De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wachtwoorden. Over de poëzie van Anneke Brassinga (Gillis Dorleijn, Afdeling Nederlands RUG) 1.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wachtwoorden. Over de poëzie van Anneke Brassinga (Gillis Dorleijn, Afdeling Nederlands RUG) 1."— Transcript van de presentatie:

1 Wachtwoorden. Over de poëzie van Anneke Brassinga (Gillis Dorleijn, Afdeling Nederlands RUG) 1

2 Auteursrechtelijk beschermd materiaal (gedichten, foto’s) gebruikt tijdens de lezing kan hier niet worden opgenomen. 2

3 ‘Aurora’ 3

4 4

5 Poëziebundels van Anneke Brassinga (De Bezige Bij) Aurora, 1987 (waarin opgenomen Brassinga’s Debuut, De Lange Afstand, 1985) Landgoed, 1989 Thule, 1991 Zeemeeuw in boomvork, 1994 Huisraad, 1998 Verschiet, 2001 Timiditeiten, 2003 Wachtwoorden. Verzamelde, herziene gedichten, 2005 IJsgang, 2006 Ontij, 2010 Het wederkerige, 2014 Wachtwoorden. Verzamelde, herziene gedichten [2 e uitgebreide druk],

6 6

7 7

8 8

9 9

10 10

11 11

12 Als ik geen vertaler was, zou ik niet zijn gaan schrijven. Als ik geen gedichten was gaan vertalen, zou ik nooit een gedicht hebben geschreven. Dat denk ik althans. (Je weet maar nooit.) Vertalen begint met zorgvuldig lezen, nauwlettend luisteren - want elke tekst is, hoezeer ook in stilte, hoorbaar te maken - en behoedzaam tasten naar zoiets als het kloppend hart van de tekst. Vertalen is in de loop der jaren almaar scrupuleuzer worden ten overstaan van de woorden en de stem zoals daarin vervat, met inbegrip van retoriek, dubbele bodems, verzwijgingen en andere kunstgrepen. 12

13 Wie vertaalt, leert zichzelf een specifieke vorm van lezen aan: het lezen van een tekst los van de tekst, los van de mededelingen. Voor een vertaler is de taal een levende substantie, die zich weliswaar voegt naar het gebruik dat ervan wordt gemaakt, maar daarbij niets inboet aan autonomie. Voor een dichter is de taal een materiaal zoals olieverf of klei dat is, waar hij zichzelf aan moet toevoegen om een evocatie te maken, een uit het overvloedig rijke materiaal afgezonderde concentratie van smurrie en bezieling. 13

14 ‘Aquarium’ ‘Huisraad’ ‘Berichten’ 14

15 Alleen gedichten die ik niet vatten kon, die in zichzelf besloten bleven, geheimzinnig en tegelijk transparant, onbestemd en toch precies, met een soort belofte van schoonheid en vooral opheldering die nooit werd ingelost, hoe vaak ik ze ook herlas - dat waren dan gedichten van Eliot, of Dickinson, of in het Nederlands Leopold - alleen gedichten, kortom, die me boven de pet gingen en nog steeds gaan, behielden een poreuze, ademende ruimtelijkheid, zodat mijn lectuur niet afketste maar integendeel bleef terugkeren als naar een intrigerend landschap om er te dwalen, om in den vreemde te zijn. 15

16 16

17 ‘Boomgaard’ ‘Hic iacet bic’ ‘Uil’ ‘Voyeuse’ ‘Griep’ ‘Merelloos’ ‘Ballade in F mineur – Chopin’ 17

18 ‘Heen’ ‘Het Elze, 4 mei’ ‘De rivier en het knuffeldier’ ‘Levensbericht’ 18

19 In de colofons van de bundels vermelde auteurs/werken waarvan geleend is John Lydgate Huizinga Mallarmé Eliot Whitman Erasmus Mozart J.C. Bloem Gilliams Gorter Pierre Kemp Lodeizen Min Nijhoff Plato Rumphius Sartre Sextus Empiricus Shelley Timmermans Vondel Oude Testament Nieuwe Testament Beethoven Proust Swift Ovidius Cioran Adorno Reve Chris van Geel Nussbaum Pascal Perk Multatuli Rilke IJslandse zeerover 19

20 ‘Gefundenes Fressen’ 20

21 de moeheid in een bootje roeit langs geweldige steden die drijven ieder een eiland langs de kust van het gefantazeerde intellect. Hans Lodeizen 21

22 ‘De woorden, ach de dingen (lamento aan mijn boekenkast)’ 22

23 Auteurs aan wier werk de titels zijn ontleend waaruit de lamento aan mijn boekenkast is opgebouwd Foucault Abe Kobo Heidegger Brodsky Witkiewicz Sten Nadolny Duras + Andriesse + Winterson Campert Marita de Sterck Witkiewicz Faverey Vestdijk Du Perron Hergé Pieter J. Hoets Oscar Timmers Northrop Frye Judith Herzberg Kees Ouwens Maurice Gilliams Tom van Deel Tonnus Oosterhoff Lidia Ginzburg Martha Heesen Yukio Mishima Patricia Cornwell Chris van Geel 23

24 Transformatie, dat is de noodsprong, het omzetten van ervaring of emotie in iets van andere orde, andere substantie, namelijk het gedicht, dat een ding is waar de dichter schroefjes in draait, waar hij als een timmerman klappen met de hamer op geeft, aan bijspijkert, in de hoop dat het zal gaan leven, dat het een ademende ordeverstoring wordt die de dood tart. Pasklare poëtische middelen en sluitende redeneringen bieden tegen dood en lijden geen verweer, omdat wat daarmee wordt gecreëerd zelf al dood is, afgemaakt en af. Terwijl de dood en de rouw juist zo pijnlijk voelbaar maken dat leven een staat van toenemende berooidheid en ontkleding inhoudt, een jas die almaar rafeliger en gescheurder wordt. 24

25 ‘Agrarisch III’ ‘Vooruitzicht’ ‘Kastje met vogel’ ‘Orfisch I’ ‘De goede afloop’ ‘Kortstondig’ ‘Karnemelkse pap’ (‘Smartlap’) 25

26 Wat is de clou van schrijfkunst? Van de ramp die leven heet een dramatisch (of bewegend) beeld scheppen dat om te schateren is en tegelijkertijd door merg en been gaat, dat evenveel medelijden en afschuw wekt, beeld dat een spiegel is maar tegelijk een open raam. 26

27 Poëzie is “concentratie van smurrie en bezieling” “De berichten werden verontrustend onverstaanbaar / en onweerstaanbaar dwingend.” “Wat leeft, leeft van schrik en beven.” Een gedicht is “een ademende ordeverstoring […] die de dood tart.” “strelend tot zichzelf veroordeeld” “het bang struikelgewas // van dit gestotter” “Dood is te klein en te groot” “de kortstondige kracht van het zwakke” “Van de ramp die leven heet een dramatisch (of bewegend) beeld scheppen dat om te schateren is en tegelijkertijd door merg en been gaat, dat evenveel medelijden en afschuw wekt, beeld dat een spiegel is maar tegelijk een open raam.” 27

28 28

29 29

30 30


Download ppt "Wachtwoorden. Over de poëzie van Anneke Brassinga (Gillis Dorleijn, Afdeling Nederlands RUG) 1."

Verwante presentaties


Ads door Google