De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Beginnen met Koploper.  Bepaal je eigen tempo in deze presentatie.  Om naar de volgende slide te gaan kun je op de linkermuis knop klikken.  De rechtermuisknop.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Beginnen met Koploper.  Bepaal je eigen tempo in deze presentatie.  Om naar de volgende slide te gaan kun je op de linkermuis knop klikken.  De rechtermuisknop."— Transcript van de presentatie:

1

2 Beginnen met Koploper.  Bepaal je eigen tempo in deze presentatie.  Om naar de volgende slide te gaan kun je op de linkermuis knop klikken.  De rechtermuisknop zet je 1 stap terug.  Deze presentatie hoort bij het document “Beginnen met Koploper deel 2”

3 Wat gaan we doen?  Overstap van decoderstappen naar geijkte snelheden  Remgegevens, wat en hoe  Afbeeldingen  Communicatie logging  Uitbreiding met inhaalspoor  Uitbreiding met rangeerspoor  Uitbreiden met Seinen

4 Overstap van decoderstappen naar geijkte snelheden.  Snelheids instellingen in diverse menu’s in te stellen  Instellingen voor zowel decoderstappen als geijkte snelheden –Decoderstappen  Afhankelijk van locomotief instellingen  Snelheid kan per zelfde type trein variëren –Geijkte snelheid  Onafhankelijk van snelheidsstap  Snelheid elk type trein is (nagenoeg) hetzelfde

5 Overstap van decoderstappen naar geijkte snelheden.  Koploper zal altijd de laagste snelheidsbeperking aanhouden –Stoom locomotief max.85km/u –ICE max. 250km/u –Traject maximaal 140km/u  Snelheid stoomlocomotief is 85km/u  Snelheid ICE 140 km/h

6 Overstap van decoderstappen naar geijkte snelheden.  Snelheids instellingen mogelijk in:  Treintypes  Bloktype  Gegevens treintype/bloktype  Aanvulling blokgegevens

7 Overstap van decoderstappen naar geijkte snelheden.  Treintypes –Menu Onderhouden/treintypes –maximale, gemiddelde en minimum snelheid invoeren –Snelheid is type trein afhankelijk –Ingegeven snelheden gelden voor geijkte locomotieven –Voor rijden met decoderstappen gelden maximale, gemiddelde en minimum ingestelde stappen zoals bij locomotief eigenschappen is ingegeven

8 Overstap van decoderstappen naar geijkte snelheden.  Bloktype –Menu Onderhouden/bloktype –maximale, gemiddelde en minimum snelheid invoeren –Snelheid is type blok afhankelijk –Ingegeven snelheden gelden voor geijkte locomotieven –Voor rijden met decoderstappen ook de Maximum snelheid (decoder) instellen. –Maak hier de keuze Maximum,Gemiddelde of Minimum

9 Overstap van decoderstappen naar geijkte snelheden.  Gegevens treintype/bloktype –Menu Onderhouden/gegevens treintype / /bloktype –Klik het gewenste bloktype aan en dubbelklik op gewenste treintype –“Overschrijf snelheden trein- en/of bloktype” aanvinken –Maximale, gemiddelde en minimum snelheid invoeren –Snelheid is combinatie van type blok en type trein afhankelijk –Ingegeven snelheden gelden voor geijkte locomotieven –Voor rijden met decoderstappen geldt de ingestelde stap bij Maximum en Minimum snelheid(decoder)

10 Overstap van decoderstappen naar geijkte snelheden.  Aanvulling blokgegevens –menu Onderhouden/ Aanvulling blokgegevens. –Selecteer het blok waar je een afwijkende maximum snelheid wilt instellen. –Maximum snelheid / Max. snelheid voor geijkte snelheden invullen. –Maximum snelheid voor decoderstappen invullen. Klik op OK in het waarschuwingschem

11 Overstap van decoderstappen naar geijkte snelheden.  Rijden  Menu onderhouden/locomotieven.  Locomotieven instellen op geijkte snelheden.  Activeer de communicatie.  Start automatisch rijden.  Na langere periode wordt rijgedrag mooier  Kijk wat massa simulatie doet.

12 Remgegevens wat en hoe  Rem gegevens worden automatisch opgeslagen per loc/per blok (leren remmen).  Verwijderen na onderhoud/reparatie (per loc)  Opnieuw ijken.  Klik met rechtermuisknop op het plaatje van de locomotief, kies verwijder remgegevens.  Verwijderen na ingrijpende aanpassing in de baan (alles verwijderen)  Andere rijspanning.  Ingrijpende railplan wijzigingen. –Menu Algemeen/Initialisaties, tabblad Klok/Remmen.

13 Afbeeldingen plaatsen  In het Overzicht Locomotieven kunnen afbeeldingen geplaatst worden.  Bepaal eerst de verwijzing naar de plaatjes:  Instellingen per database, tabblad Parallel63/OM32/Plaatjes/Auto  Controleer bij Afbeeldingen van locomotieven of er een vinkje bij Afbeeldingen locomotieven allemaal op dezelfde plaats staat.  Klik op mapje in de regel Plaats afbeelding.  Selecteer de plaats waar de plaatjes staan.  Beperk de grote, 360 x 160 pix. voldoet prima.

14 Communicatie logging  Gebruiken bij fout opsporing.  Analyseren van remgegevens.  Vaststellen van communicatie problemen.  Menu Algemeen / communicatie logging.  Selecteer Wat te melden.

15 Uitbreiding inhaalspoor  Wat te doen:  Tekening aanpassen.  Baan aanpassen.  Toevoegen wisseldecoder(s).  Toevoegen bloktype.  Toevoegen blok.  Aanpassen blok eigenschappen.  Aanpassen baanontwerp.  Eigenschappen wissels.  Wisselstraten.  Rijden.  Rij voorwaarde stellen.

16 Uitbreiding inhaalspoor  Baan uitbreiding met inhaalspoor. –De volgende gegevens vastleggen in de schets of tekening:  Railplan wijziging aanbrengen.  Meldsecties aangeven en benoemen.  Wisselnummers toekennen.  Bloknummers vermelden. Opmerking: Wissels liggen ALTIJD tussen de blokken in en maken NOOIT deel uit van een blok.

17 Uitbreiding inhaalspoor  Baan uitbreiding met inhaalspoor. –De volgende gegevens aanpassen in koploper:  Toevoegen wisseldecoder. (digitale onderdelen)  Toevoegen bloktype.  Toevoegen blok.  Eigenschappen blok 5. (nieuw blok)  Eigenschappen blok 4.  Eigenschappen blok 3.  Eigenschappen blok 1.

18 Uitbreiding inhaalspoor  Baan uitbreiding met inhaalspoor. –De volgende gegevens aanpassen in koploper:  Aanpassen baan overzicht.  Eigenschappen wissels.  Vastleggen wisselstraten.  Rijden.  Rij voorwaarde maken.

19 Uitbreiding inhaalspoor  Inhaal spoor bij het “station”. Bestaande baan Nieuwe baan

20 Uitbreiding inhaalspoor Tekening of schets aanpassen.  Bestaande blokken blijven gehandhaafd.  Een nieuw blok moet worden toegevoegd. Noteer daar gelijk de terugmeld nummers bij.  Een tweetal wisselnummers moeten worden toegekend aan de nieuwe wissels.  W1-01 betekent Wissel aangesloten op decoder 1, uitgang 01.  Zo is W12-04 : Wissel aangesloten op decoder 12 uitgang 04.  Een ander voorbeeld is S1-02, een Sein aangesloten op decoder 1 uitgang 02.

21 Uitbreiding inhaalspoor Koploper aanpassen.  Wat te doen:  Toevoegen van wisseldecoder.  Toevoegen Bloktype.  Toevoegen blok.  Eigenschappen blok 5.  Eigenschappen blok 4.  Eigenschappen blok 3.  Eigenschappen blok 1.

22 Uitbreiding inhaalspoor Wisseldecoder toevoegen.  Toevoegen van wisseldecoder.  Open Onderhouden / Baan definities / Digitale onderdelen.  Voeg een wissel decoder toe. (+ teken)  Aantal 1 (1 module bevat 4 wissel uitgangen).  Sla dit op (klik op het V-tje)

23 Uitbreiding inhaalspoor Wisseldecoder toevoegen.  Zowel voor wissels als seinen kan een wisseldecoder worden geselecteerd.  Indien er geen wisseldecoder(s) bekend zijn in Koploper kunnen er geen wissels of seinen worden toegevoegd.  Bij onvoldoende decoders kunnen niet voor alle seinen/wissels eigenschappen worden vastgelegd.

24 Uitbreiding inhaalspoor Bloktype toevoegen.  Toevoegen Bloktype:  Menu Onderhouden / Baandefinities /Bloktype.  Bloktype “Inhaalblok” toevoegen.  Optie “blok in vrije baan” aanvinken.  Maximum snelheid 60km/h  Bij “Snelheid bij rijden met decoderstappen” selectie gemiddelde snelheid selecteren.

25 Uitbreiding inhaalspoor Blok toevoegen.  Nieuw blok toevoegen  Menu Onderhouden /Baandefinities / Blokken  Blok 5 tussen blok 1 en 3 en boven blok 4 plaatsen  Verbind blok 3 met blok 5  Verbind blok 5 met blok 1

26 Uitbreiding inhaalspoor Eigenschappen blok 5.  Klik met rechter muisknop op symbool van blok 5  Selecteer bij bloktype “Stationsblok”  Bij Algemeen / richting vinkje bij blok 1 aanzetten  Tabblad Bezetmeldingen:  1e bezetmelder = 1.09  2e bezetmelder = 1.10  Bezetmelder 1.09 en 1.10 ook aanvinken bij “Bezet bij”

27 Uitbreiding inhaalspoor Eigenschappen blok 4.  Eigenschappen van blok worden aangepast  Klik op symbool van blok 4  Bij Algemeen / richtingen als bloktype “Inhaalspoor” selecteren  Sla de wijziging op

28 Uitbreiding inhaalspoor Eigenschappen blok 3.  Eigenschappen blok 3 aanvullen.  Richting niet alleen naar blok 4 maar nu ook naar blok 5 mogelijk.  Indien niet aangegeven zal trein nooit van blok 3 naar blok 5 gaan.

29 Uitbreiding inhaalspoor Eigenschappen blok 1.  Eigenschappen blok 1 aanvullen.  Kan nu vanuit blok 4 en 5 naar blok 1 gereden worden.  Op tabblad “5” bij richting naar 2 aanvinken. (van 5 via 1 naar 2)  Bij bezetmeldingen de te verwachten bezetmelding aangeven in lege regel. (is gelijk aan 1e regel, kan gekopieerd worden)

30 Uitbreiding inhaalspoor Aanpassen baanplan.  Bestaande plan uitbreiden met wissels en spoor  Blok plaatsen in baanplan  Lijnen koppelen aan blok  Wisselstraat vastleggen

31 Uitbreiding inhaalspoor Aanpassen baanplan.  Menu Onderhouden/Baan definities/Baanontwerp  Sleep het symbool van blok 5 tot boven die van blok 4  Klik op de lijn die behoort bij blok 4 en verwijder deze  Plaats aan de rechter en linker kant een wissel (sleep vanuit het scherm Tool:algemeen)  Plaats nieuwe lijnen tussen wissel via blok 4 en 5  Ken de lijnen toe aan de blokken 4 en 5

32 Uitbreiding inhaalspoor Eigenschappen wissels.  Klik op linker wissel (rechter muis knop)  Klik op regel “Eigenschappen”  Geef wisselnummer 1 in en klik op “OK”  Herhaal dit voor rechter wissel  Geef deze wisselnummer 3

33 Uitbreiding inhaalspoor Testen eigenschappen wissels.  Start communicatie op tussen PC en centrale (groene spiegelei)  Klik 2 x op symbool van wissel W1-03 in het baan overzicht met tussen pauze van ca 5 seconden  Wissel moet omgelegd worden en overeenkomen met de stand zoals deze staat in het baan overzicht  Herhaal dit voor wissel W1-03  Bij verkeerde wisselstand vinkje bij “fout aangesloten” plaatsen bij eigenschappen van desbetreffende wissel

34 Uitbreiding inhaalspoor Vastleggen wisselstraten.  Wisselstraten bepalen de route van een blok naar een blok  Vastleggen via menu Onderhouden / Baandefinities / Baanontwerp  Klik op symbool Vastleggen wisselstraten

35 Uitbreiding inhaalspoor Vastleggen wisselstraten.  Maak een tabel met mogelijkheden Van blok Naar blok Wissel 1-01 Wissel –recht 35–afbuigend 41recht– 51afbuigend–

36 Uitbreiding inhaalspoor Vastleggen wisselstraten.  Selecteer in Tool wisselstraat de in te vullen wisselstraat: –Door pulldown menu –Door van blok naar blok te slepen  Zet in baanoverzicht de wissel(s) van deze wisselstraat in juiste stand  Klik met rechter muis knop op desbetreffende wissel en klik op het vlakje “Geselecteerd”  Indien een wisselstraat uit meerder wissels bestaat, moet je dit voor alle wissels doen en bij voorbaat in de zelfde volgorde als de rijrichting

37 Rijden  Plaats de locs/treinen op de baan.  Start communicatie en controleer de rijrichting.  Activeer de locs (blauwe pijl).  Activeer automatisch rijden.

38 Stoptrein altijd via stationsblok  Variabele treinroute aanmaken voor stoptrein (treinen mogen blijven rijden)  Menu Onderhouden / Variabele treinroute  Klik op het + teken  Geef omschrijving Stoptrein  Selecteer Treintype in het veld Geldt voor  Zet vinkje in vlak Uitgesloten bij 4  Sla gegevens op

39 Stoptrein altijd via stationsblok  Open menu Onderhouden / Treintypes  Dubbelklik op Stoptrein en selecteer tabblad Treinroutes  Zet een vinkje bij de treinroute Stoptrein  Sla de gegevens op

40 Goederentrein altijd via inhaalspoor  Variabele treinroute aanmaken voor goederentrein (treinen mogen blijven rijden)  Menu Onderhouden / Variabele treinroute  Klik op het + teken  Geef omschrijving Goederentrein  Selecteer Treintype in het veld Geldt voor  Zet vinkje in vlak Uitgesloten bij 5  Sla gegevens op

41 Goederentrein altijd via inhaalspoor  Open menu Onderhouden / Treintypes  Dubbelklik op Goederentrein en selecteer tabblad Treinroutes  Zet een vinkje bij de treinroute Goederentrein  Sla de gegevens op

42 Uitbreiding rangeerspoor  Plaats een wissel aan het einde van blok 2 en voor het begin van blok 3.  Aan de uitloop van de wissel wordt een rangeerspoor aangelegd die verdeeld wordt in twee blokken.  De nieuwe meldsecties worden aangesloten op ingang 11, 12, 13 en 14 van terugmelder  Na aanpassing van de baan wordt ook de schets of tekening aangepaste waarin de meldsecties, blok- en wisselnummer worden vermeld.

43 Uitbreiding rangeerspoor  Baan uitbreiding met rangeerspoor. –De volgende gegevens vastleggen in de schets of tekening:  Railplan wijziging aanbrengen.  Meldsecties aangeven en benoemen.  Wisselnummer toekennen.  Bloknummers vermelden. Opmerking: Wissels liggen ALTIJD tussen de blokken in en maken NOOIT deel uit van een blok.

44 Uitbreiding rangeerspoor Bestaande baan Nieuwe baan

45 Uitbreiding rangeerspoor  Baan uitbreiding met inhaalspoor. –De volgende gegevens gaan we aanpassen in koploper:  Toevoegen wisseldecoder. (digitale onderdelen)  Toevoegen bloktype.  Toevoegen blokken.  Eigenschappen blok 7. (nieuw blok)  Eigenschappen blok 6. (nieuw blok)  Aanpassen blok 3 en 5.

46 Uitbreiding rangeerspoor  Baan uitbreiding met inhaalspoor. –De volgende gegevens gaan we aanpassen in koploper:  Aanpassen baan overzicht.  Eigenschappen wissel  Vastleggen wisselstraten.  Rijden  Rij voorwaarde maken

47 Uitbreiding rangeerspoor Wisseldecoder toevoegen.  Toevoegen van wisseldecoder.  Open Onderhouden / Baan definities / Digitale onderdelen.  Voeg een wissel decoder toe. (dubbelklik op de regel “Wisseldecoder”)  Verhoog het aantal naar 2 (1 module bevat 4 wissel uitgangen).  Sla dit op (klik op het V-tje)

48 Uitbreiding rangeerspoor Bloktype toevoegen.  Toevoegen Bloktype:  Menu Onderhouden / Baandefinities /Bloktype.  Bloktype “Rangeerspoor” toevoegen.  Optie “blok in vrije baan” aanvinken.  Maximum snelheid 40km/h  Bij “Snelheid bij rijden met decoderstappen” selectie gemiddelde snelheid maken.

49 Uitbreiding rangeerspoor Blokken toevoegen.  Nieuwe blokken toevoegen  Menu Onderhouden /Baandefinities / Blokken  Blok 6 en 7 aanmaken  Plaats blok 6 links van blok 3  Plaats blok 7 links van blok 6  Verbind blok 3 met blok 6  Verbind blok 6 met blok 3  Verbind blok 6 met blok 7  Verbind blok 7 met blok 6  Verbind blok 5 met blok 3 (toevoeging rijrichting)

50 Uitbreiding rangeerspoor Eigenschappen blok 5.  Dubbelklik met muisknop op symbool van blok 5.  Zet een vinkje bij naar 3.  Zet ook een vinkje bij Keer loc.  Klik op “OK”.

51 Uitbreiding rangeerspoor Eigenschappen blok 3.  Dubbelklik op symbool van blok 3  Selecteer tabblad “5”  Zet een vinkje bij “6”  Selecteer tabblad “6”  Zet een vinkje bij “5”

52 Uitbreiding rangeerspoor Eigenschappen blok 3.  Klik op tabblad “bezetmeldingen”  Dubbelklik op regel achter “5”  Klik op de drie puntjes  Zet 1e bezetmeldpunt 1.06 en de 2e op 1.05  Klik op “OK”  Herhaal dit voor de regel achter “6” en let op de volgorde van de bezetmeldpunten.

53 Uitbreiding rangeerspoor Eigenschappen blok 6.  Dubbelklik op blok 6  Bloktype = “Rangeerblok”  Selecteer tabblad Uit blok “3”  Vink blok “7” aan  Selecteer tabblad “7”  Vink blok “3” aan  Selecteer tabblad “Bezetmeldingen”  Vul de bezetmelders in de juiste volgorde in beide regels

54 Uitbreiding rangeerspoor Eigenschappen blok 7.  Dubbelklik op blok 7  Bloktype = “Rangeerblok”  Vink blok “6” aan  Vink “Keer loc” aan  Selecteer tabblad “Bezetmeldingen”  Vul de bezetmelders in de juiste volgorde in beide regels

55 Uitbreiding rangeerspoor Aanpassen baanplan.  Bestaande plan uitbreiden met wissels en spoor  Blok plaatsen in baanplan  Lijnen koppelen aan blok  Wisselstraat vastleggen

56 Uitbreiding rangeerspoor Aanpassen baanplan.  Menu Onderhouden/Baan definities/Baanontwerp  Sleep het symbool van blok 6 tot onder die van blok 2  Klik op de lijn die behoort bij blok 2 en verwijder deze  Plaats aan de rechter zijde een wissel (sleep vanuit het scherm Tool:algemeen)  Plaats nieuwe lijnen vanuit wissel via blok 2 en 6  Ken de lijnen toe aan de blokken 2 en 6

57 Uitbreiding rangeerspoor Aanpassen baanplan.  Sleep het symbool van blok 7 naar links van blok 6  Plaats een lijn van blok 6 via het symbool van blok 7 naar eindpunt  Ken de lijnen toe aan blok 7

58 Uitbreiding rangeerspoor Eigenschappen wissel.  Klik op de nieuwe wissel (rechter muis knop)  Klik op regel “Eigenschappen”  Geef wisselnummer 5 in  Klik op “OK”

59 Uitbreiding rangeerspoor Testen eigenschappen wissel.  Start communicatie op tussen PC en centrale (groene spiegelei)  Klik 2 x op symbool van wissel W2-01 in het baan overzicht met tussen pauze van ca 5 seconden  De wissel moet omgelegd worden en overeenkomen met de stand zoals deze staat in het baan overzicht  Bij verkeerde wisselstand vinkje bij “fout aangesloten” plaatsen bij eigenschappen van desbetreffende wissel

60 Uitbreiding rangeerspoor Vastleggen wisselstraten.  Selecteer in Tool wisselstraat de in te vullen wisselstraat: –Door pulldown menu –Door van blok naar blok te slepen  Zet in baanoverzicht de wissel van deze wisselstraat in juiste stand  Klik met rechter muis knop op desbetreffende wissel en klik op het vlakje “Geselecteerd”  Indien een wisselstraat uit meerder wissels bestaat, moet je dit voor alle wissels doen en bij voorbaat in de zelfde volgorde als de rijrichting

61 Uitbreiding rangeerspoor Vastleggen wisselstraten.  Indien een spoor in twee richtingen bereden kan worden, moet voor ALLE richtingen de desbetreffende wissel juist geselecteerd worden.  Klik met rechter muis knop op desbetreffende wisselen en klik op het vlakje “Geselecteerd”  Indien een wisselstraat uit meerder wissels bestaat, moet je dit voor alle wissels doen en bij voorbaat in de zelfde volgorde als de rijrichting

62 Uitbreiding rangeerspoor Rijden  Plaats de locs/treinen op de baan.  Controleer rijrichting.  Activeer deze indien nodig.  Start communicatie en activeer automatisch rijden.

63 Uitbreiding rangeerspoor Rij voorwaarde maken  Om treinen te laten keren zijn er twee mogelijkheden :  Locomotief een treinstel laten zijn, via menu “Onderhouden/Locomotieven” optie “Treinstel” aanvinken  Op specifiek blok waar gekeerd kan/mag worden via menu “Onderhouden/Baandefinities/Aanvullende blokgegevens” de optie “Alle locomotieven mogen keren” aanvinken

64 De seinen  Seinen hebben geen functie ten aanzien van de beveiliging  Dienen als optische indicatie om aan te geven of het volgende baanvak veilig is  Decoders voor seinen worden in Koploper ook als wisseldecoder aangestuurd.  Er kunnen ook speciale seindecoders worden gebruikt maar hangt af van gebruikte seinstelsel.

65 De Seinen Aanbrengen van de seinen  Als eerste tekening aanpassen en seinen benoemen.  Benaming zoals ook bij wissels toegepast

66 De Seinen Aanbrengen van de seinen  Niet noodzakelijk dat seinen daadwerkelijk worden aangebracht  Indien niet aangebracht dienen deze als indicatie op baanplan van Koploper  Bij indicatie zijn decoders fysiek niet nodig  Bij daadwerkelijk aanbrengen seinen deze aan de juiste decoder uitgangen aansluiten

67 De Seinen Wijzigen baanoverzicht  Open baanoverzicht via menu “Onderhouden/Baan definities/Baanontwerp”  Selecteer 2 standen seinen in “Tool:algemeen” bij het kopje “Seinen”  Klik op het sein symbool en houd de muisknop ingedrukt.  Sleep nu naar de plaats waar het sein moet komen en laat muisknop los.

68 De Seinen Wijzigen baanoverzicht  Sein draaien kan door pijltoetsen recht boven in “Tool:algemeen” bij “Draai sein”  Seinen plaatsen naast of op de lijn.  Plaats seinen bij blok 2/W2-01, blok 6/W2-01, blok 4/W1-01 en blok 5/W1-01

69 De Seinen Eigenschappen seinen  Klik in de keuzebalk op het symbool van seineigenschappen.  Klik op het sein waarvan we de eigenschappen willen vastleggen.  Selecteer bij “Seinnummer” de uitgang van de decoder.  Geef aan in welk blok het sein staat.  Zet een vinkje bij de blokken waarvan de stand moet worden getoond.

70 Rijden  Plaats de locs/treinen op de baan.  Controleer de rijrichting.  Activeer de locs.  Start communicatie en activeer automatisch rijden.

71 En Hoe Verder….  De basis is gelegd…..  Testbaan kan gebruikt worden om van alles uit te proberen  Voorbeelden om te kunnen proberen:

72 En Hoe Verder….  Laat de goederentrein altijd stoppen in blok 2. Maak hierbij gebruik van het menu Treintype / Bloktype.  Plaats een derde trein erbij en maak hiervoor een ander treintype, bijvoorbeeld een pendeltrein. Maak hiervoor een aparte route (pendeldienst) middels een vaste route.  Zorg met een variabele trein route er voor dat de goederentrein altijd over het inhaalspoor gaat met een lagere snelheid en hier nooit stopt.  Pas de tot nu toe gemaakte database dusdanig aan dat twee treinen om en om in tegengestelde richting rijden, waarbij ze kruisen in het station. Er hoeft aan de bedrading niets veranderd te worden en kan door uitsluitend in de database het nodige toe te voegen of te veranderen.  Maak eens een vaste route voor een willekeurige trein, laat je fantasie maar werken.

73 En Hoe Verder….  Speciaal forum voor koploper gebruikers:   Formuleer je vraag duidelijk en geef zo veel mogelijk informatie.  Stuur eventueel een back-up van de database file mee

74 En Hoe Verder….


Download ppt "Beginnen met Koploper.  Bepaal je eigen tempo in deze presentatie.  Om naar de volgende slide te gaan kun je op de linkermuis knop klikken.  De rechtermuisknop."

Verwante presentaties


Ads door Google