De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

3 juli 2014 Theorieinstructie les 8B De oliemolen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "3 juli 2014 Theorieinstructie les 8B De oliemolen."— Transcript van de presentatie:

1 3 juli 2014 Theorieinstructie les 8B De oliemolen

2 Exameneisen (oud)  De inrichting en de werkwijze  Een eenvoudige beschrijving kunnen geven van de inrichting van een oliemolen, met kantstenen, wentelas, heien en stampers, voor- en naslag.  Op eenvoudige wijze olieslaan kunnen beschrijven.

3 Exameneisen (nieuw)  Kent van de oliemolen  De voornaamste werktuigen  Kantstenen  Vuister  Slagblok  De manier van aandrijven  Kantstenen  Roerijzer  Heien en stampers  Het proces op hoofdlijnen  Proces: van zaad tot olie en koek

4 Grondstoffen  In het principe kunnen alle oliehoudende zaden die niet te vet zijn verwerkt worden  Lijnzaad  Raapzaad/Koolzaad  hennepzaad  Sesamzaad  Zonnebloemzaad, enz.  Beukenootjes, Walnoten, enz.  Pinda’s zijn te vet, worden op de Zoeker verwerkt door het bijvoegen van droge vlies of koeken

5 Eindproduct  Lijnolie  ‘Drogende’ olie  Grondstof voor verf, zeep en cosmetica  Ook rauw als houtolie te gebruiken, drogen te versnellen met siccatief, dringt in het hout, verdringt water  Gekookte lijnolie droogt sneller, vormt juist een laagje als verf  Oppassen met doeken met lijnolie, kunnen ontbranden. Of los ophangen, zodat ze warmte kwijt kunnen, of in een luchtdichte box

6 Eindproduct (cont)  Raapolie  Niet drogend, wordt uiteindelijk wel stroperig  Smeerolie voor bijv. taatspotten  Druppeltje op hals kan in de winter de molen op gang helpen, zuinig zijn!  Vroeger bakolie en lampolie  Ook gebruikt als boor-, slijp- of polijstolie voor metalen  Milieuvriendelijke olie voor kettingzaag  Veekoeken  Eerste vorm van krachtvoer, diverse dieren  Wat is het hoofdproduct, olie of koek?

7 Types  Boerenmolen  Simpel, soms gecombineerd met andere molenfunctie  1 slagblok, 1 koppel kantstenen  Naslaan op hetzelfde blok  Seizoensarbeid, alleen olieproductie na de oogst

8 Boerenmolen

9 Types (cont.)  Industriemolen  Complexer, meestal pure oliemolen  Dubbel blok, 1 koppel kantstenen, set van 6 stampers  Soms nog groter  Later verbeteringen als een plet geïntroduceerd  Productie hele jaar door, dus veel opslagruimte nodig  Oliekelders voor opslag, verkoop als prijs gunstig  Risicovolle investering voor ondernemers, vaak erbij

10 Industriemolen  A Bovenwiel  B Bovenas  C Bonkelaar  D Koningsspil  E Steenschijfloop  F Steenwiel  G Steenspil  H Onderbonkelaar  I Wentelwiel  J Kranswiel  K Overwerker  L Spinbol/Roerwiel  M Roerstok  N Wentelas

11 Het proces  In vogelvlucht  Pletten  Verwarmen  Voorpersing  Stampen voorslagkoeken  Verwarmen  Napersing  Verwerken naslagkoeken tot brokken of meel niet op oliemolens maar op meelmolens

12 Het proces (pletten)  Werd vroeger met stampers gedaan  Kantstenen  Andere namen: kollergang (oosten), pletstenen (zuiden)  Aangedreven door koningsspil met schijfloop boven onderbonkelaar  Bovenkant van de steenspil lagert in een verschuifbare balk, de steenwervel die met stuurtouwen in en uit het werk getrokken kan worden, de wervel wordt geborgd met een pal  Stevige fundering, doodsbed genaamd  Op fundering een ligger van hardsteen, later gietijzeren plaat eroverheen

13 Het proces (pletten cont.)  Kantstenen (cont.)  In het midden de koning, waar steenspil op staat.  Aan de steenspil twee assen, die in de steenoren uitkomen, met daaraan twee staande stenen.  Strijkwerk om zaad om te gooien en een afloopbak  Kwartier pletten, vlak voor einde water toevoegen

14 Kantstenen

15

16

17 Het proces (pletten)  Latere verbetering: eerst voorpletten met plet

18 Het proces (verwarmen)  Het voorslagmeel word verwarmd op het vuister  Gemetseld fornuis, met een plaat er op met twee karen  Vuisterpan was eerst kantelpan, later een losse ring op de plaat, de schuifpan, zonder bodem dus  Gestookt op turf of hout  Meel wordt handwarm gemaakt, klontjes worden fijngemaakt, ongerechtigheden verwijderd  In pan draait het roerwerk rond om het meel gelijkmatig te verwarmen, aangedreven vanaf de wentelas  Verwarmd meel word via de karen in de bulen getrokken  Buul is een simpele zak, vroeger van wol nu van kunststof, in de vorm van de perskamer.

19 Vuister

20

21 Wentelas  De wentelas tilt de heien en de stampers op  Wordt aangedreven door de koningsspil met de onderbonkelaar  Wentelas is een houten as met spaken erin.  Als je de hei laat zakken met het schorttouw kan de spaak de hei/stamper via een vuist optillen  Als hij er onderdoor draait valt de hei/stamper door zijn eigen gewicht

22 Wentelas

23

24  Schorttouw trekt de schortkneppel omhoog die de hei/stamper omhoog brengt tot buiten bereik van spaken op de wentelas  Borging via een pen in het touw onder de reeneusjes

25 Het proces (Voorpersing)  De met meel gevulde bulen gaan in de haren.  Haren gaan in de perskamers van het voorslagblok  De hei drijft de slagbeitel in het blok, waardoor er zijwaartse druk word opgebouwd  Olie loopt uit het meel omlaag in 2 bekkens  Na het persen word de losbeitel naar beneden geslagen, waardoor de slagbeitel weer loskomt.  Bulen worden verwisselt, de uitkomende bulen worden van de koek gestroopt en weer opgehangen

26 Voorslag, het blok Perskamer Jaagijzer Kussen Schei Slagbeitel Losbeitel Fontijnijzer Bekken Slaghei Loshei Onderree Schorttouw Reeneus

27 Slagblok

28 De haar  Gevlochten mat met leren omslag  Vroeger van paardenhaar  Tegenwoordig sisal+kunststof  Ambacht is verloren gegaan  Door diverse mensen gereconstrueerd.  Spinnen van paardenhaar nog steeds onbekend  Word nu gedaan op o.a. Bonte Hen  Alternatief: persplanken met of zonder ijzeren geribbelde plaat.

29 Haren  Buul wordt bewerkt als hij in de haar wordt gelegd

30 Stropen/olie

31 Het proces (stampen)  Een aantal voorslagkoeken gaan in een stamperpot  De stamper stampt ze fijn tot naslagmeel  Halverwege vocht toevoegen  Stamper kan geborgd worden met een pen voor de veiligheid bij het leegscheppen  Appel- en perenpotten zijn volgens ons leuke namen geïntroduceerd door Boorsma die zijn blijven hangen omdat het zo’n leuk verhaal is

32 Het proces (stampen)

33 Het proces (napersing)  Proces gelijk aan voorslag  Weinig olie van slechtere kwaliteit  Meel word heter gestookt  Naslag is kleiner, smaller, vorm beitel is anders om meer druk te leveren.  Meestal 3 spaken t.o.v. 2 voorslag. Minder olie, dus olie heeft minder tijd nodig om te wijken  Heeft schelrad met bel, telt 50, 80 of 100 slagen  Geeft constante kwaliteit koeken

34 Naslag

35 Gevaren/veiligheid  Oliemolen heeft specifieke gevaren.  Vuur in een molen, meestal geen schoorsteen, dus rook  Vuisterplaat is heet  De vloer kan glad zijn  Vallende heien: niet bij slag- en losbeitel komen  Bij het legen van de stampers kom je altijd onder de stampers  Oplossing: borgen met pen, pen vasthouden!

36 Gevaren/veiligheid (cont)  Stenen zijn gevaarlijk, maar olieslager moet zaad controleren  Altijd achter de stenen werken  Meelopen met steen  Lawaai van de heien: risico op doofheid  Draag gehoorbescherming!  Voor publiek niet noodzakelijk, verblijven er kort

37 Examenvragen  Examenvragen  Wat is er specifiek aan de vang van een oliemolen?  Waar moet je op letten bij het kruien van een oliemolen

38 Overzicht bestaande molens  Watermolens (5)  Oostendorpermolen, Haaksbergen (Koren en olie)  Leumolen, Nunhem (Koren en olie)  Collse molen, Eindhoven (Koren en olie)  Noordmolen, Azelo  Naamloos, Eerbeek

39 Overzicht oliemolens (cont.)  Rosmolens (2)  Rosmolen Zieuwent, openluchtmuseum Arnhem  Erve Kots, Lievelde  Windmolens (10)  Holtens molen, Deurne (Koren, zaag en olie)  Woldzigt, Roderwolde (Koren en olie)  Wachter, Zuidlaren (Koren en olie)  Pelmolen Ter Horst (Pel en olie)

40 Overzicht oliemolens  Windmolens vervolg  Passiebloem, Zwolle  De Bonte Hen, Zaandam  De Ooijevaar, Zaandam  Het Pink, Koog a/d Zaan  De Zoeker, Zaandam  De Os, Zaandam  België heeft ook enige oliemolens

41 Literatuur  Voor geïnteresseerden in oliemolens geven de volgende boeken meer informatie, maar zijn niet noodzakelijk voor de opleiding:  Over molens der familie Honig, Boorsma  Windmolens, Husslage  Oliemolens, Van Bussel

42 Vragen?

43 Fotoverantwoording  Alle foto’s zijn uit mijn eigen collectie behalve:  Tekening blok: Ranko Veuger  Tekening boerenmolen (Deurne): Nico Jurgens  Tekening Industriemolen: Douwe Veenstra  Foto’s wentelas: Mark den Boer

44 Copyright  Deze presentatie is gemaakt door André Koopal ten behoeve van theorieinstructie aan de afdeling Noord Holland van het Gilde vrijwillige molenaars.  Deze presentatie kan als geheel vrijelijk gebruikt worden voor instructie over de oliemolen  De rechten van de afbeeldingen blijft bij de makers, neem voor gebruik contact met de maker op.  Info:


Download ppt "3 juli 2014 Theorieinstructie les 8B De oliemolen."

Verwante presentaties


Ads door Google