De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Zorgvragers met dementie:. Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 52.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Zorgvragers met dementie:. Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 52."— Transcript van de presentatie:

1 1 Zorgvragers met dementie:

2 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 52

3 3 Wat is dementie?  Dementie is geen normaal ouderdomsverschijnsel  Syndroom dat zich kenmerkt door:  Verschillende cognitieve functiestoornissen  Toenemende aftakeling van psychische functies

4 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 54 Cognitieve functiestoornissen  Cognitieve functiestoornissen zijn problemen m.b.t. het waarnemen, taal, geheugen en denken.

5 Aftakeling psychische functies  De toenemende aftakeling van psychische functies veranderen ingrijpend het gedrag en het karakter van mensen. Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 55

6 dementie  Dementie is een verzamelnaam voor een aantal aandoeningen met gemeenschappelijke symptomen. Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 56

7 7 Gemeenschappelijke symptomen van dementie (verzamelnaam):  Geheugenverlies  Verlies van oriëntatie  Moeilijkheden met denken  Verandering van gedrag

8 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 58 Vormen van dementie Diagnose d.m.v. CT-scan  Seniele dementie van het Alzheimertype: Vermoedelijk worden de hersencellen verdrongen door aan elkaar geklitte zenuwen Oorzaak is eiwitstapeling Progressief verloop Symptomen:  Verlies van interesse in de omgeving  Desoriëntatie in tijd en plaats  Vereenvoudigd taalgebruik  Persoonlijkheidsveranderingen  Stemmingsstoornissen en denkstoornissen

9 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 59  Vasculaire dementie: Beschadiging van de hersenen door problemen met de bloedvaten, b.v. een CVA Heeft een trapsgewijs dalend verloop Symptomen zijn afhankelijk van de plaats van de beschadigingen:  Geheugenstoornissen  Afasie  Problemen met de coördinatie Vormen van dementie Diagnose d.m.v. CT-scan

10 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 510  Overige vormen van dementie; De oorzaak van dementie hoeft niet altijd in de hersenen te liggen maar kan ook door:  Een stoornis in het afweersysteem;  Vergiftiging door zink of aluminium;  Vitaminegebrek;  Long- en nieraandoeningen. Vormen van dementie Diagnose d.m.v. CT-scan

11 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 511 Overige vormen van dementie:  Korsakov-syndroom Door langdurig alcoholmisbruik en een slechte voedingstoestand Vergiftiging hersencellen  Aids dementiecomplex Late complicatie bij een klein deel van de niet behandelde HIV patiënten  De ziekte van Pick Wordt veroorzaakt door een aandoening in het voorste deel van de hersenen, gekenmerkt door ballonvormige zenuwcellen  Dementie bij syndroom van Down

12 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 512 Symptomen van het dementiesyndroom:  Symptomen van de eerste orde (symptomen die zich altijd voordoen bij een vorm van dementie)  Symptomen van de tweede orde (symptomen die zich soms kunnen voordoen)

13 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 513 Symptomen van dementie: Symptomen van de eerste orde:  Geheugenstoornissen: Inprentingstoornissen:  Korte termijn geheugen  Nieuwe informatie wordt niet opgeslagen  Lange termijn geheugen  De goede herinneringen blijven het langste bestaan

14 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 514 Desoriëntatie in:  Tijd De dementerende weet niet op welk tijdstip hij zich bevindt  Plaats De dementerende weet niet waar hij is en raakt de weg kwijt  Persoon Familie en bekenden worden niet meer herkend Soms weet men zelfs niet meer wie men zelf is

15 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 515 Afasie  Een taalstoornis Expressieve afasie (expressie = uitdrukken)  De dementerende heeft moeite met het uiten van woorden  Weet wat hij wil zeggen maar kan het woord niet vinden Receptieve afasie (receptie = ontvangen)  De dementerende hoort de woorden wel, maar begrijpt de betekenis niet meer

16 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 516 Agnosie  Het niet meer herkennen van voorwerpen.  Aan de zintuigen mankeert niets, maar in het geheugen wordt niet opgeroepen om welk voorwerp het gaat.

17 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 517 apraxie  Bij apraxie is een zorgvrager niet in staat een handeling doelbewust uit te voeren.

18 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 518 Symptomen van de tweede orde  Perseveren  Confabuleren  Verzamelzucht  Achterdocht  Decorumverlies  Stemmingsstoornissen  Waarnemingsstoornissen  Denkstoornissen  Gedragsstoornissen Verbale en fysieke agressie (Motorische) onrust  Persoonlijkheids- veranderingen  Delier

19 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 519 Persevereren  Herhaling van steeds dezelfde vragen en / of opmerkingen.  Of de zorgvrager vertelt steeds hetzelfde verhaal

20 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 520 Confabuleren  De zorgvrager kan zich een bepaald verhaal niet herinneren of is tijdens het vertellen de draad kwijtgeraakt.  De lege plekken in zijn geheugen vult hij op met fantasieën.  De zorgvrager doet dit volledig ter goeder trouw

21 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 521 Verzamelzucht  Het verzamelen van allerlei voorwerpen en bewaart deze op een voor hem veilige plaats  De zorgvrager wil nog ergens controle over hebben

22 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 522 Achterdocht:  De zorgvrager met dementie is erg achterdochtig;

23 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 523 Decorumverlies  De zorgvrager raakt zijn waarden en normen kwijt en zijn gevoel over wat wel en niet kan betreffende o.a. Kleding Eten Omgangsvormen

24 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 524 Stemmingsstoornissen  Apathie: De zorgvrager is soezerig en heeft geen aandacht voor hetgeen om hem heen gebeurt  Depressie: Door lichamelijke of psychische oorzaak  Euforie: Tegenovergestelde van een depressie

25 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 525 Waarnemingsstoornissen:  Waarnemingsstoornissen zijn stoornissen van de zintuigen: Zien Ruiken Horen Voelen Proeven  Corrigeren van de waarnemingsstoornis heeft geen zin, omdat de zorgvrager dit als werkelijkheid waarneemt

26 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 526 Denkstoornissen:  Denkstoornissen kunnen zich uiten in de vorm van: Traagheid:  Geduld is een schone zaak Incoherentie  De inhoud van het denken is niet meer logisch

27 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 527 Gedragsstoornissen  Verbale en fysieke agressie  Motorische onrust

28 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 528 Persoonlijkheidsveranderingen:  Een persoonlijkheidsverandering houdt in: Een verandering van karaktereigenschappen Verscherping van karaktereigenschappen;

29 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 529 Delier (of delirium):  Een organisch psychiatrisch syndroom  Wordt gekenmerkt door o.a. Minder helder bewustzijn van de omgeving; Concentratieproblemen; Cognitieve functie stoornissen (zoals geheugen-, oriëntatie- en taalstoornissen); Verstoord waak- slaapritme;

30 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 530 Oorzaken delier  Medicijngebruik  Ziekten in de hersenen (infectie, tumor)  Metabole stoornissen  Nierinsufficiëntie  Leverinsufficiëntie  Vitamine B 12 tekort

31 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 531 Stadia dementie  Stadium 1: Wordt gekenmerkt door een lichte verwarring  Stadium 2: Wordt gekenmerkt door verwardheid in tijd en lichte geheugenstoornissen  Stadium 3: Wordt gekenmerkt door opvallende geheugenstoornissen, zowel bij de inprenting als bij het korte termijn geheugen

32 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 532  Stadium 4: Wordt gekenmerkt door desoriëntatie en het afnemen van het gevoelsleven, decorumverlies en persoonlijkheidsveranderingen  Stadium 5: Wordt gekenmerkt doordat de zorgvrager volledig onbereikbaar is. Stadia dementie

33 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 533 Kenmerken 'lichte dementie':  De als/dan vraag wordt moeilijker te beantwoorden.  Het hypothetisch denken neemt af.  Wel ziekte-besef. Geen ziekte-inzicht.  Egocentrisme  Geen begrip meer voor formele regels  Enige vorm van ontremd gedrag.

34 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 534 De jong dementerende zorgvrager:  Tussen 40 ste en 50 ste levensjaar  Oorzaken: Ziekte van Alzheimer; De ziekte van Pick; De chorea van Huntington; Creutsfeldt-Jacob; Het aidsdementia-complex; Chronisch alcoholmisbruik

35 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 535 Algemene omgangsadviezen: Demente mensen onthouden vaak wel:  Gezichten  Ritmes De verzorgende moet rekening houden met:  Respect  Gebruik een onderwerp per zin  Langzaam en duidelijk praten  Geen dubbele ontkenningen  Wees duidelijk bij het belonen  Ga conflicten zo veel mogelijk uit de weg  Tact bij corrigeren van de oudere  Probeer schrikken te voorkomen  Gebruik de zintuigen die goed werken

36 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 536  Realiteits Oriëntatie Benadering  Validationtherapie  Warme zorg, snoezelen  Reminiscentie  Belevingsgerichte zorg Benaderingswijzen

37 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 537 Doelstelling van ROB. Algemeen doel:  De Realiteits Oriëntatie Benadering heeft tot doel een verdere achteruitgang in het contact met en de aanpassing aan de omgeving van de dementerende oudere te voorkomen

38 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 538 Vervolg doelstelling van ROB  Opgesplitst in 3 specifiekere doelen: Het zo lang mogelijk in stand houden en eventueel verbeteren van lichamelijke, psychische en sociale functies die gestoord zijn; De bewoners een zodanig leefklimaat bieden dat deze zich vertrouwd voelen met hun omgeving en de mensen om hen heen Het personeel, familie en bekenden ertoe brengen een zodanige relatie met de bewo­ner op te bouwen dat deze gestimuleerd en geactiveerd wordt tot handelingen en bezigheden waartoe hij nog in staat is.

39 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 539 ROB in groepsverband  Een kleine groep bewoners in een speciale ruimte, waarmee activiteiten gedaan worden, die gericht zijn op de realiteit. B.v. kranten lezen, weerbericht doornemen, elkaars namen noemen, enz.  De attitude van de verzorgende tijdens de ROB is erg belangrijk.  Geloof in stimulerende werking van ROB  Eenduidigheid in benadering van de bewoner  Ondersteunende en geen betuttelende houding  Gebruik maken van iedere gelegenheid om het contact met de werkelijkheid te laten hervinden.

40 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 540 Wat is Validationtherapie?  Validationtherapie is een benaderingswijze van de pg bewoner, die zich richt op het bevestigen van eigen gevoelens, van de eigen beleving van het verleden.  Het is een benaderingswijze die de bewoner accepteert daar waar hij is, in zijn realiteit en tijd.

41 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 541 Doelstellingen validationtherapie:  Gevoel van eigen waarde herstellen/terugwinnen  Spanning verminderen  Rechtvaardigen van de manier van leven  Onverwerkte conflicten oplossen uit het verleden  Zich gelukkiger kunnen voelen.

42 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 542 Warme zorg, Snoezelen  De wereld van dementie schept voortdurend een beleving van dreiging, onveiligheid en angst.  Het vastgelopen geheugen ontneemt de demente zijn vroegere zekerheden. De demente is een vreemdeling geworden in een voor hem vreemde omgeving.  Hij zoekt oriëntatiepunten. Hij hoopt bescherming, warmte en veiligheid te krijgen. Hij heeft behoefte aan de veiligheid van de eigen ouders.

43 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 543 vervolg  Warme zorg  Snoezelen"  "Respons Provoting Approach" Nemen de beleving van de demente bewoner als uitgangspunt Het doel is een milieu/omgeving te scheppen die tegemoet Komt aan de belangrijkste emotionele behoefte van de demente verwarde bewoner: veiligheid.

44 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 544 Snoezelen:  Is een therapievorm die aansluit bij warme zorg.  Snoezelen is het primair activeren van diep gestoorden (dementen) door middel van zintuiglijke waarnemingen en ervaringen. (licht, geluid, tast, reuk en smaak).  Diep dementen zijn vaak niet te bereiken met ROB of Validationtherapie. Het geheugen en het denken werkt niet  dus een stapje terug  primaire activering.  Hier is het niet belangrijk om b.v. A.D.L. in stand te houden, maar om contact te maken met de bewoner.

45 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 545 Activiteiten:  Lichamelijk contact  Poppen/knuffelbeesten  Kleine huisdieren  Ruimtelijke aanpassing: licht, geluid, kleur  Knoeien/werken met zachte kneedbare materialen  Textiel/ballen  Geuren.

46 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 546 Weerstanden  Kinderachtig gedoe: bewoner moet toch als volwassene benaderd worden.  Belangrijk is dat je de bewoner accepteert op zijn niveau en ingaat op zijn behoeften.  Lichamelijkheid is vaak een taboe  Familie (en personeel) vinden het vaak een schokkende ervaring.

47 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 547 Reminiscentie  Bij deze benaderingswijze staan de positieve ervaringen centraal.  Wanneer je met een bewoner over zijn herinneringen uit het verleden praat, krijg je als verzorgende ook meer inzicht in zijn levensloop.  Reminiscentie is niet alleen het ophalen of opkomen van herinneringen, maar ook erbij stilstaan (reflectie).  Het is dus een terugdenken aan en nadenken over levensgebeurtenissen die men ervaart als behorend tot het leven.

48 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 548 Belevingsgerichte zorg:  Een belevingsgerichte benadering is een benadering waarbij je rekening houdt met de belevingswereld van de zorgvrager.  Drie oorzaken voor verschillen in belevingswereld: Verschillende vormen van dementie die elk op een eigen manier tot uiting komen Karakter voordat de verschijnselen van dementie er waren Elke dementerende oudere heeft zijn eigen levensgeschiedenis

49 Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 549 FARIA CLOWNS


Download ppt "1 Zorgvragers met dementie:. Zorgvragers met dementie Hoofdstuk 52."

Verwante presentaties


Ads door Google