De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Kijken naar Kinderen Week 2 Jacqueline Koopmans Docentenkamer PH 01.12.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Kijken naar Kinderen Week 2 Jacqueline Koopmans Docentenkamer PH 01.12."— Transcript van de presentatie:

1 Kijken naar Kinderen Week 2 Jacqueline Koopmans Docentenkamer PH 01.12

2 - Waarnemen Factoren die de waarneming beïnvloeden Instructie huiswerkopdracht 2: ‘Reflectie op de eigen manier van waarnemen Inhoud week 2

3 Wat hebben we de vorige keer ook alweer behandeld en waar waren we gebleven….? En wat hebben jullie de afgelopen week gedaan m.b.t. de module en observeren in de praktijk?

4 Voortgang huiswerkopdracht 4.1A + 4.1B Vragen en/of onduidelijkheden? Hebben jullie al onderlinge afspraken gemaakt? Is iedereen betrokken bij de opdracht? Lukt het om bruikbare informatie te vinden? Tip: notuleer alle afspraken en maak een gezamenlijke planning

5 Waarnemen Neemt iedereen op dezelfde manier waar?

6 wat neem je waar https://www.youtube.com/watch?v=ubNF9Q NEQLA https://www.youtube.com/watch?v=ubNF9Q NEQLA

7 Kies één kaart

8 Ik heb jouw kaart verwijderd!

9 Mensen nemen waar via al hun zintuigen Waarnemen: Bewust of onbewust opvangen van prikkels uit jouw omgeving met onze 5 zintuigen Elke waarneming start met een stimulus (prikkel), een voorwerp of een gebeurtenis uit de wereld om ons heen Om een prikkel te kunnen waarnemen, moet onze aandacht daarop gevestigd worden!

10 Perceptie Via je zintuigen ervaar je allerlei prikkels en je weet eerst nog niet wat je waarneemt. Prikkels komen binnen en moeten nog gedecodeerd worden Een voorbeeld: de zintuigen (in dit geval de ogen) zien zes lijntjes in een bepaalde vorm, dit is de gewaarwording. De waarneming in de hersenen is dat het hier om een huisje gaat. Tussen de gewaarwording en de waarneming vindt dus een proces plaats Dit proces noemen we perceptie

11 In ons geheugen hebben wij tal van informatie (kennis en ervaringen) opgeslagen Onze zintuigen herkennen daarom allerlei kleine elementen uit de wereld om ons heen; Zodra we iets zien begint er een razendsnel proces van nagaan in ons visuele geheugen of er een voorwerp in zit dat genoeg overeenkomsten heeft met het voorbeeld wat we nu zien. Dit noemen we ook wel de bottom-up benadering: Van onderaf wordt er uit allerlei samengestelde onderdeeltjes van een voorwerp een geheel gekozen. Dus bijvoorbeeld: onze hersens hebben geregistreerd dat al deze lijnen bij elkaar een huis is. En hieronder herkennen wij ook duidelijk een vis Perceptie

12 Onze waarneming wordt echter ook regelmatig beïnvloed door wat we verwachten waar te nemen. Onze reeds aanwezige kennis stuurt als het ware vanaf boven onze waarneming. Door eerdere ervaringen zien we wat we denken/ verwachten te zien. Top-down benadering

13 Waarnemen wat je verwacht waar te nemen… De middelste van beide reeksen is hetzelfde Dus waarom lezen we geen: A 13 C of 12 B 14 ??

14 Zonder dat we er veel van merken is ons waarnemingssysteem dus heel actief. Op allerlei gebieden vullen we spontaan stukken informatie aan. Ook bijvoorbeeld in het lezen van een tekst….. (nog een voorbeeld van de top down benadering) Eerste & laatste letter Onderzoek heeft uitgewezen dat de volgorde van letters in een woord niet heel erg belangrijk is voor de leesbaarheid. Zolang de eerste en laatste letter op hun plaats staan, maakt de volgorde van de overige letters weinig uit.

15 Volgens een ozdoenerk aan de Esglene untiisirevet, mkaat het niet uit in wkele vdlogore de ltetres in een worod staan, het enige wat bnlaejigrk is is dat de erstee en lttasae leettr op zijn palats saatn. De rest kan een tltoae ponhiuop zjin en nog kan je het leezn zoendr polreebm. Dit komt omdat we neit elke ltteer zelf leezn maar het woord als geeehl

16 Ook als we naar mensen kijken vullen onze hersenen vanzelf allerlei kenmerken aan deze persoon toe…..

17 Oordeel niet te snel!! https://www.youtube.com/watch?v=DadIBPZVaNE https://www.youtube.com/watch?v=mdQn_2BfT48

18 Kijk naar mij… Ben ik getrouwd? Heb ik kinderen? Zo ja, hoeveel? Heb ik huisdieren? Zo ja, welke? Wat zijn mijn hobby’s? Van wat voor muziek hou ik? Van wat voor vakantie hou ik?

19 Stereotypen en vooroord elen Het vormen van een eerste indruk gaat vanzelf en bij het vormen van de eerste indruk worden automatisch bepaalde stereotypen geactiveerd. Een stereotype is een vaststaand beeld dat je van iemand uit een specifieke sociale categorie hebt. Of je dat nu wilt of niet, het gebeurt gewo on

20

21 Een raadseltje…. Een vader en zijn zoon zijn betrokken bij een ongeluk De vader is op slag dood en de zoon belandt in het ziekenhuis In de operatiekamer aangekomen roept de chirurg: "Ik kan deze jongen niet opereren want hij is mijn zoon!" Hoe kan dat?

22 Kunnen we alles waarnemen? Kijk enkele seconden naar dit plaatje

23 Wat was er te zien??

24 Het bos heeft ogen….

25 Selectie We kunnen onmogelijk alle prikkels waarnemen. Selectie heeft alles te maken met aandacht Als je werkzaam bent in de kinderopvang moet je letten op een grote groep kinderen…. Overzicht kunnen houden is dan erg belangrijk… Er wordt wel eens gezegd dat je 10 oren, ogen en handen moet hebben om alle kinderen evenveel aandacht te kunnen geven…. Belangrijk is dan om in te kunnen schatten wat echt belangrijk is en wat dus jouw aandacht nodig heeft! Is dat altijd even gemakkelijk? Hoe selecteer jij?

26 Aandacht en waarnemen…. Hoe oplettend ben jij? (een waarnemingsexperiment) Hoe vaak gooit het witte team de basketbal over? Tel mee met dit filmpje. https://www.youtube.com/watch?v=vJG698U2Mvo&feature=player_detailpage

27 Kortom: Er zijn veel factoren die de waarneming beïnvloeden Onze waarneming is dus altijd relatief, nooit absoluut of objectief Wees je hiervan altijd bewust! Jouw waarheid is echt niet altijd dè waarheid….

28 Huiswerkopdracht 4.2: Reflectie op de eigen manier van waarnemen Tijdens deze module staan we stil bij het feit dat onze waarneming beïnvloed wordt door allerlei factoren. Eén van deze factoren is de invloed van ons eigen referentiekader op onze waarneming en interpretaties. Voor deze opdracht beschrijf je in je eigen woorden waarom onze eigen normen/ waarden en referentiekader van invloed kunnen zijn op onze waarneming en interpretatie. Illustreer je antwoord met 2 relevante praktijkvoorbeelden. Volgende week neem je deze opdracht uitgeprint mee!

29 Tot zo ver….. Voorbereiding voor volgende week: Lezen hoofdstuk 3 Petra Bil Verder werken aan huiswerkopdracht 1 en Starten met huiswerkopdracht 2


Download ppt "Kijken naar Kinderen Week 2 Jacqueline Koopmans Docentenkamer PH 01.12."

Verwante presentaties


Ads door Google