De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 4. Paragraaf 2 Te veel of te weinig?  Het aardoppervlak is voor 70% bedekt met water  Toch is er vaak watertekort  Waarom?

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 4. Paragraaf 2 Te veel of te weinig?  Het aardoppervlak is voor 70% bedekt met water  Toch is er vaak watertekort  Waarom?"— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 4

2 Paragraaf 2

3 Te veel of te weinig?  Het aardoppervlak is voor 70% bedekt met water  Toch is er vaak watertekort  Waarom?

4 Drinkwater  Van zoutwater, zoetwater maken is duur  Drinkwater is niet over even zuiver  In Nederland is de drinkwater van hoge kwaliteit, maar niet perfect

5 Water  Wie koopt er in Nederland water in flesjes?  Het is gemiddeld zo’n 1000 keer duurder dan kraanwater, met een zelfde kwaliteit!  Is al het zoetwater drinkwater?

6 Watertekort  Steeds meer landen hebben een zoetwater tekort  Oorzaken zijn klimaatverandering, bevolkingsgroei en welvaartsgroei

7 Wateroverschot  Toch is er tegelijkertijd ook steeds meer wateroverlast  Hoe kan het zijn dat er tegelijkertijd overschot en tekort is op aarde?

8

9 De kringloop van het water  Water gaat nooit op, het verplaatst zich alleen  Kringloop van het water

10 Kringloop van het water

11 Waterbalans  Hoeveel water komt een gebied binnen en gaat er weer uit?  Er komt water binnen door: -Neerslag -Rivieren -Grondwaterstromen

12 Grondwater

13 Piekafvoer  Overtollig water wordt afgevoerd  Wanneer de waterafvoer het grootst is heet het piekafvoer  De piekafvoer is groter geworden door verstening, grond  stoepen en wegen

14 Aquifer  Waterhoudende laag in de grond  Een deel hiervan zit diep onder de grond opgeslagen en wordt nauwelijks aangevuld  In veel droge landen is er hierdoor in de toekomst een probleem, ze gebruiken hun niet-vernieuwbare voorraad op

15

16 Opfrissen  Wat is een aquifer ook alweer?  Waarom zijn niet alle watervoorraden vernieuwbaar?  Waardoor is de piekafvoer tegenwoordig groter dan vroeger?

17 RIVIEREN  Aantekening overnemen:  Indeling van de loop van een rivier 1. De bovenloop: groot verhang, verticale erosie (dieper) 2. De middenloop: matig verhang, horizontale erosie (breder) en sedimentatie 3. De benedenloop: klein verhang, sedimentatie

18 De indeling van de rivier Benoem de onderdelen van de rivier Bovenloop Benedenloop Middenloop Hoofdrivier Zijrivier ? ? ? ? ?

19 Wat is de volgorde van oorsprong tot monding? A D C B

20 C B D A Antwoord

21 Verval en verhang Verval: het hoogteverschil tussen twee punten langs een rivier Verhang: het gemiddelde verval per kilometer 1. Bereken het verval en verhang tussen bron en Rivierzicht. 2. Bereken het verval en verhang tussen Rivierzicht en monding. 3. Waar ga je het liefst wildwaterkanoën? Leg uit met het juiste begrip. 4. Bereken nu met behulp van de atlas of de wandkaarten het verval en verhang van de Rijn, van bron tot monding.

22 Kenmerken van de rivier Vul legenda aan en verdeel de rivier. Stroomstelsel Groot verval Vooral verticale erosie Minder verval Erosie en sedimentatie Gering verval Sedimentatie DELTA Stroomgebied

23 RIVIEREN  Stroomdraad  Buitenbocht: erosie  Binnenbocht: sedimentatie  Afsnijding: Hoefijzermeer rsg enkhuizen/ a3 water/2008/ zwaan

24 Meanderen AB Proces: Meanderhalsafsnijding Gevolgen?

25 Debiet en regiem  Debiet: afvoer van een rivier in m3/sec  Regiem: schommeling in de afvoer over het jaar

26 Typen rivieren A.Gletsjerrivier B.Gemengde rivier C.Regenrivier Regiem Welk regiem hoort bij welk type en waarom?

27

28 Kustvormen  Fjordenkust (Noorwegen) Klifkust (Frankrijk) -Diepe inhammen Steile rotsen

29 Kustvormen  Riakust (Ierland) Duinkust (Nederland) - Met ondergelopen dalen Steeds nieuw zand

30 Duinvorming

31 Verschuivende kustlijnen  Vooral door zeespiegelstijging of -daling  Een harde kust is vrij stabiel, een zachte juist niet

32 Verschuivende kustlijnen  Wanneer is de zeespiegel hoger, bij hoge temperaturen of bij lage temperaturen?  Waardoor?

33 Getijde  Verschil tussen eb en vloed door de aantrekkingkracht van de maan (en de zon) - Soms een klein verschil, soms heel groot Canada, Fundybaai, 16 meter verschil tussen hoog en laagwater

34 Springtij en doodtij

35

36 Waterstress  Er is wereldwijd een steeds groter tekort aan water 1. Tekort aan schoon drinkwater 2. Tekort aan irrigatiewater

37 Vuil drinkwater  Water is een eerste levensbehoefte  Is er geen schoon water beschikbaar, dan moet men vies water gebruiken  Hetzelfde water wordt dan vaak gebruikt om in te wassen, om de afwas in te doen en om van te drinken Waarom is dit een probleem?

38 Verspilling irrigatiewater  Er is steeds meer water nodig voor irrigatie. Waarom?  Zuiniger met water omgaan - Betere irrigatiemethoden  Anders is er niet alleen een tekort, maar ook verzilting

39 Verzilting  Ook in zoet water zit zout  Water verdampt, zout niet  Waarom is zout op het land een probleem?

40 Verspilling irrigatiewater  Waarom is dit verspilling?

41 Het Aralmeer in Rusland  Was ooit een van de grootste zoetwater meren ter wereld, nu is er bijna niets meer over

42 Stuwdammen  Wat doet een stuwdam precies?  Als je water aan het begin van een stroomgebied tegenhoud, dan is er minder water over in de benedenloop van de rivier

43 Stuwdammen  Waarom heeft Turkije meer macht dan Irak?  Wat zal er kunnen gebeuren als Turkije al deze stuwdammen bouwt?  Waarom wil Turkije ze toch graag hebben?


Download ppt "Hoofdstuk 4. Paragraaf 2 Te veel of te weinig?  Het aardoppervlak is voor 70% bedekt met water  Toch is er vaak watertekort  Waarom?"

Verwante presentaties


Ads door Google