overspel 

82 82 Gewoon overspel AB C X huwelijk Beletsel

83 83 Gekwalificeerd overspel AB C X + Huwelijksbeloften (1°) + Moord of moordpoging (2°) huwelijk Beletsel

84 84 Overspel als huwelijksbeletsel Zeer verschillend in loop van de tijden Romeins recht : eenvoudig overspel is beletsel Oudcanonieke recht : gekwalificeerd overspel Waarom gekwalificeerd is niet zo duidelijk Jozef II : eenvoudig overspel + daarnaast afzonderlijk beletsel van moordaanslag Revolutionaire recht : overspel geen beletsel C.C. : eenvoudig overspel is beletsel Sedert 1935 : overspel geen beletsel meer Moderncanonieke recht : moordaanslag nog een zelfstandig beletsel

85 85 Schaking van de vrouw (“raptus”) Begrip : ontvoering met geweld van een vrouw uit het gezag van haar familie (vader). Nadien was eventueel een vrije toestemming van de vrouw mogelijk! Pas ingevoerd door het Concilie van Trente (1563) Compromis om de ouderlijke toestemming niet als nietigmakend te moeten invoeren Met een schorsende werking Dit beletsel werd (irrationeel) behouden door Jozef II, werd (rationeel) afgeschaft door de Franse revolutie en bestaat nog steeds in het modern- canonieke recht

86 86 Schaking met geweld in de loop van de tijden Oudcanonieke recht : beletsel vanaf 1563 Beletsel op irrationele wijze overgenomen door Jozef II Beletsel afgeschaft door de Franse revo- lutie in het wereldlijke recht en nooit meer terug opgenomen in het wereldlijk recht Ratio? Nog steeds beletsel in het moderncano- nieke recht Ratio?

87 87 Prohibitieve beletselen in het oudcanonieke recht Geen familiale toestemming Trouwen in een verboden periode Verloving met een derde Eenvoudige belofte van maagdelijkheid Huwen met een protestant

88 88 Prohibitieve beletselen in het latere recht Gebrek aan een akte van eerbied: verdwenen in 20 ste eeuw Wachttijd van de weduwe: verdwenen in 1987 Toestemming van de militaire overheid vanaf Franse revolutie : verdwenen in 20 ste eeuw Geen publieke afkondiging van het huwelijk : vanaf late middeleeuwen tot nu Huwen met een protestant in het moderne canonieke recht

89 89 Huwelijksbeletselen in Engelse recht Volgde het canonieke recht van voor het Concilie van Trente en deed dit ook na dit Concilie dat er niet werd erkend Kende beletselen van leeftijd, impotentie, krank- zinnigheid, fysiek geweld, dwaling in de persoon en een essentiële hoedanigheid, bloed- en aanverwantschap, bigamie, overspel Ouderlijke toestemming was er geen beletsel tot 1753!


Download ppt "6. Het concept en de grondvereisten van het huwelijk."

Verwante presentaties


Ads door Google