De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Protectionisme versus Internationale samenwerking Klik om verder te gaan.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Protectionisme versus Internationale samenwerking Klik om verder te gaan."— Transcript van de presentatie:

1 Protectionisme versus Internationale samenwerking Klik om verder te gaan

2 Hoe gebruik je deze uitleg? Je kunt in deze presentatie ‘bladeren’ door de pijltjestoetsen te gebruiken. Vooruit ga je met de pijltjestoets  (of  ). Werk alle sheets rustig door. Als je iets niet meteen snapt kun je terug gaan naar een vorige uitleg met de pijltjestoets  (of  ). Klik om verder te gaan.

3 Vrijhandel - Protectionisme In de internationale handel zien we twee uitersten; enerzijds ‘protectionisme’ en anderzijds ‘vrijhandel’. In deze presentatie leer je welke vormen van protectionisme en welke vormen van internationale samenwerking er zijn. Klik om verder te gaan.

4 Vrijhandel - Protectionisme Vrijhandel: We spreken van vrijhandel als er voor buitenlandse producten en diensten dezelfde regels gelden als voor de eigen goederen. Protectionisme: Bescherming van de eigen producten, bedrijven (industrie), werkgelegenheid en de economie in het algemeen, tegen de buitenlandse concurrentie. Klik om verder te gaan.

5 Vormen van protectionisme 1.Invoerrechten 2.Exportrechten 3.Exportsubsidies 4.Contingentering 5.Handelsverdragen 6.Non-tarifiaire belemmeringen 7.Aankoopbeperkingen met vreemd geld Klik om verder te gaan.

6 Invoerrechten Buitenlandse (import)producten worden dan duurder gemaakt, zodat de vraag naar het (eigen) binnenlandse product stijgt. Voorbeeld: Een dvd-speler van Philips kost € 50. De vergelijkbare dvd-speler van Sony kost € 45. De Nederlandse consument koopt meestal de Sony. Invoerrechten: De dvd-speler Sony wordt door de overheid belast met € 10 (invoerheffing) en kost dan € 45 + € 10 = € 55. De Nederlandse consument koopt dan vaker Philips. Klik om verder te gaan.

7 Exportrechten Exportproducten worden dan duurder, zodat de export daalt. Alleen voor schaarse goederen. Voorbeeld Rijst in een ontwikkelingsland kost $ 4 per baal. In andere landen kost de rijst $ 5 per baal. Bij deze prijzen is het voor producenten aantrekkelijk om rijst te exporteren. Exportrechten: De regering wil voorkomen dat er te veel rijst wordt geëxporteerd. De regering verhoogt de prijs van een baal met $ 2. De prijs bij export wordt dan $ 6. Daardoor exporteren producenten minder. Klik om verder te gaan.

8 Exportsubsidies Exportproducten worden goedkoper, zodat de export stijgt. Voorbeeld Nederlandse aardappelen kosten € 2 per kilo. In Duitsland kosten aardappelen € 1,50 per kg. Consumenten in Duitsland kopen geen Nederlandse aardappelen, de eigen aardappelen zijn immers goedkoper. Exportsubsidies: De regering geeft bij export € 0,75 subsidie. De prijs in Duitsland van Nederlandse aardappelen kan dalen naar € 1,25. De Duitse consument kiest voor de Nederlandse aardappelen. De Nederlandse producent krijgt € 1,25 van de Duitse consument en € 0,75 van de overheid (= € 2 totaal) Klik om verder te gaan.

9 Contingentering Van concurrerende buitenlandse producten wordt een maximaal aantal geïmporteerd, zodat de vraag naar de eigen producten stijgt. Voorbeeld In een land met een eigen auto-industrie worden jaarlijks buitenlandse auto’s verkocht en eigen auto’s. Contingentering: De regering besluit tot een contingent van stuks op de import van buitenlandse auto’s. Hierdoor worden er voortaan buitenlandse auto’s verkocht en eigen auto’s. De consument heeft namelijk geen andere keuze. Klik om verder te gaan.

10 Handelsverdragen Landen maken onderling afspraken en sluiten andere landen uit bij de handel in producten en diensten. Voorbeeld Land A, B en C handelen onderling met elkaar. Land C exporteert voor € 400 mld. naar land A en € 500 mld. naar Land B. Handelsverdragen: De landen A en B gaan voortaan alleen onderling handelen en sluiten land C uit. Land A levert voortaan voor € 500 mld. meer aan land B en land B levert 400 mld. meer aan land A (de hoeveelheden die vroeger Land C exporteerde naar beide landen). Klik om verder te gaan.

11 Non-tarifiaire belemmeringen Strenge wettelijke en administratieve regelingen voor importgoederen (bijv. milieueisen, vergunningen, douaneformaliteiten). Voorbeeld Een land importeert buitenlandse producten. Consumenten kunnen eigen en buitenlandse producten eenvoudig kopen. Non-tarifiaire belemmeringen: Het land stelt hogere milieueisen (testen kost tijd en geld), eist voortaan vergunningen (die tijd kosten), aan de grenzen gelden er (omslachtige) douaneformaliteiten. Consumenten kopen de gemakkelijker te verkrijgen eigen producten. Klik om verder te gaan.

12 Beperking van vreemde valuta Vreemde valuta (buitenlands geld) worden verboden. Buitenlandse producten kunnen niet meer worden gekocht. Voorbeeld Een land importeert voor $ 500 mld. buitenlandse producten die ook in dollars worden betaald. Beperking van vreemde valuta: De dollar wordt verboden. Consumenten kunnen dus bij banken de eigen munt niet meer wisselen tegen de dollar. Er kunnen dus geen producten meer worden gekocht die in dollars moeten worden betaald. Consumenten moeten dus meer eigen producten kopen (voor een bedrag van 500 mld. dollar). Klik om verder te gaan.

13 Protectie versus Samenwerking Algemene opvatting: PROTECTIE WERKT NIET !!! Protectie lokt protectie uit (= Retorsie) Gevolg: handelsoorlogen DAAROM: Samenwerkingsverbanden die dit moeten voorkomen. Klik om verder te gaan.

14 Samenwerkingsverbanden (algemeen) 1.Vrijhandelszone 2.Douane unie 3.Gemeenschappelijke markt 4.Economische unie 5.Monetaire unie Algemene opmerking: De samenwerking wordt steeds uitgebreider Klik om verder te gaan.

15 Vrijhandelszone Lidstaten hebben geen onderlinge handelsbelemmeringen (= vrij verkeer van goederen en diensten). Ten opzichte van derden worden de eigen tarieven gehanteerd. Voorbeeld: NAFTA (North American Free Trade Area); Canada, V.S. en Mexico Klik om verder te gaan.

16 Douane-unie Lidstaten hebben geen onderlinge handelsbelemmeringen (= vrij verkeer van goederen en diensten). Anders: Tegenover andere landen geldt een gemeenschappelijk buitentarief. Voorbeeld: Benelux (België, Nederland en Luxemburg). Klik om verder te gaan.

17 Gemeenschappelijke markt Lidstaten hebben geen onderlinge handelsbelemmeringen (= vrij verkeer van goederen en diensten). Tegenover andere landen geldt een gemeenschappelijk buitentarief. Extra: Vrij verkeer van personen en kapitaal Voorbeeld: EG (Europese Gemeenschap). Klik om verder te gaan.

18 Economische unie Lidstaten hebben geen onderlinge handelsbelemmeringen (= vrij verkeer van goederen en diensten). Tegenover andere landen geldt een gemeenschappelijk buitentarief. Vrij verkeer van personen en kapitaal Extra: Ten opzichte van andere landen wordt een gemeenschappelijke handelspolitiek gevoerd. Gemeenschappelijke organen. Voorbeeld: EU (Europese Unie). Klik om verder te gaan.

19 Monetaire unie Lidstaten hebben geen onderlinge handelsbelemmeringen (= vrij verkeer van goederen en diensten). Voor andere landen een gemeenschappelijk buitentarief. Vrij verkeer van personen en kapitaal Ten opzichte van andere landen wordt een gemeenschappelijke handelspolitiek gevoerd. Gemeenschappelijke organen. Extra: Onveranderlijke wisselkoersen / één munt; Gecoördineerd monetair beleid. ECB (Europese Centrale Bank) beleid voor de hele EMU. Voorbeeld: EMU (Europese Monetaire Unie) Klik om verder te gaan.

20 Samenwerkingsverbanden (schematisch) De landen A, B en C hebben geen samenwerkingsverband en heffen invoerrechten: Land A: producten uit land B en C (en andere landen) worden 7% duurder gemaakt. Land B: producten uit land A en C (en andere landen) worden 5% duurder gemaakt. Land C: producten uit land A en B (en andere landen) worden 8% duurder gemaakt Klik om verder te gaan. AB C 7% 5% 8% 7% 5% 8%

21 Vrijhandelszone (schematisch) De landen A, B en C heffen onderling geen invoerrechten meer. Onderling zijn er geen handelsbelemmeringen meer. Prijzen worden onderling niet meer verhoogd. Land A, B en C blijven naar andere landen hun eigen buitentarief gebruiken. Klik om verder te gaan. AB C 7% 5% 8%

22 Douane-unie (schematisch) De landen A, B en C heffen onderling geen invoerrechten meer. Onderling zijn er geen handelsbelemmeringen meer. Prijzen worden onderling niet meer verhoogd. Land A, B en C gaan naar andere landen toe een gemeenschappelijk buitentarief gebruiken dat ze onderling afspreken (bijv. 6%). Klik om verder te gaan. AB C 6%

23 Protectionisme versus Internationale samenwerking Einde


Download ppt "Protectionisme versus Internationale samenwerking Klik om verder te gaan."

Verwante presentaties


Ads door Google