De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

HET JEUGDVOETBALLEERPROCES HET COACHEN EN TRAINEN VAN VOETBALLEN DSC DIEPENVEEN.

Verwante presentaties


Presentatie over: "HET JEUGDVOETBALLEERPROCES HET COACHEN EN TRAINEN VAN VOETBALLEN DSC DIEPENVEEN."— Transcript van de presentatie:

1 HET JEUGDVOETBALLEERPROCES HET COACHEN EN TRAINEN VAN VOETBALLEN DSC DIEPENVEEN

2 WAT IS VOETBALLEN? Een spel van: -Aanvallen -Verdedigen -en tussen aanvallen en verdedigen valt omschakelen Die taken noem je TEAMFUNCTIES Teamfuncties veranderen in een wedstrijd constant. Bij balbezit ben je aan het aanvallen en bij balbezit tegenstander ben je aan het verdedigen. Op het moment dat je de bal verovert of kwijt raakt ben je aan het omschakelen

3 WAT IS VOETBALLEN? Aanvallen: -Opbouwen (eigen helft/helft tegenstander) -Scoren (helft tegenstander) Verdedigen: -Storen (helft tegenstander/eigen helft) -Voorkomen van doelpunten (eigen helft)

4 GEBRUIK MAKEN VAN HANDELINGSTAAL Vaak hoor je: -We hebben geen zin! -Je loopt niet hard genoeg! -Kom op! -Pak hem aan! Kunnen kinderen hier iets mee? Wordt datgene wat fout gaat duidelijk voor ze?

5 GEBRUIK MAKEN VAN HANDELINGSTAAL Handelingstaal aanvallen: -De bal aannemen -De bal vasthouden / bij je houden -Drijven -Passeren -Koppen -Aanbieden -ruimte creëren -De achterlijn halen -Een voorzet geven -Kaatsen -Versnellen -Dribbelen -Vragenderwijs coachen

6 GEBRUIK MAKEN VAN HANDELINGSTAAL Handelingstaal verdedigen: -Ophouden -Vastzetten -Duel om de bal -Buitenspel zetten -Pressen -Jagen -Overnemen (man overnemen) -Zich in laten zakken -Druk zetten -Tackelen -Voorkomen dieptepass -Vragenderwijs coachen

7 DOELSTELLING VAN HET JEUGDVOETBALLEERPROCES (KNVB) Mini pupillen: Leren beheersen van de bal F pupillen: Doelgericht leren handelen met de bal E pupillen: Leren samen doelgericht te spelen D pupillen: Leren spelen vanuit een basistaak C junioren: Afstemmen basistaken binnen het team B junioren: Spelen als een team A junioren: Presteren als team in de competitie

8 DOELSTELLINGEN MINI PUPILLEN Aanvallen: - Het gaat om bal verplaatsen richting doel tegenstander (dribbelen, passen, aannemen, schieten  handelingstaal ) Verdedigen: -Bal mag niet in het eigen doel en getracht moet worden om de bal af te pakken. Alle spelers doen mee (doel afschermen, schot blokkeren, tegenstander achterna zitten, inhalen en tot stilstand brengen)

9 DOELSTELLINGEN F PUPILLEN Aanvallen: - Het gaat om het winnen van de wedstrijd -Eerste contouren van een teamorganisatie (achterin/voorin) -Nastreven van bedoeling, doelgerichtheid (richting) -Individueel handelen met de bal -Medespelers zijn geen tegenstanders meer Verdedigen: -Voorkomen van doelpunten -Bal mag niet meer in het eigen doel -Tussen de bal en eigen doel verdedigen - Handelen binnen de spelregels

10 DOELSTELLINGEN E PUPILLEN Aanvallen: - Samen opbouwen en kansen creëren. Keuze tussen zelf oplossing zoeken of gebruik maken van een medespeler -Samen scoren, meer oog voor spelers in de buurt van de bal -Handelingen met en zonder bal staan in relatie tot positie, richting, moment en snelheid. -Ruimte zo groot mogelijk maken in balbezit - Dieptespel gaat voor breedtespel. Breedtespel en terugspelen zijn voorwaarden voor dieptespel Verdedigen: -Samen storen om kansen tegenpartij te voorkomen (iedereen levert een bijdrage) -Samen doelpunten voorkomen (ruimte met elkaar klein maken. Druk op speler in balbezit. Kort dekken in buurt van de bal. Nuttig blijven = blijf zo lang mogelijk op de been)

11 DOELSTELLINGEN D PUPILLEN Aanvallen: -Heroriëntatie op inzicht en communicatie ivm groter veld, meer opties (11 tegen 11) en nieuwe spelregels (buitenspel) -Optimale veldbezetting (onderlinge afstanden niet te groot) -Dieptespel gaat voor breedtespel. Breedtespel en terugspelen zijn voorwaarde voor dieptespel. Verdedigen: -Iedereen levert een bijdrage (verdedigen begint voorin!) -Ruimte met elkaar zo klein mogelijk maken -Druk zetten op speler met de bal -Introductie ruimte en rugdekking verder van de bal vandaan -Nuttig blijven (niet instappen, rugdekking geven, pas sliding als het echt niet meer anders kan) Omschakelen: -Snelle betrokkenheid van iedere speler zowel van aanval naar verdediging als van verdediging naar aanval

12 DOELSTELLINGEN C JUNIOREN Spelers gaan zich steeds meer specialiseren voor een bepaalde positie. Om kansen te creëren en te scoren moeten basistaken op elkaar afgestemd worden. Dat is in verdedigend opzicht ook zo. Aanvallen: -Handelingen met en zonder bal staan in relatie tot positie, richting, snelheid, en moment. -Naast beter handelen komt ook VAKER handelen nadrukkelijk aan de orde. -Streven naar een optimale veldbezetting -Bal in de ploeg houden -Geen 11 individuen meer. Passen en vrijlopen… wel of geen passeeractie Verdedigen: -Spelers worden zich bewust van de rol van de tegenpartij -Vaker handelen komt ook nadrukkelijk aan de orde -Onderlinge afstemming van voetbalhandelingen (samen storen, spitsen werken bijv mee) waardoor je als team verdedigd.

13 DOELSTELLINGEN B JUNIOREN Aanvallen: -Hogere eisen aan het rendement van handelen, gekoppeld aan de taak in het elftal -Rendement van handelen binnen opbouwen en scoren wordt bepaald door afstemming van onderlinge taken -Manier van opbouwen en scoren wordt steeds nadrukkelijker bepaald door het speelveldgedeelte en speelwijze/rol tegenstander -Naast het beter en vaker handelen ook aandacht voor het volhouden van het vaker en beter handelen (voetbalconditie) -Afspraken over spelhervattingen (uitvoering is gebaseerd op kwaliteit) -Rendement van de spelhervatting wordt bepaald door de kwaliteit en afstemming van de betrokken spelers. Verdedigen: -Hogere eisen aan rendement van handelen gekoppeld aan de taak in het elftal - Naast het beter en vaker handelen ook aandacht voor het volhouden van het vaker en beter handelen (voetbalconditie) -Rendement van handelen binnen storen en doelpunten voorkomen wordt bepaald door afstemming van onderlinge (basis)taken en ELKAAR AANSPREKEN OP HET UITVOEREN HIERVAN (coach stelt hogere eisen aan spelinzicht op teamniveau = communicatie)

14 DOELSTELLING A JUNIOREN Bijna dezelfde doelstellingen als bij de B junioren Aanvallen: -Team is in staat of leert om op basis van stand wedstrijd/competitie de speelwijze van het eigen team aan te passen -Tijdens verdedigen anticipeert een deel van het team al op de mogelijkheid dat de bal kan worden veroverd. Verdedigen: -Hoge eisen aan het rendement van handelen gekoppeld aan de taak in het elftal en de gekozen speelwijze (strategie) -Tijdens het aanvallen anticipeert een deel van het team al op de mogelijkheid dat de bal kan worden verloren (restverdediging!) -Spelers leren cruciale momenten herkennen in aanvallen en verdedigen en daarop tijdig te anticiperen

15 DE WEDSTRIJD NAAR TRAINING VERTALEN Kijk een wedstrijd aan de hand van de 5 W’s Wie Wat Waar Wanneer Welke Formuleer aan de hand van de 5 W’s een doelstelling voor je training

16 UITWERKING 5 W’S Voorbeeld: *Als we op het middenveld de bal hebben dan kunnen we onze spitsen niet bereiken en daardoor geen kansen creëren. Wie: Middenvelders/Aanvallers Wat: Aanvallen/Opbouwen Waar: Op de helft van de tegenstander Wanneer: Als onze middenvelders in balbezit zijn en de spitsen willen bereiken Welke: Tijdens een competitiewedstrijd waarin wij als nummer 5 tegen de koploper spelen, het geregend heeft en er een harde wind over het veld blaast. (WELKE gaat altijd over bijzondere omstandigheden. Stand in de competitie, speelveld, het weer, hoe de jongens zich voelen enzovoort) Doelstelling: HET VERBETEREN VAN: de opbouw op de helft van de tegenstander waarbij onze middenvelders de spitsen moeten zien te bereiken en van daaruit kansen moeten creëren waaruit we uiteindelijk doelpunten maken.

17 4 EISEN WAARAAN EEN VOETBALTRAINING MOET VOLDOEN 1 Voetbaleigen bedoelingen *spelen om te winnen, doelpunten maken/voorkomen, opbouwen, samenwerken, doelgerichtheid, snelle omschakeling tussen aanvallen en verdedigen 2 Veel herhalingen *Veel beurten, genoeg prikkels, geen lange wachttijden, goede planning Goede organisatie, Voldoende ballen/materialen 3 Rekening houden met de groep *Leeftijd, vaardigheid, niveau, kwaliteit, beleving (top of gemiddeld) 4 Juiste coaching (beïnvloeding) *Spelbedoeling verduidelijken, Spelers laten leren door situatie stop te zetten, aanwijzingen te geven, VRAGEN TE STELLEN (Laat ze zelf nadenken), voorbeeld geven, manipuleren van voetbalweerstanden (makkelijker moeilijker maken)

18 HOE START JE EEN OEFENING Zorg dat je organisatie staat (veldje, ballen, doeltjes) Deel spelers in (liefst met verschillende kleuren hesjes. Ene team oranje, andere team blauw) PLAATJE: Voorbeeld, voordoen, laten zien (gebruik kids daar voor) PRAATJE: Uitleg, toelichting, verduidelijking (Tijdens plaatje praat je al mee, daarna eventueel mogelijkheid tot vraag) DAADJE: Zelf doen, oefenen, trainen, inslijpen, herhalen ZO SNEL MOGELIJK AAN DE GANG!!

19 HOE MAAK JE EEN OEFENING MAKKELIJKER/MOEILIJKER Om een training makkelijker of moeilijker te maken kun je gebruik maken van methodische stappen Speelveld groter maken (makkelijker) Speelveld kleiner maken (moeilijker) Meer tegenstanders (moeilijker) Minder tegenstanders (makkelijker) Spelregels (buitenspel, tijdslimiet) Niet te coachen partij toch coachen (wil je druk zetten oefenen moet de niet te coachen partij wel kunnen opbouwen) Meer of minder druk laten zetten (makkelijker of moeilijker) *Als je voetbalt doe dat zoveel mogelijk met de echte regels. Zeker bij de pupillen is het niet nodig om in partijvormen te werken met 2 of maximaal 3 keer raken. Dat is niet wedstrijdecht. Je trainingsvorm moet zo wedstrijd echt zijn.

20 VOORBEELD OEFENSTOF PUPILLEN (KNVB) 1 tegen 1 met doeltjes (doel: actie maken en scoren) 1 tegen 1 lijnvoetbal (doel: actie maken en versnelling) 2 tegen 1 met doeltjes (doel: samenspel en scoren) 2 tegen 1 lijnvoetbal (doel: samenspel en individuele actie op juist moment afwisselen) 2 tegen 2 met doeltjes (doel: door samenspel scoren) 2 tegen 2 lijnvoetbal (doel: samenspel en acties op juiste moment afwisselen) Moeilijker maken: 3 tegen 2 4 tegen 2 4 tegen 3 5 tegen 3 5 tegen 4 * Je kunt altijd kiezen voor 2 of voor 4 doeltjes. Met 4 doeltjes geef je de kinderen extra keuze mogelijkheden. Daardoor gaan ze leren om om te gaan met de ruimte. Daarnaast is het belangrijk dat kinderen succes ervaren. Kortom: Het moet een aantal keren lukken/goed gaan!

21 VOORBEELDEN VAN OEFENSTOF doeltjes ( 1 tegen 1) https://www.youtube.com/watch?v=SXlOiRNDKBI (2 tegen 1) doeltjes https://www.youtube.com/watch?v=SXlOiRNDKBI https://www.youtube.com/watch?v=edT_kkiEPw0 (4 tegen 3 lijnvoetbal) https://www.youtube.com/watch?v=edT_kkiEPw0


Download ppt "HET JEUGDVOETBALLEERPROCES HET COACHEN EN TRAINEN VAN VOETBALLEN DSC DIEPENVEEN."

Verwante presentaties


Ads door Google