De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Paragraaf 2: bestuur en cultuur.  Sinds 1848: liberalen aan de macht.  Door een dreigende revolutie mocht Thorbecke een nieuwe grondwet maken.  De.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Paragraaf 2: bestuur en cultuur.  Sinds 1848: liberalen aan de macht.  Door een dreigende revolutie mocht Thorbecke een nieuwe grondwet maken.  De."— Transcript van de presentatie:

1 Paragraaf 2: bestuur en cultuur

2  Sinds 1848: liberalen aan de macht.  Door een dreigende revolutie mocht Thorbecke een nieuwe grondwet maken.  De koning had voortaan minder macht.  Parlement nam alle beslissingen.  Liberalen waren vooral rijke mannen, die tevreden waren met huidige situatie.  Liberalen willen vooral veel vrijheid.

3 Overheid moest zich zo weinig mogelijk met de bevolking bemoeien. Maar meeste mensen waren arm: Jammer dan, dan had je harder moeten werken.

4 Arme arbeiders volgden liever de ideeën van de socialisten: Zij vinden gelijkheid belangrijk. De overheid moet juist wel veel voor de bevolking regelen. ( bv welvaart eerlijk verdelen)

5 Belangrijke leider: Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Hij kwam wel in de Tweede Kamer terecht, maar de arbeiders hadden geen stemrecht. Dus hij kon niets doen.

6 Katholieken en protestanten. Waren tegen liberalisme en socialisme. Die hielden arbeiders weg van het geloof. 1878: Anti-Revolutionaire Partij door Abraham Kuyper. (protestant) Al snel ook krant, vakbond, universiteit voor protestanten. Katholieken gingen dit ook regelen.

7 Doordat alle politieke stromingen en geloven eigen clubjes gingen vormen: Verzuiling. Eigen krant, vakbond, school, winkels, voetbalclub, radiozender. Je ging alleen om met mensen uit je eigen kring. Weinig contact met andere zuilen.

8 Socialisten streden voor algemeen kiesrecht. Want dan hadden ze meer socialisten in het parlement, dus meer sociale wetten invoeren. Zo zouden arbeiders het beter krijgen. Liberalen en confessionelen wilden dit niet. Confessionelen wilden : geld voor bijzondere scholen. (schoolstrijd) Dit wilden liberalen juist weer niet. School moest neutraal blijven.

9 Voor schoolstrijd en algemeen kiesrecht: grondwetswijziging nodig. Geen van de 3 groepen was groot genoeg om dit alleen te kunnen regelen. Samenwerking was dus nodig. 1917: socialisten en liberalen lieten toe dat bijzondere scholen werden betaald. Confessionelen stemden toe dat er algemeen kiesrecht kwam. Dit heette de pacificatie van 1917.

10 Ook vrouwen streden voor gelijke rechten. Bv in Engeland: Emily Davison probeerde bij een paardenrace het paard van de koning tegen te houden.

11 Eerste feministische golf. Aletta Jacobs kwam op voor haar rechten. Eerste vrouw op een HBS ( jongens school voor hogere kringen) Studeerde medicijnen aan universiteit van Groningen. 1878: eerste vrouw die artsenexamen aflegde. Gratis spreekuren, en voorlichting voor voorbehoedsmiddelen.

12 Streed ook voor vrouwenkiesrecht. Met acties en demonstraties: wil recht om te stemmen en gekozen te kunnen worden. 1919: vrouwenkiesrecht. Doel bereikt: alles viel uit elkaar in zuilen. In jaren ‘60: 2 e feministische golf.

13

14

15

16

17

18

19 Einde


Download ppt "Paragraaf 2: bestuur en cultuur.  Sinds 1848: liberalen aan de macht.  Door een dreigende revolutie mocht Thorbecke een nieuwe grondwet maken.  De."

Verwante presentaties


Ads door Google