Hoofdstuk 10 Handel en Marketing

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Organisatiekunde.
Advertisements

Hoofdstuk 5: Arbeidsmarkt in de EU
van verdragsbepalingen
Handel en marketing hoofdstuk 9
3.3 Nigeria in de wereldeconomie
Vrij verkeer van goederen: tarifaire belemmeringen
Vrij verkeer van goederen: tarifaire belemmeringen
Marktvormen Economie.
Hoofdstuk 11deel 2 handel en marketing
Protectionisme versus Internationale samenwerking
Ronde (Sport & Spel) Quiz Night !
Overheid beleid.
Verkoopresultaat Niveau 3 Kerntaak 5 Blz. 63.
P2.2 Landbouw en platteland in Europa
§1.2 – Euroboeren in de kou.
Chapter Five 1 A PowerPoint  Tutorial to Accompany macroeconomics, 5th ed. N. Gregory Mankiw Mannig J. Simidian ® CHAPTER FIVE The Open Economy.
Internationale handel
Inkomen Begrippen 1 t/m 5 Werkboek blz 5
7.3 Kunnen we vrij handelen?
ONTWIKKELINGSSAMENWERKING LES 3 (13.5). VN Bron
Globalisering H2.
Globalisering H2.
Internationale handel. Wisselkoersen Internationale handel Wisselkoersen Meer handel.
Hoofdstuk 2 Beginselen van de EG. Taken EG: Het instellen van een gemeenschappelijke markt (= interne markt), dat wil zeggen één enkele binnenmarkt. Het.
Werken aan Intergenerationele Samenwerking en Expertise.
Inkomen les 20 Begrippen & opgave 100 t/m Begrippen Collectieve lasten Geheel van belastingen en sociale premies.
Inkomen les 19 Begrippen & 92 t/m 99
Inkomen les 7 27 t/m 37.
Inkomen Begrippen + 6 t/m 10 Werkboek 6. 2 Begrippen Arbeidsverdeling Verdeling van het werk in een land.
Inkomen 23 Selectie 109 t/m Opdracht 109a Welke belasting betaal je Rente op de bank ad € Inkomensbelasting (VRH)
Inkomen 21 Begrippen H6. 2 Begrippen Directe belastingen Belastingen die rechtstreeks aan de overheid moeten worden betaald.
Vrij verkeer van goederen: non-tarifaire belemmeringen
Internationale vrijhandel
Goede tijden, slechte tijden
Hoofdstuk 2: Handelsbelemmeringen 1
H2 Lineaire Verbanden.
Hoeveelheidsaanpassing II
De financiële functie: Integrale bedrijfsanalyse©
8.1 Waarom handel met het buitenland?
Belasting die je moet betalen als je een product invoert.
Internationale handelspolitiek
Antwoorden herhalingsopgaven
H1. Export in Europees en mondiaal perspectief
Het geheel van vraag en aanbod
H o o f d s t u k 3 H e t W e l v a a r t s p e i l § 3.1 Werken en waar? Drie bestaansmiddelen of economische sectoren Primaire, secundaire en tertiaire.
Hoofdstuk 6 Productie.
Instructie hoofdstuk 8 Internationale ontwikkelingen.
Marketing Alle inspanningen die we doen om tegemoet te komen aan wensen en behoeften van een klant.
NEDERLAND HANDELSLAND
Instructie hoofdstuk 8 Internationale ontwikkelingen
Binnen de EU  vrijhandel
H 1 Specialisatie, vrijhandel, protectionisme
Welkom Havo 5..
3.1 PRODUCTIE.
Hoofdstuk 7.2 Les 1.
Welkom Havo 5..
Welkom VWO 5..
Havo 4 Lesbrief Vervoer.
Welkom havo 3..
Beste ath 4..
Hoofdstuk 2: Handelsbelemmeringen 1
Binnen de EU  vrijhandel
H6 Salvatore: International Economics, 10th Edition © 2009 John Wiley & Sons, Inc.
Vmbo 2 economie Goede producten?
Export &import Economie: Buitenland.
Marktvormen.
inclusief WW PROTECTIONISME Invoerrechten Strenge regels Invoerverbod Contingentering (aantal afspreken)
Nederland en de rest van de wereld
Marktgedrag.
Marktgedrag.
Transcript van de presentatie:

Hoofdstuk 10 Handel en Marketing Het spel van de handelspolitiek

Vrijhandel versus protectionisme Vrijhandel is handel die volledig plaatsvindt volgens de wetten van vraag en aanbod, zonder enige vorm van belemmering. (blz 115) Protectionisme: de handelspolitiek die als doel heeft de bescherming van de eigen industrie door middel van handelsbelemmerende maatregelen. Producten uit het buitenland worden op de een of andere manier geweerd. ( blz 116)

Voordelen van vrijhandel Efficiëntere inzet van de productiefactoren. (Je produceert daar waar het produceren het goedkoopst is.) Vergroting van de afzet (je kunt ook op de markten in het buitenland verkopen.) Stimuleert de concurrentie waardoor de prijzen dalen. Voorkomt handelsoorlogen. ( blz 115)

Economische argumenten voor protectionisme Werkgelegenheid. Tegengaan van dumping (de spullen worden aangeboden voor een prijs die lager is dan de kostprijs. Dit doe je om van productieoverschotten af te komen, een marktaandeel te verwerven of om van de concurrentie af te komen.) Infant-industry- argument: om beginnende industrie te beschermen, want al het begin is moeilijk. (blz 117)

Vervolg economische argumenten 4) Pauper-labour agument: ter bescherming tegen producten uit lage-lonen landen. 5) Het betalingsbalansargument: de betalingsbalans moet in evenwicht zijn. Dit betekent dat de uitgaven van een land aan import ongeveer gelijk moet zijn aan de inkomsten vanuit de export. 6) Inkomstenbron van de overheid: de heffingen vullen de schatkist. (blz 118)

Niet-economische argumenten voor protectionisme 1) Onafhankelijkheidsargument: een land wil niet te afhankelijk worden van het buitenland. Een eigen productie maakt je minder kwetsbaar bij oorlogen, misoogsten in het buitenland en dergelijke. 2) Milieu, gezondheid en veiligheid. Door accijnzen (een soort belasting) wordt het gebruik ontmoedigd. Denk aan accijnzen op alcohol en sigaretten. (blz 118)

Nadelig gevolg van protectionisme Het risico is groot als een land een protectionistische maatregel neemt dat een ander land een tegenmaatregel neemt. Op deze manier gaan beide landen er uiteindelijk op achteruit.

Toename protectionisme in de wereldhandel Economische teruggang. Toenemende internationale samenwerking tussen handelspartners. Vervaging van de grenzen. (blz 119)

Handelsbelemmerende maatregelen Tarifair: belemmeringen gebaseerd op invoerheffingen . Non-tarifair: alle andere maatregelen van de overheid om buitenlandse goederen van de nationale markt te weren. (blz 119)

Tarifaire handelsbelemmeingen Invoerrechten Contingenten Exportsubsidies (blz 120)

Schema bladzijde 119 van handelsbelemmeringen Op bladzijde 119 staan alle handelsbelemmeringen in een schema. In de volgende dia’s worden alle begrippen uitgelegd. Houdt het schema er dus bij als je de volgende dia’s bekijkt. ( blz 119)

Invoerrechten (andere naam is douanerechten) Vaste invoerrechten: - waarderechten: vast percentage van de douanewaarde. - specifieke rechten: vast bedrag per eenheid. Variabele invoerrechten: de hoogte van het percentage is afhankelijk van de hoogte van de prijs van het product. (blz 120)

Weetjes over invoerrechten 1) Invoerrechten kunnen voor het ene product anders zijn dan voor een ander product. 2) Kunnen voor goederen uit het ene land anders zijn dan voor goederen uit een ander land. Als dat zo is, dan spreek je van discriminatie. 3) Autonoom invoerrecht wordt door het land zelf vastgesteld. Een conventioneel invoerrecht worden door onderhandelingen in een handelsverdrag vastgesteld.

Vervolg weetjes over invoerrechten. 4) Grondstoffen worden niet of nauwelijks belast, halffabricaten tegen een hoger tarief, eindproducten worden het zwaarst belast. 5) Invoerrechten worden geheven op het moment van invoer in de EU tegen een gemeenschappelijk EU-tarief. Er is binnen de EU geen afzonderlijk douanegebied. Alle invoerrechten gaan naar Brussel. Zie als voorbeeld de tabel op bladzijde 121.

Contingenten Hoeveelheidscontingent: vastgestelde maximale hoeveelheid van een bepaald product die binnen een bepaalde periode in een land ingevoerd mag worden. Is het maximum bereikt, dan kunnen de producten gedurende dat jaar niet meer worden ingevoerd. (blz 121)

Vervolg Contingenten Waardecontingenten: het maximum van wat er mag worden ingevoerd, wordt nu in geld uitgedrukt. Tariefcontingent: er is een hoog en een laag tarief aan invoerrechten. Er mag maar een beperkte hoeveelheid het land in tegen het lage invoertarief. Als die hoeveelheid op is, geldt het hogere tarief. Bekijk het voorbeeld op blz 122.

Vrijwillige exportbeperking Om te voorkomen dat invoerlanden handelsbelemmeringen instellen, kan een uitvoerland zijn uitvoer vrijwillig beperken. Dit wordt ook wel auto-limitatie genoemd. Deze ‘vrijwillige’ exportbeperking kan bilateraal of multilateraal zijn. (Tussen twee of meerdere landen.) Als een uitvoerend land de export niet ‘vrijwillig’ beperkt, kan het invoerende land een volledige blokkade opwerpen. Er wordt dan helemaal niets meer ingevoerd. (blz 122)

Joint-ventures Deze samenwerking tussen bedrijven is bedacht om de contingenten te omzeilen. De productie van de goederen vindt dan plaats binnen het invoerende land. Er hoeft dan niet te worden ingevoerd. (zie blz 122)

Exportsubsidies Tegemoetkoming van de overheid aan de exportbedrijven om de concurrentie van deze bedrijven te vergroten op de buitenlandse markten. Voorbeelden: voordelige leningen (exportkredieten). (blz 123)

Richtlijnen voor exportsubsidies. De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) zorgt voor internationale richtlijnen voor de exportkredieten. Er geldt bijvoorbeeld een minimaal rentepercentage en een maximale leningstermijn voor een exportkrediet. (blz 123)

Non-tarifaire handelsbelemmeringen Niet financiële maatregelen van de overheid om buitenlandse goederen buiten het land te houden. Naarmate tarifaire voorschriften worden afgeschaft, verzinnen de landen vaak andere manieren om de invoer te belemmeren: Technische voorschriften Hygiënische voorschriften Douanevoorschriften (blz 124)

Voorbeelden douanevoorschriften Bewust ingewikkeld en tijdrovend maken van douaneformaliteiten. Deviezen (vreemd geldcontrole): je kunt niet aan het vreemde geld komen om de goederen te betalen. Allerlei andere manieren. (blz 124)

Marktvormen Als ondernemer kun je niet zelf de prijs bepalen. Dat gebeurt door ‘de markt’. Afhankelijk van het aantal aanbieders, aantal vragers en het soort goed, bestaan er vijf marktvormen: 1) monopolie 2) Homogeen oligopolie 3) Heterogeen oligopolie 4) Monopolistische concurrentie 5) Volledige (blz 125-127)

Schema op bladzijde 125 Homogeen goed: product is helemaal hetzelfde. Heterogeen goed: product is niet helemaal hetzelfde. Aantal aanbieders en vragers bepalen met welke abstracte markt je te maken hebt.