Overheidsinterventie 2

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
H20:Voorraadwaardering
Advertisements


Vraag en aanbod.
H 11: Eigen vermogen 11.1: aandelenvermogen 11.2: emissie van aandelen
niets is zeker, dát is zeker!
H 22: Kosten van een duurzaam produktiemiddel (dpm)
§ 27.2: De staat van baten en lasten
Vandaag.
Hoe sterk reageert de vraag op een prijsverandering
Het prijs- of marktmechanisme
Budgetlijn de verschillende combinaties van twee bestedingsmogelijkheden bij een bepaald budget.
20-03 Indelingen kosten.
3.3 Wolken en neerslag 3T Nask1 3 Het weer.
Geldschepping door banken
Verkoopresultaat Niveau 3 Kerntaak 5 Blz. 63.
Welvaartsverlies Pareto-efficiëntie.
Hoofdstuk 3: Vraag en Aanbod
6.1 Wat wordt de prijs? Winkeliers mogen zelf weten voor welke prijs ze hun producten verkopen. Hoe berekenen ze die prijs? Wat hebben vraag en aanbod.
3 mavo Betekenis van dit percentage bespreken..
Vraag & Aanbod Hoofdstuk 4: De markt
Hoe komen producten tot stand?
In het jaar 2007 kon je dit kopen voor €100: In het jaar 2012 kon je dit kopen voor €100: Koopkracht = Het geld wordt minder waard.
Productiefactor Arbeid
een onbetaalde rekening?
Hoofdstuk 2: § 2.1: Procenten
Kosten produceren - vervolg
Herhaling Examenstof M&O
Het prijs- of marktmechanisme I
REKENEN.
2.1 Procenten en promillages
Hoofdstuk 5: Loonvorming in theorie
Afschrijving aanschafprijs : levensduur kapitaalgoedlevensduuraanschafprijsjaarlijkse afschrijvingen oven8 jaar € 8000 A ijskast6 jaar B € 300 frituur.
Wat moet je leren: Heel hoofdstuk 3, behalve paragraaf 5
Overheidsinterventie 1
constante kosten, variabele kosten en marginale kosten
Overheidsinterventie 3
Wat we bereid zijn om te betalen, maar niet hoeven te betalen.
Welvaartsverlies bij subsidie
Stimulerende monetaire politiek
Goede tijden, slechte tijden
Hoeveelheidsaanpassing I
Algemene Ondernemersvaardigheden
Vandaag.
Herhaling Hoofdstuk 1.
Stap 3; Constant of Variabel?
Exploitatiebegroting Deel 2
Hoe komt de verkoopprijs van een ijsje tot stand?
HAVO/VWO Het prijsmechanisme
Balans per (na afschrijving en winstverdeling)
Het geheel van vraag en aanbod
Lesbrief Europa. Hoofdstuk 1: waar produceren Oorzaken internationale handel – Natuurlijke omstandigheden – Infrastructuur – Loonkosten/product M.b.v.
Hoofdstuk 6 Productie en markt.
Wat we bereid zijn om te betalen, maar niet hoeven te betalen.
Ingrijpen in de prijs minimum- en maximumprijzen
Welkom VWO 5..
Lesbrief Vervoer H 4.
Hoofdstuk 5 Les 2: Markten.
Welkom Havo 5..
WELVAARTSVERLIES DOOR KOSTPRIJSVERHOGENDE BELASTINGEN EN – VERLAGENDE SUSBSIDIES, MAXIMUM- EN MINIMUMPRIJZEN.
Welkom VWO 5..
Welkom VWO 5..
Hoe je een vraaglijn en aanbodlijn tekent.
Welvaartsverlies Pareto-efficiëntie.
Hoe je een vraaglijn en aanbodlijn tekent.
Overheidsinterventie
Subsidie bij volkomen concurrentie
Overheidsinterventie 2
Overheidsinterventie 1
BASISREKENVAARDIGHEDEN
BASISREKENVAARDIGHEDEN
Transcript van de presentatie:

Overheidsinterventie 2 Overheidsingrijpen bij een markt van volkomen concurrentie: producentenheffing als percentage op de prijs

Volkomen concurrentie Een korte herhaling: Marktmodel: Qv = -2P + 100 Qa = 2P - 20 Evenwichtsprijs Consumentensurplus Producentensurplus 50 Qv prijs Qa 40 C evenwichtspunt 30 P 20 10 20 40 60 80 100 hoeveelheid × 1.000

Heffing als percentage op prijs Bijvoorbeeld BTW (we nemen voor het gemak 20%). Producenten moeten dan bovenop hun prijs 20% innen en aan de overheid afdragen. Hierdoor stijgen voor de producent de kosten én dus ook zijn leveringsbereidheid. 50 Qv prijs Qa 40 30 20 10 20 40 60 80 100 hoeveelheid × 1.000

Belasting als vast bedrag p.prod. Stel dat de overheid een btw-tarief van 20% invoert. Voorheen waren bedrijven pas bereid om vanaf €10 dit product te leveren. Nu willen ze minimaal €12 ontvangen (10 voor henzelf en (20% van 10 =) 2 voor de overheid) Voorheen waren bedrijven bereid om 20.000 producten te leveren voor een prijs van €20. Nu willen ze daar minimaal (20 x 1,2 =) €24 voor ontvangen. Elke prijs die zij zélf willen ontvangen, wordt dus met 20% verhoogd! Q’a 50 Qa Qv prijs 40 30 20 10 20 40 60 80 100 hoeveelheid × 1.000

Grafisch aflezen gevolgen De heffing was 20% op de prijs Oude evenwichtsprijs: €30 Door de heffing schuift de aanbodlijn (leveringsbereidheid) overal 20% naar boven. Nieuwe evenwichtsprijs: ± €32 De consumenten betalen dus ± €2 méér dan voorheen De producenten houden ± €27 over Voor de exacte getallen moeten we echter gaan rekenen! Q’a 50 Qa Qv prijs 40 nieuwe evenwicht prijs oude evenwicht 30 opbr. prod 20 10 20 40 60 80 100 hoeveelheid × 1.000

Grafisch aflezen gevolgen - 2 Door de heffing: het consumentensuplus neemt af het producentensuplus de overheid ontvangt belasting (en zal daarmee welvaart creëren) verliezen we een stukje welvaart (Harberger-driehoek) Q’a 50 Qa Qv prijs C 40 O 30 P 20 10 20 40 60 80 100 hoeveelheid × 1.000

Heffing in procenten - wiskundig Marktmodel: Qv = -2P + 100 Qa = 2P - 20 Door de heffing moet de aanbodlijn 20% naar boven. Elke waarde van P in de aanbodfunctie moet dus met 20% worden verhoogd i.v.m. de leveringsbereidheid. Dan moeten we dus eerst weten hoeveel P nú is bij elke aangeboden hoeveelheid! Q’a 50 Qa Qv prijs 40 30 20 10 20 40 60 80 100 hoeveelheid × 1.000

Heffing vast bedrag - wiskundig Marktmodel: Qv = -2P + 100 Qa = 2P – 20 Dan moeten we dus eerst weten hoeveel P nú is bij elke aangeboden hoeveelheid!  Qa en P wisselen van plek in de formule -2P = -Q – 20 P = ½Q + 10  bij elke P komt nu 20% erbij (naar boven schuiven i.v.m. de leveringsbereidheid) P = (½Q + 10) x 1,20 P = 0,6Q + 12  Qa en P wisselen weer van plek om er weer een aanbodfunctie van te maken -0,6Q = -P + 12 Q’a = 1,67P – 20 Q’a 50 Qa Qv prijs 40 30 20 10 20 40 60 80 100 hoeveelheid × 1.000

Heffing vast bedrag - wiskundig Marktmodel: Qv = -2P + 100 Qa = 2P – 20 Q’a = 1,67P – 20 de oude evenwichtsprijs = 30 de nieuwe evenwichtsprijs = 32,73 consumenten betalen 32,73 inclusief 20% btw: 32,73 = 120% (cons.prijs) 32,73/120 = 1% 32,73/120 x 100 = 27,27 (prod.opbr) of: 32,73/120 x 20 = 5,45 (heffing) De consumenten betalen dus 50,1% van de totale heffing (ongeveer 2,73/5,45) = het afwentelingspercentage. Q’a 50 Qa Qv prijs 40 32,73 30 27,27 20 10 20 40 60 80 100 hoeveelheid × 1.000

Verwerkingsopgave Bereken: De nieuwe aanbodfunctie Marktmodel in de uitgangssituatie: Qv = -¼P + 250 Qa = ½P – 100 Invoerheffing van 40% per stuk Bereken: De nieuwe aanbodfunctie De oude en nieuwe evenwichtsprijs Het afwentelingspercentage Het verlies aan welvaart (Harberger-driehoek) 1000 Qv prijs 800 Qa 600 400 200 50 100 150 200 250 hoeveelheid × 1.000

Verwerkingsopgave De nieuwe aanbodfunctie 1000 Qv prijs Q’a 800 Qa 600 Marktmodel in de uitgangssituatie: Qv = -¼P + 250 Qa = ½P – 100 Er komt een heffing van 40% op de prijs De nieuwe aanbodfunctie  Qa en P wisselen van plek in de formule - ½P = -Q – 100 P = 2Q + 200  bij elke P komt nu 40% erbij (naar boven schuiven i.v.m. de leveringsbereidheid) P = (2Q + 200) x 1,40 P = 2,8Q + 280  Qa en P wisselen weer van plek om er weer een aanbodfunctie van te maken -2,8Q = -P + 280 Q’a = 5/14P – 100 1000 Qv prijs Q’a 800 Qa 600 400 200 50 100 150 200 250 hoeveelheid × 1.000

Verwerkingsopgave De evenwichtsprijzen Qa = Qv ½P – 100 = -¼P + 250 Marktmodel in de uitgangssituatie: Qv = -¼P + 250 Qa = ½P – 100 Q’a = 5/14P – 100 (incl. heffing) De evenwichtsprijzen  de oude evenwichtsprijs Qa = Qv ½P – 100 = -¼P + 250 3/4P = 350 P = 466,67  de nieuwe evenwichtsprijs 5/14P – 100 = -¼P + 250 0,61P = 350 P = 576,47 1000 Qv prijs Q’a 800 Qa 600 576,47 466,67 400 200 50 100 150 200 250 hoeveelheid × 1.000

Verwerkingsopgave Afwentelingspercentage Marktmodel in de uitgangssituatie: Qv = -¼P + 250 Qa = ½P – 100 Q’a = 5/14P – 100 (incl. heffing) Afwentelingspercentage de oude evenwichtsprijs = 466,67 de nieuwe evenwichtsprijs = 576,47 consumenten betalen 576,47 inclusief 40% heffing: 576,47 = 140% (cons.prijs) 576,47/140 = 1% 576,47/140 x 100 = 411,76 (prod.opbr) of: 576,47/140 x 40 = 164,71 (heffing) De consumenten betalen dus 66,67% van de totale heffing (ongeveer 110/165). = het afwentelingspercentage. 1000 Qv prijs Q’a 800 Qa 600 576,47 466,67 400 411,76 200 50 100 150 200 250 hoeveelheid × 1.000

Verwerkingsopgave Basis = heffing = 164,71 Hoogte = ? Marktmodel in de uitgangssituatie: Qv = -¼P + 250 Qa = ½P – 100 Q’a = 5/14P – 100 (incl. heffing) Welvaartsverlies, de Harberger-driehoek Opp. = ½ x Basis X Hoogte Basis = heffing = 164,71 Hoogte = ? die kunnen we uitrekenen met de evenwichtshoeveelheden Hoogte = 27(.448) Welvaartsverlies = ½ x 164,71 X 27.448 = 2,26 mln. 1000 Qv prijs Q’a 800 Qa 600 576,47 466,67 400 411,76 200 50 105,89 100 133,33 150 200 250 hoeveelheid × 1.000