De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ZINSDELEN Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen © Noordhoff Uitgevers bv 2012 1 HAVO/VWO 1F.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ZINSDELEN Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen © Noordhoff Uitgevers bv 2012 1 HAVO/VWO 1F."— Transcript van de presentatie:

1 ZINSDELEN Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen © Noordhoff Uitgevers bv HAVO/VWO 1F

2 Hoe weet ik wat een zinsdeel is? Zoek eerst de persoonsvorm. Dat is een zinsdeel. Alle werkwoorden in een zin vormen samen een zinsdeel, ook al staan ze niet altijd bij elkaar. Alles wat voor de persoonsvorm staat of voor de persoonsvorm gezet kan worden, is een zinsdeel.

3 Hoe weet ik wat een zinsdeel is? Binnen de zinsdelen blijven de woorden in dezelfde volgorde staan. Verander de volgorde van de zin om te bepalen welke woorden je samen voor de pv kunt zetten. Let op! Het moet wel een goede zin blijven.

4 Wat zijn de zinsdelen? Voorbeeld stap 1: Zoek de persoonsvorm. Op het strand van Zandvoort is in de nacht van vrijdag op zaterdag een auto aangespoeld. Zin vragend: Is in de nacht van vrijdag op zaterdag een auto op het strand van Zandvoort aangespoeld? Zin in een andere tijd: Op het strand van Zandvoort was in de nacht van vrijdag op zaterdag een auto aangespoeld. Zin in het meervoud: Op het strand van Zandvoort zijn in de nacht van vrijdag op zaterdag auto’s aangespoeld. Persoonsvorm: is

5 Wat zijn de zinsdelen? Voorbeeld stap 2: Verander de volgorde van de zin. Op het strand van Zandvoort is (pv) in de nacht van vrijdag op zaterdag een auto aangespoeld. In de nacht van vrijdag op zaterdag is (pv) op het strand van Zandvoort een auto aangespoeld. Een auto is (pv) in de nacht van vrijdag op zaterdag op het strand van Zandvoort aangespoeld.

6 Wat zijn de zinsdelen? Voorbeeld stap 3: Zet streepjes tussen de zinsdelen. Op het strand van Zandvoort is in de nacht van vrijdag op zaterdag een auto aangespoeld.

7 Wat zijn de zinsdelen? Stap 1: Zoek de persoonsvorm. Door snoepreclames krijg ik veel zin in snoep. Zin vragend: Krijg ik door snoepreclames veel zin in snoep? Zin in een andere tijd: Kreeg ik door snoepreclames veel zin in snoep? Zin in het meervoud: Door snoepreclames krijgen wij veel zin in snoep. Persoonsvorm: krijg

8 Wat zijn de zinsdelen? Stap 2: Verander de volgorde van de zin. Door snoepreclames krijg ik veel zin in snoep. Ik krijg veel zin in snoep door snoepreclames. Veel zin krijg ik in snoep door snoepreclames. In snoep krijg ik veel zin door snoepreclames.

9 Wat zijn de zinsdelen? Stap 3: Zet streepjes tussen de zinsdelen. Door snoepreclames krijg ik veel zin in snoep.


Download ppt "ZINSDELEN Hoofdstuk 1 Grammatica zinsdelen © Noordhoff Uitgevers bv 2012 1 HAVO/VWO 1F."

Verwante presentaties


Ads door Google