De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 WERK §1: Waarom werken we? Waarom werken mensen? 1.Inkomen: Om geld te verdienen 2.Voor sociale contacten 3.Je krijgt waardering, status 4.Zelfontplooing:

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 WERK §1: Waarom werken we? Waarom werken mensen? 1.Inkomen: Om geld te verdienen 2.Voor sociale contacten 3.Je krijgt waardering, status 4.Zelfontplooing:"— Transcript van de presentatie:

1

2 1 WERK §1: Waarom werken we? Waarom werken mensen? 1.Inkomen: Om geld te verdienen 2.Voor sociale contacten 3.Je krijgt waardering, status 4.Zelfontplooing: Nieuwe dingen leren, jezelf ontwikkelen 5.Zekerheid op langer termijn: duurdere dingen kopen zoals auto, huis. 6.Regelmaat in jeleven

3 2 WERK §1: Waarom werken we? Bruto loon: je loon met nog alles erbij. Netto loon: je loon als belasting en premies eraf zijn  Betaal je geen belasting, heb je geen arbeidscontract, dan werk je zwart en heb je geen rechten! Voorbeeld: Kees verdient 2000 Bruto. Daar moet dan nog € 250,- aan belasting en premies vanaf. Hij krijgt dan 1750 euro op zijn rekening gestort.= netteloon

4 3 WERK §1: Waarom werken we? Maatschappelijke positie: de plaats die je in de samenleving inneemt. STATUS Sociale ongelijkheid: macht en rijkdom = niet eerlijk verdeeld Status heeft te maken met:  Hoeveel Aanleg je hebt:………………….  De Kennis die je nodig hebt…………….  Hoeveel macht je hebt:……………..  Hoeveel geld je verdient:……………  De bekendheid die je hebt:……………….

5 4 WERK §1: Waarom werken we? Wat voor werk ga je doen? - capaciteiten !  Heb je werkervaring?  Heb je de juiste opleiding?  Heb je aanleg en talent ervoor?

6 H2: Regels en rechten.

7

8 Wat is een CAO? Een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) is een schriftelijke overeenkomst waarin afspraken over arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd. Bijvoorbeeld over: loon, toeslagen, betaling van overwerk, werktijden, proeftijd, opzegtermijn of pensioen. Een CAO wordt afgesloten door een of meer werkgevers, een of meer werkgeversorganisaties en een of meer werknemersorganisaties (meestal vakbonden). Deze organisaties kunnen u nader informeren of er voor u een CAO geldt, en wat er in staat.

9 Afspraken in CAO vaak gunstiger dan in wet De afspraken in de cao zijn vaak gunstiger dan die in de wet. Zo wordt in de cao vaak een hoger loon afgesproken dan het minimumloon, of meer vakantiedagen dan het wettelijke minimum. Maar de afspraken mogen nooit in strijd zijn met de wet, bijvoorbeeld met het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. In de cao mag dus niet een lager loon staan dan het minimumloon, of minder vakantiedagen dan in het BW.

10 Geen cao Als er geen cao's of eigen regelingen van toepassing zijn, maakt u samen met uw werkgever afspraken over uw arbeidsvoorwaarden. Hierbij gelden de algemene regels van de arbeidswetgeving. Deze staan onder andere in de Wet minimumloon, de Arbeidstijdenwet, de Arbeidsomstandighedenwet, de Wet arbeid en zorg en in het Burgerlijk Wetboek. Het is verstandig deze afspraken schriftelijk vast te leggen in een individuele arbeidsovereenkomst, maar dat is niet verplicht.

11 De Commissie gelijke behandeling (CGB) is een door de Nederlandse overheid ingestelde commissie die zich bezighoudt met het bevorderen van gelijke behandeling en de bestrijding van discriminatie. De commissie is ingesteld op grond van de Algemene wet gelijke behandeling uit De commissie bestaat altijd uit 9 leden, maar kan in samenstelling variëren. Uitspraken van de CGB zijn niet bindend. Wel kan met een uitspraak van de CGB een uitspraak van een rechter worden gevraagd, waarbij deze laatste het oordeel van de CGB zal meewegen.

12 De CGB kan om een oordeel gevraagd worden met betrekking tot de volgende wetten: AWGB Algemene Wet Gelijke Behandeling. WGB Wet Gelijke Behandeling mannen en vrouwen. WOA Wet Onderscheid Arbeidsduur. BW Burgerlijk wetboek, artikel 7. AW Ambtenaren Wet, artikel 125. WOBOT Wet Onderscheid Bepaalde en Onbepaalde Tijd (voor ambtenaren). WGBL Wet gelijke behandeling op grond van Leeftijd bij Arbeid. WGBH/CZ Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte

13 Iedereen die zich ongelijk behandeld voelt op grond van geslacht, ras, nationaliteit, godsdienst, levensovertuiging, seksuele gerichtheid, burgerlijke staat, politieke overtuiging, handicap/chronische ziekte en leeftijd kan een verzoek indienen bij de CGB. Zo'n verzoek wordt schriftelijk ingediend, hiervoor is geen advocaat nodig. Op basis van dit verzoek start de commissie een onderzoek, het onderzoek leidt uiteindelijk tot een - niet bindend - oordeel.

14 Het minimumloon is het laagste bedrag dat een werkgever wettelijk verplicht is aan een werknemer als loon te betalen. Een minimumloon kan zijn uitgedrukt als uurloon, of loon per maand of per week. Het minimumloon is altijd uitgedrukt als brutoloon, zonder inhouding van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. Binnen de Europese Unie, waaronder Nederland en België, hebben 20 van de 27 lidstaten een minimumloon. Andere landen waaronder Noorwegen, Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Zwitserland, Finland, Zweden, Italië en Cyprus, hebben geen wettelijk minimumloon, maar laten dit over aan onderhandelingen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties. En nu een filmpje over mensen die niet het minimumloon krijgen maar toch gewoon doorwerken.

15 Wet op minimumloon Alle werkenden tussen 23 en 65 jaar hebben recht op een minimumloon. Als baas mag je je personeel niet minder betalen. De overheid wil werknemers zo beschermen tegen uitbuiting. Ook vakantiewerk en bijbaantjes vallen hieronder. Het minimumloon kan twee keer per jaar ( in januari en juli ) worden verhoogd.

16

17 Begrippen. Arbeidsinspectie: Komt in bedrijven kijken of alles in orde is. Arbeidsbesluit jeugdigen (ABJ): De eisen die erin staan zijn strenger dan die in de Arbowet en deze wet is bedoeld voor jongeren. Arbeidsomstandigheden: De manier waarop je werkt en wat je moet doen. Arbowet: Deze wet moet voorkomen dat mensen ziek worden of arbeidsongeschikt raken.

18 Begrippen: Arbeidsbesluit jongeren: Dat is een aparte wet naast de Arbowet, speciaal voor jongeren. De eisen die daarin staan zijn strenger dan die in de Arbowet. Arbowet: In de Arbowet staat allerlei regels die de overheid vaststelt. Het gaat dan om de eisen waar je werkplek minimaal aan moet vol doen. Al die regels staan in de Arbowet.

19 Begrippen Arbeidsinhoud: het werk zelf. Arbeidsvoorwaarden: afspraken die gelden als je ergens werkt. Individuele arbeidsovereenkomst: de arbeidsvoorwaarden die op papier staan ookwel arbeidscontract: Voor jou persoonlijk. Collectieve arbeidsovereenkomst (cao): een verzameling van afspraken tussen werkgevers en werknemers. In dezelfde sector (bvb onderwijs, zorg, bouw, etc) Bruto- en nettoloon: brutoloon is je loon zonder belasting en premies en nettoloon dat het eraf is gehaald.

20 begrippen Ontslag op staande voet: je wordt meteen ontslagen. Wet op het minimunloon: een wet voor het minimunloon. Wet gelijke behandeling (WGB): een wet tegen discrimininatie dat geld voor werk situaties. Commissie gelijke bahandeling: een wet tegen leeftijds discrimininatie dat geld voor werk situaties. Arbeidsomstandigheden: hoe alles gaat op je werk.

21 begrippen Arbowet: de arbeidsomstadighedenwet. De arbowet bestaat uit 3 onderdelen: 1. veiligheis 2. gezondheid 3. welzijn Arbeidsinspectie: inspecteurs die af en toe kijken hoe het er in verschillende bedrijven aan toe gaat. Arbeidsbesluit jeugdigen (AJB): een arbeidsomstandighedenwet. Maar dan alleen voor jongeren en strenger.

22 woordzoeker woordzoeker Arbeidsinhoud Arbeidsvoorwaarden cao brutoloon Nettoloon Opzegtermijn Wgb Arbeidsomstandigheden Arbowet Arbeidsinspectie ajb

23 Huiswerk Opdrachten: 1, 3, 4, 5, 7, 10, 11, 19 Pagina 21

24 1. Wat is het grote verschil tussen werk en hobby? Gebruik de intro over Raymond Spanjar van hyves.

25 3. Lees bron 2. Waarom wil Sander Kaasjager van zijn hobby liever niet zijn werk maken?

26 4. Bedenk vier groepen waarbij zwartwerken veel voorkomt? Geef bij elke groep die je kiest een uitleg.

27 5. Ben je het eens met de volgende stelling? Motiveer je antwoord. “Niet de mensen die zwartwerken moeten hard worden aangepakt, maar de mensen die zwartwerkers in dienst nemen.”

28 7. Welke drie zaken bepalen je capaciteiten? Kies uit: 1.aanleg, onderwijs en interesse 2.Opleiding, aanlegen en ervaring 3.Hobby’s, ervaring en opleiding 4.Interesse, onderwijs en ervaring

29 Opdrachten maken + bespreken. Vraag 10 Bron 8 lezen. Speelt arbeidsinspectie ook een rol bij kinderen die artistiek werk doen, denk je? …………………………………………………..

30 Opdrachten maken + bespreken. Vraag 11 Lees vraag 11 en geef aan waarom wel of niet.

31 Quizz?? Jullie krijgen nu een quiz door ons uitgedeeld.

32 Quiz vragen. Naam: …………………………………………………….. Elke werksituatie waarin je terecht komt heeft vier onderdelen noem die 4. …………………………………………. Wat zijn arbeidsvoorwaarden? ……………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… Wat is het verschil tussen bruto en nettoloon? ……………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… Wat betekend de afkorting WW? …………………………………………………………………………………………………. Wat doet Wet gelijke behandeling? ……………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… De Arbowet is verdeeld in 3 onderdelen noem die 3. …………………………………. Wat bedoelen ze met Praktische werksituatie? …………………………………………………………………………………………………… Succes! Wie alle vragen goed heeft krijg de volgende les iets lekkers.

33 Dit was de les. … Zijn er nog vragen?

34 H3: Bedrijfscultuur Wet op de ondernemingsraden (W.O.R) Begrippen Video Werkblad Video Werkboekvragen Video

35 De manier waarop collega’s met elkaar omgaan noem je arbeidsvehoudingen, dit is in elk bedrijf weer anders maar er is altijd sprake van een bedrijfscultuur. Hiermee bedoelen we de normen en waarden, gewoonte en omgangsvormen in een bedrijf. Ethische codes zijn afspraken waar het bedrijf zich aan wil houden, formele verhoudingen zijn gebaseerd op de functies en taken binnen een bedrijf en informele verhoudingen zijn meer gebaseerd op hoe je als mens bent en daar heeft je functie niet zoveel mee te maken. Een positie in je bedrijf bepaald ook je sociale rol, bijv. een dokter tegenover zijn patiënt enz. Leiding geven kun je indelen in 4 verschillende soorten, zo heb je de: autoritaire stijl, democratische stijl, verlicht autoritaire stijl en de raadplegende stijl. Bij de meeste stijlen van leiding geven mogen de werknemers inspraak geven, dat betekend dat je iets mag zeggen als je het bijvoorbeeld ergens niet mee eens bent. Begrippen

36 Medezeggenschap gaat weer iets verder, zo kun je dan bijvoorbeeld meebeslissen over sommige zaken zoals invoering van een nieuw vakantierooster. De ondernemingsraad (OR) is een raad die elk bedrijf moet hebben bij meer dan 50 werknemers, in een OR zitten vertegenwoordigers van het personeel die overleggen met de werkgevers. Zij regelen bijvoorbeeld de vakanties, vrije dagen enz. kort samengevat zijn zij dus eigenlijk de spoel tussen de werkgevers en werknemers in een grote organisatie. In de wet op de ondernemingsraden (WOR) staat wat een OR allemaal wel en niet mag. Er staat bijvoorbeeld in dat de OR adviesrecht heeft, dat betekend dat een bedrijf om advies moet vragen bij een belangrijk besluit. Met het instemmingrecht bedoelen we dat de OR toestemming moet geven op de regelingen van bijvoorbeeld werktijden, vakantie en arbeidsomstandigheden. Begrippen

37

38 Video een dagje op kantoor

39 Werkblad 1. De manier waarop collega’s met elkaar omgaan en de verhouding tussen ondergeschikten en leidinggevende noem je: Arbeidsverhoudingen 2. De afkorting W.O.R. betekend: Wet op de ondernemingsraden 3. De afkorting O.R. betekend: Ondernemingsraad 4.,,Je mag niet roken op je werk’’ dit is een voorbeeld van een _________ regel. geschreven 5. Afspraken waar het bedrijf zich aan wil houden noem je: ethische codes Vul in de zin het juiste begrip op de lijntjes in, de gemarkeerde letters vormen samen een woord dat uiteindelijk ook een begrip maakt, het zijn 2 fouten per punt en het begrip kan je 2 bonuspunten opleveren als je hem goed hebt. De antwoorden kun je uit je handboek halen (pagina 28 t/m 30). 6. Noem de 4 stijlen van leidinggeven: 1. De autoritaire stijl 2. De democratische stijl 3. De verlicht-autoritaire stijl 4. De raadplegende stijl 7. Hierbij kunnen werknemers meebeslissen over sommige zaken: medezeggenschap 8. Deze verhoudingen zijn officieel op papier vastgelegd: formele verhoudingen 9. Deze verhoudingen hebben te maken met de alledaagse omgang tussen mensen: informele verhoudingen 10. Ongeveer 2 keer per jaar hebben bedrijven een ____________________, dit is een bijeenkomst van het hele personeel. personeelsvergadering Het uiteindelijke begrip is: Overwerken

40 Video Fun in the office

41 7. Wat is het verschil tussen formelen en informele verhouding? Geef van beide soorten een duidelijk voorbeeld. De formele verhoudingen zijn gebaseerd op de functies, taken en bevoegdheden van de medewerkers. Informele verhoudingen hebben te maken met de alledaagse omgang tussen de mensen. Bijv. Als je jarig bent moet je trakteren op gebak.

42 12. Hieronder staan een aantal werksituaties. Geef bij elke situatie aan of die te maken heeft met: ARBEIDSVOORWAARDEN – ARBEISOMSTANDIGHEDEN – ARBEIDSVERHOUDINGEN – ARBEIDSINHOUD. Let op: soms zijn meer aspecten aan de orde. In overleg met zijn werknemers laat de chef van een warenhuis het personeel regelmatig van afdeling wisselen. Een reclamebureau heeft het erg druk. De directeur vraagt zijn medewerkers om tijdelijk over te werken. Het personeel kan kiezen tussen uitbetaling van de overuren of extra vrije dagen. Alle medewerkers van een touringcarbedrijf moeten verplicht een cursus Spaans volgen. Omdat je twee dagen per week thuiswerk, geeft je baas je een nieuwe computer en een goede stoel. Je krijgt promotie Arbeidsinhoud Arbeidsvoorwaarden Arbeidsverhoudingen Arbeidsvoorwaarden Arbeidsomstandigheden Arbeidvoorwaarden Arbeidsinhoud In een groot psychiatrische centrum wordt gewerkt in teams van zes of zeven mensen. Iedere maandagochtend vergadert elk team en wordt het werk voor die week verdeeld Omdat je last hebt van een muisarm mag je onder werktijd naar de fysiotherapie. De directie heeft besloten dat het personeel alleen nog in de lunchpauze gebruik mag maken van internet voor privédoeleinden. Arbeidsverhoudingen Arbeidsvoorwaarden Arbeidsomstandigheden Arbeidsvoorwaarden Arbeidsverhoudingen

43 Geef bij de situatie hieronder telkens aan welke stijl van leidinggeven aan de orde is. Kies uit : DE AUTORITAIRE STIJL – DE VERLICHT-AUOTIAIRE STIJL – DE RAADPLEGENDE STIJL – DE DEMOCRATISCHE STIJL Situatie Fred overlegt en beslist veel dingen samen met zijn verkopers, dan blijven ze volgens hem goed gemotiveerd. Josien wil dat de klanten van haar peuterdagverblijf tevreden zijn. Ze neemt het liefst beslissingen zelf, zodat ze zeker weet dat alles goed gaat De democratische stijl Stijl van leidinggeven Hamid luistert goed naar de menig van het personeel van zijn café, maar neemt wel de eindbeslissing zelf. Roger leidt zijn garage met strakke hand, maar hij zorgt wel goed voor zijn monteurs, die graag voor hun baas werken en soms een extraatje krijgen. Als je op zaal werkt bij hoofdzuster Zafira heb je niets te vertellen De verlicht-autoritaire stijl De raadplegende stijl De verlicht-autoritaire stijl De autoritaire stijl

44 Video fun at the workplace

45

46 Hoofdstuk 4 De arbeidsmarkt

47  Begrippen doornemen  Huiswerk zelfstandig maken  Huiswerk bespreken Wat we vandaag gaan doen:

48  De arbeidsmarkt: Dit is geen échte markt, maar toch gaat het ook hier om vraag en aanbod, er is namelijk vraag naar arbeidskrachten en het aanbod van arbeidskrachten.  Arbeidskrachten: Hiernaar zoeken de bedrijven, het zijn de mensen die voor een bepaald bedrijf werken.  Werkgelegenheid: Het aantal plekken waar men kan werken.  Beroepsbevolking: Dit zijn alle personen tussen de 15 en 65 jaar die minimaal 12 uur per week werken. Begrippen:

49  Primaire sector: Dit is de sector van landbouw, veeteelt, en de visserij.  Secundaire sector: Dit is de sector van ambacht en industrie.  Tertiaire sector: Dit is de sector van de commerciële dienstverlening, zoals handel, transport, horeca, banken, reisbureaus, reclamebureaus en verkeringsbedrijven.  Quartaire sector: Overheidsinstanties en andere vormen van niet- commerciële dienstverlening, zoals ziekenhuizen, de ambtenaren op het stadhuis, maatschappelijke werkers en onderwijs. Begrippen:

50  Postindustriële samenleving: een kenmerk van moderne samenleving  Flexibilisering: dat er van de werknemers word verwacht hoe ze met een computer om moeten gaan  Automatisering: mensen worden steeds meer vervangen door computers  Informatisering: informatie die vroeger op papier stond word steeds meer vervangen door de computer. (bijv. opmaken van kranten en boeken, en het maken van films.)

51  Arbeidsverdeling: het verdelen van al het werk in een maatschappij over personen, beroepen, functies, bedrijven, en bedrijfstakken.  Maatschappelijke klasse: een groep mensen met ongeveer dezelfde positie binnen een samenleving  Sociale ongelijkheid: op basis van beroep en opleiding ontstaat er tussen mensen ongelijkheid in onder andere inkomen, kennis, macht en status

52  Filmpje over de arbeidsmarkt Filmpje over de arbeidsmarkt Filmpje over arbeidsmarkt.

53  maken opdracht: 1, 5, 7 blz , 15 blz 46 & 47. Bespreken opdr: 1, 2 & 7 Huiswerk:

54 Arbeidsmarkt Arbeidskrachten Werkgelegenheid Beroepsbevolking Primairesector Flexibilisering Automatisering Informatisering Arbeidsverdeling Secundairesector Tertiairesector Quartairesector

55 Einde. Zijn er nog vragen?

56

57 Hoe kom je aan werk?

58 Wat gaan we doen? Begrippen. Opdrachten maken & bespreken. Site. Filmpje Quiz.

59 Begrippen Zwakke positie: Dat zijn de mensen die minder kans hebben op een baan als er weinig werk is. Voorrangsbeleid: De overheid regelt dan dat de zwakke groepen sneller een baan kunnen krijgen. Economische zelfstandigheid: Dat vrouwen ongeveer evenveel loon krijgen als mannen. De overheid wil dat iedereen in staat moet zijn om zichzelf te kunnen voorzien.

60 Zwakke positie Laaggeschoolden ♦ lagere opleiding ♦ eenvoudig werk ♦ mechanisatie Vrouwen ♦ leidinggevende baan ♦ baby ♦ parttime Gehandicapten ♦ beperking ♦ speciale aanpassingen Allochtonen ♦ lagere opleiding ♦ Nederlands ♦ discriminatie

61 Opdrachten maken & bespreken Maken opdracht: 13 A+B en 16 op blz. 58 en 59. Klaar? Maak opdracht 13 C samen met je buurman/buurvrouw.

62 Huiswerk opdracht 13 13a. Op welke manier zoeken de meeste mensen een baan? Is deze manier ook het meest effectief? Leg je antwoord uit. De meeste mensen zoeken via advertenties een baan. 13b. Bij welke manier is de kans op succes het grootst? Hoe bereken je dat? Bij de netwerken vinden de meeste mensen een baan. 13c. Maak met een mede leerling een top vijf op een zet je de manier die jullie het best vinden enz. vergelijk de resultaten in de klas en voer er met elkaar een korte discussie over. Eigen mening

63 Huiswerk opdracht 16

64 Antwoorden opdracht 16

65 Filmpje

66

67 Vraag 1 Welke mensen behoren vaak tot de zwakke positie? A: vrouwen B: mannen C: rijke mensen

68 Vraag 2 Wat is voorrangsbeleid? A: dat bepaalde groepen voorrang krijgen met een baan zoeken. B: dat mensen voorrang krijgen in het verkeer. C: dat bepaalde groepen nooit worden aangenomen voor een baan.

69 Vraag 3 Wie hebben te maken met de economische zelfstandigheid? A: Gehandicapten. B: Iedereen. C: IBN’ers.

70 Vraag 4 Op welke manier zoeken de meeste mensen een baan? A: Advertenties. B: UWV WERKbedrijf. C: Internet.

71 Vraag 5 Waarom hebben vrouwen minder kans op een baan? A: Omdat veel vrouwen een fulltimebaan willen. B: Omdat ze denken dat vrouwen minder sterk zijn. C: Omdat veel vrouwen een parttimebaan willen.

72 H5 deel 2 Uitzendbureaus

73 Wat gaan we doen? Uitleg over uitzendbureas Begrippen bespreken Filmpje Huiswerk Quiz

74 Begrippen Vacature: openstaande banen, hier kun je op solliciteren, omdat de werkgever nog mensen voor deze baan zoekt, vacatures staan meestal in de krant of op internet. Uitzendbureau: uitzendbureaus zijn commerciële bedrijven, zoeken (tijdelijk) werk voor werkloze mensen, ze brengen werknemers en werkgevers samen in contact.

75 Netwerken: alle contacten die je met anderen hebt. Bedrijven vragen vaak aan hun eigen personeel of ze iemand weten die geschikt is voor een bepaalde baan. Het voordeel voor de werkgever is dat iemand niet helemaal onbekend is als die langskomt. Arbeidsbemiddelingen: het in contact brengen tussen werkgevers en werknemers, om zo eventueel een arbeidsovereenkomst af te sluiten.

76 Uitzendbureaus Uitzendbureaus zijn commercieel en willen dus winst maken. Ze zijn er vooral voor tijdelijk werk. Je kunt je er gratis inschrijven. Het voordeel is dat je veel werkervaring opdoet en dat helpt later weer bij een andere baan.

77 Filmpje Filmpje 1 Filmpje 2

78 Huiswerk Opdracht 1 en 2 op bladzijde 57.

79 Opdracht 1 Solliciteren op vacatures, openstaande banen enz. bijvoorbeeld uit een krant of internet. Naar een uitzendbureau gaan voor tijdelijk werk. Je vrienden/kennissen vertellen dat je op zoek bent naar werk. (netwerken)

80 Opdracht 2a Overeenkomst: ze geven je allebei tijdelijk werk. Verschil: een UWV werkbedrijf zoekt voor mensen die school hebben verlaten of werkeloos zijn en een uitzendbureau zoekt mensen die voor andere invallen.

81 Quiz

82 Vraag 1. uitzendbureaus: A: zijn opgericht door de overheid en je hoeft ze niets te betalen. B: zijn commercieel bedrijven en werken niet voor de overheid, ze willen wel winst maken C: zijn opgericht door de overheid maar ze willen wel winst maken. Antwoord: B

83 Vraag 2. Voor wie werken uitzendbureaus? A: Alleen voor werknemers B: Alleen voor werkgevers C: Voor werknemers en werkgevers Antwoord: C

84 Vraag 3. Wat zijn vacatures? A: Openstaande banen B: Werknemers die een baan zoeken C: Mensen die ontslagen zijn Antwoord: A

85 Vraag 4. Wat bedoelen we met netwerken? A: Dat heeft iets met het internet te maken B: Alle contact die je met andere hebt C: Een baan waar je heel netjes voor moet zijn Antwoord: B

86 Vraag 5. Uitzendwerk is hetzelfde als vast werk: A: Ja, je tekent een CAO waarin alles staat. B: Nee, je kunt zomaar ontslagen worden of zelf ontslag nemen. Het is een soort opstap naar het vaste werk. C: Ja, maar je rechtspositie is slechter (dat je minder recht hebt, en dus minder mag) en je inkomsten dalen als je ziek word. Maar verder is alles hetzelfde als vast werk! Antwoord: B

87 Vraag 6. De overheid neemt maatregelen om de werkloosheid tegen te gaan bij de zwakkere positie (allochtonen, vrouwen met kinderen, gehandicapten) A: Nee, ze vinden dat mensen maar moeten accepteren dat ze bij een zwakkere positie horen, en daardoor niet aan werk komen. B Nee, de overheid laat het over aan de bedrijven. Die mogen beslissen of ze mensen van de zwakkere positie aannemen of niet. C: Ja, ze nemen maatregelen zoals extra taalonderwijs voor allochtonen, kinderopvang voor kinderen,zodat de moeders kunnen werken etc. etc. Antwoord: C

88 Vraag 7. Het ligt aan het jaargetijde of er veel werkgelegenheid is: A: Ja, want in de zomer is er veel meer werk te vinden (vooral bijbaantjes voor jongeren) B: Nee, wat een onzin. Er is toch altijd wel een baan te vinden? C: Nee, het is altijd moeilijk om een baan te vinden. Al schijnt de zon of ligt er sneeuw. Antwoord: A

89 Einde van de Les! Dit was onze les, we hopen dat jullie veel Hebben geleerd over de uitzendbureaus!

90 HOOFDSTUK 5 – CENTRUM VOOR WERK EN INKOMEN.

91 INLEIDING Wat is de CWI – UWV Filmpje Begrippen uitdelen Het spel

92 WAT IS HET CWI? Werkbedrijf Voor het vinden van werk? Nog geen werk gevonden Zelf zoeken naar het werk in het CWI Het CWI heet sinds januari 2010 het UWV

93 FILMPJE Hierin krijg je te zien hoe het telefoonteam van het CWI mensen helpt met het zoeken op internet, met het maken van een afspraak, invullen van formulieren enz. wnzo&feature=related wnzo&feature=related

94 BEGRIPPEN UWV werkbedrijf: Het UWV werkbedrijf is een bedrijf die mensen helpt een baan te vinden of als je werkeloos bent een uitkering geeft. Positieve actie: Maatregel die de overheid neemt om de positie van minderheden te verbeteren. Werkgelegenheid: Vraag naar arbeidskrachten.

95 HUISWERK opdracht 10 en 15 (pagina 57-59)

96 Antwoorden opgave 10 Ja, omdat de werkgever niet kan discrimineren. Nee, omdat de werknemers bepaalde voorwaarden moeten hebben, en zo nemen ze misschien de verkeerde aan.

97 Antwoorden opgave 15 UWV WERK-bedrijf en/of Uitzendbureauservice UWV WERK- bedrijfZoeken naar werk in oude druktechnieken UWV WERK- bedrijfHelpen bij goed voorbereide sollicitatie UitzendbureauTijdelijk werk, om ervaring op te doen UitzendbureauDie snel nieuwe werknemers die kunnen helpen, ze hoeven niet vast te komen werken UWV WERK- bedrijf en UitzendbureauHij kan bij beide ervaring op doen

98 Filmpje. v-4

99 REN JE ROT!! Nu gaan we een spel spelen, dat gaan we doen in de kleine aula.

100 Wat is de nieuwe naam voor CWI? Uva Uwv Uwi Wat doet het Uwv? Mensen helpen aan werk te komen Geeft mensen met weinig geld uitkering Geeft mensen een extra salaris Wat is werkgelegenheid? Banen waar geen plek is om te werken Alle banen die er wel zijn om nog te kunnen gaan werken Plaats voor iedereen die al een baan heeft Wat is een ander woord voor openstaande banen? Vacatures Arbeidsbemiddeling Uitzendbureau

101 Wat is netwerk? Contacten op je werk Alle contacten die je niet hebt Alle contacten die je wel met andere hebt Wat is geen zwakke positie? Vrouwen Universiteitsleerlingen Bejaarde Wat is voorrangsbeleid? Mensen voortrekken met hogere opleiding Mensen die voorrang krijgen in het verkeer Voorgetrokken worden bij het zoeken naar een baan zoals bij vrouwen gebeurt.

102 Wat betekend CWI? a) Centrum voor Werk en Inkomen b) Centraal bureau voor Werk en Inkomen. Waar informeert het CWI o.a. in? a) re- organistatie b) re- intergratie

103 Wanneer kom je bij het CWI? a) als je geen zin meer hebt in je werk. b) als je opzoek bent naar werk Hoe heet het gesprek die je krijgt voor ze je inschrijven bij het CWI a) intakegesprek b) functioneringsgesprek

104 Wat is verplicht als je staat ingeschreven bij het CWI? a) regelmatig langskomen b) regelmatig solliciteren Moet je werk accepteren als werk bij je past? a) Nee b) Ja

105 Wanneer word je werkloosheiduitkering verlaagd? a) als je niet aan de voorwaarden van het CWI houdt b) als je jezelf niet inschrijft bij het CWI Wat doet het UWV WERK-bedrijf? a) zorgt dat iedereen werk heeft b) ze helpen bij het adviseren en zoeken van een baan.

106 Wat is een positieve actie ? a) Een maatregel die de overheid neemt om de sterke positie van enkele groepen te verbeteren. b) Een maatregel die de overheid neemt om de sterke positie van enkele groepen te verbeteren. Wat houdt werkgelegenheid in? a) de vraag naar werkgevers b) de vraag naar arbeidskrachten

107 H6: Werkloosheid.

108 Inhoud. We gaan bespreken: De begrippen. De huiswerkopdrachten + bespreken opgave 1 t/m 4. Een filmpje over de werkloosheid. Conclusie. Quiz

109 Begrippen. Werkloosheid: Situatie op de arbeidsmarkt waarin het aanbod van arbeidskrachten groter is dan de vraag. Seizoenwerkloosheid: Werkloosheid die ontstaat doordat bepaald werk slechts gedurende een deel van het jaar kan worden verricht. Conjuncturele werkloosheid: Werkloosheid die het gevolg is van de daling van de vraag naar goederen en diensten. Conjunctuur: De verandering van het groeipercentage van de economie. Structurele werkloosheid: Werkloosheid die het gevolg is van technologische ontwikkelingen, reorganisaties en groei van het aantal werkzoekenden. Lagelonenlanden: Landen waar werknemers minder verdienen en minder rechten hebben. Marktmechanisme: Het vrije spel van vraag en aanbod.

110 Seizoenswerkloosheid: - Jaargetijden. - Voorbeelden: obers, tomatenplukkers, skileraren. - Mensen een tijd zonder werk.

111 Conjuncturele werkloosheid: - Tijdelijk - Enkele jaren - Economie - Golfbeweging - Minder vraag goederen/diensten.

112 Structurele werkloosheid: - Verdwijnen banen veranderingen economie. - Oorzaken: + werkkrachten overbodig geen vraag meer naar product/dienst. + Marktmechanisme. + Geautomatiseerd. + Lagelonenlanden - Bedrijfstaken

113 Huiswerk. Pagina t/m 4. 8 en en 17. Maak nu 13 en 17, daarna bespreken we ze..

114 Liedje werkloosheid. w

115 Quiz

116 Filmpje over Werkloosheid: W8BY

117 Zo tijd voor pauze.

118 Hoofdstuk 7: De sociale partners

119 Uitleg over vakbondcentrales en vakbonden. Uitleg over verschillende vakbondcentrales Schema over Vakcentrales en vakbonden. Filmpje Huiswerk Barbie Race. Tot slot

120 Uitleg. Vakbond: Komen op voor de belangen van de werknemers. Vakcentrales: De vakcentrale voert namens de aangesloten bonden op een hoger niveau het overleg met werkgeversorganisaties en de overheid. Internationale vakbonden:

121 Vakbondorganisaties CNV: Christelijke Nationaal Vakverbond. Unie MHP: vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel. FNV: Federatie Nederlandse Vakbeweging.

122 Betere Uitleg

123 Begrippen Sociale partners: Als we het over werk in Nederland hebben spelen twee groepen de hoofdrol: werkgevers en werknemers deze partijen noemen we de sociale hoofdrol.

124 Begrippen Werknemers organisatie: Die adviseren aangesloten werkgevers als ze een conflict hebben met hun werknemers of als er door grote reorganisaties werknemers ontslagen moeten worden. Ook kunnen ze rechtsbijstand verlenen, door bijv. bij een dreigende staking van werknemers bij de rechter om een stakingsverbod te vragen.

125 Begrippen Vakbonden: Dat zijn organisaties die opkomen voor belangen van de werknemers. Vakbeweging: Dat bestaat uit vakbonden, en zet zich in voor de rechten van werknemers.

126 Begrippen Vakcentrale: een bij een vakbond aangesloten vereniging van werknemers uit eenzelfde bedrijfstak FNV: Federatie Nederlandse Vakbeweging, De FNV is er voor iedereen. De FNV zorgt voor een goede cao. De FNV helpt als uw werkgever de regels in de cao niet goed naleeft. Ook kunt u terecht voor allerlei gratis diensten, bijvoorbeeld juridisch advies.

127 Begrippen CNV: Christelijk Nationaal Vakverbond, Het CNV wil dat er een samenleving komt waarin mensen zoveel mogelijk gelijke kansen hebben en dat er duurzaamheid is voor iedereen. Unie MHP: Unie voor Middengroepen en Hoger Personeel, De Unie MHP is bedoeld als vakcentrale zonder ideologische (bijvoorbeeld christelijke, katholieke of sociaal-democratische) binding voor middengroepen en hoger personeel.

128 Filmpje t8 oAz21w

129 Huiswerk opgaven: Het huiswerk is opgave 2, 4, 7 en 12 (pagina 76-78) We gaan de opgaves 2 en 12 nu maken en bespreken

130 Huiswerk Opgave 2: Vakbonden hebben veel macht omdat ze met stakingen hun zin kunnen door drijven.

131 Huiswerk Opgave 12: Kijken we klassikaal na uit het antwoordboek

132 Barbie Race!

133 Vraag 1: wat is een vakbond? A: Komen op voor de belangen van de werknemers B: Helpen de werknemers om op hoger niveau te vergaderen met de overheid.

134 Vraag 2: Momenteel zijn veel mensen aan het overleggen over? A: AOW verhoging B: Verlenging van de werktijden.

135 Vraag 3: Waar staat CNV voor? A: Centraal Nederlands Vakverbond B: Christelijke Nationaal Vakverbond.

136 Vraag 4: Een van de internationale vakbonden is: A: EVW B: IWW

137 Vraag 5: Het grootste vakbond in Nederland is de? A: FNV B: CNV

138 Vraag 6: Een vakcentrale is? A: Helpt de kleinere vakbonden om groter te worden. B: Voert namens aangesloten vakbonden overleg op hoger niveau met de overheid.

139 Vraag 7: De unie MHP komt op voor de belangen van? A: middelgroepen en hoger personeel B: middelbaar en hoger personeel

140 Vraag 8: Waarvoor namen de werknemer 65 minuten pauze? ( in het filmpje?) A: AOW verhoging B: Belastingverhoging

141 Vraag 9 Is ongeveer een kwart van alle werknemers in Nederland lid van een vakbond? JA

142 Vraag 10 FNV betekend Federatie Nationale Vakbeweging? NEE

143 Vraag 11 Zijn de FNV CNV en de Unie MHP vakcentrales? JA

144 Vraag 12 Zet de vakbeweging zich in voor de rechten van werknemers? JA

145 Vraag 13 Kan een werknemers organisatie aan aangesloten werkgevers rechtsbijstand verlenen? JA

146 Vraag 14 Bestaat een vakbond uit allerlei vakcentrales? NEE

147 Vraag 15 Zijn vakbonden organisaties die opkomen voor werkgevers? NEE NEE

148 Slot hoofdstuk 7  deel 1 ZIJN ER NOG VRAGEN??

149

150 Hoofdstuk 7:  deel 2 Werkgeversorganisaties :: VNO-NCW :: :: MKB-Nederland :: :: LTO-Nederland ::

151 Begrippenlijst individuele belangenbehartiging: Als een vakbond jou persoonlijk helpt. Bijvoorbeeld als je baas je zomaar wilt ontslaan bedrijfstakniveau: Als de vakbond onderhandelt over Cao’s, dan gaat het om een bedrijfstakniveau ( dat is ook zo als ze praten over medezeggenschapsraad ) werkgeversorganisatie: - VNO-NCW, MBK-Nederland, LTO-Nederland VNO-NCW: Een fusie tussen het verbond van Nederlandse ondernemingen en het Nederlands christelijke werkgeversbond

152 Begrippenlijst MKB-Nederland: De Koninklijke verenging midden -en klein bedrijf LTO-Nederland: De federatie van land –en tuinbouworganisaties Gemeenschappelijke belangen: als iets voor meer mensen is of geldt

153 Begrippenlijst Staken: Staken is het laatste redmiddel waarmee werknemers kunnen proberen iets te bereiken Collectieve Arbeids Overeenkomst: Een standaard contract met afspraken voor een hele bedrijfstak Conflict: Soms mislukken onderhandelingen omdat de verschillen tussen werknemers en werkgevers te groot is Stiptheidsactie: Een actiemiddel van werknemers. Het wordt ingezet als protest of als pressiemiddel ten opzichte van werkgevers.

154 Film om/watch?v=gZGfw SzC5ew

155 Huiswerk Opdracht 14 en 19 pagina 79 en 81

156 Vragen Noem drie grote werkgeversorganisaties. Wat doen werkgeversorganisaties? Noem 2 belangen van de werknemers en 2 van de werkgevers. Waarom hebben de bovenstaande groepen tegengestelde belangen?

157 H8: werknemers verzekeringen

158 Inleiding: ● Waarom hebben we verzekeringen? ● Soorten verzekeringen bespreken. ● Huiswerk samen maken. ● Spelletje.

159 Begrippen Verzorgingsstaat. Een verzorgingsstaat is een sociaal manier waarin de staat belangrijke verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van de burgers, bijvoorbeeld bij gezondheidszorg en onderwijs. De sociale wetten zijn: de armenwet en het kinderwetje van Van Houten. De armenwet. Door de Armenwet kunnen mensen onder bepaalde omstandig heden beperkte steun krijgen. Kinderwetje van Van Houten: hier in staan de kinderarbeid wetten bijvoorbeeld dat het in 1874 is afgeschaft.

160 Sociale zekerheid. De sociale zekerheid zorgt ervoor dat je niet zonder inkomen hoeft televen en dat je inkomen niet te laag is. Sociale verzekeringen. De sociale verzekeringen zijn verplicht en er zijn 2 soorten de werknemers verzekering en de volks verzekering. Werknemersverzekeringen. Is voor mensen met loondienst. De premie die je moet betalen, hangt af van je loon en wordt ook van je salaris afgetrokken.

161 Werkeloosheidswet. Als je ontslagen wordt door je baas, krijg je van de overheid een WW (werkeloosheidswet). De eerste twee maanden 75% van je laatst verdiende loon en daarna 70%. Als je zelf ontslag neemt krijg je geen WW! Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte (WULBZ): Als je ziek bent moet je werkgever je doorbetalen. Na twee jaar kom je bij de WIA. Je krijgt dan 70% van je laatst verdiende loon. Ziektewet: Niet iedereen heeft recht op een doorbetaalde WULBZ. Bijvoorbeeld zwangere vrouwen, uitzendkrachten en mensen met een WW uitkering. Als je een WW hebt krijg je een lagere ZW.

162 Ww -> werkloosheidwet Wulbz -> wet uitkering loondoorbetaling bij ziekte Zw -> Ziektewet Wia -> wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

163 Niet zelf ontslag Wel als je minsten 26 uur van de 36 gewerkt hebt. 3 jaar & 2 maanden gebruik maken van deze wet.

164 Werkgever die gedurende 2 jaar loon betaald aan werkgever. Bepaalde situaties niet, die behoren bij ziektewet.

165 Geen recht op WULBZ? Bijvoorbeeld: - tijdelijk contract - zwangere werkneemster - musici artiesten - uitzendkrachten - mensen met een WW uitkering krijgen vaak lagere ZW uitkering.

166 Langer als 2 jaar ziek Hoor je niet bij WULBZ Heb je uitkering van WIA.

167 Spel. Een iemand komt naar voren en krijgt een begrip voor gelegd. De rest van de klas moet het begrip raden door vragen te stellen.

168 Opdrachten Eerst gaan we een stukje lezen Opdracht 3 en 4 maken. Nakijken opdracht 3 en 4.

169


Download ppt "1 WERK §1: Waarom werken we? Waarom werken mensen? 1.Inkomen: Om geld te verdienen 2.Voor sociale contacten 3.Je krijgt waardering, status 4.Zelfontplooing:"

Verwante presentaties


Ads door Google