Voorbeeld a5a · 4b = 20ab b-5a · 4a = -20a 2 c-2a · -6a = 12a 2 d5a · -b · 6c = -30abc e-5b · 3a · -2 = 30ab f-2 · -a = 2a opgave 1 a7a + 8a = 15a b6a.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Voorrangsregels bij rekenen (2)
Advertisements

WACHT MENEER VAN DALEN NOG STEEDS OP ANTWOORD ?
Machten © R.Bosma.
Machten met natuurlijke exponent
2/3 betekent; je deelt iets in 3 stukken en jij krijgt er 2 van.
Machten van 10 en wetenschappelijke notatie
H1 Basis Rekenvaardigheden
vergelijkingen oplossen
Global e-Society Complex België - Regio Vlaanderen e-Regio Provincie Limburg Stad Hasselt Percelen.
Stijgen en dalen constante stijging toenemende stijging
Ronde (Sport & Spel) Quiz Night !
MERKWAARDIGE PRODUCTEN
Rekenen met machten met hetzelfde grondtal
Presentatie Machten,Wortels & Ontbinden Deel 1
Kb.1 Ik leer op een goede manier optellen en aftrekken
Eigenschappen van het vermenigvuldigen van gehele getallen
Nooit meer onnodig groen? Luuk Misdom, IT&T
Les voor groep 8 Pak je stoel en kom aan de instructietafel
Herleiden (= Haakjes uitwerken)
Elke 7 seconden een nieuw getal
vwo B Samenvatting Hoofdstuk 1
vwo B Samenvatting Hoofdstuk 4
Extra vragen voor Havo 3 WB
Regels voor het vermenigvuldigen
Rekenregels van machten
Rekenregels voor wortels
Lineaire functies Lineaire functie
Differentieer regels De afgeleide van een functie f is volgens de limietdefinitie: Meestal bepaal je de afgeleide niet met deze limietdefinitie, maar.
Differentieer regels De afgeleide van een functie f is volgens de limietdefinitie: Meestal bepaal je de afgeleide niet met deze limietdefinitie, maar.
Differentieer regels De afgeleide van een functie f is volgens de limietdefinitie: Meestal bepaal je de afgeleide niet met deze limietdefinitie, maar.
1 het type x² = getal 2 ontbinden in factoren 3 de abc-formule
1 introductie 3'46” …………… normaal hart hond 1'41” ……..
Wat levert de tweede pensioenpijler op voor het personeelslid? 1 Enkele simulaties op basis van de weddeschaal B1-B3.
Bewegen Hoofdstuk 3 Beweging Ing. J. van de Worp.
Bewegen Hoofdstuk 3 Beweging Ing. J. van de Worp.
In dit vakje zie je hoeveel je moet betalen. Uit de volgende drie vakjes kan je dan kiezen. Er is er telkens maar eentje juist. Ken je het juiste antwoord,
Werken aan Intergenerationele Samenwerking en Expertise.
Breuken-Vereenvoudigen
De FFT spectrumanalyzer
ribwis1 Toegepaste wiskunde Lesweek 2
ribwis1 Toegepaste wiskunde, ribPWI Lesweek 01
Havo B Samenvatting Hoofdstuk 4. Interval a-8 ≤ x < 3 [ -8, 3 › b4 < x ≤ 4½ ‹ 4, 4½ ] c5,1 ≤ x ≤ 7,3 [ 5,1 ; 7,3 ] d3 < x ≤ π ‹ 3, π ] -83 l l ○● 44½4½.
Hoofdstuk 4 Vlakke figuren.
Hoofdstuk 5 De stelling van Pythagoras
Hoe gaat dit spel te werk?! Klik op het antwoord dat juist is. Klik op de pijl om door te gaan!
VEELTERMEN BLADWIJZERS: GETALWAARDE OPTELLEN EN AFTREKKEN
Vergelijkingen oplossen.
–20 4 –2b opgave 20 –160ab · –200b = 8ab · –20 = –20 · 10b = 4 · –5 =
Opgave 6 a–8–5– a – 6–30–21–9– · –8 – 6 =3 · –5 – 6 =3 · –1 – 6 =3 · 0 – 6 =3 · 3 – 6 =3 · 7 – 6 =3 · 11 – 6 = opgave 5 aPeter verdient.
Rekenen 14 maart.
Voorrangsregels bij rekenen (1)
ECHT ONGELOOFLIJK. Lees alle getallen. langzaam en rij voor rij
Letterrekenen K. van Dorssen.
2.1 Rekenen K. van Dorssen.
Hartelijk welkom bij de Nederlandse Bridge Academie Hoofdstuk 9 Het eerste bijbod 1Contract 1, hoofdstuk 9.
Hoofdstuk 9 havo KWADRATEN EN LETTERS
Hoofdstuk 9 havo KWADRATEN EN LETTERS
Presentatie vergelijkingen oplossen.
ware bewering niet ware bewering open bewering
priemgetallen priemgetal:
De financiële functie: Integrale bedrijfsanalyse©
1 Zie ook identiteit.pdf willen denkenvoelen 5 Zie ook identiteit.pdf.
Regels voor het vermenigvuldigen
ZijActief Koningslust
Het kwadraat van een getal
Rekenen 18 maart.
Machten vermenigvuldigen HAVO
Wiskunde Blok 5 les 17.
Transcript van de presentatie:

voorbeeld a5a · 4b = 20ab b-5a · 4a = -20a 2 c-2a · -6a = 12a 2 d5a · -b · 6c = -30abc e-5b · 3a · -2 = 30ab f-2 · -a = 2a opgave 1 a7a + 8a = 15a b6a – 3a = 3a c7p – p = 6p d3p + 5q = k.n. 8.1

opgave 7 a3 · 4a + 5 · 2a = 12a + 10a = 22a b-3a · 4b + 2a · -3b = -12ab – 6ab = -18ab c-3a + 4b + 2a + 3b = -a + 7b d-3a · 3b + 2a · 3b = -9ab + 6ab = -3ab e-3a – 3b + 2a – 3b = -a – 6b f-3a · -3b + 2a · -3b = 9ab – 6ab = 3ab eerst vermenigvuldigen dan optellen 8.1

opgave 13 a5(a + c) = 5a + 5c b8(2a + b) = 16a + 8b ca(3b + c) = 3ab + ac dx(2y + 3) = 2xy + 3x e1½(4x + 2y) = 6x + 3y f2p(q + 1) = 2pq + 2p a(b + c) = ab + ac 8.2

opgave 17 a-4(x + 2y) = -4x – 8y b4(x – 2y) = 4x – 8y c-4(x – 3) = -4x + 12 d-4(2x + 8) = -8x – 32 e-(2x – 3) = -2x + 3 f-(2x + 3) = -2x · 2x -1 · · 2x -1 ·

opgave 20 a3a – 2(a + 6) = 3a – 2a – 12 = a – 12 b3 + a – 2(a + 6) = 3 + a – 2a – 12 = -9 – a c3(a – 1) – (a – 8) = 3a – 3 – a + 8 = 2a + 5 d3(a – 1) – 2a + 8 = 3a – 3 – 2a + 8 = a · 1a

Rekenen met machten 3 5 = 3 · 3 · 3 · 3 · 3 = 243 Een macht is een product van gelijke factoren. Volgorde bij berekeningen 1Bereken wat binnen de haakjes staat. 2Machtsverheffen. 3Vermenigvuldigen en delen van links naar rechts. 4Optellen en aftrekken van links naar rechts macht grondtal exponent opgave 30 a2 3 · 5 = 8 · 5 = 40 b2 · 5 3 = 2 · 125 = 250 c2 3 – 5 3 = 8 – 125 = -117 d(5 – 2) = = =

opgave 32 b(-2) 4 = -2 · -2 · -2 · -2 = 16 c-2 4 = -2 · 2 · 2 · 2 = -16 h(-3) 3 = -3 · -3 · -3 = -27 i-3 3 = -27 Voorbeelden e5 + (-2) 4 = = 21 f5 – 2 4 = 5 – 16 = -11 g(-1) 6 – 3 3 = 1 – 27 = -26 h12 – (-2) 3 = = = 20 En nu kan het sneller.

Voorbeeld

(-2) (-2) 5

De wetenschappelijke notatie = 1,23 · = 1,23 · wordt in de wetenschappelijke notatie geschreven als 4,56 · 10 5 komma verschuift 8 plaatsen komma verschuift 5 plaatsen tussen 1 en

opgave 47 a = 4,8 · = 4,8 · 10 5 b = 9 · = 9 · c = 1,8 · 10 8 d = 1,525 · 10 5 e158 = 1,58 · 10 2 f5390 = 5,39 · 10 3 opgave 49 a5,7 · 10 5 = 5,7 · = b1,236 · 10 4 = 1,236 · = c4,28 · 10 5 = d3,2 · 10 2 =

Machten vermenigvuldigen a 4 · a 3 = a · a · a · a · a · a · a = a 7 Bij het product van machten met hetzelfde grondtal moet je de exponenten optellen. Het grondtal blijft gelijk. 2a 2 · 4a 3 = 2 · 4 · a 2 · a 3 = 8a 5 4 factoren3 factoren = 7 vermenigvuldigen optellen 8.5

opgave 54 ab 5 · b 8 = b 13 bx · x 4 = x 5 cx 3 · x 5 · x = x 9 dx 5 · x · x · x 2 = x 9 ep 8 · p 9 = p 17 fp · p · p = p

Extra opgave a 3 · 2a = 2a42a4 2a · a 2 = 2a32a3 a 2 · -4a = -4a 3 2a 4 · 2a 3 = 4a74a7 2a 3 · -4a 3 = -8a 6 4a 7 · -8a 6 = -32a 13

Machten optellen In gelijksoortige termen komen precies dezelfde letters met dezelfde exponenten voor. Alleen gelijksoortige termen kun je samennemen. a7a 3 + 5a 3 = 12a 3 b3a 2 – 9a 2 = -6a 2 c4a 4 – a 4 = 3a 4 d8b 8 – b 8 = 7b 8 e c 5 – 5c 5 = -4c 5 f12d 2 + 3d 2 = 15d 2 opgave

De macht van een product Bij een macht van een product neem je elke factor tot die macht. opgave 67 a(ab) 7 = a 7 b 7 b(pq) 12 = p 12 q 12 c(-4x) 2 = (-4) 2 · (x) 2 = 16x 2 d(abc) 9 = a 9 b 9 c 9 e(-3a) 3 = (-3) 3 · (a) 3 = -27a 3 8.6

De macht van een macht Bij de macht van een macht moet je de exponenten vermenigvuldigen. opgave 72 a(2a 2 ) 3 = 2 3 · (a 2 ) 3 = 8a 6 b(-3a 3 ) 3 = (-3) 3 · (a 3 ) 3 = -27a 9 c(ab 2 ) 3 = a 3 · (b 2 ) 3 = a 3 b 6 opgave 70 a(a 2 ) 6 = a 12 b(b 5 ) 2 = b 10 c(a 4 ) 3 = a