De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 3: Parlementaire democratie Hoofdvraag H3: Hoe worden in de Nederlandse parlementaire democratie politieke besluiten genomen?

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 3: Parlementaire democratie Hoofdvraag H3: Hoe worden in de Nederlandse parlementaire democratie politieke besluiten genomen?"— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 3: Parlementaire democratie Hoofdvraag H3: Hoe worden in de Nederlandse parlementaire democratie politieke besluiten genomen?

2 §1: Democratie: Een meerderheidsbesluit is niet automatisch democratie, eerst  -gelijkheid: alle burgers hebben gelijke rechten. Er mag niet worden gediscrimineerd. -Vrijheid: burgers moeten hun eigen leven kunnen inrichten.

3 §1: Democratie: In de kern is “Democratie”: Een politiek stelsel dat het mogelijk maakt om op basis van meerderheidsbesluiten op vreedzame wijze conflicten op te lossen en afspraken te maken over de inrichting van de samenleving. blz. 62 tekstboek

4 §1: Democratie: 2 Basiselementen voor democratie: Alle 18+ inwoners kunnen d.m.v. algemeen kiesrecht invloed uitoefenen op de besluitvorming Aantal grondrechten is gewaarborgd om in vrijheid invloed te kunnen uitoefenen. (er is enkel sprake van democratie als er ook een rechtsstaat is)

5 §1: Democratie: “In een democratie worden verschillen en conflicten tussen mensen niet ontkend of onderdrukt, maar erkend en gereguleerd”. Blz 62. “In een democratie kunnen mensen in vrijheid hun ideeën, die vaak samenhangen met hun belangen, naar voren brengen”. Blz 63. “Machthebbers kunnen na de verkiezingen hun positie kwijtraken. Maar ze worden niet gevangen gezet en kunnen bij de volgende verkiezingen opnieuw hun kansen beproeven- weer voor tijdelijk”. Blz 10.

6

7 §1: Democratie: Politieke structuur: verhoudingen tussen organisaties en groepen in de politiek en de regels van besluitvorming Politieke cultuur: de manier waarop mensen met elkaar omgaan in de politiek Politieke actoren: mensen, groepen en organisaties die actief meedoen in de politiek

8 §1: Democratie: Deelvraag: W at is een (parlementaire democratie en op welke waarden is die gebaseerd? 18 e eeuw volkssoevereiniteit: Politiek principe waarbij alle macht voortkomt uit de wil van het volk. 1848: grondwet van Thorbecke: Uiteindelijke macht ligt niet meer enkel bij de koning maar bij het parlement.

9 §1: Democratie: Echter in 1848 kon enkel de 11% rijkste mannen stemmen. Door industrialisatie 19 e eeuw ontstonden bewegingen  Hierdoor is er algemeen kiesrecht gekomen 1917  voor mannen 1919  voor vrouwen

10

11 §1: Democratie: 5 Kenmerken democratie in de grondwet: 1.Algemeen kiesrecht: 2.Regelmatige verkiezingen: 3.Vrijheid van meningsuiting: (alleen een onafhankelijke rechter mag publicaties of uitzendingen verbieden) 4.Vrijheid van vereniging en vergadering 5.Machtenscheiding (wetgevende- uitvoerende- en rechterlijke macht)

12 Algemeen kiesrecht:

13 Regelmatige verkiezingen

14

15

16

17 Vrijheid van meningsuitinguiting

18 Vrijheid van vereniging en vergadering

19 Leer van de machtenscheiding/ Machtenleer

20 §1: Democratie: 7 sociale voorwaarden voor democratie: 1.Gunstige sociaaleconomische ontwikkeling 2.Mate van sociaaleconomische gelijkheid 3.Sprake van democratische politieke cultuur (tolerantie) 4.Verenigd in organisaties op grond van ideeën en belangen 5.Militairen geen invloed op politiek 6.Staat goed functioneert (niet corrupt) 7.Geen hevige conflicten zijn tussen etnische groepen

21 §1: Democratie: Directe democratie: Burgers kunnen rechtstreeks meepraten en beslissen. Alleen bij weinig inwoners Soms via referendum: volksstemming Indirecte democratie: via een volksvertegenwoordiging. burgers stemmen op vertegen-woordigers die hun belangen behartigen in de politieke besluitvorming.

22 §1: Democratie: Parlementair stelsel Bevolking kiest het parlement rechtstreeks. Staatshoofd is koning(in) of door parlement gekozen president. Staatshoofd eerder symbolisch en representatief. Presidentieel stelsel: Bevolking kiest het parlement én een president President heeft grote bevoegdheden

23 §1: Democratie: Dictatuur: -Tegenovergestelde democratie -Geen burgers maar onderdanen -Macht in handen van 1 persoon, familie, partij, militairen, kleine groep. -Nooit een rechtsstaat -Rechters niet onafhankelijk -Media: zelfcensuur -Heerst veel angst

24

25 Dictatuur van Libie Dictatuur in Libie, demonstraties voor vrijheid en democratie van 0 tot 4 minuten

26 Dictatuur van egypte


Download ppt "Hoofdstuk 3: Parlementaire democratie Hoofdvraag H3: Hoe worden in de Nederlandse parlementaire democratie politieke besluiten genomen?"

Verwante presentaties


Ads door Google