De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Migratie in de moderne tijd (1924-1985) Hoofdstuk 5.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Migratie in de moderne tijd (1924-1985) Hoofdstuk 5."— Transcript van de presentatie:

1 Migratie in de moderne tijd (1924-1985) Hoofdstuk 5

2 §5.1. Mensen verhuizen Migratie: van de ene land naar een andere land verhuizen. Motieven: (motibonan) De pullfactoren: reden om naar een andere land te gaan. - beter werk - opleiding - beter leven De pushfactoren: reden om van je land weg te gaan. - geen werk - armoede

3 Opdracht 1: Ik ben Juancho Martina. Ik ben hier al in 1938 komen wonen. Op Curaçao kon ik geen baan (werk) krijgen. Ik kreeg een contract bij de SKOA. Vlak daarna ben ik getrouwd met een Arubaan. Vraag 1: Geen baan op Curaçao is voor Juancho pull- of pushfactor? Leg uit. Vraag 2: Beter baan op Aruba is voor Juancho pull- of pushfactor? Leg uit.

4 Antwoord: 1. Pushfactor. Omdat Curaçao heeft geen werk. Dus Curaçao duwt Juancho weg. 2. Pullfactor. Omdat Juancho op Aruba een beter baan kreeg.

5 5.2. Vestiging en vertrek Vestiging: komen wonen. Vertrek: gaan. Vormen van Migratie: Immigratie: het komen wonen in een land. Emigratie: het weggaan van een land. Remigratie: het terug komen naar het land van herkomst Kettingmigratie: als mensen uit een familie, plaats, of land in een ander land gaan wonen en werken.

6 Voorbeelden: Immigratie: Lisa woont op Colombia en komt naar Aruba wonen. Emigratie: Carina woont op Aruba en gaat naar Nederland wonen. Remigratie: Carlos woonde op Aruba ging naar Venezuela wonen en komt terug naar Aruba. Kettingmigratie: Als meerdere familieleden van Rutline uit Suriname hier komt wonen.

7 Opdracht 2: Welke migratievorm stelt het pijltje in bron 1 voor? Leg uit. Welke migratievorm stelt het pijltje in bron 2 voor? Leg uit. Bron 1. Bron 2.

8 Antwoord: Bij bron 1: Immigratie, want de mensen komen naar het land. Bij bron 2: Emigratie, want de mensen gaan uit het land.

9 Vestigingsoverschot en vertrekoverschot. Vestigingsoverschot: als meer mensen in een land vestigen dan vertrekken. Vetrekoverschot: als meer mensen in een land vertrekken dan er komt wonen.

10 Opdracht 3: In welk jaar was de vestigingsoverschot het grootst? In welk jaar was de vertrekoverschot het grootst?

11 Antwoord: 1975 1995

12 5.4. Gevolgen van migratie Negatief: - Gezinnen gaan uit elkaar. Positief: - migranten sturen geld naar de achtergebleven familieleden.  postwissel. Postwisseleconomie: een land waar veel mensen afhankelijk is van de postwissel.

13 VRAGEN


Download ppt "Migratie in de moderne tijd (1924-1985) Hoofdstuk 5."

Verwante presentaties


Ads door Google