Hoofdstuk 2: § 2.1: Procenten

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
H20:Voorraadwaardering
Advertisements

Procenten Als je deze uitleg stap voor stap volgt, kun je na afloop prima rekenen met procenten Elke keer als je klaar bent met lezen, klik je op een toets.
KWALITEITSZORG november 2012
Voorraadwaardering Technische en economische voorraad FIFO methode
Rekenen met procenten Rekenen met procenten.
H 29: Kostprijs bij heterogene producten
Rekenwerk Alle mogelijkheden die je tegenkomt.
Presentatie cliëntenonderzoek. Algemeen Gehouden in december 2013 (doorlopend tot eind januari) DoelgroepVerzondenOntvangen% LG wonen en dagbesteding.
H 22: Kosten van een duurzaam produktiemiddel (dpm)
Een volledig voorbeeld
NEDERLANDS WOORD BEELD IN & IN Klik met de muis
Uitgaven aan zorg per financieringsbron / /Hoofdstuk 2 Zorg in perspectief /pagina 1.
Indexcijfers indexcijfers zijn geen percentages!
H 15: Samengestelde interest
Opdracht Gerealiseerde omzet 125%
Duurzaamheid en kosten
Proef- en de saldibalans
H 27: Kostprijs bij homogene productie.
dy dx De afgeleide is de snelheid waarmee y verandert voor x = xA
Global e-Society Complex België - Regio Vlaanderen e-Regio Provincie Limburg Stad Hasselt Percelen.
Overheidsinterventie 2
Wat moet je leren: Heel hoofdstuk 3, behalve paragraaf 5
Ronde (Sport & Spel) Quiz Night !
De kolommenbalans De kolommenbalans bestaat uit: de proefbalans
Balans Textra Gebouwen€ Eigen vermogen€ Inventaris€ Lening€ Machine€ % Hypothecaire lening€ Bedrijfsauto€
Verkoopresultaat Niveau 3 Kerntaak 5 Blz. 63.
Rekenen met procenten Rekenen met procenten.
3 mavo Betekenis van dit percentage bespreken..
De toets data 2kb juni 2kc juni 2kd 20 juni 2ke 17 juni   2ma 19 juni
Kb.1 Ik leer op een goede manier optellen en aftrekken
In het jaar 2007 kon je dit kopen voor €100: In het jaar 2012 kon je dit kopen voor €100: Koopkracht = Het geld wordt minder waard.
H 22: Brutowinstopslagmethode
Nooit meer onnodig groen? Luuk Misdom, IT&T
REKENEN.
Elke 7 seconden een nieuw getal
Regels voor het vermenigvuldigen
Lineaire functies Lineaire functie
Regelmaat in getallen … … …
De grafiek van een lineair verband is ALTIJD een rechte lijn.
Regelmaat in getallen (1).
Oefeningen F-toetsen ANOVA.
Wat levert de tweede pensioenpijler op voor het personeelslid? 1 Enkele simulaties op basis van de weddeschaal B1-B3.
Agenda  Lessen (6)  tot  hs 30
2.1 Procenten en promillages
Bewegen Hoofdstuk 3 Beweging Ing. J. van de Worp.
Inkomen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid
In dit vakje zie je hoeveel je moet betalen. Uit de volgende drie vakjes kan je dan kiezen. Er is er telkens maar eentje juist. Ken je het juiste antwoord,
Inkomen les t/m 75 plus Zelftest Kennisvragen.
A5 Management & Organisatie
Lesplanning – paragraaf 7 blz. 38
Een verandering = -Een afname -Een toename (nieuwe bedrag – oudste bedrag) : oudste bedrag X 100 =...%
Wat moet je leren: Heel hoofdstuk 3, behalve paragraaf 5
Pietje heeft op 1 januari 2008 een bedrag van € 400 op een spaarrekening gezet. De rente is 3,5%. Hij laat de rente op de rekening staan. Op 1 januari.
Lesplanning – paragraaf 7 blz. 38 Binnenkomst Intro Vragen huiswerk Uitleg docent Zelfstandig werken, met radio?? Afsluiting van de les. Lokaal verlaten.
Lesplanning 3.2 blz Binnenkomst Intro Nakijken 3.1, klaar? Dan alvast 3.2 maken Uitleg 3.2 Gezamenlijk lezen blz Zelfstandig werken,
SAMENWERKING WO EN HBO BIJ AANSLUITINGSONDERZOEK V0-HO Rob Andeweg DAIR 7 en 8 november 2007.
Cijfers Zorg en Gezondheid
EFS Seminar Discriminatie van pensioen- en beleggingsfondsen
Hoe gaat dit spel te werk?! Klik op het antwoord dat juist is. Klik op de pijl om door te gaan!
Eerst even wat uitleg. Klik op het juiste antwoord als je het weet.
Huiswerkoplossings Les 22.
Voorlopige overslagcijfers 2009 Hans Smits President-directeur Havenbedrijf Rotterdam 30 december 2009.
Op reis naar een dierentuin
Hoofdstuk 9 havo KWADRATEN EN LETTERS
STIMULANS KWALITEITSZORG juni 2014.
Gebruik grafische rekenmachine bij M&O via de TVM-solver
Culturele Atlas 2004 Gelderland en Overijssel. Culturele Atlas, Enschede ( 76)Apeldoorn ( 92) Zwolle (121)Nijmegen
Stap 3; Constant of Variabel?
Exploitatiebegroting Deel 2
Transcript van de presentatie:

Hoofdstuk 2: § 2.1: Procenten Voorbeeld A: Bereken 5% van 193 (antwoord in 2 decimalen) Mogelijkheid 1: 1% van 193 = 193/100 = 1,93 5 x 1,93 = 9,65 Onthouden! Bijvoorbeeld 5 % van……….. dan is datgene wat ná “van” komt altijd 100%!!! Mogelijkheid 2: kruistabel 100% 5% 193 (5 x 193)/100 = 9,65 Mogelijkheid 3: * Sneller is 0,05 x 193 = 9,65

Voorbeeld B: Bereken: 1: 8,4 % van 196 2: 12,89 % van 34 3: 36 = …..% van 49 4: 128.750 = ………………. van € 3.640.000 5: 9,2 % van 184 = ……..% van 67 6: ………% van 369 = 12,8% van 566 Antwoorden in 2 decimalen nauwkeurig. Antwoorden: 1: 0,084 x 196 = 16,46 2: 0,1289 x 34 = 4,38 3: (36/49) x 100% = 73,47% 4: (128.750/3.640.000) x 100% = 3,54% 5: 0,092 x 184 = 16,93 (16,93/67) x 100% = 25,27% 6: 0,128 x 566 = 72,45 (72,45/369) x 100% = 19,63%

Voorbeeld C: Omzet € 18 Inkoopwaarde _-/- € 12 Brutowinst € 6 Alle kosten -/- € 4,50 Nettowinst € 1,50 Voorbeeld C: 1: Bereken de brutowinst als percentage van de omzet. 2: Bereken de brutowinst als percentage van de inkoopwaarde. 3: Bereken de nettowinst als percentage van de omzet. Deze onderneming wenst een nettowinst van 20% van de inkoopwaarde 4: Bereken in dat geval de kosten als percentage van de omzet. 1: (6/18) x 100% = 33,33% 2: (6/12) x 100% = 50% 3: (1,5/18) x 100% = 8,33% 4: * de nettowinst moet zijn 20% van 12 = € 2,4 * dan mogen de kosten niet hoger zijn dan € 3,60 * (3,6/18) x 100% = 20%

Voorbeeld D: Kwartaal Bierverbruik 1e 825.000 liter 2e 1.600.000 liter 1: Bereken het bierverbruik in het 2e kwartaal als percentage van het totale bierverbruik. 2: Bereken het bierverbruik in het 3e kwartaal als percentage van het bierverbruik in het 1e kwartaal. 3: Bereken de procentuele verandering van het bierverbruik in het 4e t.o.v. het 1e kwartaal. 1: (1.600.000/7.200.000) x 100% = 22,22% 2: 3.550.000/825.000 x 100% = 430,30% 3: (1.225.000 – 825.000) /825.000 = 0,4848 x 100% = 48,48%

* Procentuele verandering De procentuele verandering bereken je m.b.v. de formule ((Nieuw – Oud)/Oud) x 100% Gebruik wel het goede gegeven voor Oud en het goede gegeven voor Nieuw. Dus goed lezen! * Promilage 8% = 8 van 100; in decimalen dus 0,08 8‰ = 8 van 1.000; in decimalen dus 0,008 Bereken: 1 - 12‰ van 230 2 - 136‰ van 3.800.000 3 - 64,8 ‰ van 34,96 Antwoorden: 1 - 12/1000 x 230 = 2,76 2 - 136/1000 x 3.800.000 = 516.800 3 - 64,8/1000 x 34,96 = 2,27

§ 2.1: Indexcijfers definitie: verhoudingsgetallen waarbij het (zelf)gekozen basisjaar indexcijfer 100 krijgt en alle andere jaren naar verhouding verrekend worden. indexcijfers zijn geen percentages! voordeel: je kunt snel de ontwikkeling zichtbaar maken van datgene wat je in indexcijfers uitdrukt Voorbeeld 1: De prijs van een bepaald type auto bedraagt in 2006 € 28.300. Het basisjaar was 2004 met een bijbehorende prijs van € 25.000. Wat is het indexcijfer voor 2006?

Methode 1: 25.000 = 100 28.300 = ? Kruistabel! (100 x 28.300)/25.000 = 113,2 Prijs 25.000 28.300 Index 100 Methode 2: 25.000 = 100 250 = 1 28.300/250 = 113,2 Er zijn nog wel meer berekeningswijzen. Wellicht weet jij een betere of snellere manier. Kies je eigen manier en blijf daarbij!

Moet je altijd het basisjaar weten?............................ Nee! Voorbeeld 2: Jaar Aantal leerlingen Index 1960 825 ? 1970 987 1980 1.122 136,0 Bereken de ontbrekende indexcijfers 1.122 = 136……………………(1122/136) x 100 = 825 leerlingen dus 825 leerlingen is het aantal leerlingen in het basisjaar en krijgt dus indexcijfer 100 (1960 dus) 825 = 100 8,25 = 1 (987/8,25) x 100 = 119,6 (1970 dus!)

Er is een verband tussen afzet, verkoopprijs en omzet: Afzet x verkoopprijs = omzet Omzet/afzet = verkoopprijs Omzet/verkoopprijs = afzet Voorbeeld 3: Jaar Afzet Index Verkoopprijs Omzet 2008 8.000 100,00 € 13,50 A B 135,00 2009 9.600 C D 118,75 € 136.800 E 2010 F 132,60 G H I 212,16 Bereken de waarden van A t/m I, zo mogelijk in 2 decimalen nauwkeurig.

Jaar Afzet Index Verkoopprijs Omzet 2008 8.000 100,00 € 13,50 112,50 € 108.000 135,00 2009 9.600 120,00 € 14,25 118,75 € 136.800 171,00 2010 10.608 132,6 € 16,00 133,33 € 169.728 212,16 B = 8.000 x 13,50 = € 108.000 108.000 = index 135….. Index 100 = € 80.000 E = (136.800/80.000) x 100 = 171,00 I = (80.000/100) x 212,16 = € 169.728 C = (9.600/8.000) x 100 = 120,00 F = (8.000/100) x 132,6 = 10.608 D = 136.800/9.600 = € 14,25 € 14,25 = 118,75……………€ 12 = index 100 A = (13,50/12) x 100 = 112,50 G = 169.728/10.608 = € 16 H = (16/12) x 100 = 133,33

Jaar Afzet Index Verkoopprijs Omzet 2008 8.000 100,00 € 13,50 112,50 € 108.000 135,00 2009 9.600 120,00 € 14,25 118,75 € 136.800 171,00 2010 10.608 132,6 € 16,00 133,33 € 169.728 212,16 Bereken de procentuele verandering in 2010 t.o.v. 2008 m.b.t de afzet. Maakt het uit of ik van de afzetcijfers uitga of de afzetindexcijfers?......Nee! afzetcijfers……. (10.608 – 8.000)/8.000 = 0,326 x 100% = 32,6% stijging afzetindexcijfers…….. (132,6 -100)/100 = 0,326 x 100% = 32,6 stijging Bereken de procentuele verandering van de omzet in 2009 t.o.v. 2010 omzetcijfers….(136.800 – 169.728)/169.728 = - 0,194 x100% = 19,4% daling omzetindexcijfers……. (171,00 – 212,16)/212,16 = - 0,194 x 100% = 19,4% daling