Download de presentatie
GepubliceerdKatrien Bogaerts Laatst gewijzigd meer dan 8 jaar geleden
1
Introductie cultuursensitief werken: een kwestie van kennis én houding
© Cor Hoffer cultureel antropoloog en socioloog Info:
2
Onderwerpen: kennismaking en inventarisatie ervaringen migratie
cultuursensitief werken: begrippen Culturele Interview / Cultureel Venster Jeugdhulpverlening identiteitsvorming bij migrantenjeugd cultuur en opvoeding conclusies
3
Doelen: cultuursensitieve benadering
inzicht in leefwereld kinderen en ouders met een andere culturele achtergrond: met name ziekteopvattingen en hulpzoekgedrag culturele zelfreflectie vaardigheden
4
Migratie: gedurende langere tijd veranderen van woonlocatie lokaal
nationaal internationaal
5
Migratiemotieven: economisch onderwijs sociaal politiek onderdrukking
geweld rampspoed
7
Recente geschiedenis immigratie:
Chinezen (begin 20e eeuw en in latere perioden) Indische Nederlanders, Molukkers (jaren ‘50) Spanjaarden, Italianen, Grieken, Joegoslaven, Portugezen (jaren ‘60) Marokkanen en Turken (jaren ‘60 en ‘70) Kaapverdianen (jaren ‘60 en ‘70) Surinamers (jaren ‘70) Antillianen en Arubanen (jaren ‘90) Oost-Europeanen (laatste jaren) Vluchtelingen en asielzoekers: Syriërs, Eritreeërs, Afghanen, Irakezen
8
Mogelijke gevolgen migratie:
taal- en communicatieproblemen discriminatie, achterstelling, marginalisering aanpassingsproblemen psychische en fysieke problemen integratie identiteitsproblemen
12
Cultuursensitief werken: begrippen
levensbeschouwing religie
13
Cultuur: cultuur = manier van leven
cultuur geeft aan wat mensen waardevol vinden en hoe zij zich behoren te gedragen kortom, cultuur heeft betrekking op de waarden en normen van een bepaalde groep of samenleving
14
Levensbeschouwing: een min of meer samenhangend geheel van overtuigingen, waarden en normen, waarmee mensen zin en richting geven aan hun handelen; overtuiging: ‘waar’ en ‘onwaar’ waarde: ‘goed’ en ‘kwaad’ norm: concretisering waarde
15
Religie: betrokkenheid op het transcendente:
d.w.z. aanname van een niveau dat verder reikt dan de empirische werkelijkheid religieuze systemen: ‘God’ (godsdienst)
16
Levensbeschouwingen:
humanisme atheïsme agnosticisme confucianisme taoïsme
17
Religies: christendom: protestantisme, rooms- katholicisme
islam: soennisme, sj’isme hindoeïsme: sanatan dharm, arya samaj jodendom: orthodox, liberaal boeddhisme
18
Betekenis cultuur en levensbeschouwing voor de zorg:
beleving van ziekte en problemen uiting geven aan ziekte en problemen omgang met ziekte en problemen hulpzoekgedrag
34
Formele leer / volksgeloof en religieuze geneeswijzen:
islamitische geneeswijzen winti- en brua-geneeswijzen hindoeïstische geneeswijzen rooms-katholieke geneeswijzen protestantse geneeswijzen joodse geneeswijzen
35
Bovennatuurlijke ziekteoorzaken:
boze oog (l`ain, nazar, najar, ogri-ay, oyada) geesten (djinns, jnûn, cinler, winti) magie (suhur, büyü,wisi,brua) vloek (sjraap) niet nakomen plichten (dharma) Satan duivels demonen
36
Visies op gezondheid en ziekte / medische paradigma’s:
reguliere (biomedische) geneeskunde alternatieve geneeswijzen: homeopathie, healing/religieuze geneeswijzen
37
Verklaringsmodellen (VM’s):
disease (visie arts / hulpverlener) illness (visie, belevingswereld cliënt)
38
Effectiviteit psychotherapeutische interventies (Goosens 2010):
specifieke factoren % non-specifieke factoren: - gemeenschappelijke elementen (vertrouwen, werkrelatie etc.) % - placebo % - externe factoren % totaal %
39
Opgetekende ervaringen: (rapporten, boeken met levensverhalen, krantenartikelen, dvd’s)
aanbod sluit niet aan op vraag taal- en cultuurproblemen taboes schaamte- en schuldgevoelens gebrek aan kennis over ziekten en voorzieningen alternatieve / religieuze geneeswijzen fatalisme versus activisme cultuur versus religie
42
Geef een beschrijving van:
de Chinese cultuur de Surinaamse cultuur de Antilliaanse cultuur de Marokkaanse cultuur de Turkse cultuur de Nederlandse cultuur
43
Leefwereld cliënten: individu / persoon sekse leeftijd opleiding
sociaaleconomische positie (sub)cultuur levensbeschouwing / religie
44
Twee benaderingen concept cultuur:
statische benadering dynamische benadering
45
‘Cultuur’ als begrip in de zorg: ‘culturaliseren’:
stereotypering verengen cultuur tot religie negeren subculturele verschillen negeren veranderingen onder allochtone Nederlanders negeren invloed veranderingen in land van herkomst benadrukken verschillen en negeren overeenkomsten
48
Diversiteit en dynamiek:
Surinaamse Nederlanders: Afrosurinamers, Hindostanen (hindoes, moslims, christenen), Javanen etc. Turkse Nederlanders: soennieten, alevieten, Arabieren, Turken, Koerden, Armeense christenen Marokkaanse Nederlanders: Berbers, Arabieren
50
‘De’ Nederlandse cultuur:
Friezen, Limburgers, Randstedelingen stedelingen en plattelanders Rotterdammers, Amsterdammers rooms-katholieken, protestanten, humanisten, atheïsten, agnosten werkenden en niet-werkenden welgestelden en lagere inkomensgroepen
51
Wat te doen? kennis alleen volstaat niet:
het gaat om inzicht in de dynamiek van de alledaagse leefwereld van cliënten
52
GGZ en Cultural Formulation of Diagnosis (CFD):
Aanvulling op DSM IV en DSM-5 Doel: systematisch achterhalen van de betekenis van cultuur in: a. belevingswereld patiënt / cliënt b. hulpzoekgedrag patiënt / cliënt
53
Culturele interview en Cultureel Venster Jeugdhulpverlening:
aanvulling op gangbare werkwijze doel: systematisch achterhalen van de betekenis van cultuur in: a. belevingswereld kind en ouders b. hulpzoekgedrag kind en ouders vergt korte training en flexibele inzet
54
Flexibele inzet Cultureel Interview:
primair doel: gesprek vraagstelling vrij formulering vrij volgorde vrij niet alle vragen moeten (niet alle vragen altijd relevant) mogelijkheid om te spreiden over meerdere sessies
55
Identiteitsvorming: identiteitsvorming en psychische problemen
acculturatiestrategieën
56
Psychische en sociale problemen onder migrantenkinderen en -jongeren:
gedragsproblemen angstklachten, depressiviteit zelfbeschadiging, parasuïcide (Surinaams-hindoestaans- en Turks-Nederlandse jonge vrouwen) psychose/schizofrenie (Marokkaans-, Surinaams- en Antilliaans- Nederlandse mannen van de 2e generatie) huiselijk geweld
57
Identiteit: persoon (geslacht, leeftijd, naam etc.)
persoonlijkheid en ideeën van anderen individuele bewustzijn (Ketner, 2008)
58
Drie aspecten identiteitsvorming:
1. herinneringen aan land van herkomst 2. sociale interactie: leven tussen 2 culturen (‘culturele hybriden’) 3. betekenis taal en veranderingen daarin
59
Citaten identiteitsvorming en culturele dynamiek:
‘Mijn broertje spreekt bijna geen Marokkaans. Maar mijn ouders spreken bijna geen Nederlands. Als ik bij hen kom eten, vraagt mijn broertje na afloop: “Wat zeggen ze allemaal tegen mij?”’ (Marokkaans-Nederlandse vrouw, Elsevier 19 juli 2014) ‘De tweede en derde generatie Marokkanen zijn anders dan hun ouders. Ze beheersen de taal beter en zijn vertrouwd met de Nederlandse normen en waarden. Mijn moeder ging nooit met mijn broertjes mee naar het voetbalveld. Ik doe dat wel met m’n kinderen. Ik ben dol op voetbal. En ik ga met ze naar zwemles.’ (Marokkaans-Nederlandse vrouw, Elsevier 19 juli 2014)
60
Acculturatie: ‘Een interactief veranderingsproces van cultuurpatronen door langdurig contact tussen nieuwkomers en autochtone bevolking.’ (Berry 1997; Vink 2009)
61
Twee dimensies acculturatie:
cultuurbehoud aanpassing
63
Kanttekeningen bij model Berry: realiteit complexer
individu verschillende acculturatie- strategieën verschillen tussen generaties rol internet en sociale media ontstaan nieuwe (sub)culturen
66
Opvoeding in een multiculturele context (Pels 2010, 2012):
continuïteit (cultuurbehoud) versus vernieuwing (aanpassing) komst 1e generatie Marokkaanse en Turkse migranten in veranderend Nederland (jaren ’60 en ’70): - van collectivisme naar individualisme - van religieus naar seculier - van autoritaire naar autoritatieve opvoedingsstijl
67
Vervolg: diversiteit en dynamiek opvoedingsstijlen onder allochtone- én autochtone ouders: - verschillen tussen bevolkingsgroepen - verschillen tussen generaties verandering: van autoritair naar autoritatief belang cultuurbehoud
70
Werkhouding: 3 posities
cultuurrelativisme pluralisme cultuurabsolutisme (Procee, 1993)
71
Conclusies: visies op gezondheid, ziekte en problemen zijn cultureel bepaald verschillende verklaringsmodellen noch ‘de’ Nederlander, noch ‘de’ Limburger, noch ‘de’ Rotterdammer, noch ‘de’ Surinamer, noch ‘de’ Turk bestaat devies: open houding
Verwante presentaties
© 2024 SlidePlayer.nl Inc.
All rights reserved.