Fysische geografie van Nederland

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Aardrijkskunde Landschap en kaart.
Advertisements

Aardrijkskunde in de Tweede Fase
Reliëfvormen in België en Europa
Fysische geografie van Nederland
11 Reliëf en kaart 11.1 Hoogtelijn, hoogtezone, hoogtecijfer, kleur
Traditionele irrigatieakkerbouw in Moesson-Azië
Hoofdstuk 2 Endogene en exogene processen Paragraaf 6 t/m 8
China. China Veel mensen in een groot land Wereld in het klein Veel mensen in een groot land Kaart 13.
Invloed van omgeving (T en pH) op reacties met CO2
aardrijkskunde, een goede keus in de tweede fase havo
3 Soorten kaarten, gebruik atlas
Waar vind ik de kwaliteiten van Nationale Landschappen? Monitor Nationale Landschappen Wim Nieuwenhuizen, Hans Farjon & Arjan Koomen.
Toets Leer: Lees: Maak: Doe: Samenvatting Woordenlijst Leerstofkernen
Bodemkaart Veengebieden provincie Utrecht en
Hoofdstuk 1 De wereld ontdekken met de atlas
Fysische geografie van Nederland
Delfstoffen in Nederland H1 §4.1 Nederland in beweging
Werken met een atlas Hoe doe je het?.
Duurzaamheid en KMO’s Prof. Dr. Ingrid Molderez, Cedon Brussel, 4 maart 2013 Kauri Smart Collaboration.
Het proces van resultaatafspraken maken
Hoofdstuk 1 Reis vanaf het middelpunt van de aarde
Geologie Blz
Aardrijkskunde Olympiade 2009
De Geo voor de tweede fase
Zingen Vers 1 Ere zij God, ere zij God in de hoge,
Italië Alexander, Jarne, Ward.
Reliëfvoorstelling Universiteit Gent – Vakgroep Geografie 20/11/20021 Cartografische weergave van –Hoogten/diepten –Vormen van aardoppervlak Kwantitatieve.
aardrijkskunde, een goede keus in de tweede fase havo
Hoofdstuk 2 Afbraak en opbouw van het landschap
Graften Holle wegen Daldorpen
9 Landschap en reliëf 9.1 Wat is reliëf?
De schaal Hoe bereken je die?.
AARDRIJKSKUNDE.
Hfst 1: de wereld; Het wereldbeeld
De Geo 2e fase 4e editie Waarom, Wat en Hoe?.
Hersenmetastasen Franca Horstink Specialist ouderengeneeskunde en
Bevolking en welvaart over de wereld
Hoofdstuk 2 Aarde: Middellandse Zeegebied Paragraaf 4
Hoofdstuk 1 Aarde: landschapszones Paragraaf 4
Bedrijfsinformatiesystemen 11e editie
Bedrijfsinformatiesystemen 11e editie
AARDRIJKSKUNDE.
AARDRIJKSKUNDE.
Van zwerfstenen tot boeren op de Utrechtse Heuvelrug
Fysisch-geografische regio’s
DÉ SUCCESFACTOR… BILLBOARD.COM. ONDERZOEKSVRAAG: WAT IS DE SUCCESFACTOR? Dat ben ik gaan onderzoeken…
De naam van het land Europese landen Plaats hier je naam.
Reliëf: afwisseling van hoogten en laagten van het grondoppervlak
het ontstaan van planeet aarde
Kies aardrijkskunde in de bovenbouw!
Klimaten en vegetatietypes in Europa
International Space Station Wouter Janssen Marnic Jacobs A7 content/uploads/2008/10/iss-modules.jpg.
Landschappen van Nederland
HOOFDSTUK 3 Dorp  spookdorp. WEET JE NOG? Wat de voordelen zijn van mechanisatie voor de landbouw? Wat de nadelen zijn van mechanisatie voor de landbouw?
Inleiding Van waar komt onze rijst? Rijst in de wereld 4.
Plate Tectonics: The Unifying Theory
Hoofdstuk 4 Elektriciteit. Weerstand van een draad weerstand in een draad.
Aardrijkskunde samenvatting
6.3 De gebarsten aardkorst
Paragraaf 18 - hoofdstuk 5 Klas 3 De Geo
Op sneeuwklas in Zwitserland
Van zwerfstenen tot boeren op de Utrechtse Heuvelrug
aardrijkskunde, een goede keus in de tweede fase vwo
Hoofdstuk 1 De wereld ontdekken met de atlas
Geografie Natuurlike hulpbronne
Nederland en de rest van de wereld
Hoofdstuk 2: Herhaling Bladzijde
Hoofdstuk 2: Landschappen op aarde
HOOFDSTUK 5 Goniometrie Tangens.
Wie..Wat…Hoe? Wie ben ik? Wie zijn jullie? Wat hebben we nodig? Werkboek A en B, k, lesboek, basisboek, kleuren, rekenmachine, geo Wat gaan we doen? Hoe.
Transcript van de presentatie:

Fysische geografie van Nederland Hoofdstuk 10 Geomorfologische kaarten van Nederland van het boek De vorming van het land Geomorfologische kaarten van Nederland © Berendsen en Stouthamer, 2011

Fysische geografie van Nederland Reliëf Het reliëf wordt samen met het gesteente aangeduid als het substraat. Substraat en klimaat vormen de conditionele factoren in het landschap. Dit houdt in, dat het reliëf in sterkere mate bepalend is voor de landschapsfactoren water, bodem en vegetatie dan omgekeerd. Reliëf © Berendsen en Stouthamer, 2011

Geomorfologische kaarten geo = aarde, morfos = vorm morfografische informatie morfogenetische informatie morfometrische informatie morfochronologische informatie Geomorfologie betreft het ontstaan van de vormen aan het aardoppervlak (geo = aarde, morfos = vorm). Geomorfologische kaarten bevatten: morfografische informatie (vorm-beschrijvend) morfogenetische informatie (informatie betreffende het ontstaan) morfometrische informatie (b.v. afmetingen en steilheid van vormen) morfochronologische informatie (volgorde of tijd van het ontstaan van de vormen). Het is vaak niet goed mogelijk alle informatie tegelijk in een kaart weer te geven. © Berendsen en Stouthamer, 2011

Geomorfologische kaarten reliëf helling struktuur vorm ontstaanswijze lithologie ouderdom Elementen die deel kunnen uitmaken van een geomorfologische kaart: reliëf helling struktuur vorm ontstaanswijze lithologie ouderdom © Berendsen en Stouthamer, 2011

Figuur 10.1 Beschikbare kaartbladen van de geomorfologische kaart van Nederland per 1-1-2008. Gedrukte kaartbladen zijn sinds 1977 gepubliceerd als een gezamenlijke uitgave van de Rijks Geologische Dienst (nu TNO-NITG) en de Stichting voor Bodemkartering (later het Staring Centrum, thans Alterra). Tot 1990 was bijna 70 % van Nederland in kaart gebracht. In 1990 werd het project wegens geldgebrek stopgezet. Sinds 1997 is door Alterra verder gewerkt aan een digitaal bestand. In 2003 was de kaart landsdekkend in digitale vorm klaar. Het is daarmee de eerste landsdekkende geomorfologische kaart op deze schaal ter wereld. Bestanden worden geleverd via de Alterra Geodesk. De bladindeling van de kaart is dezelfde als van de topografische kaart van Nederland, schaal 1 : 50.000. Van de gedrukte kaarten zijn oost- en westblad samen als een dubbelblad uitgegeven. Er bestaat een legenda-boekje voor alle kaartbladen, en een toelichting op de legenda. © Berendsen en Stouthamer, 2011 5

Figuur 10.2a Deel van de legenda van de geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1 : 50.000. De hoofdingangen zijn: reliëf (reliëfklassen) en terreinvormen (vormgroepen). Naar Ten Cate & Maarleveld (1977). 1. reliëfklassen. Er worden 8 hoofdreliëfklassen (I t/m VIII) en 18 subklassen onderscheiden. 2. terreinvormen. De terreinvormen zijn ingedeeld in 15 vorm­groepen, die worden aangegeven met de letters A tot en met T. De vormgroepen worden gedefinieerd door hun uiterlijke gedaante, de hoogte ten opzichte van hun omgeving en de hellingshoek. De legenda is dus sterk morfografisch en morfometrisch van opzet. © Berendsen en Stouthamer, 2011

Figuur 10.2b Deel van de legenda van de geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1 : 50.000. De hoofdingangen zijn: reliëf (reliëfklassen) en terreinvormen (vormgroepen). Naar Ten Cate & Maarleveld (1977). 1. reliëfklassen. Er worden 8 hoofdreliëfklassen (I t/m VIII) en 18 subklassen onderscheiden. 2. terreinvormen. De terreinvormen zijn ingedeeld in 15 vorm­groepen, die worden aangegeven met de letters A tot en met T. De vormgroepen worden gedefinieerd door hun uiterlijke gedaante, de hoogte ten opzichte van hun omgeving en de hellingshoek. De legenda is dus sterk morfografisch en morfometrisch van opzet. © Berendsen en Stouthamer, 2011

Geomorfologische kaart 1: 50.000, blad Tiel © Berendsen en Stouthamer, 2011

Fragment van de geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1: 50 Fragment van de geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1: 50.000 van het rivierengebied (gegeneraliseerd). Naar Stiboka, uit Ivens & Lansu, z.j. © Berendsen en Stouthamer, 2011

Figuur 4.1 Geomorfogenetische overzichtskaart van Nederland (naar: Wetenschappelijke Atlas van Nederland, deel 13). Op geomorfologische kaarten worden de vormen aan het aardoppervlak weergegeven. Op de morfogenetische kaart op schaal 1 : 1.000.000 wordt onderscheid gemaakt in vormen die ontstaan zijn door accumulatie en vormen die ontstaan zijn door erosie. Op de originele kaart hangen de kleuren samen met de aard van de vormbepalende factoren (de genese). De intensiteit van de kleur hangt samen met het reliëf: hoe groter het reliëf, hoe feller de kleur. De op de morfogenetische kaart onderscheiden vormen worden onderverdeeld naar de belangrijkste vormbepalende factoren: denudatie en smeltwater, landijs, smeltwater, wind en water, water met en zonder getijde-invloed, veenvorming, tektoniek en mens. Op deze kleinschalige afbeelding kon dit niet op een leesbare wijze worden weergegeven. © Berendsen en Stouthamer, 2011