De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Bevrijdingsgrepen. De drenkeling kan plotseling met één of beide handen jouw hand of pols vastpakken. Wees daar altijd op bedacht. Zorg er dan voor dat.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Bevrijdingsgrepen. De drenkeling kan plotseling met één of beide handen jouw hand of pols vastpakken. Wees daar altijd op bedacht. Zorg er dan voor dat."— Transcript van de presentatie:

1 Bevrijdingsgrepen

2 De drenkeling kan plotseling met één of beide handen jouw hand of pols vastpakken. Wees daar altijd op bedacht. Zorg er dan voor dat de afstand tussen jou en de drenkeling zo groot mogelijk is en blijft. Enkele polsgreep

3 Strek je rechterarm waaraan je de drenkeling vasthoudt krachtig in de richting van de borst van de drenkeling. Op die manier duw je de drenkeling een beetje achteruit, waardoor je zelf ook achteruit gaat. De arm(en) van de drenkeling worden zo een beetje gebogen. Enkele polsgreep

4 Trek daarna je rechterhand met een cirkelbeweging snel boven water omhoog, terug naar je rechterschouder. Enkele polsgreep

5 Jouw rechterarm komt zo onder de rechteroksel van de drenkeling. Daardoor komt de drenkeling met zijn rug naar je toe te liggen. Enkele polsgreep

6 Je kunt de drenkeling nu vervoeren. Met je vrije linkerarm maak je een achterwaartse overhaalbeweging ( over en door het water ) om van een staande naar een liggende positie van de drenkeling te komen. Dit is is een vervoers- greep : “de houdgreep”. Met je linkerhand kun je zo nodig het hoofd van de drenkeling boven water houden, De drenkeling zal je pols niet gauw loslaten. Daarom zal het moeilijk zijn om van greep te verwisselen. De drenkeling kan de arm van de redder zowel links als rechts vastpakken. Enkele polsgreep

7 Deze bevrijdingsgreep lijkt op de enkele polsgreep, alleen pakt de drenkeling je nu van onderaf aan beide handen of polsen vast. Hij grijpt met zijn rechterhand jouw linkerpols en met zijn linkerhand jouw rechterpols beet. Dubbele polsgreep (van onderen)

8 Pak met je rechterhand de rechterpols van de drenkelingvast. Pak hem vast over het polsgewricht. Houd de vingers strak tegen elkaar geklemd. Houd met je rechterhand de pols van de drenkeling stil. Maak met je linkerelleboog een stevig ruk omhoog en duw je linkerhand naar beneden. Dubbele polsgreep (van onderen)

9 De rechterduim van de drenkeling wordt nu weggedraaid, zodat hij je linkerpols vanzelf loslaat. Dubbele polsgreep (van onderen)

10 Je rechterarm strek je nu in de richting van de borst van de drenkeling. Je duwt de drenkeling achteruit, waardoor de afstand tussen jou en de drenkeling groter wordt. De armen van de drenkeling worden zo nog meer gebogen. Dubbele polsgreep (van onderen)

11 Trek daarna je rechterhand met een cirkelbeweging snel boven water omhoog naar je rechterschouder. Dubbele polsgreep (van onderen)

12 Jouw rechterarm komt zo onder de rechteroksel van de drenkeling, zodat de drenkeling met zijn rug naar je toe komt te liggen. Dubbele polsgreep (van onderen)

13 Je kunt ‘m nu vervoeren in de houdgreep net zoals bij de enkele polsgreep. Dubbele polsgreep (van onderen)

14 De drenkeling pakt van bovenaf met zijn linkerhand je rechterpols en met zijn rechterhand je linkerpols vast. Dubbele polsgreep (van boven)

15 Met je rechterhand pak je de rechterpols van de drenkeling vast, zo dicht mogelijk bij de hand. De duim moet nu onder zijn en je houdt je vingers stevig tegen elkaar. Dubbele polsgreep (van boven)

16 Houd met je rechterhand de pols van de drenkeling stil. Maak dan met je linkerelleboog een stevige ruk naar beneden en doe je linkerhand omhoog. Zo draai je de rechterduim van de drenkeling los en kun je de linkerpols losmaken. Dubbele polsgreep (van boven)

17 Strek je rechterarm in de richting van de borst van de drenkeling. Je duwt de drenkeling achteruit, waardoor de afstand tussen jou en de drenkeling groter wordt. De armen van de drenkeling worden zo gebogen. Dubbele polsgreep (van boven)

18 Trek daarna je rechterhand met een cirkelbeweging snel boven water omhoog naar je rechterschouder. Dubbele polsgreep (van boven)

19 Jouw rechterarm komt zo onder de rechteroksel van de drenkeling, waardoor de drenkeling met z’n rug naar je toe komt te liggen. Vervoer de drenkeling in de houdgreep. (zie ook de volgende foto). Dubbele polsgreep (van boven)

20

21 De drenkeling pakt je met beide armen stevig om je nek beet. Hij omhelst je als het ware, waarbij de ellebogen van de drenkeling op je schouders rusten. Zodra je merkt dat de drenkeling je zo wil vastgrijpen, probeer dan je schouders zo hoog mogelijk op te trekken. Voorwaartse omklemming

22 Daarna pak je de drenkeling zo stevig en zo ver mogelijk met je linkerhand om zijn middel op zijn rug vast. Je kunt hem aan zijn kleren op de rug vastpakken. Je geeft de drenkeling weinig of geen ruimte door hem op deze manier stevig vast te houden. Voorwaartse omklemming

23 Sla nu je rechterarm over de linkerarm van de drenkeling heen en leg je rechterhand dwars op de mond en tegen de neus van de drenkeling. De drenkeling kan nu niet meer ademen. Duw met je zijkant van je pink tegen zijn neusbeentje, zodat je ook de neusgaten afsluit. Voorwaartse omklemming

24 Omdat de drenkeling niet meer kan ademhalen of omdat het pijn doet, zal hij zijn hoofd naar achteren moeten buigen. Je maakt zo ook de afstand tussen jezelf en de drenkeling groter. De greep van de drenkeling zal nu echt wel wat losser worden, en je krijgt wat meer ruimte om je vrij te maken. Als je je rechterarm nog verder strekt, diep ademhaalt en een beetje naar beneden zakt, kun je met je hoofd een duikbeweging maken. De drenkeling zal nu los laten. Voorwaartse omklemming

25 Tegelijktertijd trek je met je linkerhand (zo mogelijk aan de kleding) aan de drenkeling, draai je de drenkeling om en trek je de drenkeling nu zover door dat deze met zijn rug naar je toe komt te liggen. Voorwaartse omklemming

26 Dan haal je je hand van de mond en neus van de drenkeling af. In de holte van je rechterelleboog vang je de rechterarm van de drenkeling op. Je rechterarm houd je als een soort haak naar boven, waarbij je de rechterarm van de drenkeling vastklemt. Door de linkerarm een doorhaal- beweging te maken over en door het water heen, houd je je zelf en de drenkeling boven water. Voorwaartse omklemming

27 Direct daarna breng je de drenkeling in een passende vervoersgreep. In deze situatie is de polsgreep de meest voor de hand liggende vervoersgreep. Met de polsgreep pak je met je linkerhand, onder de linkeroksel de linkerpols van de drenkeling en op dezelfde wijze met je rechterhand de rechterpols vast. Het hoofd van de drenkeling kan zowel links als rechts van het hoofd van de redder zijn. Voorwaartse omklemming

28 Bij de achterwaartse omklemming slaat de drenkeling zijn armen stevig om de nek van de redder heen, waarbij de ellebogen van de drenkeling op de schouders van de redder rusten. Maar nu bevindt de drenkeling zich achter jou. Ook nu weer probeer je je schouders zo veel mogelijk op te tillen. Je duwt je kin naar beneden op je borst, zodat de drenkeling je keel niet meer kan dichtknijpen. Je haalt diep adem en gaat watertrappen. Achterwaartse omklemming

29 Dan pak je met beide handen de onderliggende arm van de drenkeling vast (we gaan hier vanuit dat de rechterarm van de drenkeling onder ligt). Achterwaartse omklemming

30 Met de linkerhand omklem je de pols van de drenkeling en trek je de arm naar voren (span je arm). Maak een halve draai naar beneden. Draai je hoofd naar links. Met je rechterhand grijp je de rechterelleboog van de drenkeling beet, met je duim aan de binnenkant van de elleboogplooi en je vingers aan de buitenkant. Dan draai je je gezicht in de richting waar de onderste hand van de drenkeling naar toe wijst en bevrijd je je hoofd door onder de elleboog van de drenkeling door te duiken. Achterwaartse omklemming

31 Lukt dat niet, probeer je de onderste arm van de drenkeling los te draaien en schuin naar voren te trekken en draai je je hoofd naar je linkerschouder. Achterwaartse omklemming

32 Ten slotte trek je de pols naar beneden en duw je de elleboog naar boven. Je haalt daarbij diep adem en laat je wat naar beneden zakken. Achterwaartse omklemming

33 Je zet de beweging met de arm door zodat je uiteindelijk achter de drenkeling bent gekomen. Je draait de arm van de drenkeling achter zijn rug. Let op: draai niet te ver door!!! Achterwaartse omklemming

34 Laat nu de elleboog van de drenkeling los en pak met je vrijgekomen hand de rechterpols van de drenkeling. Achterwaartse omklemming

35 Daarna laat je met je linkerhand de rechterpols van de drenkeling los en pak je met je linkerhand, onder de linkeroksel, de linkerpols van de drenkeling vast. Breng nu de rechterpols van de drenkeling naar voren om te voorkomen dat de arm van de drenkeling breekt. Zorg ervoor dat jouw ellebogen bij de ellebogen van de drenkeling zijn. Achterwaartse omklemming

36 Nu heb je de drenkeling in een passende vervoersgreep: de polsgreep. De drenkeling kan zowel de linkerarm als de rechterarm beneden hebben bij het vastpakken. Achterwaartse omklemming

37 De drenkeling omklemt met beide armen de bovenarmen en de borstkast van de redder. Het gezicht van de redder en het gezicht van de drenkeling zijn naar elkaar gericht. Borstgreep

38 Je zorgt ervoor dat je door watertrappen je hoofd boven water houdt en je legt je onderarmen over de schouderbladen van de drenkeling. Zo kun je je handen op de schouders van de drenkeling leggen. Dan verras je de drenkeling door plotseling je rug bol te maken en duw je plotseling met een stevige beweging je ellebogen omhoog. Daardoor komen je (boven)armen vrij en ontstaat er ruimte tussen jou en de drenkeling. Borstgreep

39 Van deze ruimte maak je gebruik: je maakt je los uit de greep van de drenkeling door onder een van de oksels van de drenkeling door te ‘duiken’ en de drenkeling een halve slag te draaien. Borstgreep

40 Dan komt de drenkeling met zijn rug naar je toe te liggen. Laat hem niet los! Je rechterarm houd je als een soort haak naar boven, waarbij je de rechterarm van de drenkeling vastklemt. Borstgreep

41 Je pakt met je linkerhand onder de linkerarm de linkerpols van de drenkeling vast. Met je rechterhand pak je vervolgens op dezelfde manier zijn rechterpols vast en duw je beide ellebogen naar buiten. Deze komen nu bij de ellebogen van de drenkeling. Borstgreep

42 Nu heb je de drenkeling in een passende vervoersgreep: de polsgreep. Borstgreep

43 De drenkeling pakt de redder van voren vast en klemt zijn beide armen stevig om het middel en de armen van de redder, net iets boven de heupen. Eigenlijk net zoals bij de borstgreep, maar nu pakt de drenkeling je lager vast. Ook hier zitten je armen stevig vast in zijn omklemming. Je haalt diep adem en gaat watertrappen. Dat is bij deze greep behoorlijk lastig, omdat de drenkeling je onder water houdt, je zult daarom extra hard moeten watertrappen om boven te komen. Het is belangrijk dat er snel ruimte komt tussen de drenkeling en de redder. Lendengreep

44 Je haalt diep adem en duwt de knokkels van je vuisten tegen de buik, in de maagstreek van de drenkeling. Lendengreep

45 Je kunt nu twee dingen doen: 1. je zet je vuisten stap je voor stapje wat hoger, zodat de ruimte tussen jou en de drenkeling steeds groter wordt, of Lendengreep

46 2. Je zet je handen op de heupen van de drenkeling en duwt hem van je af. Lendengreep

47 In deze afbeelding wordt met de vuist gewerkt (1). Om de ruimte te maken kun je met de elleboog naar boven gericht de arm eruit halen. Je linkerarm komt dan vrij. Leg je linkerhand op de rechterschouder van de drenkeling en duw hem verder van je af. Op dezelfde wijze kun je ook je rechterarm vrijmaken. Lendengreep

48 Je legt je gesloten rechterhand dwars op de mond en tegen de neus van de drenkeling en met de zijkant van je pink duw je tegen het neusbeentje (je geeft de drenkeling nu een pijnprikkel). Lendengreep

49 Omdat nu ook de neusgaten zijn afgesloten, kan de drenkeling niet meer ademen. Daarom zal hij zijn hoofd naar achteren moeten buigen. Met beide handen duw je de drenkeling verder van je af. Met je rechterhand draai je het hoofd van de drenkeling weg. Zijn greep zal steeds wat losser worden. Je linkerhand glijdt vanaf de rechterschouder over de arm van de drenkeling naar zijn pols, die je vastpakt. Lendengreep

50 Je wilt natuurlijk dat de drenkeling je helemaal los laat. Maar zorg er wel voor dat jij je drenkeling vast blijft houden! Je haalt je rechterhand van de mond van de drenkeling af en pakt met die hand stevig de rechterpols van de drenkeling vast, met je duim net onder zijn pols. Op datzelfde moment kun je die pols met je linkerhand loslaten. Je trekt de pols naar boven en naar rechts, waardoor de drenkeling met de rug naar je toe komt te liggen. Dan steek je je linkerarm onder de linkeroksel van de drenkeling door en pak je de linkerpols van de drenkeling. Lendengreep

51 Je rechterhand laat de rechterpols van de drenkeling los. Vervolgens pak je met je rechterhand onder de rechteroksel van de drenkeling zijn rechterpols vast daarna duw je beide ellebogen naar buiten. Neem nu de drenkeling in een vervoersgreep: de polsgreep. Lendengreep

52 De drenkeling grijpt de redder van achteren vast. Hij klemt zijn armen om het lichaam van de redder, maar de redder kan zijn armen nog wel vrij bewegen. Als je merkt dat de drenkeling je zo wil vastpakken, ga dan op je rug liggen. Daardoor duw je de drenkeling namelijk onder water. Dan pak je de onderliggende hand van de drenkeling vast. Achterwaartse borstgreep

53 Als de onderste hand van de drenkeling naar links wijst, pak je hem met je linkerhand en als die hand naar rechts wijst, pak je hem met de rechterhand. Je pakt de hand met de vier vingers aan de binnenkant van de hand en met de duim druk je op de buitenkant van de hand op een middenhands- beentje. Achterwaartse borstgreep

54 Op het moment dat je met de duim drukt, trek je de vingers omhoog, zodat de hand naar het lichaam toedraait, tegelijkertijd plaats je je vrije hand onder de elleboog van de drenkeling en duw je deze naar boven. Achterwaartse borstgreep

55 Hierdoor zal de onderarm van de drenkeling draaien en kun je de arm zijwaarts omhoog brengen. Achterwaartse borstgreep

56 Hierdoor ontstaat er ruimte voor de redder om onder de oksel van de drenkeling door te gaan en zo achter de drenkeling te komen. Achterwaartse borstgreep

57 Je draait de arm van de drenkeling op zijn rug. Dan laat je de elleboog van de drenkeling los, maar pakt in plaats daarvan de pols. Achterwaartse borstgreep

58 Met de andere hand pak je de andere pols van de drenkeling beet. Je duwt de ellebogen naar buiten. Nu heb je de drenkeling in een passende vervoers- greep: de polsgreep. Achterwaartse borstgreep


Download ppt "Bevrijdingsgrepen. De drenkeling kan plotseling met één of beide handen jouw hand of pols vastpakken. Wees daar altijd op bedacht. Zorg er dan voor dat."

Verwante presentaties


Ads door Google