De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Kajakvaardigheid A&B UR&KV Michiel de Ruijter December 2015.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Kajakvaardigheid A&B UR&KV Michiel de Ruijter December 2015."— Transcript van de presentatie:

1 Kajakvaardigheid A&B UR&KV Michiel de Ruijter December 2015

2 Colofon Deze presentatie is o.a. gemaakt door Mattijn Vroon, auteur van het boek “Ik Kajak” ter ondersteuning van theorieles KVA en KVB. – Deze presentatie mag gedeeld worden ter bevordering van de kajaksport. – Vele foto’s komen van vrienden. Mocht je een specifieke foto willen gebruiken voor commerciële doeleinden, laat het mij even weten via Aangevuld in 2014 en 2015 door Toon van der Werf en Ingeborg Veltman-Dijk, instructeurs bij UR&KV Michiel de RuijterUR&KV Michiel de Ruijter – Gekoppelde filmpjes afkomstig van Youtube (SeaKayakingTV)SeaKayakingTV

3 Inhoud Algemeen De kano en de kajak De peddel Transport Basis techniek Peddelgrepen Instappen en uitstappen Voorwaartse peddelslagen Stuur technieken en slagen Veiligheid Reddingen Kleding en uitrusting Onderkoeling Verkeersregels Verlichting op boot en wal Kajak disciplines Diverse: Toertochten, Kanopolo …Toertochten

4 Wat is de Kajak en wat is de Kano? Een moderne (Canadese) kano van opzij en van boven; foto van Foto van een Zegul Greenland van Een Pagaai ;Foto van Pagaai - Peddel Een peddel van Boomstamkano te Archeon Foto van Eskimo’s in hun kajak, Noatak, Alaska. Fotograaf: Edward S. Curtis, +/- 1929; Kano - Kajak

5 De kajak Benoem de onderdelen van L  R Opklapbaar roertje Foto’s van de Zegul Velocity van De Zeekajak

6 Benoem de andere kajaks Toerkajak geen grijplijnen! Vlakwaterkajak K1 Kanopolo (kajak) Wildwaterkajak Freestylekajak Foto van Foto van Foto van Foto van Foto van

7 Nog meer kajaks Slalom kajak Surfkajak Foto van foto van

8 Benoem kajakrompvorm en eigenschap Rond stijf, snel, wendbaar (niet koersvast), wiebelig (niet stabiel voor beginner) Plat stabiel! V-vormig, koersvast Veel kajaks hebben een combinatie van bovenstaande.

9 Transport Vele handen maken licht werk Hoe alleen dragen?; – Hurk met gestrekte rug – Kuip op schouder tillen – Één hand aan kuiprand Licht karretje Foto van

10 Hoe Kajaks opbinden op een auto? Nooit met touw! Spanband Kajaks punt-kont Transportzeil In beugels Uitsteken? Voor achter? Max 1 meter voor- en achter uitsteken Max 20 cm opzij Meet hoe hoog je bent..! Fotos van

11 Opbergen kajakspullen Niet in zonlicht  Onder afdak Zout en zand afspoelen Dekluiken op een kiertje

12 Wat zijn de Peddel onderdelen? Dubbelbladig ? Powerface ? Symmetrisch ? Twist ? Rechts-linkshandige peddels ? Tegenwind… ? Lengte ? Materiaal ? Opdikking/ergonomie ? Wax ? Toer-/vlakwaterwedstrijd-/wildwater-/kanopolo-peddel? bladdruipring hals (peddel)greep tip koppeling

13 Peddelgreep Peddel goed vast?

14 Instappen Snel weg ; maar niet voor KVA of KVB

15 Dé achterwaartse peddelbrug Hoe gaat deze officieel? Links Rechts

16 Spatzeil vastmaken Er zijn kajakverenigingen met een Spatzeildiploma! Belangrijkste bij vastmaken… ?

17 Welke 4 Voorwaarstse peddelslag delen zijn er? ActieLet op! 1.InsteekBij voeten 2.DoorhaalDuw (,Trap) en Trek 3.UithaalNet achter heup 4.OmhaalKlaar zetten voor insteek

18 Stoppen Al varend… laatste doorhaal wordt? 1 e remslag Bollekant naar ? voren houden! In hoeveel slagen stoppen? 3 korte slagen Kajak proberen recht te houden! Rustig beheerst stoppen met volle lange kajak kan ook met de handremgreep.

19 Benoem enkele stuurtechnieken Boogslagen Opkanten Roertje zetten(achtersteven roer) Voorsteven roer of Dufec (geen KVx) Crossbow rudder (geen KVx) Zijwaartse trekslag Zijwaartse dynamische verplaatsing (geen KVx) Combinatieslagen Remmend sturen

20 Beschrijf een correcte Boogslag Blad ver voorin zetten Boogslag met blad ver van kajak vandaan Blad haaks op het wateroppervlak. Peddelsteel zo laag mogelijk (droge hand dus ook) Blad goed nakijken Kajak iets opkanten zodat water er goed onderdoor kan Voorwaartse boogslag (van voor naar achteren) Achterwaartse boogslag start achter

21 Opkanten Opkanten doe je met je ? knie en heup Lange (zee) kajak links opgekant gaat naar? links Korte kajak gaat… Net als een slee, daarheen waar het meeste geremd wordt!

22 Roertje zetten Laatste slag wordt roertje Sturen net als bij een zeilboot Achterom kijken kan nu ook

23 Zijwaartse verplaatsing Diverse methoden, maar alleen de snijd-en- trekslag is examenonderdeel. Arm voor je hoofd & beetje opgekant. Steek in (ver van je vandaan) Trek stop Draai Snijd stop Draai

24 Hoofdstuk Veiligheid Spatzeilkennis /-diploma (geen KVA of KVB eis) Kunnen trommelen (geen KVA of KVB eis) Puntjesredding (geen KVA of KVB eis) Kajak zelf leegmaken na omslaan Lage steun ; KVA Hoge steun ; KVB Scullsteun ; KVB Eskimoteren (geen KVA of KVB eis) Reddingen T, X, H ; KVB theorie

25 Lage Steun ; KVA Peddel is laag Herstel van de balans, met heupbeweging, hoofd volgt als laatste Macho met hand voor je navel! Ellebogen boven de steel Bolle bladkant onder

26 Hoge Steun ; KVB Peddel is Hoog Ellebogen onder de steel! Holle bladkant = ? Onder Steel ? Haaks op de kajak Beweging ? Met heupbeweging overeind komen (liggend via je achterdek). Hoofd als laatste!

27 Scullsteun of lage wrik ; KVB = voortdurende hoge steun! Ellebogen onder de steel! Holle bladkant onder telkens beetje open kanten Steel zoveel mogelijk haaks op de kajak Overeind komen met hoge steun

28 Reddingen T, X, H ; KVB theorie Als bij een omgeslagen lange kajak de kajakker er al uit is en de kajak vol water… T-redding: Vaar haaks langs de voorpunt van die omgeslagen kajak en til de punt op. Het water uit de beenruimte stroomt er uit. Je vormt nu de letter T. Keer de kajak snel en neem hem langszij. H-redding: Als T-redding niet lukt omdat het een korte kajak is met open achterkant. Trek dan de omgeslagen kajak over je dek (kuip op kuip). Je vormt nu de letter X. Wip wap een paar keek de kajak heen en weer totdat al het water er uit is.

29 Reddingen H ; KVB theorie Als bij een omgeslagen lange kajak de kajakker er al uit is en de kajak vol water… De twee redders liggen met hun neus naar de drenkeling, beide kajaks parallel aan elkaar met ongeveer een halve meter tussen- ruimte. Ze leggen hun eigen peddels en die van de drenkeling dwars over de kajaks. Deze constructie vormt de letter H. Beide redders pakken de voorpunt van de omgeslagen kajak en tillen hem zo hoog uit het water dat de beenruimte leegstroomt. Trek daarna de kuip iets over de peddels. Nu kan de boot heen en weer gekieperd worden totdat het meeste water er uit is. Keer de leeggemaakte kajak om. Omdat de letter H ook op een letter I lijkt, wordt deze redding ook wel een H I -redding of Hi ‑ rescue genoemd.

30 Kleding en uitrusting Slecht weer bestaat niet; slechte of ontoereikende kleding wel! Materiaal kleding Hoe heet dit? Fotos van

31 Kleding en uitrusting Hoe heet dit? Fotos van

32 Onderkoeling = hypothermie Afkoeling en uiteindelijk onderkoeling komen door: Straling - je huid straalt warmte uit. Stroming - als de warme lucht op je huid opstijgt of door harde wind weggeblazen of door water afgevoerd wordt. Geleiding - wanneer je huid contact maakt met bijvoorbeeld een aluminium steel of een plas koud water en de warmte van jou daarin weg geleidt. Verdamping - water wil graag verdampen, maar heeft daarbij energie nodig die het aan de omgeving onttrekt. Vooral wanneer je nat bent en het waait dan verdampt de vloeistof waardoor je snel afkoelt.

33 Onderkoeling = hypothermie Onderkoeling kan versterkt worden door? Natte kleding (verdamping). Ondeugdelijke of onvoldoende kleding (gemakkelijk afkoelen). Vermoeidheid, uitputting (door gebrek aan energie neemt de verbranding af). Koorts (Energieafgifte gaat met het verschil in temperatuur (T patient – T omgeving ) en dat in het kwadraat)! Verblijf in water (geleiding). Alcohol en/of medicijngebruik (als de bloedvaten in de opperhuid te veel open gaan, koelt de warme kern te veel af). Harde wind (Wind chill) Warm wrijven

34 Onderkoeling = hypothermie Onderkoeling boven water weren : Voldoende dunne (droge) laagjes kleding die je alvast aan kunt trekken of mee kunt nemen. Ga bewegen en dus verbranden. Voldoende energie eten en vocht drinken. Koude hand opwarmen onder zwemvest of oksel.

35 Onderkoeling = hypothermie Onderkoeling onder water weren : In het water bewegen koelt 35% meer af, dus niet zwemmen als hulp onder weg is! Help houding – Trek de knieën hoog op. – Klem de dijen samen. – Bescherm de zijkanten van de borst door de binnenkant van de armen hier tegen aan te drukken. Huddle-houding = (met groepje) knuffelhouding

36 Fases bij onderkoeling Fase 1 = Opwinding; inwendige temperatuur daalt tussen 35,5 en 33 graden Waarneembare gedragingen zijn: opwinding, koude, bleke huid, rillen, klappertanden, pijnlijke handen en voeten, licht verward, overmoedigheid, desoriëntatie, verhoogd hartritme (het lichaam probeert de warmteproductie op te voeren door een grotere stofwisseling). Fase 2 = Versuffing; inwendige temperatuur daalt van 33 tot 30 graden Kenmerken zijn: futloosheid, krachteloos, verminderde souplesse, het stoppen van rillen, verminderde alertheid/bewustzijn en hartritmestoornissen. Fase 3 = Verlamming; inwendige temperatuur daalt lager dan 30 graden Bewusteloosheid, kamerfibrillatie en of dood (temperatuur lager dan 25 graden). HULPVERLENING Zo mogelijk horizontaal uit het water Isoleren Droge kleren Vervoer naar ziekenhuis Warme, zoete drank Windchill= ? de gevoelstemperatuur

37 Voedsel Bij zeer zware inspanning red je het niet met drie maaltijden op een dag en zijn tussendoortjes (muesli- repen, chocoladerepen, noten, koeken etc.) aan te bevelen. Wanneer je lichaam door zijn energie-reserves heen is, voel je je zwakker, krijg je het koud en bestaat de kans op fouten maken. Dit is de zogenaamde Hongerklop of ‘de man met de hamer’ Je voorkomt de hongerklop door tijdens de prestatie koolhydraten aan te blijven vullen met behulp van energiedranken, mueslirepen of granenbiscuit (liefst met chocolade en druivensuiker).

38 Drinken Het lichaam raakt vocht kwijt door… (3) Zweten Ademen Urineren Met koud weer is het aan te raden een thermosfles met heet water op een tocht mee te nemen. Wel lekker om dan oploskoffie/chocopoeder of thee mee te nemen.

39 Schrijf op wat je voor een dagtocht mee moet nemen Een tocht plan Tegen water beschermde waterkaart Geschikte, complete, kajak Geschikte peddel Spatzeil Wetsuit (indien nodig) Zwemvest Waterdichte zak Surf- of andere waterschoenen Voldoende eten Drinken (in winter warm in thermosfles, in zomer koud in thermosfles) Lekkers (heel veel) Reservekleren voor in de kajak Anorak, of regenjack Handdoek voor eindpunt Handdoek voor onderweg Kleren en schoenen op het eindpunt Geld Bevestiging voor je eventuele bril Waterdicht horloge Verbandtrommel Afhankelijk van het soort tocht.. Sleeplijn Lichtpatronen Werplijnen Kompas Noodrantsoen Reserve peddel Pomp Zaklampje Mobiele telefoon Marifoon (met diploma) GPS

40 Oververhitting = hyperthermie Ontstaat door te warm kleden of onvoldoende kunnen ventileren. Let goed voor je vertrekt op zowel temperatuur, wind en zon. Op zee is het lastig om kleding uit te trekken. Meerdere laagjes en een anorak die je bij je manchet open kunt doen en je mouwen op kunt rollen is handig bij niet al te koud weer. Helemaal fijn is wanneer je anorak bij je kraag losser kan om warme lucht uit te laten stromen. Soms kun je beter meerdere dunne lichte jasjes /anoraks over elkaar aantrekken dan één dik pak. Symptomen van oververhitting (hyperthermie) zijn: ? (Hitte) kramp Hoofdpijn Duizeligheid en vermoeidheid Spierzwakte Desoriëntatie Stuipen Verstoorde ademhaling Bewusteloosheid

41 BPR BPR betekent! Binnenvaart Politie Reglement. Is jouw kajak een schip volgens de wet? JA en ben jij de schipper? JA en dus verkeersdeelnemer, net als alle andere bestuurders van vaartuigen. De belangrijkste regel op het water is die van goed zeemanschap. En dat houdt in… Je helpt elkaar altijd op het water, je voorkomt dat levens in gevaar komen, je voorkomt dat schade wordt veroorzaakt aan eigen of andermans vaartuig, het milieu en dat de continuïteit van de scheepvaart in gevaar wordt gebracht. Veel landen hebben eigen regels op binnenwateren en op zee. In Nederland is er bijvoorbeeld het BPR (Binnenvaart Politie Reglement) voor de binnenwateren. Het BPR geldt voor elk vaartuig, zowel voor de beroepsvaart als voor de recreatievaart (kajaks, roeiboten en surfplanken). – Op enkele grote wateren en rivieren zoals Boven-Rijn, de Waal, het Pannerdensch Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek geldt het Rijnvaartpolitiereglement. – Andere uitzonderingen gelden op de Westerschelde, Het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de Eemsmonding. – Langs de Nederlandse Noordzeekust en de Waddeneilanden gelden de Internationale Bepalingen ter Voorkoming van Aanvaringen op Zee (ook wel Zee Aanvarings Reglement). Op veel belangrijke verkeerswateren mag je bij mist/slecht zicht alleen “op radar” varen. Kajaks zonder radar en reflector mogen daar dus niet varen, maar moeten op de dichtstbijzijnde geschikte plaats stilliggen.

42 Enkele belangrijke BPR regels Groot verkeer is langer dan 20 meter of beroepsvaart (dus een pont van 19 meter is ook grote vaart). Groot gaat boven klein. Binnen klein verkeer geldt: – Zeil gaat boven spier (kajak, roeiboot etc). – Spier gaat boven motor(boot). Wie rechts (stuurboord) in de vaargeul vaart, heeft voorrang ten opzichte van hen die dat niet doen. Wie van rechts komt op een kruising heeft voorrang. Wie op een rivier zoals de IJssel stroomopwaarts vaart, heeft voorrang ten opzichte van verkeer dat stroomafwaarts vaart. Houd bij voorkeur stuurboordwal (rechterkant) aan. Doe dit zeker binnen de betonde vaargeul. Laat goed zien welke koers je vaart, zeker wanneer je voorrang verleent mag dat best iets overdreven zijn zodat de ander niet twijfelt. Kijk eens op (website Varen Doe Je Samen)

43 Mag je hier wel kajakken? NEE Foto van

44 Het is donker en je ziet het volgende Er vaart een (grotere) boot recht op je af. Let op of een van beide gekleurde lichten verdwijnt. Zo niet, dan heb jullie allebei een probleem

45 112,5° 135° Klein vaartuig (tot 7 meter) Alleen rondschijnend wit toplicht Groter vaartuig (langer dan 7 meter) Wit heklicht en rood/groen boordlicht Bijzondere situaties: Sleper heeft twee witte toplichten boven elkaar (en een geel heklicht) Politie of brandweer (en douane) kan blauw zwaai/flikkerlicht als toplicht voeren

46 Het is donker en je ziet het volgende Brug (of sluis) wordt bediend, maar je mag NIET door dit bruggat varen. Bijvoorbeeld de bakboord opening van de busbrug Brug wordt bediend, maar is nog niet open. Je mag door dit bruggat varen (zonder tegenliggers) Bijvoorbeeld de stuurboord opening van de busbrug

47 Het is donker en je ziet het volgende Brug wordt niet bediend. Je mag door dit bruggat varen (je kan tegenliggers verwachten) Voorbeeld: de Prinses Irenebrug in Uithoorn

48 Het is donker en je ziet het volgende Brug wordt bediend en wordt klaargemaakt om te openen. Zolang gele licht brandt mag je doorvaren (let op tegenliggers!) Voorbeeld: de Vrouwenakkerse brug Nu mogen alle schepen van jouw kant doorvaren. Je mag aannemen dat er geen tegenliggers door de brug komen.

49 Tenslotte Het is donker en je ziet het volgende Er ligt een schip voor anker. Alleen passeren aan de kant van het witte licht.

50 Welke vraag heb je zelf nog? Einde!


Download ppt "Kajakvaardigheid A&B UR&KV Michiel de Ruijter December 2015."

Verwante presentaties


Ads door Google