Oefenvragen Hst. 3 paragraaf 1 t/m 3.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Energieborrel Klimaatwijken
Advertisements

Klimaatquiz Als 500 leerlingen een jaar lang geen aluminiumfolie gebruiken om hun boterhammen te verpakken, besparen ze energie. Hoeveel? a) De energie.
Diagnostische toets Energie
Met energie kun je dingen doen.
Warme Truiendag quiz 2013.
Elektriciteit.
Warmte Hoofdstuk 4 Nova Klas 2V.
Vermogen 1.
Stoffen gaan niet verloren
Diagnostische toets Energie
Lading Lading is een grootheid met symbool Q. De eenheid is de coulomb met symbool C.
Energie Water stroomt.
3T Nask1 Hoofdstuk 1 Elektriciteit
Hoofdstuk 6 Elektriciteit
Elektriciteit.
Energie: Grootheden en eenheden
Ieder apparaat verbruikt energie ! JE MOET IN STAAT ZIJN OM DE
Oefenen PW.
Energie.
Warmte herhaling hfd 2 (dl. na1-2)
Energie en Warmte Samenvattend….
Vraag 28 Verzamel eerst de gegevens: P = 80 W t = 8,5 minuut = 8,5 x 60 = 470 seconden m = 200 gram water c = 4,2 J/g.°C ∆T = 37 – 7 = 30 °C Maak eventueel.
Neem onderstaande tabel over en vul hem in:
5.1 Definitie van vermogen
De tafel van….
Herhaling Energie berekeningen
Warmte inhoud 1. Inleiding (deze les dus) 2. Warmtecapaciteit
Samenvatting H 5 Nova klas 2
Kilometer per uur.
Newton - HAVO Arbeid en energie Samenvatting.
Elektrische energie en vermogen
Warmte.
Energiesoorten bewegingsenergie elektrische energie
Gemaakt door: Josine Stremler & Simone ter Stege Klas: G2D
Bart van Wijngaarden Edwin Alblas
Lynsey Jordaans & Marie-Louise Alblas
Welke energiebronnen op aarde zijn beperkt?
Elektrische arbeid en vermogen
Elektrische stroom? Gemaakt door J. Luijten.
Tijd, afstand, snelheid.
NATUURKUNDE’ Paragraaf 6.4
Warmte. Warmte Warmte verwarmen kost energie in de vorm van warmte smelten kost warmte verdampen kost warmte afkoelen levert energie in de vorm van.
Deel 2 Energie: bronnen en soorten
Elektriciteit Deel 4 Waterstromen Energie Omzetting Ing W.T.N.G. Tomassen.
Energie: Grootheden en eenheden
Duurzame Energie Dinant Bauer.
 Drie soorten opgaven: ◦ vanuit de prijs exclusief btw ◦ vanuit een btw-bedrag ◦ vanuit de prijs inclusief btw.
Met energie kun je dingen doen.
Elektriciteit.
Milieu & Ruimte Artcadia By: Britney, Lynn, Aida, Pien & Ilonka Het licht gaat branden (‘s avonds) omdat ook overdag de windmolentjes draaien. De windmolen.
Ieder apparaat verbruikt energie ! JE MOET IN STAAT ZIJN OM DE
Een frituurpan met een vermogen van 2200 W staat anderhalf uur aan
Hoofdstuk 2 - Elektriciteit
E = P × t.
Zonnepanelen Kosten & Baten.
Deel 3 Energieomzetting
100% BRANDSTOF ENERGIE 100% WARMTE 36% UITLAATGAS 33% KOELWATER
§4.1 LEERDOELEN Uitleggen van de begrippen: stroomkring, stroommeter/-sterkte, geleiders, spanningsbron, spanningsmeter, weerstand, wet van Ohm, elektrisch.
H3 §1 Energie uit brandstoffen
Hoofdstuk 21 Metriek stelsel. Hoofdstuk 21 Metriek stelsel.
ONDERWERP 4 ENERGIEVERBRUIK
Energieomzettingen.
Mijn naam is Arie Vissers
Brandstoffen verbranden
Hoofdstuk 4 - les 2 Elektrische energie.
Brandstoffen verbranden
Hoofdstuk 2 – les 2 Warmte en temperatuur.
Naturalis 5.
Transcript van de presentatie:

Oefenvragen Hst. 3 paragraaf 1 t/m 3

Opdracht 1 Je verbrandt 12 m3 aardgas in je centrale verwarming. De verbrandingswarmte van aardgas bedraagt 32x106 J/m3. Bereken hoeveel warmte er vrijkomt in Joule

Q = ? r = 32x106 J/m3. V = 12 m3 Q = r x V Q = 32x106 J/m3 x 12 m3 Je verbrandt 12 m3 aardgas in je centrale verwarming. De verbrandingswarmte van aardgas bedraagt 32x106 J/m3. Je verbrandt 12 m3 aardgas in je centrale verwarming. De verbrandingswarmte van aardgas bedraagt 32x106 J/m3. Q = ? r = 32x106 J/m3. V = 12 m3 Q = r x V Q = 32x106 J/m3 x 12 m3 Q = 3,84 x108 J

Opdracht 2 Je verbrandt 3 m3 alcohol. Hierbij komt 6,6 x1010 J aan warmte vrij Wat is de verbrandingswarmte van alcohol in J/m3 ?

Je verbrandt 3 m3 alcohol. Hierbij komt 6,6 x1010 J aan warmte vrij Q = 6,6 x1010 J r = ? V= 3 m3 r = Q : V r = 6,6 x1010 J : 3 m3 r = 2,2 x1010 J/m3

Opdracht 3 Om 1,0 L water aan te kook te brengen is ongeveer 3,5x105 J nodig. De verbrandingswarmte van aardgas bedraagt 32x106 J/m3. Bereken hoeveel L aardgas je moet verbranden om 1,0 L water aan de kook te brengen.

Om 1,0 L water aan te kook te brengen is ongeveer 3,5x105 J nodig Om 1,0 L water aan te kook te brengen is ongeveer 3,5x105 J nodig. De verbrandingswarmte van aardgas bedraagt 32x106 J/m3. Om 1,0 L water aan te kook te brengen is ongeveer 3,5x105 J nodig. De verbrandingswarmte van aardgas bedraagt 32x106 J/m3. Je hebt dus 3,5x105 J aan warmte nodig. Dit krijg ik door aardgas te verbranden. Hoeveel aardgas moet ik verbranden? Q = 3,5x105 J r = 32x106 J/m3 V = ? V = Q : r V = 3,5x105 J : 32x106 J/m3 V = 0,0109 m3 = 10,9 dm3 V = 10,9 L 1 m3 = 1000 dm3 = 1000 L

Opdracht 4 Welke energieomzetting vindt er plaats als er een televisie aanstaat? Antwoord door middel van een energieschema.

Opdracht 5 Een spaarlamp verbruikt 60 J aan elektrische energie in 5 seconden. Wat is het vermogen van de spaarlamp uitgedrukt in Watt?

E = 60 J = 60 Ws P = ? t = 5 s P = E : t P = 60Ws : 5s P = 12W Een spaarlamp verbruikt 60 J aan elektrische energie in 5 seconden. Wat is het vermogen van de spaarlamp uitgedrukt in Watt? Een spaarlamp verbruikt 60 J aan elektrische energie in 5 seconden. Wat is het vermogen van de spaarlamp uitgedrukt in Watt? E = 60 J = 60 Ws P = ? t = 5 s P = E : t P = 60Ws : 5s P = 12W

Opdracht 6 Een televisie zet in 2 minuten 24 kJ aan elektrische energie om. Bereken het vermogen in kiloWatt.

Een televisie zet in 2 minuten 24 kJ aan elektrische energie om Een televisie zet in 2 minuten 24 kJ aan elektrische energie om. Bereken het vermogen in kW. Een televisie zet in 2 minuten 24 kJ aan elektrische energie om. Bereken het vermogen in kW. E = 24 KJ = 24000 J = 24000 Ws (of 24kWs) P = ? t = 2 min = 120 s P = E : t P = 24000 Ws : 120 s of P = 24 kWs : 120 s P = 200 W = 0,2 kW P = 0,2 kW

Opdracht 7 Een voetbalstadion heeft vier lichtmasten. Aan elke lichtmast zitten 64 lampen van elk 1,0 kW. ’s Avonds bij een wedstrijd branden de lampen twee uur. De kWh-prijs bedraagt 7 cent. Bereken de energiekosten van alle lampen samen in de twee uur dat de lichtmasten branden.

Een voetbalstadion heeft vier lichtmasten Een voetbalstadion heeft vier lichtmasten. Aan elke lichtmast zitten 64 lampen van elk 1,0 kW. ’s Avonds bij een wedstrijd branden de lampen twee uur. De kWh-prijs bedraagt 7 cent. Een voetbalstadion heeft vier lichtmasten. Aan elke lichtmast zitten 64 lampen van elk 1,0 kW. ’s Avonds bij een wedstrijd branden de lampen twee uur. De kWh-prijs bedraagt 7 cent. Eerst berekenen we het totaal aantal elektrische energie dat gebruikt is. E = ? P = 4 x 64 x 1,0 kW = 256 kW t = 2 h E = P x t E = 256 kW x 2h E = 512 kWh 1 kWh kost 7 cent 256 kWh kost 7 x 512 = 3584 cent De prijs = € 35,84