De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Deel 4: Het beleid van de Europese Unie Pp. 14-15.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Deel 4: Het beleid van de Europese Unie Pp. 14-15."— Transcript van de presentatie:

1 Deel 4: Het beleid van de Europese Unie Pp

2 Eenheidsmarkt Vrij verkeer van goederen, personen, kapitaal en diensten tussen lidstaten Concreet? – Reizen zonder grenscontrole – Je mag gaan wonen in een lidstaat naar keuze

3 Economische en Monetaire Unie (EMU) Hangt samen met idee vrije markt  ook economische en monetaire eenheid Eenheidsmunt: Euro Europese Centrale Bank (Frankfurt)

4 Regionaal beleid EU Sociale en economische vooruitgang stimuleren Ongelijkheden tussen lidstaten en regio’s tegengaan: Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) Vooral voor ‘nieuwe’ lidstaten (Oost-Europa) Ook voor ‘oude’ lidstaten: bijv. provincie Henegouwen

5 Gemeenschappelijk landbouwbeleid Hervorming vanaf 2013  zie filmpje (Rijksoverheid, Nederland) Denk na over deze vragen: – Wat is de belangrijkste verandering in het GLB? Boeren moeten meer doen dan alleen produceren: aandacht voor effecten van landbouw op mens en maatschappij Vooral ecologisch: milieuvriendelijke productie + ruimte voor natuur – Geef enkele concrete praktijkvoorbeelden Zorgboerderij, toerisme, natuurbeheer

6 Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) Voedselvoorziening Europese bevolking garanderen Bescherming levensstandaard van boeren Bescherming ecologisch evenwicht Voordeel voor grote landbouwbedrijven Eerst protectionistisch, nu hervormd  aandacht voor mens, natuur en maatschappij

7 OmschrijvingBedrag in euro (2009)% van totale uitgaven Duurzame groei % Gemeenschappelijk landbouwbeleid % Burgerschap, vrijheid en recht % De EU als mondiale partner % Administratie % Compensatie ,18% Totaal %

8 Sociaal beleid Stelt vrij weinig voor…  Verschillend beleid per lidstaat Vele vragen over sociale cohesie EU Grote sociale bescherming (vgl. België) of juist minimumbescherming (vgl. Verenigd Koninkrijk)? Moeilijk beslissingen te nemen: unanimiteit Raad van Ministers

9 Concurrentie Bedrijven willen zo veel mogelijk winst  zoeken goedkoopste land om te produceren (minste sociale bescherming)  delokalisatie ‘Oneerlijke’ concurrentie tussen landen Verplichting voor EU-leden om sociale wetgeving aan te passen  vermindering sociale wetgeving

10 Andere domeinen Milieu, onderwijs, gezondheid, enz. Soms weinig macht: vb. defensie, buitenlandse politiek Europees leger?  tegenstand in grotere lidstaten

11 Taak 11 mei Zoek een recent Nederlandstalig krantenartikel (papier of online) over een beleidsdomein waarin de EU actief is Schrijf een synthesetekst (ca. 300 woorden) met: – Korte samenvatting van de inhoud (1 ste paragraaf) – Aantonen op welke manier de EU in dit beleidsdomein actief is: welke instellingen? (2 de paragraaf) – Eigen standpunt: vind je de rol die de EU speelt positief? (3 de paragraaf)

12 Taak 11 mei Mogelijke media: De Morgen, De Standaard, De Tijd, Knack, … Informerend artikel of opiniestuk (naar keuze) Artikel zelf telt minstens 500 woorden; er is geen maximum-limiet Let op je zinsbouw en taalgebruik! Voor verdere informatie: zie taak

13 Deel 5: de wetgeving van de EU P. 15

14 De verschillende wetten van de EU Complex rechtssysteem Recht met supranationale werking: EU-recht is direct van kracht in iedere lidstaat ‘Primacy’: EU-recht heeft voorrang op nationaal recht

15 Drie bronnen van EU-recht Primair recht – Verdragen van de EU – Bepaald door lidstaten Secundair recht – Afgeleid van primair recht – Normen gecreëerd door instellingen zelf (niet door lidstaten) – Richtlijn: EU-’wet’ moet door lidstaten worden ingevoerd volgens nationale middelen / vormen (zie p. 11) – Verordening: direct van toepassing in iedere lidstaat  nationale instanties mogen zelf niets doen

16 Drie bronnen van EU-recht Uitspraken Hof van Justitie – Naleving EU-wetgeving (zie p. 11)

17 Oefeningen en opdrachten, p. 16: vragen 2 t.e.m. 4 Gebruik informatie in je cursus (pp. 5-15) 2. Hoe heette de Commissie vroeger? Hoge Autoriteit  zie ook tekst Schuman (pp. 5, 6, 7) 3. Waarom wordt de Europese Raad een sleutelinstelling genoemd? De Europese Raad is verantwoordelijk voor het uitzetten van het algemene beleid van de EU

18 Oefeningen en opdrachten, p. 16: vragen 2 t.e.m. 4 Wat zijn de belangrijkste bevoegdheden van het Europees Parlement? – Wetgevend initiatief – Commissie goed –of afkeuren (Commissie moet steun hebben van Parlement) – Hoorzitting van commissarissen in Parlement – Kandidaat-commissievoorzitter gekozen door Parlement – Motie van wantrouwen  evt. aftreden Commissie

19 Oefeningen en opdrachten, p. 16: vragen 2 t.e.m. 4 Vraag 5 overleefde zichzelf niet…

20 Nog enkele belangrijke begrippen (p. 17) Bevoegdheid: toestemming om een handeling uit te voeren  voorbeeld: minister van Defensie heeft bevoegdheid over het leger Krijtlijn: algemene visie over toekomst  waar wil je naartoe? (werk Europese Raad) Monetair beleid: maatregelen om eigen munt te stabiliseren  interne muntwaarde (koopkracht) + externe muntwaarde (wisselkoers: waarde tegenover andere munten)

21 Nog enkele belangrijke begrippen (p. 17) Inflatie: stijging van algemeen prijspeil  meer geld in omloop zonder meer productie  goederen worden duurder, geld wordt minder waard (intern: minder koopkracht + extern: slechtere wisselkoers)

22 Nog enkele belangrijke begrippen (p. 17) Deflatie: daling prijspeil  stijgende koopkracht + stijgende wisselkoers  prijzen blijven dalen: volgend jaar is hetzelfde product goedkoper  Gevolg: aankopen worden uitgesteld  Gevaarlijk voor economie

23 Nog enkele belangrijke begrippen (p. 17) Prijsstabiliteit: er is weinig inflatie of deflatie Consumentenprijsindex: meting inflatie  hoeveel duurder worde producten / diensten tegenover het jaar ervoor?  ECB: index niet hoger dan 2 % Wetgevend initiatief: recht om wetsvoorstellen te doen


Download ppt "Deel 4: Het beleid van de Europese Unie Pp. 14-15."

Verwante presentaties


Ads door Google