De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

5. Bedrijven als aanbieders van goederen

Verwante presentaties


Presentatie over: "5. Bedrijven als aanbieders van goederen"— Transcript van de presentatie:

1 5. Bedrijven als aanbieders van goederen

2 1. Begrippen en wetten m.b.t. het productieproces
1.1 Productiefunctie Productie = met de input van productiefactoren economisch nuttige goederen en diensten voortbrengen (of er waarde aan toevoegen) Q = f(A,K) (~ technologische vernieuwingen) Q = Output A = Arbeidsinput K = Kapitaalinput

3 1.2 Productiviteit = Output / Input
arbeidsproductiviteit = Q / IA (zie bv. hier) Bijv. arbeidsproductiviteit in een autobedrijf: kan zijn: aantal auto’s per arbeider per uur (België > VS) aantal auto’s per arbeider per jaar (VS > België - nl. in de VS werkt men meer uren) aantal auto’s per 1000 euro loonkosten (VS > België – nl. loonkost in VS is lager dan in België – zie bv. hier)  opgepast: Belgische loonkost is ook stuk hoger dan bijv. die in Portugal, maar door de hogere productiviteit wordt die in dat geval ‘meer dan gecompenseerd’ aantal auto’s van kwaliteitsniveau “x” per 1000 euro loonkosten Dus: cijfers altijd genuanceerd benaderen ! Stijging arbeidsproductiviteit (België ?): van jaarlijks gemiddeld 2,7 procent in de jaren 50 en 60 tot minder dan één procent in het afgelopen decennium ( ), op een korte uitzondering in de jaren 90 na, toen de digitale revolutie onze desktops veroverde.

4 1.3 Wet van de variabele meeropbrengsten
(fysieke) meeropbrengst = aangroei v/d productie als één productiefactor met één eenheid toeneemt (lees HB onder 1.3: 4e § + tabel) meeropbrengst stijgt eerst en daalt dan geldt in de korte termijn = waarbij productiecapaciteit constant blijft

5 1.4 Variabele schaaleffecten of schaalopbrengsten
geldt in de lange termijn = waarbij productiecapaciteit kan veranderen schaalvergroting = gelijktijdige toename van alle productiefactoren Productievolume kan op 3 manieren reageren: resp. toenemende, constante en afnemende schaaleffecten

6 2. De optimale productieomvang
Hypothese: doel = winstmaximalisatie vraag: wat is de optimale productiegrootte om dat doel te bereiken? (m.a.w. bij welke productiegrootte is het verschil tussen de opbrengsten en de kosten het grootst?) Kosten- en opbrengstenverloop bestuderen

7 2.1 Kosten en kostenverloop
Vaste kosten (FK) = kosten die niet afhankelijk zijn van de output (op korte termijn) Variabele kosten (VK) = kosten die variëren i.f.v. de output - stijgend verloop - eerst minder dan evenredig - dan meer dan evenredig (cfr. wet v/d variabele meeropbrengsten) TOTALE KOSTEN (TK) = vaste kosten + variabele kosten

8 Gemiddelde kosten (GK) = totale kosten per geproduceerde eenheid = TK/Q (GFK dalen – GVK dalen en stijgen – GK dalen en stijgen) Marginale kosten (MK) = bijkomende totale kosten bij de productie van een bijkomende eenheid MKq = TKq - TKq-1 (MK dalen en stijgen, en gaan door het minimum van de GK) - doordenker: in het omslagpunt van de variabele kosten zijn de marginale kosten minimaal

9 2.2 Opbrengstenverloop Totale opbrengsten (TO) TO = P*Q (hypothese: volkomen concurrentie => prijs komt tot stand op de markt (zie verder); de individuele producent heeft er geen invloed op) Gemiddelde opbrengsten (GO) GO = TO/Q = (P*Q)/Q = P Marginale opbrengsten (MO) MO = TOq – TOq-1 = P

10 2.3 De winstmaximaliserende productieomvang
= daar waar verschil tussen opbrengsten en kosten het grootst is of = daar waar MO = MK nl.: zolang MO > MK stijgt de winst door een eenheid meer te produceren – zodra MO < MK daalt de totale winst

11 3 Breakeven-analyse breakeven output = die output waarbij noch winst noch verlies is = die output waarbij TO = TK berekening: zie cursus Bedrijfseconomie – enkel voor PW grafisch: (met hypoth. v. constante VK en GO)

12 4. De optimale bedrijfsdimensie
Optimale productiegrootte: (hierboven behandeld) korte termijn – binnen een gegeven productiecapaciteit Optimale bedrijfsdimensie: lange termijn – uitbreiden (of inkrimpen) van de productiecapaciteit = daar waar de GK minimaal zijn ~ variabele schaaleffecten (zie hoger) Groter is niet altijd beter! Optimale dimensie is groter naarmate de productie kapitaalintensiever is (extreem voorbeeld: spoorwegen)

13 5. Het aanbod van een bepaald goed
5.1 Omschrijving Het individueel aanbod = hoeveelheden die een verkoper van een goed x zóu aanbieden bij alternatieve prijzen geldt ‘ceteris paribus’ = andere factoren (prijs van andere goederen – technologie – prijzen van productiefactoren) worden als constant verondersteld relatie is positief = als P↑ => A↑ en vice versa

14 Doordenker: de individuele aanbodcurve valt samen met het stijgend deel van de marginale kostencurve …

15 Het totaal aanbod (of aggregatief aanbod of marktaanbod) = som van de individuele aanbodcurves

16 Verklaring v/h stijgend verloop v/h aanbod
Stijgend verloop van de MK-curve: bij een hogere prijs is voor meer eenheden de MO groter dan de MK dus: bestaande aanbieders bieden méér aan Bij hogere prijs kunnen producenten met hogere kosten (bijv. omdat ze minder efficiënt zijn) nu ook aanbieden dus: méér aanbieders bieden aan

17 5.2 Verschuivingen v/h aanbod
Als gevolg van wijzigingen in: Prijzen van productie-factoren bijv. lonen of grondstofprijzen Productiviteit ↑ bijv. door technologische vernieuwing, betere opleiding, ervaring, motivatie, betere arbeidsorganisatie en –voorwaarden, … Subsidiëring doet MK-curve en dus ook aanbodcurve naar rechts verschuiven

18 5.3 Prijselasticiteit van het aanbod
= mate waarin de aangeboden hoeveelheid reageert op een prijsverandering = (positief getal) 𝑝𝑟𝑜𝑐𝑒𝑛𝑡𝑢𝑒𝑙𝑒 𝑣𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔 𝑣𝑑 𝑎𝑎𝑛𝑔𝑒𝑏𝑜𝑑𝑒𝑛 ℎ𝑜𝑒𝑣𝑒𝑒𝑙ℎ𝑒𝑖𝑑 𝑝𝑟𝑜𝑐𝑒𝑛𝑡𝑢𝑒𝑙𝑒 𝑣𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔 𝑣𝑑 𝑝𝑟𝑖𝑗𝑠

19 Bepalende factoren: Aard v/h goed bijv. bederfbaar (lage elasticiteit) of niet Mogelijkheid tot voorraadvorming => hogere elasticiteit Beschouwde tijdsperiode  langere termijn => hogere elasticiteit

20 6. Juridisch-institutioneel kader
zelfstudie: (enkel) begrippen in het vet kort kunnen uitleggen

21 7. Verschijningsvormen v ondernemingen
Zelfstudie: (enkel) begrippen in het vet kort kunnen uitleggen


Download ppt "5. Bedrijven als aanbieders van goederen"

Verwante presentaties


Ads door Google