Scheikunde II Prof. Dr. I. De Vynck Prof. Dr. M.-F. Reyniers

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Optellen en aftrekken tot 20
Advertisements

Er zit een gat in m’n emmer 1
Extractie Extractie: Scheiding op basis van de oplosbaarheid van een component in twee niet-mengbare fasen Vaste stof/vloeistof Vloeistof/vloeistof Experimentele.
Leer de namen van de noten 1
Materie, energie en leven
Stagedagboek IAB opleiding - 16/02/2013.

Ronde (Sport & Spel) Quiz Night !
KOOLSTOFCHEMIE organische chemie
Reacties waarbij elementen betrokken zijn
Zuivere stoffen en mengsels
Klinische Chemie Leereenheid 4 Evelien Zonneveld 15 december 2005.
Carbonzuren Copyright © 2007 by Pearson Education, Inc.
Leer de namen van de noten 2
OH – groep = hydroxylgroep
CHEMISCH WEBEXPERIMENT. 2Woudschoten 1 november 2013 Hans van Dijk coordinator Lisette van Rens leerling / leraar materialen ervaringen in de klas Woudschoten.
Synthetische Ethanol Academiejaar: /12/2008.
Blok 2 les 1.









MICROBIOLOGIE - DEEL I - Prof. Dr. ir. J. Swings LES 6 « Biology of Microorganisms », 9de ed. (2000)
Het kloppend maken van reactievergelijkingen
Zuren en Basen Introductie Klas 5.
Zuren en basen Zure stoffen kennen we allemaal: azijn of citroen
Reacties waarbij elementen betrokken zijn
5 VWO Hst 8 – zuren en basen.
Chemisch rekenen In de derde klas hebben we bij scheikunde geleerd met massaverhoudingen te rekenen. Nu gaan we de reactievergelijkingen gebruiken om.
De theorie van Brønsted
Werken aan Intergenerationele Samenwerking en Expertise.
Breuken-Vereenvoudigen
PLAYBOY Kalender 2006 Dit is wat mannen boeit!.
5 VWO Hst 8 – zuren en basen.
Chronologie van maatregelen tegen de joden in het Derde rijk
2.Fijnstructuur van moleculen 2.2 Soorten bindingsmodellen
Opstellen reactievergelijkingen
A H M F K EB C x 87 Afwenden bij A en C, openen en doorlaten (rechtshouden, 1e peloton, dames tussendoor).
A H M F K EB C x 91 Van hand veranderen voor de X splitsen en Rechangeren. Met de nieuwe partner op.
A H M F K EB C x 85 Korte zijde bij C 2 e secties volte 14 m en op afstand komen ( 0,5 rijbaan)
A H M F K EB C x 92 Galop Binnenruiters grote volte bij A en C -partnerruil- Volgende korte zijde in.
ZijActief Koningslust 10 jaar Truusje Trap
De chemie met moleculen opgebouwd rond een koolstof ‘skelet’
Voorrangsregels bij rekenen (1)
ECHT ONGELOOFLIJK. Lees alle getallen. langzaam en rij voor rij
Watervogels herkennen
Auteur: Hans Op het Roodt – naSK2 - docent
De financiële functie: Integrale bedrijfsanalyse©
1 Zie ook identiteit.pdf willen denkenvoelen 5 Zie ook identiteit.pdf.
Berekeningen aan zuren en basen
Reactiemechanismen.
ZijActief Koningslust
Duurzaam bouwen Het geïsoleerde metalen dak 1. 2.
KOOLSTOFCHEMIE organische chemie
Tuinvogels herkennen.
Alkaanzuren Copyright © 2007 by Pearson Education, Inc.
KOOLSTOFCHEMIE organische chemie
Bindingstypen en eigenschappen van stoffen
Toepassingen van evenwichten
Reactiemechanismen Nova VWO 5 Hoofdstuk 10.
INTRODUCTIECURSUS BOUWCHEMIE HOOFDSTUK 5: ORGANISCHE CHEMIE.
Week 3 Hoofdstuk 7.3.
Transcript van de presentatie:

Scheikunde II Prof. Dr. I. De Vynck Prof. Dr. M.-F. Reyniers 2 ste semester 2002 - 2003 hoorcollege5

Belangrijke types chemische reacties Scheikunde II Belangrijke types chemische reacties hoorcollege5

1. Substitutiereacties nucleofiel elektrofiel radicalair 2. Additiereacties nucleofiel elektrofiel radicalair 3. Eliminatiereacties 4. Omleggingsreacties 1,2 hydrideshift 1,2 methylshift hoorcollege5

alifatische nucleofiele substitutie Alifaten = niet-aromatische verbindingen vb.: alkanen, alkenen, alkynen, cylco-alkanen… alifatische nucleofiele substitutie 1 -binding sp3C-X  1 -binding sp3C-Y Y = nucleofiel, intredende groep X = uittredende groep of “leaving” groep Timing: twee extremen 1. Twee-stapsreactie: eerst breking C-X dan vorming C-Y, SN1 2. Eén-stapsreactie: simultaan breken C-X en vorming C-Y, SN2 hoorcollege5

SN2-type: nucleofiele substitutie 2de orde sp3 TPB sp3 één-stapsmechanisme inversie van configuratie reactiviteit R-X: methyl > primair > secundair > tertiair reactiviteit R-X: I > Br > Cl > F (zwakste base = beste uittredende groep) hoorcollege5

2. Nucleofiele substitutiereacties SN2-type: nucleofiele substitutie 2de orde mechanisme stereochemie sterische effecten “leaving” capaciteit nucleofielen & nucleofiliciteit SN1-type: nucleofiele substitutie 1ste orde SN1 versus SN2 hoorcollege5

nucleofiliciteit meten r voor CH3I + nucleofiel in methanol t.o.v. neutrale moleculen zijn zwakke nucleofielen vuistregel: basesterkte   nucleofiliciteit  LET OP: SOLVENT!!! hoorcollege5

polair protisch solvent dipolair aprotisch solvent Vb.: water, methanol, ethanol, azijnzuur, mierenzuur... Vb.: DMSO, aceton, DMF hoorcollege5

polair protisch solvent basesterkte   nucleofiliciteit  F-: best gesolvateerd kleine ionen worden beter gesolvateerd dan grotere ionen hoorcollege5

dipolair aprotisch solvent basesterkte   nucleofiliciteit  anionen worden niet gesolvateerd  anionen zeer reactief hoorcollege5

polarizeerbaarheid   nucleofiliciteit  Afmeting atoom hoorcollege5

hoorcollege5

2. Nucleofiele substitutiereacties SN2-type: nucleofiele substitutie 2de orde SN1-type: nucleofiele substitutie 1ste orde mechanisme stereochemie sterische effecten solventeffecten SN1 versus SN2 hoorcollege5

Rd++… Xd -- mechanisme d- d+ SBS = unimoleculair enkel R-X betrokken in vorming TTS hoorcollege5

Stap 1: vorming carbenium ion = SBS; traag sp3  sp2 C+: planair Stap 2: nucleofiele aanval op C+; snel alkyloxonium ion sp2  sp3 Stap 3: snelle zuur-base reactie hoorcollege5

2. Nucleofiele substitutiereacties SN2-type: nucleofiele substitutie 2de orde SN1-type: nucleofiele substitutie 1ste orde mechanisme stereochemie sterische effecten solventeffecten SN1 versus SN2 hoorcollege5

retentie inversie stereochemie SN1  racemisatie C+: planair hoorcollege5

inversie retentie racemisatie Experimenteel: geen volledige racemisatie wegens afscherming van C+ door X-  meer inversie hoorcollege5

2. Nucleofiele substitutiereacties SN2-type: nucleofiele substitutie 2de orde SN1-type: nucleofiele substitutie 1ste orde mechanisme stereochemie sterische effecten solventeffecten SN1 versus SN2 hoorcollege5

tertiair > secundair > primair > methyl Sterische effecten meten r van  R-X voor hydrolyse in SN1 condities R-X + H2O  R-OH + H-X in HCOOH Reactiviteit  tertiair > secundair > primair > methyl hoorcollege5

reactiviteitsvolgorde SN1 >< reactiviteitsvolgorde SN2 stabiliteit carbenium ion  reactiviteit in SN1  reactiviteitsvolgorde SN1 >< reactiviteitsvolgorde SN2 hoorcollege5

Ea vorming tertiair C+ <<< Ea vorming primair C+ H3C+ + X- Ea (CH3)3C+ + X- Ea (CH3)3C- X H3C- X hoorcollege5

2. Nucleofiele substitutiereacties SN2-type: nucleofiele substitutie 2de orde SN1-type: nucleofiele substitutie 1ste orde mechanisme stereochemie sterische effecten solventeffecten SN1 versus SN2 hoorcollege5

Polariteit  Reactiviteit  solventeffecten  = maat voor polariteit solvent hoorcollege5

TTS apolair solvent polair solvent d+ d - d++ d - - + - stabiliseert TTS hoorcollege5

geringe stabilisatie R-X apolair solvent polair solvent ++ - - ++ - - stabilisatie TTS (CH3)3C+ + X- Ea (CH3)3C+ + X- Ea (CH3)3C- X (CH3)3C- X geringe stabilisatie R-X hoorcollege5

hoorcollege5

2. Nucleofiele substitutiereacties SN2-type: nucleofiele substitutie 2de orde SN1-type: nucleofiele substitutie 1ste orde SN1 versus SN2 hoorcollege5

hoorcollege5

hoorcollege5

Examenstof theorische kennis (collegenota’s + hoorcollege) terminologie: p I-1 t.e.m. p I-7 SN2: p I-7 t.e.m. p I-14 SN1: p I-15 t.e.m. p I-20 SN1 versus SN2: p I-20 belangrijke vaardigheden herkennen reactietype bepalen relatieve stabiliteit radicalen/carbeniumionen/carbanionen uitschrijven reactiemechanisme SN1/SN2 bepalen relatieve nucleofiliciteit/leaving capaciteit bepalen van structuureffect van R-X op SN1/SN2 herkennen polair protisch solvent/dipolair aprotisch solvent bepalen solventinvloed op SN1/SN2 hoorcollege5

1. Substitutiereacties nucleofiel elektrofiel radicalair 2. Additiereacties nucleofiel elektrofiel radicalair 3. Eliminatiereacties 4. Omleggingsreacties 1,2 hydrideshift 1,2 methylshift hoorcollege5

Belangrijke types chemische reacties 1. Terminologie 2. Nucleofiele substitutiereacties 3. Elektrofiele substitutiereacties 4. Elektrofiele additiereacties 5. Eliminatiereacties 6. Radicaalreacties hoorcollege5

aromatische elektrofiele substitutie 1 -binding aromatisch sp2C-H  1 -binding aromatisch sp2C-E E = elektrofiel hoorcollege5

aspirine aspro ibuprofen neurofen hoorcollege5

3. Electrofiele substitutiereacties Mechanisme Effect van substituenten op reactiviteit & oriëntatie hoorcollege5

SBS areniumion hoorcollege5

Friedel-Craftsreactie brominering Friedel-Craftsreactie nitrering sulfonering alkylering Friedel-Craftsreacties acylering hoorcollege5

positieve lading in areniumion is gedelokaliseerd katalysator SBS Benzeen-Br-areniumion positieve lading in areniumion is gedelokaliseerd hoorcollege5

3. Electrofiele substitutiereacties Mechanisme Effect van substituenten op reactiviteit & oriëntatie hoorcollege5

X  H reactiviteit  invloed op snelheid EAS  invloed op aanvalsplaats van E oriëntatie; regioselectiviteit hoorcollege5

hoorcollege5

Verklaring: inductieve & resonantie effecten 20-25 maal sneller dan benzeen 107 maal trager dan benzeen Verklaring: inductieve & resonantie effecten zie oefeningenles hoorcollege5

Examenstof theorische kennis (collegenota’s + hoorcollege) EAS mechanisme: p I-20 t.e.m. p I-22 EAS substituentinvloeden: geen rechtstreekse theorievragen belangrijke vaardigheden uitschrijven reactiemechanisme EAS (+ vorming elektrofiel) herkennen/bepalen substituent  invloed reactiviteit/orientatie hoorcollege5