Paragraaf 3.4 Stabiliteit van DNA.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Hoofdstuk 3: DNA Eiwitten zijn belangrijk als bouwstof en het regelen van processen. In DNA zit de informatie voor het maken van eiwitten. DNA kan gebruikt.
Advertisements

Darmkanker en Erfelijkheid
Communicatie tussen cellen
H4 Groei Celdeling en celdifferentiatie, groei, verstoorde celgroei, tumoren, gereguleerde celdood (apoptose)
DNA en chromosomen (4.6).
7. Mutaties.
6. mutaties.
Thema 4 DNA Paragraaf 1 BINAS 76A Chromosoom DNA-molecuul
DNA & Mutaties
2.5 Kosmische straling en organismen Roel Ties Ymanuel.
(Kosmische) straling en organismen door Sofie, Pau Li en Kim v2a
DNA en DNA mutaties: celkern met DNA chromosoom
Keuze-opdracht 3-1.
Industrie op miniformaat Video: The inner life of a cell
(Kosmische) straling en organismen
Paragraaf 4.5 Wildgroei.
Thema 8 Moleculaire genetica
Basisstof 6 & 7: Chromosomen en Celdeling
B. Stof 3 Hoofdthema’s in de Biologie
HAVO 4 Boek: biologie voor jou HAVO A
Kanker en Werk feiten en cijfers 1.
Even voorstellen Jos Veldscholte
Inleiding keuzemodule TBK31
THEMA 2 CELLEN Basisstof 1: Weefselonderzoek
Hoofdstuk 9 Paragraaf 1 Alles werkt.
B. Stof 9 MITOSE 1 BIOPLEK BEKIJK DEZE ANIMATIE EEN PAAR KEER
DNA Thema 4 Watson en Crick.
Terugblik BS 1 en 2 Biologie is de studie van organismen (levende wezens)
ANATOMIE FYSIOLOGIE PATHOLOGIE
Hoofdstuk 10 Paragraaf 2: je huid. Wat gaan we doen vandaag?  Bespreken paragraaf 2  Maken paragraaf 2.
Wat is kinderkanker?.
Differentiatie van cellen
Basisstof 1: Organen en weefsels
ERFELIJKHEID.
Thema 3 Organen en cellen
Borstkanker Mammacarcinoom algemeen chirurgische behandeling VU medisch centrum Sandra Muller 14 oktober 2009.
VAN MELISSA WEIDUM 3MA2 VERSLAG BIOLOGIE. Inhoud Onstaan van mutatie Soorten mutat Gemuteerde dieren.
Mitose Kerndeling.
Thema 4 DNA. Genotype - Fenotype genotype: de erfelijke eigenschappen die vastliggen in het DNA (in de genen). fenotype: alle uiterlijk waarneembare kenmerken.
Erfelijkheid. mitose Mitose = gewone celdeling Hierbij ontstaan cellen met hetzelfde aantal chromosomen als de moedercel De mitose zorgt voor vervanging.
Gezwellen Benigne= goedaardig Maligne= kwaadaardig
Abstract thema Extra oefenen via Bovenbouw Havo/Vwo
ERFELIJKHEID.
Kanker Tumor.
Biologie.
Basisgenetica Les 2.
6A1 Stofwisseling B5 Regulatie van de genexpressie. B6 Mutaties.
DNA & Mutaties
Welkom.
Les 6 Replicatie: voortplanting en genomics
Hoofdthema’s in de biologie
Thema 1 Cellen en Organen
ERFELIJKHEID.
Mutaties in DNA Concept 4. Wat is een mutatie? Een verandering in het DNA vb punt mutatie dat is de verwisseling van 1 basenpaar Sikkelcelanemie: de rode.
Welvaartziekten kanker
ERFELIJKHEID.
Mutaties.
geneesmiddelen bij kwaadaardige aandoeningen
Gezwellen Benigne= goedaardig Maligne= kwaadaardig
Hoofdstuk 8 Wat gaan we vandaag doen? Opening Terugblik Doel
Transcript van de presentatie:

Paragraaf 3.4 Stabiliteit van DNA

Mutaties Een mutatie is een verandering in het DNA. Door deze veranderingen ontstaan variaties tussen organismen binnen een soort. Meestal blijft een mutatie on- opgemerkt, doordat een deel van het DNA is gemuteerd dat in die cel niet wordt afgelezen. De meeste gemuteerde genen worden niet doorgegeven aan de nakomelingen, doordat ze niet in een geslachtscel zitten.

Soorten mutaties Genmutatie of puntmutatie: Hierbij heeft een verandering plaatsgevonden in 1 gen. Chromosoommutatie: Meerdere genen op hetzelfde chromosoom zijn gemuteerd. Ook kunnen er breuken in het DNA ontstaan, waardoor hele stukken van het chromosoom vallen of een afgebroken stuk zicht hecht aan een ander chromosoom.

Herstellen van mutaties Beschadiging in DNA Beschadigde nucleotide en nucleotiden er omheen (niet in afbeelding) worden verwijderd. Juiste nucleotiden worden teruggeplaatst. Film: DNA reparatie

Oorzaken van mutaties Straling Chemische stoffen Warmte (ook al de normale temperatuur)

Tumoren Wanneer een mutatie is ontstaan in de genen die de celdeling regelen. De cel gaat zich ongeremd delen. Tumoren worden onderscheiden in: - Goedaardige tumoren - Kwaadaardige tumoren

Goedaardige tumoren Hebben niet de neiging om in andere weefsels te groeien. Hebben niet de neiging om zich uit te zaaien naar andere delen van het lichaam. Een goedaardige tumor kan problemen geven wanneer deze op omliggende weefsels of organen drukt. Een voorbeeld van een goedaardige tumor is een wrat.

Kwaadaardige tumoren De cellen vermeerderen zich erg snel. De cellen dringen omliggende weefsels binnen. De cellen hebben de neiging zich via bloed en lymfe te verspreiden naar andere delen van het lichaam. (Uitzaaien)

School- / Huiswerk Maken opdrachten §3.4