De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Tekstopbouw Structuur aanbrengen. Spinnen en drugs Een normaal spinnenweb ziet eruit als een fietswiel. Toen Amerikaanse onderzoekers een aantal proeven.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Tekstopbouw Structuur aanbrengen. Spinnen en drugs Een normaal spinnenweb ziet eruit als een fietswiel. Toen Amerikaanse onderzoekers een aantal proeven."— Transcript van de presentatie:

1 Tekstopbouw Structuur aanbrengen

2 Spinnen en drugs Een normaal spinnenweb ziet eruit als een fietswiel. Toen Amerikaanse onderzoekers een aantal proeven deden met stimulerende en verdovende middelen om het effect van stimulerende en verdovende middelen te bepalen, stelden de Amerikaanse onderzoekers vast dat, als een spin drugs heeft gekregen, het web dat de spin weeft heel andere vormen dan de fietswielvorm aanneemt. Spinnen die onder invloed zijn van marihuana beginnen hun web te weven op de gewone manier. Na een poosje verliezen de spinnen hun concentratie. Ten slotte raken de proefdieren echt verdoofd. Het web ziet er in het midden uit als een normaal web. Aan de buitenkant zit het web vol gaten.

3 Spinnen en drugs Een normaal spinnenweb ziet eruit als een fietswiel. Maar als een spin drugs heeft gekregen, neemt het web dat ze weeft heel andere vormen aan. Dat stelden Amerikaanse onderzoekers vast toen ze een aantal proeven deden met stimulerende en verdovende middelen om het effect ervan te bepalen. Spinnen die onder invloed zijn van marihuana beginnen hun web te weven op de gewone manier, maar na een poosje verliezen ze hun concentratie en ten slotte raken de proefdieren echt verdoofd. Het web ziet er in het midden uit als een normaal web, maar aan de buitenkant zit het vol gaten. Teksten aantrekkelijk maken: -Afwisseling in de zinsbouw -Herhaling vermijden -Alinea’s - Structuuraanduiders: - Signaalwoorden - Verwijswoorden

4 TEKST BEGIN ALINEA kernzin signaalwoorden overgang MIDDEN ALINEA SLOT ALINEA

5 I. Signaalwoorden Schrijven = verbanden leggen Woorden staan in relatie tot elkaar in een zin Zinnen staan in relatie tot elkaar in een alinea Alinea’s staan in relatie tot elkaar in een tekst. Signaalwoorden maken die relaties duidelijk.

6 Signaalwoorden en de verbanden die ze signaleren: signaalwoorden voordat, nadat, eerst, daarna, wanneer, vroeger, later en, ook, ten eerste, ten tweede, vervolgens, ten slotte maar, echter, hoewel, toch, daarentegen, staat tegenover zoals, zo, evenals, in vergelijking met, soortgelijk(e) door, doordat, waardoor, te danken aan, zodoende om te, daarmee, waarmee, opdat, door middel van bijvoorbeeld, een voorbeeld ( hier)van, zo, zoals, ter illustratie want, omdat, daarom, vanwege, immers, namelijk als, wanneer, tenzij, in (voor) het geval dat samengevat, kortom, dus, al met al, vandaar dat, hieruit volgt verbanden tijd opsomming tegenstelling vergelijking oorzaak - gevolg doel - middel voorbeeld reden/verklaring voorwaarde samenvatting/conclusie

7 Zie je de signaalwoorden in de tekst “Spinnen en drugs”? Welke verbanden signaleren ze?

8 Spinnen en drugs : signaalwoorden Een normaal spinnenweb ziet eruit als een fietswiel. Maar als een spin drugs heeft gekregen, neemt het web dat ze weeft heel andere vormen aan. Dat stelden Amerikaanse onderzoekers vast toen ze een aantal proeven deden met stimulerende en verdovende middelen om het effect ervan te bepalen. Spinnen die onder invloed zijn van marihuana beginnen hun web te weven op de gewone manier, maar na een poosje verliezen ze hun concentratie en ten slotte raken de proefdieren echt verdoofd. Het web ziet er in het midden uit als een normaal web, maar aan de buitenkant zit het vol gaten. Als spinnen amfetamines krijgen toegediend, werken ze vlugger, net zoals sportmensen die amfetamines nemen en beter presteren (sneller lopen, fietsen of zwemmen en daarbij minder gauw vermoeid raken). Het spinnenweb is dus op minder dan geen tijd klaar, maar zit vol gaten, zowel in het midden als aan de uiteinden. Als spinnen cafeïne krijgen, een drug die je ook in koffie of cola vindt, loopt het weven vanaf het begin helemaal mis. De ronde structuur van een normaal web is er niet meer in te herkennen. De draden lopen scheef en door elkaar en er zitten overal gaten, het ene gat al groter dan het andere. Krijgen spinnen een slaapmiddel toegediend, dan raken ze vrijwel onmiddellijk verdoofd. Ze slagen er enkel in de basisstructuur van het web te weven : de cirkel in het midden en de hoofddraden die vanuit die cirkel vertrekken. Hierdoor wordt het risico dat de spin zelf uit het net valt erg groot en insecten vangen lukt al helemaal niet. Uit de proeven met spinnen konden de onderzoekers de nodige besluiten trekken over de effecten van drugs op het gedrag van de mens. Het onderzoek geeft aan dat bepaalde drugs schadelijker zijn dan andere. Cafeïne blijkt uiteindelijk de meest schadelijke invloed te hebben. Oppassen dus met koffie en cola !

9 II. Verwijswoorden Ik heet Peter. Ik weet zeker dat Laura vorige week in het park was. Ik heb Laura vorige week in het park zien sporten. Ik, Peter, weet zeker dat Laura vorige week in het park was. Ik heb haar daar toen zien sporten.

10 Verwijswoorden Ik, Peter, weet zeker dat Laura vorige week in het park was. Ik heb haar daar toen zien sporten. Ik verwijst naar Peter. Haar verwijst naar Laura. Daar verwijst naar in het park. Toen verwijst naar vorige week. Je gebruikt verwijswoorden om storende herhalingen te voorkomen.

11 Samenvatting + taak  Signaalwoorden : relaties in teksten duidelijk maken  Tussen woorden  Tussen zinnen  Tussen alinea’s  Verwijswoorden : herhalingen voorkomen Opdracht : Duid de signaal- en verwijswoorden in de tekst “spinnen en drugs” aan * Omcirkel EERST de signaalwoorden * Onderstreep DAARNA de verwijswoorden

12 Spinnen en drugs : verwijswoorden Een normaal spinnenweb ziet eruit als een fietswiel. Maar als een spin drugs heeft gekregen, neemt het web dat ze weeft heel andere vormen aan. Dat stelden Amerikaanse onderzoekers vast toen ze een aantal proeven deden met stimulerende en verdovende middelen om het effect ervan te bepalen. Spinnen die onder invloed zijn van marihuana beginnen hun web te weven op de gewone manier, maar na een poosje verliezen ze hun concentratie en ten slotte raken de proefdieren echt verdoofd. Het web ziet er in het midden uit als een normaal web, maar aan de buitenkant zit het vol gaten. Als spinnen amfetamines krijgen toegediend, werken ze vlugger, net zoals sportmensen die amfetamines nemen en beter presteren (sneller lopen, fietsen of zwemmen en daarbij minder gauw vermoeid raken). Het spinnenweb is dus op minder dan geen tijd klaar, maar zit vol gaten, zowel in het midden als aan de uiteinden. Als spinnen cafeïne krijgen, een drug die je ook in koffie of cola vindt, loopt het weven vanaf het begin helemaal mis. De ronde structuur van een normaal web is er niet meer in te herkennen. De draden lopen scheef en door elkaar en er zitten overal gaten, het ene gat al groter dan het andere. Krijgen spinnen een slaapmiddel toegediend, dan raken ze vrijwel onmiddellijk verdoofd. Ze slagen er enkel in de basisstructuur van het web te weven: de cirkel in het midden en de hoofddraden die vanuit die cirkel vertrekken. Hierdoor wordt het risico dat de spin zelf uit het net valt erg groot en insecten vangen lukt al helemaal niet. Uit de proeven met spinnen konden de onderzoekers de nodige besluiten trekken over de effecten van drugs op het gedrag van de mens. Het onderzoek geeft aan dat bepaalde drugs schadelijker zijn dan andere. Cafeïne blijkt uiteindelijk de meest schadelijke invloed te hebben. Oppassen dus met koffie en cola!

13 Drie soorten fouten:1. Onduidelijke verwijzingen 2. Foute verwijswoorden 3. Stijlfout: storende herhalingen

14 1. Onduidelijke verwijzingen vermijden (zie oefenbundel) 1. Oudere mensen hebben het vaak moeilijk om met jongeren om te gaan, omdat ze vinden, denk ik, dat de jeugd moeilijk doet over allerlei dingen. 2. Eenzaamheid bij oude mensen in een bejaardentehuis komt veel voor. Ze zijn vaak tegen hun zin door hun kinderen in zo’n tehuis gestopt en die kinderen kunnen meestal alleen in het weekend op bezoek komen. 3. Jan ging naar zijn vader omdat die ziek was.

15 4. De leerkracht dient ook de spelling te behandelen, aangezien deze een belangrijke rol speelt in het project. 5. Tegenwoordig komen er veel asielzoekers naar België. Zij hebben volgens sommige Belgen recht op een goede huisvesting. OF : Tegenwoordig komen er veel asielzoekers naar België. Volgens sommige Belgen hebben die asielzoekers/hebben zij recht op een goede huisvesting. Tip: liever een herhaling meer dan een dubbelzinnigheid meer.

16 2. Foute verwijswoorden vermijden Antecedent persoonlijk voornaamwoord bezittelijk voornaamwoord aanwijzend voornaamwoord betrekkelijk voornaamwoord de-woord (mannelijk) hij, hemzijn, z'ndeze, die die de-woord (vrouwelijk) zij, zehaar, 'rdeze, die die het-woord (onzijdig) het zijn, z'ndit, dat dat Meervoudig zelfstandig naamwoord ond = zij, ze LV = hen (ook na vz.) mv. = hun hun deze, die die

17 1. Verwijzen met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden: De raad vergaderde gisteren. _____ heeft besloten om niets te veranderen aan ______ beleid. De regering vergaderde gisteren. _____ heeft besloten om niets te veranderen aan ______ beleid. Het verbond van ondernemers vergaderde gisteren. _____ heeft besloten om niets te veranderen aan ______ beleid. Hij Ze zijn haar Het zijn

18 1. Verwijzen met persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden: De raad vergaderde gisteren. Hij heeft besloten om niets te veranderen aan zijn beleid. → de-woord, mannelijk De regering vergaderde gisteren. Ze heeft besloten om niets te veranderen aan haar beleid. → de-woord, vrouwelijk Het verbond van ondernemers vergaderde gisteren. Het heeft besloten om niets te veranderen aan zijn beleid; → het-woord, onzijdig Je verwijst naar mannelijke zelfstandige naamwoorden met hij of zijn ; Je verwijst naar vrouwelijke zelfstandige naamwoorden met zij of haar ; Je verwijst naar onzijdige zelfstandige naamwoorden met het of zijn.

19 Mannelijk of vrouwelijk? Enkele tips Vrouwelijke woorden eindigen vaak op -heid, -ing, -nis, -schap, -de, -te, -ij, -ie, -iek, -ica, -theek, -teit, -tuur, -ture, -suur, -sure, -ide of -ode. Concrete zelfstandige naamwoorden (= dingen die je vast kunt pakken) zijn vaak mannelijk. Bij woorden die onzijdig zijn maar duidelijk een geslacht hebben, gaat geslacht voor: Het meisje pakte haar boek. Namen van landen en steden zijn onzijdig. Gent en zijn gilden. Het Brussel van de jaren ! Als je twijfelt, gebruik dan een (online) woordenboek.

20 2. Aanwijzende en betrekkelijke voornaamwoorden Aanwijzende voornaamwoorden zijn woorden die iets aanwijzen. onderscheid tussen de-woorden en het-woorden (mannelijk/vrouwelijk en onzijdig): De-woorden krijgen deze of die : Die man loopt weg voor zijn verantwoordelijkheden. die voor dingen die ver weg zijn en deze voor dingen die dichtbij zijn: Die tafel kost 500 euro, maar deze kost er Het-woorden krijgen dit of dat : Dit hondje is echt zo’n schatje. Dit is voor dichtbij en dat voor veraf.

21 Betrekkelijke voornaamwoorden : woorden die betrekking op iets hebben (verbinden een hoofdzin met een bijzin). o.m. dat, wat, die, wie, welk, welke, hetwelk en hetgeen. Mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen als betrekkelijk voornaamwoord die : De man die een bekeuring kreeg, werd boos. Onzijdige woorden krijgen dat : Het meisje dat daar loopt gaat mee kamperen in Italië. (geslacht van het woord telt; niet het biologische geslacht).

22 Even oefenen. Sommige oefeningen zullen misschien haast vanzelf gaan, andere moeizamer. Concentreer je bij het studeren op de regels voor de verwijswoorden die je niet vanzelfsprekend vindt of waar je fouten tegen maakt.

23 3. Vermijd storende herhalingen (pp in Markant ) 1. Leerlingen maken onderling geregeld ruzie. Maar vaak vallen ze ook hun leerkrachten lastig, bijvoorbeeld door de les te verstoren of een grote mond te hebben. Aan de andere kant maken sommige leraars sarcastische opmerkingen tegen hun leerlingen. Daarnaast nemen criminaliteit en vandalisme op scholen toe. Er worden nogal eens werkstukken gestolen en er wordt zelfs geld van jongeren gepikt of eigendom van hen vernield. Wat moeten we daar echter tegen doen? Er is nu een voorlichtingscampagne tegen deze wantoestanden gestart. De vraag is : zien de leerlingen die eigenlijk wel?

24 2. Sinds zijn oprichting zijn de taken van het leger steeds veranderd. In de middeleeuwen moest het de burcht verdedigen. Later moesten de strijdkrachten het eigen land beschermen. Tegenwoordig zijn ze er ook om internationale vredestaken uit te voeren. 3. Uit onze telefonische enquête onder ruim vijfhonderd dorpsgenoten blijkt het volgende. De openingstijden van winkels liggen min of meer vast, meestal tussen negen uur ‘s ochtends en zes uur ‘s avonds. Men heeft nogal wat kritiek op deze vaste uren. Mensen die overdag werken en zelf hun boodschappen moeten doen, willen dat de winkels langer open blijven. Maar het winkelpersoneel is voor het merendeel geen voorstander van andere openingsuren.

25 1. De gemeenteraad heeft drie uur vergaderd over de plaats van het nieuwe gemeentehuis: uiteindelijk heeft hij niet tot een besluit kunnen komen. 2. Rotterdam heeft zijn grote drugsprobleem nog niet opgelost. 3. De huren van kamers zijn de laatste jaren zo gestegen dat zij voor mensen met een minimumloon bijna niet meer te betalen zijn. 4. Jaloezie heeft altijd bestaan, want zij is een aangeboren karaktertrek in de mens. 5. Als je oud meubilair kwijt wilt, moet je het bij het grof vuil zetten 6. Het schilderij 'De Nachtwacht' zal zijn plaats in het Rijksmuseum wel behouden. 7. Als je een product koopt en het gaat stuk, heb je recht op garantie. 8. De jeugd vindt dat er te weinig rekening wordt gehouden met haar wensen. 9. Waar laten we die dozen met oude rommel? We zullen ze maar op zolder zetten. 10. Dat oude echtpaar moet weg uit zijn huis waarin het twintig jaar heeft gewoond.

26 1. Marc kijkt naar de computer die voor hem staat. 2. Het huis, dat je daar ziet, is van mij. 3. Dat huis is mooi, ik ga het kopen. 4. Mijn vriend, die Daan heet, kan goed fietsen. 5. Autobestuurders, die te snel rijden, worden beboet. 6. Mama, die hard heeft gewerkt, is nu doodmoe. 7. Het stripverhaal, dat ik gelezen heb, was heel spannend. 8. Ik moest een kies laten trekken en dat viel niet mee. 9. Elsje koopt een rokje dat ze graag ziet. 10. De boom, die heel ziek was, werd gisteren omgehakt. 11. Het is erg vervelend dat we niet naar de voorstelling konden. 12. De trein reed heel snel. Hij reed wel 230 km per uur. 13. De foto was mislukt. Hij was zeer onscherp.

27 dat/wat (p. 366 in Markant ) Het betrekkelijk voornaamwoord dat verwijst altijd naar een het-woord in een zin: Ik heb een boek gekregen dat ik leuk vind. Het betrekkelijk voornaamwoord wat gebruik je: - als je wil verwijzen naar de voorgaande zin: Ik heb een boek gekregen, wat ik leuk vind. - als je wil verwijzen naar iets onbepaalds, bijvoorbeeld iets of alles: Dat is alles, wat ik weet. - met telwoorden als weinig, veel, alles, het eerste - bij de overtreffende trap zonder dat er een zelfstandig naamwoord volgt: Dat is het mooiste wat ik ooit gezien heb. Dat is het knapste meisje dat ik ooit gezien heb.

28 Markant p. 366 REEKS 1 1. Het eerste ______ me te binnen schiet, is dat ik haar naam vergeten ben. 2. ______ is het enige ______ ik voor je kan regelen. 3. Er is niets ______ mij daarvan kan weerhouden. 4. Het tijdschrift _____ ik nu aan het lezen ben, heb ik gisteren gekocht. 5. Het meisje, _____ ik elke ochtend in de tram zie, is het mooiste ____ ik ooit heb gezien. wat Dat wat dat wat

29 REEKS 2 1. Er is maar weinig _____ aan zijn aandacht ontsnapt. 2. ___ is nu precies ______ me absoluut niet bevalt in onze relatie. 3. Het minste _____ ik kan doen, is mijn verontschuldigingen aanbieden. 4. Hij besloot te vertrekken, _____ we niet verwacht hadden. 5. Het enige ____ ik kon doen, was toekijken. wat Dat wat

30 Markant p. 368 Verbeter de foute verwijswoorden Reeks 1 1. Parijs en zijn vele musea 2. zijn vriendin, aan wie 3. Antwerpen … zijn haven 4. Kantoormeubilair dat we bij IKEA zagen 5. De kelner aan wie

31 Reeks 2 1. De klassenraad … zijn besluit 2. Het bedrijf … zijn werknemers 3. De bibliotheek … haar leden … dat ze … 4. dit huis zijn dak 5. Het schilderij … laat ik het repareren.

32 Als/dan (Markant p. 362) Gebruik dan - met de vergrotende trap en bij het woord anders: Hij is kleiner dan ik. Jij bent anders dan ik. - na onbepaalde woorden als niemand, niet(s), geen, nooit, nergens, waarachter je het woord ander(s) kunt zetten: We hebben nog niets (anders) dan pech gehad. Gebruik als in alle andere gevallen Je bent even groot als je broer. Je zus krijgt anderhalve keer zoveel zakgeld als jij.

33 Markant p. 367 Vul als of dan in: 1. Je bent even vriendelijk als mijn buurman. 2. minder toeschouwers dan op de tweede (vergrotende trap) 3. anders dan ik 4. Hij is kleiner dan ik (vergrotende trap) 5. niet zoveel als


Download ppt "Tekstopbouw Structuur aanbrengen. Spinnen en drugs Een normaal spinnenweb ziet eruit als een fietswiel. Toen Amerikaanse onderzoekers een aantal proeven."

Verwante presentaties


Ads door Google