De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Neologismen en verdwenen woorden College: taalverandering Sebastian Lenders, Jana Kupke 21.12.2007.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Neologismen en verdwenen woorden College: taalverandering Sebastian Lenders, Jana Kupke 21.12.2007."— Transcript van de presentatie:

1 neologismen en verdwenen woorden College: taalverandering Sebastian Lenders, Jana Kupke

2 Wat betekent sterftaks? A)verzamelnaam voor asbelasting en grafrechten B)extra belasting geven over de inkomsten vn AOW‘ers, bestemd voor het instandhouden van ouderen voorzieningen C)belasting op nalatenschap

3 C. belasting op nalatenschappen C. belasting op nalatenschappen Als het aan de Nederlandse Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) ligt, wordt het woord successierecht binnenkort uit de Nederlandse woordenboeken geschrapt. Het moet, aldus de liberale leider Mark Rutte, die het een ‘verwarrende term’ vindt, plaatsmaken voor het nieuwe, volgens de VVD duidelijker woord sterftaks. De partij opperde dit plan eerder deze week, waarbij ze tevens aangeeft van mening te zijn dat de belasting op nalatenschappen in Nederland te hoog is. Het geval wil echter dat het woord successierecht algemeen ingeburgerd is. Daardoor is de kans klein dat sterftaks het woord successierecht zo een, twee, drie zal vervangen. Sterftaks is niet alleen een onbekend woord, het is misschien ook wel onbemind. Het klinkt – mede doordat het met het werkwoord sterven is gevormd – niet heel aangenaam. Geen wonder dat journalisten die over het voorstel van de VVD berichten, spontaan een alternatief bedachten: erftaks. Maar of dat in staat is om successierecht te verdringen, valt eveneens te betwijfelen.

4 Wat betekent chippil? A) chip die proefpersonen als een pil inslikken om, gedurende de tijd dat de chip zich in het spijsverteringskanaal bevindt, onderzoek te kunnen doen naar bepaalde lichaamsfuncties B) anticonceptiepil met door een chip gereguleerde afgifte van de werkzame stof C) In kermisch materiaal gehulde chip met de identiteitsgegevens van de drager, die oraal wordt toegediend, o.a. aan astronauten

5 A. chip die proefpersonen als een pil inslikken om, gedurende de tijd dat de chip zich in het spijsverteringskanaal bevindt, onderzoek te kunnen doen naar bepaalde lichaamsfuncties Afgelopen weekend berichtte de krant de eerste resultaten van onderzoek bij hardlopers dat verricht was met behulp van chippillen. Voor het begin van een wedstrijd kregen enige hardlopers de chippil oraal toegediend om zo de mogelijkheid te creëren de hartslag en de kerntemperatuur van het lichaam tijdens de sportieve prestatie te meten. De chippil kenmerkt zich verder doordat hij na afloop van de activiteit tijdens welke de metingen worden verricht, het lichaam weer langs natuurlijke weg kan verlaten. Hierin wijkt hij af van de meeste ‘echte’ pillen. De chippil dankt zijn naam dan ook niet aan de werking – het is geen geneesmiddel – maar aan de wijze waarop de chip in het lichaam wordt gebracht.

6 neologismen 1. Definities 2. Soorten neologismen 2.1 ongelede nieuwe woorden 2.2 nieuwe samenstellingen 2.3 nieuwe afleidingen 2.4 nieuwe werkwoorden 2.5 betekinsveranderingen 3. Neologismen en woordenboeken 3.1 Hoe vindt men nieuwe woorden? 3.2 Wanneer worden nieuwe woorden in een woordenboek opgenomen? 3.3 Steeds meer woorden in het woordenboek?

7 1. Definities  Maarten van Nierop (1975): „De titel nieuwe woorden duidt niet uitsluitend „neologismen“ aan, … maar ook oude woorden met een nieuwe betekenis …. Voorts vreemde woorden die de laatste jaren internationaal en Nederlands zijn geworden,... en vaktermen die sinds kort allemanswoorden geworden zijn …. Ook nieuwe uitdrukkingen … en gevestigde begrippen die een eigentijdse dimensie gekregen hebben ….“  kortom: alles wat nieuw toegevoegd is aan een taal

8 1. Definities  neologismen zijn dus vooral:  nieuwe ongelede woorden  nieuwe afleidingen en samenstellingen uit al eerder bestaande woorden  nieuwe werkwoorden  woorden die een betekenisverandering hebben doorlopen

9 2. Soorten neologismen 2.1 nieuwe ongelede woorden  Ariane van Santen (1996) „Nieuwe ongelede woorden, woorden met een arbitraire relatie tussen vorm en betekenis, zijn zeldzaam“ „Nieuwe ongelede woorden, woorden met een arbitraire relatie tussen vorm en betekenis, zijn zeldzaam“  oudere voorbeelden: cola rasta rastabetablokker

10 2. Soorten neologismen 2.2 nieuwe samenstellingen  komen zeer vaak voor  samenstellende delen waren al in het Nederlands bekend  krijgen als samenstelling en nieuwe betekenis die geen „optelsom“ is van de enkele delen  voorbeelden:zonnehemel risicogenvruchtennectaar

11 2. Soorten neologismen 2.3 nieuwe afleidingen  al bestaande woorden krijgen door het toevoegen van een voor- of achtervoegsel een nieuwe betekenis  voorbeelden:heraanbetaling aangenaamheid

12 2. Soorten neologismen 2.4 nieuwe werkwoorden  ook een soort afleiding  worden heel vaak van al bestaande zelfstandige naamwoorden afgeleid  voorbeelden:faxen persconfererenkoppen  reden voor dit verschijnsel: efficiency  moeten bij de verbuiging aan de grammatica worden aangepast

13 2. Soorten neologismen 2.5 betekenisveranderingen  nieuwe betekenissen van al bestaande woorden of uitdrukkingen  spontane betekenisveranderingen: goedzak  metaforisch gebruik van woorden: accordeon  verkortingen om een niet-gewenst betekenisaspect te verdoezelen: (reclame)actie  verbijzonderingen met vaak eufemistische effecten: aanwijzingen, afleven  pars pro toto: dak  grammaticale verschillen: ontgroenen

14 3. Neologismen en woordenboeken 3.1 Hoe vindt men nieuwe woorden?  woordvormingen die eerder nog niet voorkwamen en niet in het woordenboek staan  in kranten, magazijnen, tijdschriften, op tv en zelden ook opgevangen in gesprekken of op radio  geschoolde mensen  taalliefhebbers  worden in neologismen-woordenboeken en op lijstjes door taalkundigen verzameld

15 3. Neologismen en woordenboeken 3.2 Wanneer worden nieuwe woorden in een woordenboek opgenomen?  criteria:  moet door de algemeenheid worden gebruikt  dus geen jongerentaal  moet ongeveer al drie jaar lang worden gebruikt  nieuwe samenstellingen als ze niet doorzichtig zijn en verklaring nodig hebben

16 3. Neologismen en woordenboeken  kritiek op deze criteria:  woordenboeken omvatten nooit dezelfde woorden  afhankelijk van uitgeverij  afhankelijk van subjectieve beslissingen van redacteurs en lexicografen  computerprogramma‘s worden steeds noodzakelijker om nieuwe woorden opzoeken te kunnen (bijvoorbeeld: het corpus INL)  nog in ontwikkeling: programma om betekenisveranderingen op te zoeken

17 3. Neologismen en woordenboeken 3.3 Steeds meer woorden in het woordenboek? woordenboek?  vergeleken zijn nieuwe uitgaven van woordenboeken altijd dikker dan de oudere  hoog gerekend komt één nieuw woord per dag per jaar in een woordenboek terecht  maar: alleen de algemeen bekende en gebruikte woordenschat groeit, omdat:  woorden worden regelmatig ook geschrapt

18 modewoorden  geschiedenis van woord afhankelijk van ding -> nieuwe zaken = nieuwe woorden  duiden nieuwe maatschappelijke verschijnsel aan  maar ook nieuwe woorden zonder nieuwe zaken  vaak in bepaalde sociale klassen maar ook sport en politiek  extreme vormen: scholieren en studenten -> geen doordringen tot algemene taal  voorbeelden: opleuken (later: pimpen) opleuken (later: pimpen) drie keer niks drie keer niks wil je niet weten wil je niet weten

19 modewoorden  elke tijd eigen favorieten  bloeitijd niet lang  komen en gaan zonder emige aanwijsbare aanleiding  veel afkomstik uit Engels -> anglicismen  te veel Engelese woorden = Engelse ziekte  Soort verdwenen woord?

20 verdwenen woorden  woord verdwijnt -> niet tegen te houden -> met maatschappelijke verschijnsel te maken  grote en kleine verandering hebben invloed  verdwijnen gaat ongemerkt  door jongere generatie niet meer gebruikt -> minder mensen kennen het dan nog -> minder mensen kennen het dan nog -> moment dat het niemand meer kent -> moment dat het niemand meer kent

21 Verdwenen woorden  verdwijnen gebeurt geruisloos  1999 ~ 5488 woorden uit Grote Van Dale verdwenen -> veroudert  agrarische woorden verdwenen -> anedere samenleving (achtermeid) -> namen van gereedschappen verdwenen -> namen van gereedschappen verdwenen -> vele vervangen door automatisering -> vele vervangen door automatisering  technische ontwikkeling invloed  taal = sterk en dynamisch

22 Verdwenen woorden  Wanneer woord definitief verdwenen? -> als het niet meer in het woordenboek staat? -> als het niet meer in het woordenboek staat?  Verdwijnwoordenboek -> gevoel voor nostalgie -> gevoel voor nostalgie

23 ‚De verdwijning van de commensaal‘ van Drs. P We hebben nou al sinds een maand of zeven Een man die in de achterkamer woont Je kan met commensalen veel beleven Maar zoiets is beslist nog nooit vertoond: Er ligt al weer een juffrouw in het trapportaal Die onnatuurlijk om het leven is gekomen Mijn vader zegt: ‘Dat heb je van die commensaal Had jij die stiekemerd maar nooit in huis genomen‘

24 oorlogswoorden  Tweede Wereldoorlog -> vooral bezettingstijd  na 1945 weer snel verdwenen  alleen bunker gebleven  nog in verhalen, documentaires en historische beschouwingen over die tijd  Van den Toon:`‘We zijn en blijven van mening dat de invloed van vijf bezettingsjaren, ook op lexicaal vlak, van weinig directe betekenis is geweest.‘

25 Literatuur  Grezel, Jan Erik: „We stellen inburgeringseisen aan nieuwe Nederlandse woorden“. Interview met Ton den Boon, hoofdredacteur van Van Dale. In: Onze Taal 2005/11, p  Horst, Joop van der en Kees van der Horst: Geschiedenis van het Nederlands in de twintigste eeuw. Den Haag  Jansen, Frank: Hoeveel nieuwe woorden staan er dagelijks in de krant? In: Onze Taal 1998/2-3, p  Jansen, Frank: Van luchtschipper tot millenniumbaby. Honderd jaar Nederland en Nederlands in oude en nieuwe woorden. In: Burger, Peter en Jaap de Jong (red.): Taalboek van de eeuw. Zutphen 1999, p  Lemmens, Marcel: „De britten hebben gepersconfereerd“. De vorming van nieuwe werkwoorden. In: Onze Taal 1999/7-8, p  Reinsma, Riemer: Signalement van nieuwe woorden. W. P. woordenboek van 2000 neologismen. Amsterdam  Reinsma, Riemer: Taalcahiers. Neologismen. Den Haag  Sterkenburg, Piet van: Neologismen in woordenboeken. In: Santen, Ariane van en Marijke van der Wal (red.): Taal in tijd en ruimte. Leiden 1997,   


Download ppt "Neologismen en verdwenen woorden College: taalverandering Sebastian Lenders, Jana Kupke 21.12.2007."

Verwante presentaties


Ads door Google