De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

SLO ● nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Begrijpelijke teksten en toetsvragen Gerdineke van Silfhout Het leesproces van.

Verwante presentaties


Presentatie over: "SLO ● nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Begrijpelijke teksten en toetsvragen Gerdineke van Silfhout Het leesproces van."— Transcript van de presentatie:

1 SLO ● nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Begrijpelijke teksten en toetsvragen Gerdineke van Silfhout Het leesproces van leerlingen in beeld

2 Explorerend schrijven: wat weet u al? Schrijf/teken twee minuten lang alles op wat er in u opkomt als u aan het onderwerp 'Leesvaardigheid in het voortgezet onderwijs' denkt. –Schrijf achter elkaar door, stop geen enkel moment met schrijven. –Maak u niet druk om taalfouten. –Concentreer u op het onderwerp. –Heeft u even geen gedachten over het onderwerp, schrijf dan net zolang het woord ‘ontspan’ op tot u wel weer gedachten over het onderwerp heeft.

3 Explorerend schrijven: wat wist u al? Overleg in duo's: –Wat hebben jullie opgeschreven? –Noteer allebei een vraag/opmerking die voor jullie het belangrijkst is. Inzetten aan begin/einde van de les: –Wat weten de leerlingen al/ Wat hebben de leerlingen geleerd? –Bijvoorbeeld: duurzame energie

4 Explorerend schrijven: duurzame energie Schrijf twee minuten lang alles op wat er in je opkomt als je aan het onderwerp 'Duurzame energie' denkt. –Concentreer je op het onderwerp. –Schrijf achter elkaar door, stop geen enkel moment met schrijven. –Maak je niet druk om spelling en interpunctie. –Heb je even geen gedachten over het onderwerp, schrijf dan net zolang het woord ‘zon’ op tot 'je wel weer gedachten over het onderwerp hebt.

5 Achtergrond 85% van het curriculum geschreven tekst 15% van de leerlingen onvoldoende leesvaardig Spellende lezers -> overbelast werkgeheugen Ongemotiveerde lezers Voorwaarde begrijpen tekst Vloeiend kunnen lezen (aandacht inhoud) Voldoende voorkennis (inferenties) Toereikende woordenschat (90% bekend) Voldoende leesstrategieën Motivatie en betrokkenheid Combinatie van verschillende factoren

6 6 Voorbeeld tekstbegrip (Kintsch, 1998) Wesley koopt een nieuwe voetbal Surface code: NP VP N V NP det. bijv.nw. N Wesley koopt een nieuwe voetbal Text-base: Agent koopt object

7 7 Voorbeeld tekstbegrip (Kintsch, 1998) Wesley koopt een nieuwe voetbal Situatiemodel:

8 Achtergrond 85% van het curriculum geschreven tekst 15% van de leerlingen onvoldoende leesvaardig Spellende lezers -> overbelast werkgeheugen Ongemotiveerde lezers Voorwaarde begrijpen tekst Vloeiend kunnen lezen (aandacht inhoud) Voldoende voorkennis (inferenties) Toereikende woordenschat (90% bekend) Voldoende leesstrategieën Motivatie en betrokkenheid Combinatie van verschillende factoren

9 Voorbeeld Jan was niet op zijn werk. Hij was ziek. Het gas was niet detecteerbaar. Er was ethanol aan toegevoegd.

10 Achtergrond 85% van het curriculum geschreven tekst 15% van de leerlingen onvoldoende leesvaardig Spellende lezers -> overbelast werkgeheugen Ongemotiveerde lezers Voorwaarde begrijpen tekst Vloeiend kunnen lezen (aandacht inhoud) Voldoende voorkennis (inferenties) Toereikende woordenschat (90% bekend) Voldoende leesstrategieën Motivatie en betrokkenheid Combinatie van verschillende factoren

11 Tekstbegrip  tekstmoeilijkheid Tekst- moeilijkheid Vloeiendheid Motivatie & betrokkenheid Taalvaardigheid Voorkennis Zinsbouw Structuur Informatie- dichtheid Vocabulair Lezerskenmerken Tekstkenmerken

12 Achtergrond Voorwaarden begrijpelijke tekst/toets Vocabulair Informatiedichtheid Structuur Zinsbouw Hoe zien we dat terug in methoden/toetsen? Uitgevers differentiëren naar onderwijsniveau Onderzoek: is dat een effectieve aanpak? Samenhang Lay-out Anekdotes en verhalende teksten

13 Voorbeeld toetsvraag economie

14 Achtergrond Voorwaarden begrijpelijke tekst/toets Vocabulair Informatiedichtheid Structuur Zinsbouw Hoe zien we dat terug in methoden/toetsen? Uitgevers differentiëren naar onderwijsniveau Onderzoek: is dat een effectieve aanpak? Samenhang Lay-out Anekdotes en verhalende teksten

15 Voorbeeld Vmbo-bkVmbo-t/havoHavo/vwo -geen titel- In de achttiende eeuw was Frankrijk een standensamen- leving. De meeste mensen waren boeren, handelaren of ambachtslieden. Zij hoorden bij de derde stand. Die stand had geen rechten, maar wel plichten. Zij betaalden belasting aan de staat en aan de Kerk en moesten gratis werken voor hun landheer. Veel mensen van de derde stand waren arm en hadden honger. De geestelijkheid en de adel leefden in rijkdom. Drie standen In Frankrijk woonden in 1750 ongeveer 24 miljoen mensen. Het land was sinds de middeleeuwen een echte standensamenleving. De stand waar je bij hoorde, bepaalde je taak in de samenleving. Er waren drie standen: - De geestelijkheid was de eerste stand. In de middeleeuwen had zij als taak om te bidden voor de veiligheid van iedereen. - De adel was de tweede stand. In de middeleeuwen had zij als taak om te strijden voor de veiligheid van iedereen. - Tot de derde stand behoorde de rest van de bevolking. De toplaag bestond uit de rijke burgerij (ambachtslieden en handelaren). Ongeveer 85 procent van de bevolking bestond uit boeren. In de middeleeuwen moesten de boeren op het land werken om iedereen te voeden. Drie standen In Frankrijk woonden in 1750 ongeveer 24 miljoen mensen. Het land was sinds de middeleeuwen een echte standensamenleving. De stand waartoe je behoorde, bepaalde je taak in de samenleving. Er waren drie standen: - De geestelijkheid was de eerste stand. In de middeleeuwen had zij als taak om te bidden voor de veiligheid van iedereen. - De adel was de tweede stand. In de middeleeuwen had zij als taak om te strijden voor de veiligheid van iedereen. - Tot de derde stand behoorde de rest van de bevolking. De toplaag bestond uit de bourgeoisie of rijke burgerij (waaronder kooplieden, rechters en bankiers). Ongeveer 85 procent van de bevolking bestond uit arme loonarbeiders, kleine handelaren en winkeliers, maar vooral uit boeren. In de middeleeuwen moesten de boeren op het land werken om iedereen te voeden.

16 Achtergrond Voorwaarden begrijpelijke tekst/toets Vocabulair Informatiedichtheid Structuur Zinsbouw Hoe zien we dat terug in methoden/toetsen? Uitgevers differentiëren naar onderwijsniveau Onderzoek: is dat een effectieve aanpak? Samenhang Lay-out Anekdotes en verhalende teksten

17 Onderzoek Voorwaarden begrijpelijke tekst/toets Vocabulair Informatiedichtheid Structuur Zinsbouw Hoe zien we dat terug in methoden/toetsen? Uitgevers differentiëren naar onderwijsniveau Onderzoek: is dat een effectieve aanpak? Samenhang Lay-out Anekdotes en verhalende teksten

18 Onderzoek: samenhang, lay-out & verhalende teksten Teksten Zaakvakteksten: economie/biologie/geschiedenis Korte verhalen Na het lezen: begripsvragen Lokale verbanden tussen zinnen, binnen alinea’s Globale verbanden tussen alinea’s Na het lezen: waarderingsvragen Aantrekkelijkheid Ervaren moeilijkheid Tijdens het lezen: oogbewegingsonderzoek Waarom leidt tekstkenmerk A tot beter tekstbegrip Filmpje

19 Onderzoek: samenhang, lay-out & verhalende teksten Teksten Zaakvakteksten: economie/biologie/geschiedenis Korte verhalen Na het lezen: begripsvragen Lokale verbanden tussen zinnen, binnen alinea’s Globale verbanden tussen alinea’s Na het lezen: waarderingsvragen Aantrekkelijkheid Ervaren moeilijkheid Tijdens het lezen: oogbewegingsonderzoek Waarom leidt tekstkenmerk A tot beter tekstbegrip Filmpje

20 Open vragen voor begrip op lokaal niveau Vraag: Waarom verspreidden ziekten zich zo snel in de Middeleeuwen? Tekst: In de Middeleeuwen zaten kelders, keukens en voorraadkasten vol met ratten. Daarom verspreidden ziekten zich erg snel. Voorbeelden sorteertaken

21

22 22 Leukheid: Ik heb de tekst met plezier gelezen. Helemaal niet mee eens Helemaal mee eens Begrijpelijkheid: Ik vond de tekst makkelijk. Helemaal niet mee eens Helemaal mee eens Voorbeelden waarderingsvragen

23 Onderzoek: samenhang, lay-out & verhalende teksten Teksten Zaakvakteksten: economie/biologie/geschiedenis Korte verhalen Na het lezen: begripsvragen Lokale verbanden tussen zinnen, binnen alinea’s Globale verbanden tussen alinea’s Na het lezen: waarderingsvragen Aantrekkelijkheid Ervaren moeilijkheid Tijdens het lezen: oogbewegingsonderzoek Waarom leidt tekstkenmerk A tot beter tekstbegrip Filmpje

24 Een voorbeeld content/uploads/2014/04/Kevin053.avihttp://www.schrijfgemak.nl/wp- content/uploads/2014/04/Kevin053.avi

25 Tijdens het lezen

26 Tijdens het lezen...

27

28 In de praktijk Hoge kindersterfte door watertekort De acht rijkste landen (G8) moeten dringend aan de slag om een wereldwijd actieplan te maken om de groeiende watercrisis in de wereld aan te pakken. Vies water is een veel grotere dreiging voor mensen in de ontwikkelingslanden dan gewelddadige conflicten. Jaarlijks sterven 1,8 miljoen kinderen aan diarree door een gebrek aan schoon water en toiletten. Dat staat in het Human Development Report 2006, een van de belangrijkste internationale rapporten over sociale ontwikkeling wereldwijd. Het rapport van het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP heeft dit jaar de waterproblematiek als hoofdthema en werd donderdag in diverse steden gepresenteerd. Bijna 800 miljoen mensen hebben dagelijks niet genoeg schoon water.

29 Onderzoek: aanwezigheid van verbindingswoorden leidt tot: A. Een hogere score op tekstbegripsvragen B. Een lagere score op tekstbegripsvragen C. Geen verschil in scores op tekstbegripsvragen Zonder verbindingswoorden Een plant maakt zijn eigen voedsel zelf. [Er moeten nog allerlei kosten] 1 [van de brutowinst] 2 [afgehaald worden. ] 3 Met verbindingswoorden Een plant maakt zijn eigen voedsel zelf. [want er moeten nog allerlei kosten] 1 [van de brutowinst] 2 [afgehaald worden. ] 3

30 Onderzoek: verbindingswoorden Tekstbegrip: open vragen Leerlingen scoren hoger wanneer ze een versie met verbindingswoorden lezen Ongeacht schoolniveau, leesvaardigheid en tekstgenre Zonder verbindingswoorden Een plant maakt zijn eigen voedsel zelf. [Er moeten nog allerlei kosten] 1 [van de brutowinst] 2 [afgehaald worden. ] 3 Met verbindingswoorden Een plant maakt zijn eigen voedsel zelf. [want er moeten nog allerlei kosten] 1 [van de brutowinst] 2 [afgehaald worden. ] 3

31 Onderzoek: aanwezigheid van verbindingswoorden leidt tot: A. langzamer lezen van de informatie na het verbindingswoord B. meer aandacht voor structuurmarkeringen, zoals titels en kopjes C. sneller verwerken van van eerder gelezen informatie D. vaker kort terugkijken naar eerder gelezen informatie Zonder verbindingswoorden Een plant maakt zijn eigen voedsel zelf. [Er moeten nog allerlei kosten] 1 [van de brutowinst] 2 [afgehaald worden. ] 3 Met verbindingswoorden Een plant maakt zijn eigen voedsel zelf. [want er moeten nog allerlei kosten] 1 [van de brutowinst] 2 [afgehaald worden. ] 3

32 Onderzoek: verbindingswoorden (2) Regio 1 sneller verwerkt Vaker terugkijken, maar korter, Ongeacht schoolniveau, leesvaardigheid en tekstgenre

33 Verwerking Maak relaties expliciet: modeling + begeleid lezen Bied woorden aan in samenhang Visualiseer

34

35

36 Globale samenhang Lokale samenhang alleen is niet voldoende Zorg voor een ‘bril’ om de tekst te lezen Tijdig Consequent

37 Voorbeeld 1

38 Voorbeeld 2

39 Voorbeeld 3

40 Voorbeeld leertekst aardrijkskunde

41 Zet leerlingen die bril op! Stel een leesdoel (wat + hoe) (Hattie, 2007) Kijk naar de titel, tussenkoppen en belangrijke begrippen Kijk naar de illustraties en onderschriften Lees de eerste en laatste alinea Lees de eerste zin van de overige alinea’s Laat leerlingen voorspellen waar de tekst over gaat Laat leerlingen zelf vragen stellen aan de tekst Doe het voor – modelling Begeleid oefenen: samen lezen + vragen stellen Veel verschillende type teksten Bij taal + zaakvakken – pop.wet. artikeltjes, leesboeken etc.

42

43 Onderzoek Voorwaarden begrijpelijke tekst/toets Vocabulair Informatiedichtheid Structuur Zinsbouw Hoe zien we dat terug in methoden/toetsen? Uitgevers differentiëren naar onderwijsniveau Onderzoek: is dat een effectieve aanpak? Samenhang Lay-out Anekdotes en verhalende teksten

44

45 Onderzoek: lay-out Geen effect op tekstbegrip Sterke vertraging aan begin nieuwe regel + langer terugkijken Duidelijke correlatie: langzamer lezen = lager scoren Combinatie fragmentatie + verbindingswoorden = problemen Elke zin staat op een nieuwe regel. Dat lijkt ons makkelijk voor zwakke lezers. Daarom presenteren we teksten zo. Zo houden we het overzichtelijk. Toch helpt het leerlingen niet. Dat blijkt uit onderzoek.

46 Onderzoek Voorwaarden begrijpelijke tekst/toets Vocabulair Informatiedichtheid Structuur Zinsbouw Hoe zien we dat terug in methoden/toetsen? Uitgevers differentiëren naar onderwijsniveau Onderzoek: is dat een effectieve aanpak? Samenhang Lay-out Anekdotes en verhalende teksten

47

48 Onderzoek: verhalende teksten Verhalende/narratieve tekstkenmerken Alleen leerstof Verhalend + historisch personage Verhalend + fictief personage Versie 1Versie 2Versie 3 Bovendien staan alleen de voorste twee mannen in het licht, terwijl de rest van de schutters in de schaduw staat. Alle aandacht valt dus op die twee mannen. Omdat het schilderij erg donker was, dachten veel mensen dat Rembrandt de schutters tijdens een actie ’s nachts schilderde. Daarom kreeg het schilderij in de achttiende eeuw de bijnaam ‘De Nachtwacht’. Johannes vroeg verder: ‘Heb je daarom die donkere kleuren gebruikt?’ ‘Ja, daar heb ik een speciaal soort verf voor gebruikt’, zei Rembrandt trots. ‘Ik weet zeker dat niemand mijn verf kan namaken.’ Omdat het schilderij erg donker was, dachten veel mensen dat Rembrandt de schutters tijdens een actie ’s nachts schilderde. Daarom kreeg het schilderij in de (…) Door alle interessante informatie over de Nachtwacht begon Daan zijn docent Kunst steeds meer te begrijpen. ‘Het is inderdaad wel bijzonder, ja’, zei hij. Daan pakte zijn smartphone. ‘Even kijken wat er op internet over ‘De Nachtwacht’ staat’, zei hij. ‘Hé pa, moet je horen. Omdat het schilderij erg donker was, (…) Daarom kreeg het schilderij in de (…)

49 Onderzoek: verhalende teksten (2) Open vragen over leerstof Fictief verhaal = niet gerelateerd = geen kapstok Open vragen over leerstof versus leuke details 70% vs. 50% Waarderingsvragen Geen effect op leukheid Ervaren moeilijkheid: verhaal + hist. pers. > tekst met alleen leerstof

50 Onderzoek: verhalende teksten (3) Verhalende/narratieve tekstkenmerken Alleen leerstof Verhalend + historisch personage Verhalend + fictief personage Versie 1Versie 2Versie 3 Bovendien staan alleen de voorste twee mannen in het licht, terwijl de rest van de schutters in de schaduw staat. Alle aandacht valt dus op die twee mannen. Omdat het schilderij erg donker was, dachten veel mensen dat Rembrandt de schutters tijdens een actie ’s nachts schilderde. Daarom kreeg het schilderij in de achttiende eeuw de bijnaam ‘De Nachtwacht’. Johannes vroeg verder: ‘Heb je daarom die donkere kleuren gebruikt?’ ‘Ja, daar heb ik een speciaal soort verf voor gebruikt’, zei Rembrandt trots. ‘Ik weet zeker dat niemand mijn verf kan namaken.’ Omdat het schilderij erg donker was, dachten veel mensen dat Rembrandt de schutters tijdens een actie ’s nachts schilderde. Daarom kreeg het schilderij in de (…) Door alle interessante informatie over de Nachtwacht begon Daan zijn docent Kunst steeds meer te begrijpen. ‘Het is inderdaad wel bijzonder, ja’, zei hij. Daan pakte zijn smartphone. ‘Even kijken wat er op internet over ‘De Nachtwacht’ staat’, zei hij. ‘Hé pa, moet je horen. Omdat het schilderij erg donker was, (…) Daarom kreeg het schilderij in de (…)

51 Onderzoek: verhalende teksten (4) Zakelijke tekst: Vaker kort terugkijken bij leerstof Terugkijken naar informatie buiten de huidige zin Verhalende tekst met fictief personage Weinig teruggekeken Heel lokaal teruggekeken: binnen de zin Overgangszinnen in beide verhalen Vaker + langer teruggekeken vanaf overgangszin

52 Verhalend vs uiteenzettend: een voorbeeld Wat is de functie van de tekst/paragraaf?

53 Belang van herlezen Tekstkenmerken die aanzetten tot terugkijken -> beter tekstbegrip In de klas: laat leerlingen herlezen (Hattie, 2007) hardop lezen (Fuchs & Fuchs) peer lezen: koppel sterke en zwakke lezers vragen stellen aan de tekst / docent Ipv strategiegerichte vragen maken bij de tekst

54 Samengevat Werk samen met vakcollega’s en maak de transfer Genres, aanpak, keuze teksten Zorg voor samenhangende leerteksten zonder opsmuk Zorg voor een geleide overgang van dagelijkse taal/ervaringen naar de school- en vaktaal uit de tekst Bespreek daaruit moeilijke woorden in SAMENHANG tot elkaar (dagelijkse woorden, school- en vaktaal) Zet aan tot interactie mét gebruik van school- en vaktaal Stel taaldoelen + stem activiteiten en toetsvormen daarop af Zorg voor taalsteun Tekstaanbod, visualisering, herhaling

55 Wat is taal toch leuk!!!

56 SLO ● nationaal expertisecentrum Vragen?


Download ppt "SLO ● nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Begrijpelijke teksten en toetsvragen Gerdineke van Silfhout Het leesproces van."

Verwante presentaties


Ads door Google